Usa: Continental Divide – Part 1

Montana & Idaho

Zondag 06/08/2006: Eureka – Tuchuck
Vanaf vandaag kan ik de kaarten die Adventure Cycling uitbrengt over de Great Divide Route volgen.  Dit is geen gemarkeerde mountainbike route zoals wij ze bijvoorbeeld kennen vanuit de Ardennen.  Je moet zelf je weg zoeken met behulp van de kaarten en de route loopt voornamelijk over gravelwegen, af en toe single track en af en toe de gewone weg waar er geen alternatieven waren.
Ik verander de instellingen op het fietscomputertje in mijlen, en krijg nu ook de hoogtes in voet en de temperatuur in Fahrenheit.  Ik noteer wel verder zoals tevoren in meters.

Waneer ik wakker word ligt die vrouw nog steeds op tafel.
Het is nochtans al half tien.
Ze zal toch niet ….
Neen, er zit beweging in.
We groeten mekaar en zij gaat verder.  Ze wil nog iets met me delen.  Over het ‘physical life and the spiritual life’.
Oh neeeee !!!
Maar eerst moet ze naar het toilet.
Ze mankt weg.
Dat manken komt door de Amerikaanse overheid die haar geen goede healthcare geven.
Nu neemt ze haar toevlucht tot accupunctuur.
Niet echt een levende reclame voor die alternatieve vorm van geneeskunde medunkt.
Ik zie haar terugkomen langs de verkeerde kant van het gebouw.  Ze had geen sleutel meer want niet betaald gisteren dus ze was in de bosjes geweest.

Goed … die uitleg over dat fysieke en spirituele leven, daar heb ik niet veel van begrepen denk ik.  Ze raadt me ook aan geen water te drinken in de Verenigde Staten want de regering voegt daar vanalles aan toe om de mensen zwak te maken.  Ik moet ook uitkijken waar ik heen ga want op de kruising van sommige hoogte- en breedtelijnen zal ik me goed voelen en op andere niet.  Daarna gaf ze me nog vier sterrenbeelden waar ik op moest letten want dat vormden potentieel goede levenspartners (waarmee ik binnen het jaar moest trouwen, anders zou het slecht aflopen).
Aaghrrrr, zo snel ik kan schrok ik men ontbijt naar binnen, ga de sleutel van de douches  terug afgeven bij de politie en rij terug de bergen in.
Het eerste deel van de rit vandaag krijg ik nog mooi asfalt voorgeschoteld.  Ik volg lange tijd de Grave Creek, een riviertje dat hoe langer hoe dieper onder me stroomt naarmate ik stijg.  De weg gaat over in gravel en het is zwaar rijden, vrij stijl en veel losse, grote stenen waarop je wielen wegspringen, je uitglijdt of gewoon in komt vast te zitten.

koen-usa 429

Ik stop even om naar adem te happen.  Wanneer ik verder wil rijden steekt een of ander venijnig beest me in de wreef van men voet.  Die werd waarschijnlijk geplet toen ik die voet plooide om door te rijden.  Pikte effe serieus en ik deed even men schoen en kousen uit.  Er kwamen enkele terreinwagens de berg afgehotst (Jagers of kanoërs) en allen stopten ze om te vragen wat er aan de hand was en of ik hulp nodig had.  Dat moet je de Amerikanen toch wel aangeven, de meesten zijn zo ongelooflijk vriendelijk
Maar het ging zo ook wel weer.
Vrij moe en uit mekaar gerammeld kom ik boven op de Whitefish Divide.  Over de afdaling van 6 mijl, 10 kilometer, doe ik een uur en twintig minuten.  Dit zegt voldoende over de staat van het gravelpad veronderstel ik.
Polsen, nek, schouders, … alles doet pijn.
Op Tuchuck camping ben ik helemaal alleen.  Het is niet echt een camping.  Er staan enkele picknicktafels, er stroomt een riviertje maar voor de rest ben je heel alleen tussen al die Bergen, bomen zover je zien kan, en waarschijnlijk veel wilde beesten.

koen-usa 430

koen-usa 428

Het was opnieuw bloedheet vandaag.  Ik was de kilo’s stof uit men kleren, die op een uurtje weer droog zijn, kook een beetje weg van de tent, doe water uit het riviertje in de waterzak, voeg er wat heet water aan toe, hang de zak aan een boom en neem een zalige douche.  En toch is het een griezelig om zo helemaal alleen in die omgeving te zijn en te slapen in een tentje.  Ik hoor ‘s nachts enkel wat hoefgetrappel, waarschijnlijk herten en wat gescharrel rond de tent, waarschijnlijk eekhoorns of vogels.

Maandag 07/08/2006: Tuchuck – Red Meadow Lake
Wanneer ik wakker word staat er een hertje naast men tent.  Eentje zonder schrik want ze maakt geen aanstalten om weg te gaan.
Ik hobbel en knots verder naar beneden.  Aan de westzijde van het Glacier National Park rij ik de North Fork Road op, een iets belangrijkere gravelweg.  Dit uit zich voornamelijk in een nog erbarmerlijke staat ervan.  Dit is gruwelijk, wasbord, kilometerslang over de hele breedte, stenen ertussen, hier kan je gewoon geen tempo maken.  En dazen, waarschijnlijk ook dat wat me gisteren beet, cirkelen de hele tijd om je heen.

koen-usa 432

De afslag naar het Red Meadow Lake is even beter, maar dan krijg je opnieuw een lange, steile  klim, terug over de Whitefish Divide (geen Great Divide Crossing).  Ik filter af en toe water uit kleine stroompjes om wat verkoeling te hebben.  De temperatuur  stijgt nu al dagen tot ver in de dertig graden.
Opnieuw afgepeigerd kom ik (bijna) boven.  Net voor de top ligt het hele knappe Red Meadow Lake waar ik men tentje opzet.  Er is nog een koppel met de fiets.  Zij zijn uit Poelbridge gekomen vandaag.  Kelly fietst tot het stadje Helena, en Spence fietst de hele Great Divide.

