IJsland – Faröer – Noorwegen: Juni – juli 2007

Enkele cijfertjes en weetjes over Ijsland:
– Bevolking: +/- 300.000 mensen, waarvan meer dan de helft in de hoofdstad Reykjavik woont.
– Totale oppervlakte: 103.000 km2 (ongeveer drie maal zo groot als België).
– Totale oppervalkte aan meren: 2. 2.757 km2
– Totale oppervlakte aan gletsjers: 11.922 km2 (!)(tvg, de totale oppervlakte van België bedraagt 32.547 km2).
– Grootste gletsjer: Vatnajokull (8.300 km2). Hiermee is deze ene gletsjer groter dan alle andere gletsjers van Europa samen.
– Hoogste berg: Hvannadalshnjukur (2.119 meter)
– Grootste meer Porisvatn (85 km2)
– Diepste meer: Oskjuvatnv(220 meter).
– Langste rivier: Pjorsa (230 km)
– Hoogste waterval: Glymur (190 meter)
Abortus is toegelaten in IJsland sinds 28 januari 1935 (!)
In het jaar 930 (ik ben geen cijfer vergeten) wordt in Thingvellir het Althing ingesteld – tegenwoordig ‘s werelds oudste democratisch gekozen parlement.
Er is een avondklok voor de jeugd.
In IJsland wordt het tijdstip waarop jongeren (zonder begeleiding van een volwassene) zich niet meer op straat mogen bevinden wettelijk geregeld .
Van 1 september tot 1 mei moet de jeugd tot 12 jaar voor 20.00 uur binnen zijn.
‘s Zomers zijn de regels wat milder en is dit 22.00 uur. Kinderen tussen 13-16 mogen ‘s winters tot 22.00 uur en ‘s zomers tot 24.00 buiten zijn.
Er is een uitzondering, namelijk als het kind thuiskomt van school of van een officieel erkend evenement.
Sinds 1994 is deze regel van kracht en dient om hen te weerhouden om ‘s avonds doelloos op straat rond te hangen.
Aan het begin van de winter krijgen alle huishoudens met kinderen in deze leeftijdsgroep per post een herinnering aan deze regels. Televisiespotjes worden een week lang getoond en op de bussen staat hetzelfde bericht: “gehoorzaam het uitgaansverbod (obey the curfew)”.

Vegagerdin: Site over opening van de wegen en hoeveel verker er passeert sinds middernacht.

Maandag 11 juni 2007: Bergen – Thorshavn (Faroer-Eilanden)
Gisteravond maakten we een korte tussenstop op de Shetland Eilanden,  Hele mooie kliffen en groene heuvels die uit de zee oprijzen.
De nacht was shit aan boord.  Ik heb een couchette die ik deel met acht anderen (drie bedden van drie hoog).  Na een minuut of vier ben ik gaan vluchten.  Twee venten lagen te snurken, het stonk er, pffffff.
Aan dek was het heel koud dus ben ik binnen aan een tafeltje gaan zitten.  Heb naar de F1 in Canada kunnen kijken en voor de rest naar wat zatte Engelsen en Scandinaven.  Wat heb ik een hekel aan zatte mensen.
Vanavond haal ik men slaapzak en Therm-A-restje van de fiets en ga ik bij een paar andere slimmerikken aan dek liggen.

S6003923

S6003937

S6003942

Om zes uur kwamen we aan op de Faröer Eilanden. ‘k Was juist in slaap gevallen natuurlijk.  Ook hier is het weer prachtig weer.  Vandaag beperk ik me tot een beetje rondwandelen in ‘s werelds kleinste hoofdstad Thorshavn (18.000 mensen in het ‘grootstedelijk gebied’).
In juli ben ik hier terug voor een dag of drie en dan kan ik ook wat rondfietsen hier.
Voor meer info over de eilanden: http://www.faroeislands.com/.
Wandelend door de nauwe straatjes van Thorshavn zie ik een dikke neger op een bankje zitten.  Hoe komt zo een neger hier toch terecht vraag ik me dan af.  Zou die in zen thuisland een kaart van Europa zitten bestuderen en bij zichzelf zeggen ”Ja, de Faröer, dat lijkt me wel iets voor een dikke neger als ik.” ?
Ik wandel verder naar een speciale kerk met hoog puntdak.  Voor de kerk staat een standbeeld.  Eerst dacht ik van Jezuke, maar toen zag ik dat hij een zwaard aan zen broek had hangen.  Ik kan me niet herinneren dat Jezus een zwaard had.  Misschien wel hier op de Faröer.  Wie zal het ons ook weer allemaal komen vertellen ?  Al die indrukken, een mens wordt er niet goed van.

Ik kan het beeld van die dikke neger maar niet uit men gedachten bannen.  Misschien is hij wel een belangrijke business-man en importeert hij Faroerse vis in Botswana of zo.  Hij was wel echt heel dik.
Ik ga eerst even naar de vuurtoren wandelen en dan terug naar de boot en een zwemmeke doen.  Dat zwembad ligt op het onderste verdiep en men medepassagiers hebben dat nog niet ontdekt.  Of ze hebben hun zwembroek vergeten dat is ook een mogelijkheid natuurlijk.
Zou de gemiddelde IJslandtoerist zen zwembroek meenemen op vakantie ?
Ze zouden dom zijn als ze ’t niet deden.  Ik heb gelezen dat er in IJsland heel veel fijne zwembaden zijn.
Aan boord is er ook een sauna, maar die heb ik gisteren na vijf minuten verlaten.  Het was daar verdekke even warm als toen ik die bergen in Vietnam op fietste.
Er lopen hier ook heel veel zwangere vrouwen rond in Thorshavn.  Als die dikke neger daar maar niets mee te maken heeft.  Ik zie de bui al hangen hier.  Die negers kunnen vaak wel goed sjotten en zo  kan zelfs de Faröer een te duchten tegenstander worden voor de Rode Duivels binnen een jaar of twintig.  De gevolgen zijn vaak niet te overzien.
Vanavond om 17 uur vertrekt de boot richting IJsland waar we morgen, dinsdag rond 9 uur aankomen.

S6003960

S6003965

S6003967

S6003974

S6003979

S6003983

Dinsdag 12 juni 2007: Seyðisfjörður – Egilstaðir
Reeds rond 5 uur sta ik aan dek, en zie IJsland in de verte opdoemen.  Wolken en daartussen besneeuwde bergen.  We varen de Seyðisfjörður (fjord) in tot aan de gelijknamige stad Seyðisfjörður.  Aankomst boot rond 7 uur.

S6004013

Ik bezoek eerst samen met Clemens, een andere fietstoerist, de Tourist Information.  We blijven nog even een praatje maken met een Poolse motorrijder die voor 30 uur op het eiland is…
In de late voormiddag beginnen we aan de klim die ons over een pasje van 600 meter naar de volgende stad brengt.  600 meter, startend vanop zeeniveau natuurlijk.  Het weer is  mooi, maar het is koud;  ‘t Is ook IJsland natuurlijk.  In men fietstassen drie grote potten Nugatti, de Noorse chocogigant.  Een mens kan maar beter op veilig spelen, ik weet niet hoe het met de verdeling van choco zit aan deze kant van het eiland.
Overal langs de weg grote en kleine watervallen.  Halverwege de klim een afslag naar rechts en een slecht gravelwegje vol los keien, klein en groot, putten.  De burgemeester van Seyðisfjörður staat daar juist en raadt ons aan de weg een stukje te volgen voor mooie uitzichten op zijn stad (the best you will ever see in Iceland …).  ‘En dat op dag één, laat ons hopen van niet’, denk ik bij mezelf.