koen-usa 439

koen-usa 440

Dinsdag 08/08/2006: Red Meadow Lake – Whitefish
Nog een kilometertje matig klimmen en we zijn over de top.
Eens daar racen Spence en Kelly zo van me weg.
Dit is dus waar vering het verschil maakt.  Ze rijden beiden op een full-suspencion bike en kunnen bijna volle bak naar beneden.  Ik laveer tegen 8 a 9 km/u tussen elke kei, over het wasbord naar beneden, de rem dichtgeknepen, pijn aan de vingers, … aan alles ….
De klappen die je lichaam en de fiets hier krijgt zijn echt verschrikkelijk en ik vrees dat het slechts een kwestie van tijd is voor de wielen en/of de bagagedragers het hier begeven.  Op vlakkere stukken komen we steeds terug samen maar dan is er toch steeds weer een kuil of een steen die erboven uitsteekt en de klap die erop volgt.

Eens aan het Whitefish meer komen we terug op het asfalt.  Enkele million-dollar houses langs de oevers.
De temperatuur stijgt in de zon tot boven de 40 graden.
Bij het binnenrijden van Whitefish stoppen we net voor de brug om even te bekijken of we hier stoppen of doorrijden tot het verderop gelegen Columbia Falls.  Er stopt een auto en een jonge vrouw stapt uit.  Ze zegt ook net een biketrip gedaan te hebben en zovele mensen hebben haar geholpen; als we willen mogen we bij haar in de tuin kamperen, douchen en de wasmachine gebruiken.  Ze noteert haar adres en weg is ze.  Ze zal de deur voor ons openlaten moest ze nog weggaan.  Wij gaan eerst naar de post.  Spence en Kelly moeten nog naar een bikeshop, ik ga alvast naar Park Avenue om bij die vrouw men tent op te zetten.  Carrie heet ze en ze is nog even thuis en moet dan weer gaan werken.  Ik neem een douche, doe de was, mag haar internet gebruiken, en cola en bier mag ik uit de koelkast nemen.  Spence en Kelly besluiten om door te rijden, want Kelly heeft volgende week een vlucht vanuit het stadje Helena naar huis; anders halen ze dat niet.
Slechte beslissing, want een hevig onweer en ditto storm barst los.  Ik hoop dat ze al op de camping zijn.
Tijdens dit onweer vindt er bij de buren ook een klein familiedrama plaats.
Ik zie een man met een stoel als een gek op een tuinparasol kloppen, hij stampt het driewielertje van de kleine tot op de straat, gooit de rommel die al in de voorhof lag in het rond.  Een beetje later stopt er een pick-up.  Een woedende zottin stapt eruit en schreeuwt naar een kind dat voorin zit dat die moet blijven zitten en de deur op slot moet doen.  Er wordt met deuren geklopt en ik zie de man door de achtertuin naar zen kot lopen.  Misschien gaat ie wel de kettingzaag halen en haar daarmee te lijf.
Het gebeurt niet.  De zottin gaat met een andere kleine onder haar arm naar haar pick-up.  Het kind dat erin zit wil (of kan) de deur niet ontgrendelen.  Meer hysterie en entertainment voor mij.  Beide stormen gaan gelijktijdig liggen.
Ik zet men tent niet meer op, die kan alleen maar kletsnat zijn morgenvroeg. Ik slaap op de zetel, maar zoek nog diep in de nacht naar alternatieven voor deze route.
Wat te doen ?
Enerzijds wil ik ze zo graag rijden, maar …. met een afgescheurde bagagedrager in de middle of nowhere staan, of een dubbel geplooid wiel … ’t is ook niet alles.
Ik geraak er niet uit.
We zien morgen wel weer.

koen-usa 446

Woensdag 09/08/2006: Whitefish – Bigfork
Carrie kwam pas rond middernacht thuis van haar werk wat mij de gelegenheid gaf lang gebruik te maken van haar internetaansluiting (en te weinig te zien van Whitefish).  Carrie fietste de Transamerica Bicycle Trail (4.500 mijl van Astoria – Oregon naar Yorktown – Virginia), een route die ook door Montana, Wyoming en Colorado loopt.  Ik mag haar kaarten gebruiken en heb zo een geasfalteerd alternatief voor mijn route in het geval die echt te zwaar wordt, of ik er gewoon geen zin meer in zou hebben.
Voorlopig zigzag ik echter gewoon verder door de Rockies, off-road over de Continental Divide route, daar was ik tenslotte voor gekomen.
Nog enkele details over deze 4.000 km lange route door vaak extreem afgelegen en droog land.
Per staat doen we de volgende afstanden:
– Montana        : 1.115 km
– Idaho             :    115 km
– Wyoming      :    770 km
– Colorado       :    870 km
– New Mexico : 1.085 km

Het laagste punt op de route is 785 meter, nabij de Canadese grens, het hoogste punt 3.635 meter, de Indiana Pass in Colorado.