We volgen de man zen advies.  Wie ben ik om tegen de goede raad van de burgemeester in te gaan ?
“Echt geen zware tocht”, verzekerde hij ons nog, stapte in zen 4×4 en  reed huiswaarts.  Al gauw passeren we plaatsjes waar het best goed wildkamperen zou zijn.  Onthouden voor binnen een paar weken, dan moet ik immers opnieuw dit stukje doen om de boot terug te nemen.  Al gauw fietsen we tussen de sneeuw, maar de beloofde uitzichten laten op zich wachten.  Ondertussen zijn we over dit erbarmelijke weggetje al tot op 500 meter geklommen en nog steeds is het einde niet in zicht.  Die burgemeester heeft hier nog nooit met zen velooke gereden denk ik; niet zwaar, tsss….
We stoppen aan een riviertje en eten wat Snickers alvorens rechtsomkeer te maken, terug naar de hoofdweg beneden ons.  We halen Dieter in.  Dieter is een Duitser van begin zestig die ook op de boot zat.  Hij komt voor het tweede opeenvolgende jaar fietsen in IJsland, kent de klim en zegt het rustig aan te doen.  Heel rustig, want hij duwt de hele klim zen fiets naar boven.  Maar hij lijkt in een goede mood te zijn, dus geef hem maar eens ongelijk.  De klim is best pittig te noemen.  Eens boven blijf je een tijdje hoog op een plateautje.
Op deze hoogte ligt er nog redelijk wat sneeuw.  Tijdens de afdaling naar Egilstaðir heb je een machtig uitzicht op de Lagarfljót, iets tussen een rivier en een meer waar een monster in zou wonen.  Met verkleumde handen arriveren we in Egilstaðir, en gaan eerst maar eens winkelen in de Bonus, den Aldi van IJsland zeg maar.  Zelfde soort produkten, maar prijzen het dubbele van den Delhaize.  Ik ben daar natuurlijk al een tijdje niet geweest, maar zo voelt het toch.  Voor het eerst sinds even kan ik ook weer een pak Bastogne koeken kopen.  Geen Nutella.
Egilstaðir is het kloppend hart van Oost-IJsland, de grootste stad ook met 2.148 inwoners.
‘s Avonds rolt er nog een andere fietsers de camping op.  Een Rus zo blijkt, Ilija.  Op een damesfiets.  Hij is de voorbije twee weken van Reykjavik hierheen gefietst.  Handschoenen heeft hij niet.  Wat hij wel heeft zijn gebroken spaken en een zomerslaapzakje.  Onderschat ze niet die Russen, het zijn harde jongens.  Al zen andere materiaal is ook van Russische makelij, marchandise die toch niet gekend staat wegens zen onberispelijke kwaliteit.  Kijk maar naar Lada, eens het Icoon van de Russische economie.  Zie jij nog wel eens een Ladaatje rondrijden.  Ik herinner me nog wel dat ze enige jaren geleden een come-back wilden maken, net als Modern Talking.  Zoals later zou blijken was ik daar terecht vrij sceptisch over.   Goh, dit alles doet me tevens aan een ander popicoon, Milli Vanilli denken.  Die rakker zen deuntje spookt af en toe wel eens door men hoofd als ik aan het fietsen ben.  Het is ongevaarlijk.

S6004027

S6004031

S6004037

S6004039

Woensdag 13 juni 2007: Egilstaðir – 14 km voor Möðrudalur
‘k Rij samen met Clemens de stad uit, de brug over de Lagarfljót.  We zitten op de ringweg nr. 1, de hoofdbaan die rondom IJsland loopt.  Ik rij tegenwijzerzin, zo rij ik wanneer ik langs de zee of een fjord fiets aan de goede kant van de baan; er vlak naast.  Het heuvelt hier de hele tijd, en weinig verkeer op de baan.
Vlak voor de rivier over de Jökulsa á Dal stoppen we aan een mooie picknicktafel.  Ik ga eerst maar een stukje eten alvorens te beslissen of ik hier linksaf sla en omheen het noordoostelijke punt rij, of rechtdoor ga door het binnenland.  Wolken doemen op in het oosten en een Sloveens koppel dat met hun Starletje op de onverharde kwam bevestigt dat het weer daar niet opperbest was.  Dan maar op de 1 blijven in het zonnetje.
Links van ons hebben we regelmatig uitzicht op de Snæfell, met 1.833 meter de op drie na hoogste berg van het land.  Na een steile klim komen we aan een splitsing.  Rechtdoor gaat het verder over de 1, linksaf gaan we de onverharde 901 op, de oude ring road die uiteindelijk wel terug op de 1 uitkomt.
We nemen de oude weg.  Mooie route zal blijken, vrij goede gravel, maar heel steile klimmetjes.  We zetten de tenten weg op een prachtig plekje langs de oever van de Lindara rivier.
Clemens klaagt over pijn in de knie.

S6004045

S6004065

S6004071

Donderdag 14 juni 2007: 14 km voor Möðrudalur – Reykjahlið
We krijgen gelijk een steile klim voor de wielen vandaag.  
Clemens klaagt over aanhoudende pijn in de linkerknie en stapt af.
Ik vertel hem hoe een oude Maori krijger me ooit verklapte dat je voor pijn in je linkerknie je maar beter je rechterduim in je gat kunt steken.  Hij bekijkt me eens vreemd maar zou later moeten toegeven dat het een effectief trucje blijkt te zijn. Er valt niet te spotten met de wijsheden van die primitieve stammen.
Voor Möðrudalur stoppen we aan een mooi uitzichtspunt.  In Möðrudalur blijkt een heel mooie camping te liggen.  Wij drinken er een koffietje.  Dit zou één van de eenzaamste boerderijen in IJsland zijn.

Eens terug op de ringweg is het kilometers malen tot aan de kruising met Grimsstaðir.  Hier steken we de Jökulsa á Fjölum (rivier) over en rijden verder door één grote lavawoestijn.