De route vandaag is een goede break voor hete ruwe terrein dat achter me ligt.  Over afwisselend geasfalteerde wegen en goede gravelwegen rij ik door de Upper Flathead Valley, door het stadje Columbia Falls richting Swan River naar Bigfork, waar de Swan River in het Flathead Lake stroomt; het grootste meer ten westen van de Mississippi.  Een mens komt wat aan de weet uit al die toeristenboekjes.
Op de camping loop ik Spence en Kelly opnieuw tegen het lijf.   Spence vertelt dat hij een “endurance’ racer is.  Dit zijn 24-uurs races (1 persoon die 24 uur aan een stuk rijdt) over een parcours van bv 15 km.  Hij werd in Canada wereldkampioen in de leeftijdscategorie 40-45 jarigen.  Een ander Koppel, Hap en Diane, beginnen hier de route en zullen tot in Jackson (Wyoming) rijden.

koen-usa 450

koen-usa 449

koen-usa 451

koen-usa 456

Donderdag 10/08/2006: Bigfork – Cedar Creek
Nadat we Bigfork verlaten bevinden we ons al snel weer op een gravel road.  Een tien kilometer lange klim brengt ons naar een pass tussen het Flathead Lake en het Swan Lake.  De tenten zetten we op langs Cedar Creek, een leuk stroompje waarin we onszelf en ook de kleren wassen.
’s Avonds barst er net als gisteren weer een serieus onweer los; storm, bliksem, regen, alles krijgen we over ons heen.

Vrijdag 11/08/2006: Cedar Creek – Clearwater Lake
Een hele dag off-road door de Mission Mountains.  De storm van gisteravond maakt de rit boeiender dan ze zo al is.  Heel wat bomen hebben het begeven en fietsen en baggage moeten er overheen.  Een keer hebben we een hele job om met voetgestamp (bijl of zaag hebben we niet) de nodige takken van de stronk te stampen alvorens we de fietsen er overheen kunnen tillen.
De hele dag spelen we haasje over, ik, Spence, Kelly, Hap en Diane.  Afhankelijk van waar en wanneer wie een break neemt komen we mekaar steeds weer tegen.
We rijden samen de weg naar Holland Lake op.
Een populaire, drukke bestemming zo blijkt.  De camping staat al vol, voornamelijk met grote rv’s met nog luidere generatoren, jetski’s racen over het meer.  Overal plakaatjes die oproepen om de ‘loon’, een sort eend, te beschermen; hem met rust te laten, en niet te benaderen.  Hoe dit rijmt met de overexploitatie van dit, en vele andere meren waar ik deze boodschap zag …..

koen-usa 475

koen-usa 478

koen-usa 485

Indien we hier willen overnachten moeten we op de ‘overflow’camping gaan staan, een klein plaatsje waar ze laatkomers dicht bij mekaar zetten; luid en ongezellig.
Hap en Diane houden het voor bekeken voor vandaag en zetten hun tent op.
Spence, Kelly en ik gaan eerst een pintje drinken in Holland Lake Lodge en beslissen dan wat we gaan doen.
Dat pintje geeft ons verbazend veel energie en we besluiten door te rijden.  De route stijgt onmiddellijk en gaat over in onbruik (door grote rotsblokken afgesloten) dirt-roads, volledig overgroeid met gras.
We overnachten naast het Clearwater Lake, een echte aanrader.
Je moet de fiets en baggage wel een 500-tal meter over een bospaadje naar beneden brengen (en omhoog morgenvroeg 🙂 ) maar het meer is veel mooier dan Holland Lake, we zijn er alleen, kunnen rustig zwemmen en genieten van een mooie zonsondergang en kant-en klare maaltijden.  Gelukkig is er geen weg hierheen of het krioelde ook hier van de toeristen.

koen-usa 499

koen-usa 504

koen-usa 506

koen-usa 505

Zaterdag 12/08/2006: Clearwater Lake – Seeley Lake
We hebben geen keuze.  Vanaf de eerste meter is het klimmen geblazen vandaag.  We moeten over Richmond Peak, een zwaar bejubbelde beklimming onder Great Divide rijders.  De beroemde/ beruchte klim valt aanvankelijk heel goed mee en we vragen ons af waar dit nu allemaal om gaat.  Oke, het is stijl, het is een gravel weg maar de uitzichten maken alles goed.  Het zware stuk begint echter pas een goede kilometer voor de top.  Opnieuw een oude, afgesloten weg waar enkel fietsers en wandelaars overheen kunnen, overgroeid met gras.  Hoe hoger je komt hoe ruwer het wordt.  De route, single track ondertussen, is overgroeid met kleine denneboompjes, stukken rots die van hogerop naar beneden gegleden zijn in steenlawines en zelfs een heel stuk dat waarschijnlijk tijdens een zondvloed weggeslagen is.  Een small richeltje van 25 cm is al wat er overblijft om jou en je fiets langs die afgrond te leiden.  Verschillende keren moeten we afstappen en zijn er vier handen nodig om de fiets en baggage over grote rotsblokken en over of onder omgewaaide bomen te tillen.
Tijdens de afdaling blijf ik met de rechtervoortas achter een afgeknapt stronkje van een denneboomn hangen.  Enkele seconden vlieg ik door de lucht om dan met een harde smak op men linkerschouder en –knie te belanden.  Ik kijk recht de afgrond in.  Even ben ik groggy en probeer dan men knie te bewegen.  Heel pijnlijk maar dat lukt.  Ook met de schouder blijkt alles in orde te zijn.  Ik had even schrik voor dat sleutelbeen omdat dat toch alles opgevangen had.  Ik kuis het bloed boven- en onderaan wat af en hobbel, een stuk trager nu, verder naar beneden tot bij Spence en Kelly die op me wachten.
Toch een geruststelling dat je hier niet helemaal alleen bent als zoiets gebeurt.  Hoewel, met een ambulance geraken ze hier niet; als het ernstig is, is een helicopter de enige mogelijkheid om je hier weg te halen.
We dalen verder af tot aan Seeley Lake, over niets anders dan wasbord wegen.  Net dat kon ik missen met die zwaar gehavende knie en schouder.

koen-usa 510

koen-usa 515

koen-usa 516

Zondag 13/08/2006: Seeley Lake – Coopers Lake
Diane, die later gisteravond in Seeley Lake aangekomen was met Hap is verpleegster en heeft gelukkig wat Biofreeze bij zich om op de wonden te smeren.  Ze adviseert een rustdag en een bezoekje aan het medisch centrum hier in Seeley Lake als ze men gezwollen knie ziet.  Daar heb ik echter niet veel zin in, en dan zou ik de tent terug moeten opzetten.  Zoals een pintje bier de ochtend na een zware avond de beste remedie is, zo is fietsen na een valpartij misschien ook geen slecht idee.
Ik heb het echter serieus zwaar de eerste vijftien kilometer.  Meer wasbordwegen die aanvoelen alsof er elke seconde iemand met een hamer een serieuze tik op je schouder geeft.  Een schouder die blauw/zwart uitgeslagen is.
Eens we over de top van de klim van vandaag zijn begint het te beteren.
We maken een klein ommetje door het dorpje Ovando dat uitgestorven is op zondag.  Je mag kamperen achter het museum en er is ook een kroeg (gesloten op zondag), dus een aanrader als overnachtingsplaats.  Wij rijden nog een stukje verder tot aan Coopers Lake.  Wasbord, wasbord en nog eens wasbord, verdekke toch.
Het water in Coopers Lake (nog een redelijke klim om er te geraken) was koud, maar een mens moet zich wassen na een zware dag.

koen-usa 523

koen-usa 526

koen-usa 527

Maandag 14/08/2006:  Coopers Lake – Little Pricky Pear Creek
Na enkele kilometer afdalen beginnen we aan de grote klim van de dag (dat dachten we alvast, het ergste kwam veel later op de dag).  Een dikke tien kilometer klimmen we naar de top van Huckleberrie Peak, waarna we afdalen naar het plaatsje Lincoln.  Dit was de thuishaven van de “Unabomber”, Ted Kaczynski.
We zien grote rookpluimen van bosbranden achter ons, in de bergen waar we net vandaan komen.
We doen wat inkopen in Lincoln en rijden rond vier uur het stadje uit, klaar om de eerste continental divide crossing in de ‘Lower 48’ te maken over Stemple Pass.  Er zijn twee routes, de ene als hoodfroute gemarkeerd op de kaart, en omschreven als ‘fascinating’, en een alternatief, ook over een gravelweg.
‘Fascinating’ lijkt ons wel wat.
We volgen Poorman Road, die al gauw begint te stijgen tot 16 %.  Door een dicht bos moeten we een viertal keer een stroompje doorwaden/rijden en dan arriveren we aan wat ik veronderstel dat het fascinerende deel zou moeten zijn.  Grote stukken rots, losse keien een vuist groot erbovenop en een stijginspercentage tussen de 18 en 20 procent.  Ik geraak ver op de fiets tot ik aan die bocht kom en denk er te zijn en ……. dat voetje aan de grond gaat.  Je kan niet herstarten hier, te stijl, teveel losse stenen en bovenal, afgesneden benen en een hart dat je borstkas uitbonst.  Steendood ga ik aan de kant zitten.  Spence en Kelly komen me al gauw gezelschap houden.  Maar we moeten verder, hier kunnen we niet blijven, geen water, geen vlak stukje om een tent op te zetten.
De fietsen duwen is het enige wat we kunnen.
Dit zou een uitdagend stukje mountainbiken zijn indien je enkel die mountainbike onder je had.  Met een beladen fiets van om en bij de 55 a 60 kg is het een hel.
De Great Divide route sloeg al alles wat ik hiervoor gefietst had, maar dit is touringbiking in een andere dimensie.
Of misschien valt dit niet meer onder de noemer touring biking.  Dit is mountain biking, wat we hier doen, de route over Richmond Peak, de Whitefish Divide, etc; zet het idee dat de great divide route gewoon toeren over gravel weggetjes is maar uit je hoofd.
Dit is afzien elke dag, en elke dag meer zo lijkt het.
En als fietsen niet meer gaat moet je duwen.  Duwen …. duwen is nog zwaarder als fietsen, iets wat ik de dag erop aan den lijve zou ondervinden aan schouders en ribben.
We wilden graag tot aan Deadmen Creek fietsen vandaag maar houden het enkele mijlen eerder voor bekeken en slaan ons tentje op in een weide aan Little Pricky Pear Creek.