Juist voor de heuvel die we overmoeten om Reykjahlið te bereiken ligt Hverir, dampende, stinkende en bluppende poolen modder in alle tinten bruin en rood.  Heel knap allemaal.  Gelijkaardig aan het geothermisch gebied dat ik bezocht in Rotorua, Nieuw-Zeeland.  Het wordt weeral snel kouder zo laat op de middag dus klimmen we snel de steile heuvel over richting het Mývatn meer, het vierde grootste van het land.  De naam betekent ‘muggenmeer’, en deze heeft ie niet gestolen.  Op de camping worden we aangevallen door letterlijk duizenden van die rotbeestjes.  Ze hebben het vooral op je ogen gemunt, maar als ze een keer in je oren of neus kunnen kruipen zullen ze het ook niet laten. Gelukkig steken ze niet.  We zijn wel genoodzaakt om een muggennetje te kopen om buiten te kunnen komen.

S6004075

S6004083

S6004122

S6004129

S6004135

Vrijdag 15 juni 2007: Reykjahlið
Clemens blijft last hebben van zen knie.
Op de camping zijn nog een Duitser en een Engelsman die ook aan boord waren en samen tot hier gefietst zijn.  Ook de Duitser zegt dat hij niet meer kan fietsen door pijn aan de knie en de Engelsman gaat naar huis vliegen omdat hij last heeft van zen voet.  Ik maak hem er attent op dat IJsland ongetwijfeld ook gekwalificeerd medisch personeel heeft maar daar blijkt hij geen vertrouwen in te hebben.  Yeah right, de gezondheidszorgen in Engeland blinken uit door hun topniveau.  Ze huren met zen drieën een auto en gaan rond het meer en naar de Dettifoss waterval rijden.
Ik fluister Clemens nog snel in dat hij die truc met de duim niet mag verklappen, zeker niet aan die Engelsman.  Die lopen er toch gelijk mee naar de Amerikanen en voor je ‘t weet fluisteren die het weer de Israeli’s in het oor en kan er enkel weer rottigheid van komen.  Ik weet trouwens ook nog een trucje voor pijn aan de voet en de rechterknie maar dat verklap ik hen niet.
Ik besluit met men fietsje rond het meer te rijden, het weer is opnieuw piccobello.

Eerst fiets ik naar de Hverfjall, een uitgedoofde vulkaan.  Ik loop naar boven.  Je kan omheen de hele kraterwand wandelen en hebt een mooi uitzicht op het meer en de rest van de omgeving.
Wanneer ik terug afdaal wordt er juist een buslading “adventure tourists” afgekapt.  Met stokken in de hand werken ze zich een weg naar boven.  Die waren waarschijnlijk in de prijs inbegrepen en geven natuurlijk een enorme meerwaarde aan het avontuurlijke karakter.
Tegenwoordig zie je ze overal met van die skistokken lopen.
Jaja, Nordic walking…
Ik begrijp het allemaal niet hoor.  Zonder stokken raak je even goed boven.  Vroeger was een stok voor oude mannetjes en nu is het ‘avontuurlijk’.  Ik wacht nog wel een jaar of zestig voor ik op die manier een berg oploop.
Van Hverfjall fiets ik naar het iets verderop gelegen Dimmuborgir, een gebied vol grillige lavaformaties waar ik men boterhammen met kaas eet en anderhalf uur rondwandel.

S6004148

S6004155

S6004162

S6004172

S6004196

Weer op de fiets bereik ik het uitzichtspunt Höfði met mooi vergezichten op het meer.  Ik rij het hele Mývatn meer rond, maar het spectaculairste   heb ik nu wel achter me.  Meestal fiets ik met hoofdnetje wegens de miljarden muggen.  Wanneer ik bijna terug op de camping ben scheuren me plots zes sportwagens in een pastelkleurke voorbij.  Elk van hen wordt bestuurd door een blondine.  Ik vraag me af of het geen IJlsandse gasten zijn die zich vermomd hebben om zo de politie te verschalken. Het zou me niets verbazen.  Wie weet wat flitst er allemaal door die gasten hun hoofd tijdens die donkere winternachten.

S6004223

S6004228

S6004232

Zaterdag 16 juni: Reykjahlið
Clemens legt zen been te rusten in de hot pool; ik trek met de fiets terug de steile heuvel over richting Krafla.  Dit is een gebied dat enkele jaren nog vulkanisch actief was.  Er staat een futuristische electriciteitscentrale.  Wanneer je de 18% steile weg verder naar boven rijdt kan je opnieuw door heel mooie lavavelden wandelen.  De moeite waard.