koen-usa 531

koen-usa 535

koen-usa 496

Dinsdag 15/08/2006: Little Pricky Pear Creek – Helena
Kelly en Spence rijden tot aan Deadmen Creek en doen het voor de rest van de dag rustig aan daar, want Kelly vliegt overmorgen vanuit Helena huiswaarts (ergens in Milwaukee).  Ik rij door tot Helena en wil daar graag een rustdagje nemen.  De klim naar de volgende divide crossing is op sommige plaatsen opnieuw vreselijk steil, en voor de eerste keer blijken de mileages niet te kloppen met wat ik op mijn fietscomputertje zie.  Ik rij over de pass, eentje zonder naam denk ik.  Ik hang wat rond bovenop de pass, in twijfel of ik daar rechtsaf moet of een kleine 500 meter terug.  Beide situaties kunnen kloppen met de route-omschrijving.  Wat een mooie omgeving is dit hier.  Volledig kale bergen, ros gras, een stevige wind, kortom iets dat aanvoelt als een bergpass.
Plots hoor ik schoten in de vallei onder me.
Jagers denk ik.  En ik vraag me af of ik niet wat meer opvallende kledij moet beginnen dragen in plaats van dat donkerblauwe t-shirtje dat ik nu aanheb.
Ik heb geluk.  Een witte pick-up truck komt dit weinig gebruikte weggetje opgereden.  Op de deuren een logo van de State of Montana.  De man blijkt verantwoordelijk te zijn voor het innen van property taxes in deze regio.  Vele mensen zetten kleine huisjes, cabins weg, en geven deze niet aan.  Hij rijdt enkele dagen per week rond, gewapend met stafkaarten van de region, op zoek naar illegale huisjes, of naar mensen die het niet aangeven.  Zelfs met behulp van zijn kaarten is het moeilijk uitsluitsel te vinden welk weggetje nu juist naar Priest Pass leidt.  Hij raadt me sterk af dit te doen.  Hij heeft over zen radio het bericht gekregen de vallei te verlaten omdat er schietpartijen aan de gang zijn.  “There are some serious mad men down there and you certainly don’t want to be there”.  Ik denk eerst dat het wel zo erg niet zal zijn, maar het schieten gaat door, dus ik neem zijn advies maar voor lief en volg de route die hij adviseert via Marysville.  Brian blijkt de man te heten, en het enige probleem is dat hij niet goed het verschil tussen links en recht kent.  Gelukkig beseft hij dat zelf ook.
Nadat hij drie keer probeerde een plannetje te tekenen hoe ik in Helena kon geraken geeft hij het op, vertelt me alvast aan de afdaling te beginnen, hij moet nog ‘ergens’ heen daarboven en op zijn weg naar huis zal hij me oppikken. Hij biedt me aan men tent bij hem in de tuin op te zetten, in East-Helena, als ik van zijn dochters afblijf.
Brian houdt zen woord en pikt me op.
Telkens we een andere auto passeren moet ik me bukken, want hij rijdt met een truck van de overheid en het is niet toegelaten anderen mee te nemen.  ‘If they catch me they fire me’, zegt ie.
Ach, zeg ze gewoon dat je me van de straat geplukt heb nadat ik gevallen ben, dat ik gewond ben en men wiel gebroken is, dan zal het wel mogen vertel ik hem.
We zetten eerst de fiets en baggage bij hem thuis af, daarna brengt hij me naar de supermarkt en gaat hij van auto wisselen op zen werk.
Ik eet ‘s avonds met de familie, Brian, zen vrouw Mary en de twee dochters, Jess en Shannon.  Ze vormen de typische Amerikaanse familie vertellen ze me, man, vrouw en 2,5 kids.  Die halve is hun zoon Kevin die momenteel in Nieuw-Zeeland is.  Kevin is geboren zonder benen maar doet de meest ongelooflijk dingen; bergbeklimmen, skien, surfen en binnenkort op een skateboard door Europa.  Ze kunnen lachen met de hele situatie.
We drinken nog enkele pintjes en ik hoef men tent niet op te zetten en mag in Kevin’s kamer slapen
Kevin Connolly (of Connelly ???), er zal wel iets te vinden zijn van hem als je googlelt.
De twee dochters zijn zestien en achttien en beide grote basketball talenten.  De oudste heeft zo zelfs een beurs verdient aan een universiteit, en de jongere Shannon zal waarschijnlijk hetzelfde kunnen doen.
De hond Grizz maakt de familie compleet.
Door al dat geschiet mis ik wel een van de makkelijkere divide crossings, maar ontmoet ik toch weer toffe mensen.

koen-usa 511

Woensdag 16/08/2006: Helena
Een rustdagje in de hoofdstad van Montana, zoals de meeste stadjes hier ontstaan tijdens de goldrush eind negentiende eeuw.  Een klein stadje dat Brian me in de namiddag laat zien.  Hij heeft speciaal een halve dag vakantie genomen.  Ze hebben een kathedraal gebouwd door Kroaten, voorouders van zen vrouw Marry (Brian is van Ierse afkomst), the Capitol, een goed gevuld museum en een nieuwe Irish pub J.
Brian vertelt me dat ik twee keer geluk had gisteren.  Ik kon in die schietpartij terechtgekomen zijn, en blijkt dat er ook nog een serieuze bosbrand tussen Mullan en Priest Pass uitgebroken is.
In de fietsenwinkel koop ik een nieuw slot, het vorige hangt nog rond een boom aan Clearwater Lake denk ik.  Als je het vindt, de code is 0408, kan je ‘t nog gebruiken.
Ik blijf weer eten bij Brian thuis.  Het is er een opwinding van jewelste want vrijdag verlaat Jess het huis.  Ze trekt dan in in een dorm in de university.  Ze wil tientallen dozen vol kleren meenemen, die ze daar nooit kwijt kan.

koen-usa 253

Donderdag 17/08/2006: Helena – Hoodoo Creek
Ik spreek met Spence af net buiten de stad.  We rijden Helena uit over Grizzly Gulch en klimmen naar Park Lake, de aanbevolen overnachtingsplaats.  Spence wil ook nog wel even doorgaan.  Denk twee keer naar als je dit ook wil doen, want het stuk na Park Lake is opnieuw gruwelijk zwaar.  Extreem steil klimmen we over iets wat ja ….. een mountainbike pad is.  Single track, losse stenen, boomwortels en stijgingspercentages tot 25%.  Extreem zwaar is dit.  Bergaf gaat het tot -31% ….. Ik bevind me dus weer vaker naast dan op de fiets.  Waar ben ik mee bezig ???
Ik kan ook aan het strand liggen als ik wil.
Maar ik duw een zwaar beladen fiets over de meest onmogelijke paadjes over Lava Mountain.  Vaak is het zo steil dat ik nog maar amper de fiets over de wortels geduwd krijg.  De steile stukken naar beneden kan je amper de fiets houden.
In de route omschrijving moet je rechtsaf waar Forest Road ‘W’ links gaat.  Wij lazen dit verkeerd en klimmen nog 2,5 mijl verder.
Ik raad iedereen aan dezelfde fout te maken.  Een echt schitterende zandweg, aanvankelijk steil maar het betert, die je over kale toppen naar een uitzichtpunt brengt waar je het gevoel hebt dat je over de hele wereld uitkijkt.
We rijden terug en het is al donker wanneer we de tent naast Hoodoo Creek opzetten.
We vullen de 10.000 calorieën die we vandaag verbruikt hebben aan met een armzalige kant-en-klaar spaghetti maaltijdje.

koen-usa 632

koen-usa 638

koen-usa 640

koen-usa 644

koen-usa 647

koen-usa 648

Vrijdag 18/08/2006:  Hoodoo Creek – Butte
We hebben heel wat geklommen gisteren, dus verdienen we het om de eerste mijlen af te dalen.  We passeren oude mijn sites zoals de Hattie Ferguson mijn en de Morning Glory mijn.  Vandaag moeten we over het enige stukje Interstate op deze route (geen alternatief) waar we ook een volgende divide crossing maken over de Elk Park Pass alvorens Butte (spreek uit ‘Bjoet’, niet ….. je weet wel) binnen te rijden.
Butte is een klein stadje, maar na Helena de grootste stad op de hele route.
Hebben we dat alvast achter de rug.
Bij het binnenrijden passeren we een fietsenwinkel ‘The Outdoorman’.
Ik trakteer mezelf op een paar nieuwe sokken en geraak aan de praat met een van de verkopers en een klant over de Tour de France.  Al gauw werd hen duidelijk dat hier iemand met verstand van zaken binnen gewandeld was en dus werd de patron erbij geroepen; Rob.
Rob is de broer van Levi.
Levi Leipheimer is geboren en getogen in Butte.
Om zes uur doet Rob de deur op slot, maar wij blijven nog een hele tijd verder sjouwelen.
Plots stoppen Hap en Diane voor de deur.  Anderen klanten had Rob al wandelen gestuurd na sluitingstijd, maar nu ging de deur terug open.  Hap had een gebroken velg en ze hebben de route verlaten voor een nieuwe, en sluiten hier weer bij ons aan.
Ik geef Rob nog enkele tips voor Levi, zodat ie volgend jaar eens top vijf kan rijden, en we gaan akkoord dat dit jaar Klöden moest winnen, maar alleen maar omdat de allerbeste, Vinokourov niet mee mocht doen.
Voor we naar de camping gaan doen we inkopen in de locale supermarkt.
Ik koop een stokbrood, verschillende kazen en een fles wijn.
‘t Was dit of Mac Donalds.
Op de camping geraak ik aan de praat met een van de buren.
Aan de nummerplaat van zen mobilhome zie ik dat hij uit California komt.
Het blijkt echter een Duitser te zijn die hier al een kleine veertig jaar woont.  Hij was hierheen gekomen nadat hij van zen eerste vrouw in Duitsland af was en aan een tweede Amerikaanse vrouw blijven hangen.
Nu was ie met een Mexicaanse getrouwd, en daar was hij best tevreden over.
Hij geeft me nog een flesje Californisch wijn.  Zo werd het nog een plezante avond met dat six-pack bruin bier dat Spence gekocht had.

koen-usa - 2 - 002

koen-usa - 2 - 003

koen-usa - 2 - 004

Zaterdag 19/08/2006: Butte – Wise River
We springen nog snel even de supermarket binnen voor we Butte verlaten.   De komende dagen zullen we niet al teveel winkels tegenkomen.  Met drie broden, drie potten Nutella en nog wat meer rijden we Butte uit.
De klim naar de volgende, naamloze continental divide crossing is opnieuw niet voor poeskes, maar aanvaardbaar in vergelijking met wat achter ons ligt.  Volgens Rob Leipheimer ligt het zwaarste achter ons.  We zullen zien.
We dalen af richting Interstate 15, opnieuw door indrukwekkende, verlaten valleien.
Juist voor een van de cattle guards staat een van de pick up trucks die ons reeds passeerde stil.  Een andere pick up truck aan de andere kant.  Is dit een staaltje van Montana’s onverzettelijkheid en wil niemand wijken ?
We passeren en er staan twee zware politiewagens achter de pick up truck die onze richting uitkwam.  Twee ‘officers’ staan met getrokken wapens naast de truck, een andere wandelt die kant op, wij rijden maar verder.
Spence voert het tempo op en ….. crasht.
Hijzelf is op enkele schrammen op de arm na oke, maar de derailleur zit in zen achterwiel.
Die ene truck is blijkbaar om de commotie heen geraakt, en stopt.  Enkele minuten later stopt er nog eentje en weer wat later nog twee.  Zo staan er vier pick up trucks op deze gravel weg achter ons, niemand wordt nerveus, allen willen ze helpen.  In eentje zit een vrouw die wat zalfjes heeft, in de andere een man met een Engelse sleutel die we nodig hebben en mogen houden, in een derde hebben ze koud water teveel; iedereen helpt, is geduldig en geïnteresseerd in wat we doen.  Er komen nog twee politiewagens de berg op waar wel plaats voor gemaakt dient te worden.
Ook de pers komt en vraagt wat we gezien hebben.  De locals vertellen ons dat deze area is opgekocht door een rijke vent uit Florida, en deze weg loopt over zijn land.  Hij had de week ervoor afsluitingen geplaatst en wilde niet dat iemand nog gebruik maakte van de weg.  Deze ochtend vroeg had de politie de afsluitingen weg gehaald want deze was volgens hen onwettig; de weg werd reeds sinds 1914 door iedereen gebruikt.  Normaal is er niet zoveel verkeer op deze weg, maar de locals wisten dat de weg deze ochtend vrijgemaakt zou worden en waren de bergen ingereden om hout te sprokkelen.  De man uit Florida had op zijn beurt zijn foreman opdracht gegeven te patrouilleren en iedereen van ‘zijn’ land te verjagen.  Dit was de hele ochtend aan de gang geweest en enkelen hadden klacht ingediend bij de politie, die de man nu kwamen arresteren.  We hadden blijkbaar veel geluk want de hele ochtend had de man mensen terug gestuurd, dan hadden wij dat hele stuk, terug die pass over tot in Butte moeten rijden.  De weg was letterlijk seconden terug open toen wij er aankwamen.
We zien de foreman afgevoerd worden in een van de politiewagens, de andere politiemannen komen nog even een praatje maken.
Ik rij verder langs Highway 43 naar het dorpje Wise River waar de gelijknamige rivier in de Big Hole rivier vloeit.  Dit is een centrum voor vliegvissers.

koen-usa - 2 - 016

koen-usa - 2 - 020

koen-usa - 2 - 023

koen-usa - 2 - 028

koen-usa - 2 - 029

koen-usa - 2 - 030

koen-usa - 2 - 033

koen-usa - 2 - 035

koen-usa - 2 - 037

Zondag 20/08/2006:  Wise River – Elkhorn Hot Springs
Ik drink een koffietje in de Wise River Club voor ik vertrek.  Die arrestatie van gisteren is voorpagina nieuws in de Montana Standard.  Die vent die iedereen terugstuurde bleek gewapend te zijn.  Al goed dat ze hem opgepakt hadden want ik had waarschijnlijk weer men grote mond niet gehouden moest ie ons tegengehouden hebben.
Vandaag rij ik over voornamelijk verharde wegen langs de Pioneer Mountains over de National Scenic Byway.  Een van de mooiste stukjes op de route tot nu toe.  Dit is het trainingsterrein van Levi Leipheimer.
Na een leuke klim kom je in een ronduit schitterende valley en daal je een beetje af tot aan de Elkhorn Hot Springs.  We nemen allen een heet bad, en even de sauna in in Elkhorn Hot Springs.
Men schouder ziet er nu geel uit, ik veronderstel dat dat betekent dat alles in orde aan het komen is.
Ook hier hebben we weer veel geluk, want ze werken aan de weg, en je mag er met de fiets niet door, behalve op zondag.

koen-usa - 2 - 038

koen-usa - 2 - 041

koen-usa - 2 - 044

koen-usa - 2 - 052

koen-usa - 2 - 053

Maandag 21/08/2006:  Elkhorn Hot Springs – Medicine Lodge Creek river crossing
Ik blijf in een adembenemende omgeving fietsen.  We passeren Bannack, de eerste hoofdstad van de staat Montana, nu een spookstadje dat voor de toeristen in ere gehouden wordt.  Na Bannack volgt een zware wasbord sectie en een beetje verder draai ik de ‘Medecine Lodge Big Sheep Creek Backcountry Byway’ op, een weg die dateert uit 1862.
Enkele antilopen springen vlak voor ons de weg over.
Later op de avond zien we nog een coyote.

Volgens de kaart zouden we verscheidene creeks moeten passeren waaruit we water zouden kunnen filteren maar alles is hier kurkdroog.  Wanneer we de Medicine Lodge Creek oversteken besluiten we niet verder te rijden tot aan Schwarz Creek omdat we vrezen dat deze ook droog zal staan.  Langs de Medicine Lodge Creek graast heel wat vee, niet ideal dus om als waterbron te gebruiken (uitwerpselen), maar bij gebrek aan alternatieven…
We kamperen op een stukje gras in de bocht van de weg.  Er passeren die avond nog twee pick up trucks, dan is het stil.
Juist voor het donker wordt zien we iets bewegen een vijftigtal meter verderop, iets in zwart en wit.  Twee skunks, stinkdieren.  Die wil je niet bij je tent hebben.  Eten ver weg dus en alles goed opkuisen.  En yakee, die zitten ook bij die rivier waar wij uit drinken.

koen-usa 549

koen-usa 550

koen-usa 551

koen-usa 553

koen-usa 556

koen-usa 560

koen-usa 565

koen-usa 566

koen-usa 577

Dinsdag 22/08/2006: Medicine Lodge Creek river crossing – Lima
We filteren zoveel water als we kunnen voor we vertrekken.  De nachten zijn nog steeds koud; de temperatuur zakt steeds tot juist boven het vriespunt, maar overdag is het bloedheet, tot ver in de dertig graden en in dit ruwe landschap staat er niet één boom die je wat schaduw geeft.
Afzien en drinken dus.
De klim naar Medicine Lodge Peak onderschatten we schromelijk.
Op de top vraag ik Spence of hij ook elke dag aan opgeven denkt.
Blijkbaar niet.
In de afdaling komen we beiden bijna zonder water te zitten.  We bevinden ons in een unieke omgeving, een plaats die zo de top 10 van meest indrukwekkende plaatsen die ik gezien heb binnendringt.  Hier is niets of niemand.  Het enige teken van beschaving is de primitieve weg waarop we rijden.  En een oude vervallen houten cowboy hut.  Ooit moet iemand geprobeerd hebben hier zen kost te verdienen.  Nu is het dak eraf, en vind je binnenin enkel vogelstront.
Ons biedt het een klein metertje schaduw, een kleine pauze uit die brandende zon loodrecht boven ons.
Een beetje verderop stroomt er wat water de berg af.  Amper anderhalve centimeter diep, tien centimeter breed, maar genoeg om uit te filteren en ons van drinkwater te voorzien.
Genieten en afzien is het in dit landschap.  Ik beeld me in dat Mongolië er zo ongeveer moet uitzien.  Moest ik niet weten dat er achter die bergen een dorpje is, wat eten, een riviertje om meer water uit te filteren, ik zou bang zijn om hier te zijn.  Hoe ver zou deze droogte verder gaan ?

Unieke omgeving.  Het vraagt wat van je om hier te geraken, maar de belonging is er.
Geen bussen, geen rv’s, geen andere toeristen, geen backpackers, enkel een paar dwaze fietsers en zowaar enkele koeien helemaal aan het andere uiteinde van de valley.
(Over)leven is hier mogelijk.

koen-usa 585

koen-usa 586

koen-usa 587

koen-usa 589

koen-usa 594

Woensdag 23/08/2006: Lima
Het motel waarnaast ik logeer trekt op niet veel, de highway passeert op vijftig meter van men tent, de oprit ertussen, de spoorweg aan de andere kant, maar de uitbaters zijn vriendelijk, en ik moet deze website een beetje bijwerken.
In de loop van de dag komt er een dikke rook over het stadje heen. Er zou een serieuze bosbrand uitgebroken zijn iets ten noorden van waar ik nu ben.
Ik wil naar het Esso naftstation fietsen aan de overkant van de straat maar ik heb verdekke platte band achteraan, pfffff.
Dan maar te voet.
Hap en Diane zijn een dagje achterop en zullen vandaag aankomen.
Ik herinner me hoe Hap apetrots vertelde dat hij zijn eigen wiel gespaakt had. Ik kan misschien een beetje de kluns uithangen wanneer het op het vervangen van die band aankomt. Ik denk dat Hap het niet zal kunnen laten me een handje te helpen..
Ik besluit de fiets daar even te laten staan en het te proberen.

koen-usa 599

Donderdag 24/08/2006: Lima – Upper Red Rock Lake
Die bosbrand wakkert maar aan. Wat is dat toch, overal waar ik voorbij komt breken bosbranden uit. Misschien moet ik toch die remblokjes eens nakijken of die niet slepen en vonken achterlaten.
Spence is gisteren verder gereden, hij kan geen tijd verliezen want moet begin oktober terug aan het werk. Ik rij verder met Hap en Diane. Hap heeft gisteravond men band nog gerepareerd. We zien de hele dag niets. Door de rook is het zicht beperkt tot een vijftigtal meter, en pakt op de adem.
Het enige wat ik zie, en voel, is de w-w-w-wasbordweg.
We rijden voorbij het immense Lima reservoir, waar heel wat vogels opzitten; soorten die ik nooit eerder gezien heb.
In de namiddag rij ik opnieuw lek. We proberen eerst even bij te pompen en misschien zo de avond te halen, maar nog geen vijf minuten later sta ik terug plat. Bagage afladen en binnenband vervangen dus, in het stof, in de hitte. Toch blijft het plezant.
We rijden langs de Red Rock Lakes en kamperen aan een schitterende U.S Forest Service campground, waar zelfs een bronnetje met fris water is.
Er staat een ander tentje, van een meisje dat daar al een paar jaar in de zomer verblijft en onderzoek doet naar knaagdieren.
‘s Avonds zie ik dat bij een van de achtertassen de bevestiging tussen de tas en het systeem waarmee de tassen aan de fiets hangen is afgescheurd. Ik kan het repareren.

koen-usa 606

Vrijdag 25/08/2006: Upper Red Rock Lake – Big Springs
‘s Ochtends zet een vrouw een andere fietser af. Het is Paul, een zesenvijftigjarige timmerman uit Missoula – Montana. Hij rijdt elk jaar een stukje van de Great Divide Route, een week à tien dagen.
Voor we vertrekken plak ik de binnenband die het gisteren begaf. Ik denk dat Hap zen zelfklevende rustinneke niet goed werkte, het zag helemaal wit, waarschijnlijk van de ontsnapte lucht. Ik plak er een ander over uit dat groene doosje, waar ge nog col op moet smeren.
Eens onderweg hebben we een schitterend uitzicht op de Centennial Mountains en passeren we Hell Roaring Creek, de verste bron van de Missouri rivier.
Eens we over Red Rock Pass zijn (opnieuw een continental divide crossing) bevinden we ons in de staat Idaho.
In de late namiddag kopen we in een klein benzinestationnetje eten voor de komende dagen. Nutella vind ik al enige tijd nergens meer, en alternatieven zijn …. schaars als je geen peanutbutter eet.
Ik bevind me nu vlak bij de westelijke grens van Yellowstone National Park, het eerste nationale park ter wereld en één van de drie plaatsen in de wereld waar je geisers kan zien. Ik zag ze al in nieuw-Zeeland, zal ze nog zien in Ijsland en ….. besluit deze over te slaan. Het is een top-top toeristische attractie hier, met drukke wegen erheen, dus niet echt plezant op de fiets.
Ik maak ‘s avonds spagetti voor iedereen, en bij gebrek aan douches de voorbije dagen hang ik opnieuw de waterzak in een boom, en behelp me zo.

koen-usa 609

koen-usa 613

koen-usa 614

koen-usa 616

Zaterdag 26/08/2006: Big Springs – Warm River
Vandaag rijden we door de oude spoorwegbedding van de Union Pacific Spur Line. Zwaar, met heel veel wasbord en/of gemalen vulkaangesteente.
In de namiddag wordt de lucht ten oosten van ons dreigend en pikzwart, maar gelukkig krijgen we maar een normale regenbui over ons heen. Op de camping zijn nog twee fietsers, op een tandem, een Japans koppel, Eiji en Chizu.  Ik blijf nog tot laat in de avond met hen praten en wanneer ik naar men tent terugkeer moet ik een stinkdier wegjagen dat bijna in die van Paul gekropen is.

koen-usa 654

koen-usa 655

koen-usa 658

koen-usa 661

Naar Part 2 – Wyoming & Colorado

 

Advertisements