S6004256

S6004273

S6004279

S6004290

S6004294

S6004298

S6004305

Zondag 17 juni: Reykjahlið – Goðafoss
Ik moet terug omheen het meer, over de ringweg verder naar het westen.
We klimmen de vallei uit
De Duitser en de Engelsman op de camping hebben hun fiets deze ochtend definitief aan de haak gehangen; Clemens waagt nog een poging.  Hij stapt echter bij elke klim af om te duwen.  Zo worden we al snel ingehaald door twee Canadezen die ik gisteravond ook al op de camping zag.  Ik blijf nog even bij Clemens maar hij geeft er de brui aan en zal wachten op een bus.  We spreken af bij de Goðafoss waterval.

De twee Canadezen, Chris en Markus tref ik al snel iets verderop wanneer ze in een dorpje een koffiepauze houden.  We rijden samen verder.  Juist voor de waterval is er een klim van een kilometer of vier, maar niet steil.  De waterval zelf is echt heel knap.We zetten de tent op een eindje voorbij de waterval, uit het zicht van de parking, maar binnen gehoorafstand van de waterval.  Laat op de avond arriveert Clemens met de bus.   Hij neemt morgen de bus naar Akureyri en vandaar verder naar Reykjavik zegt ie, fietsen wil hij niet meer.  Dieter, de oude Duitser is nu de enige andere van de fietsers aan boord die nog op de fiets zit.  Clemens had hem nog gezien in de buurt van de Dettifoss toen ze daar met de wagen waren.  Dieter was opnieuw (of nog steeds) aan het duwen, maar hij zet tenminste door.  Oude Duitsers, daar kan je nog op rekenen.

S6004341

S6004345

S6004357

Maandag 18 juni 2007:  Goðafoss – Akureyri
Altijd maar het zonnetje, wat een geluk heb ik toch.  De eerste helft van de rit gaat door de groene IJslandse countryside. Daarna krijg ik een klim voorgeschoteld en de afdaling richting de Eyjafjördur.  Zo’n 20 kilometer blijf ik naast de fjord rijden tot aan het uiterste tipje met eindelijk eens een rugwindje.  Dan is het het hoekje om naar Akureyri, de tweede stad van IJsland buiten het stedelijk gebied rond Reykjavik en dus “hoofdstad” van het noorden (16.822 inwoners).
Ik kampeer samen met de Canadezen op een camping in het hartje van de stad, vlakbij het zwembad.

S6004371

S6004380

Dinsdag 19 juni 2007: Akureyri – Olafsfjördur
Om half negen ga ik eerst een zwemmeke doen. Er zijn twee hele grote baden, waarvan één op 27,5 graden en de andere op 29 graden gehouden wordt. Verder zijn er een hot potten van 38, 41 en 43 graden, een bad met ondiep water van 38 graden, een steambad en een binnenbad.  Keuze genoeg.  Heerlijk buiten zwemmen in IJsland onder het zonnetje.  Rond 11 uur ga ik naar de bibliotheek om de mail te checken, dan nog even naar de Bonus en zo wordt het al gauw later dan 15 uur voor ik met Chris en Markus de stad uitfiets.  De weg gaat constant op en neer, nu langs de andere kant van de Eyjafjördur.  Vaak stromen er riviertjes links van de weg de berg af die dan rechts van de weg recht in zee storten.
Mooi.
Ik ben niet meer op de ringweg nu maar op weg 82 omheen het grote schiereiland in noord-IJsland.
We rijden door het dorpje Dalvik en dan richting eerste tunnel in IJsland.  Drieduizendvierhonderd meter lang, single lane, met regelmatig een uitwijkmogelijkheid voor als er verkeer van voor of achter ons komt.  Ijskoud hier binnen.  We kamperen in Olafsfjördur, aan de gelijknamige fjord, wat je een zijfjordje van de Eyjafjördur zou kunnen noemen.  Het stinkt hier naar de vis.

S6004417

S6004422

S6004453

Woensdag 20 juni 2007: Olafsfjördur – Siglufjördur
De weg gaat nog niet het hele schiereiland om.  In de toekomst (2008 ?) zal dit veranderen.  Men is een serie tunnels aan het boren door de bergen die Olafsfjördur van Siglufjördur scheiden.  Eens deze klaar zijn ligt een bezoekje aan de hoogste kliffen van Ijsland, en tevens bij de hoogste in Europa, binnen het bereik van de fietser.  Voorlopig moet je echter nog een gravelweg op die terug door de binnenlanden naar het zuiden loopt.

S6004470

Een tiental kilometer buiten Olafsfjördur wordt Markus plots aangevallen door een aantal vogels.  Ze duiken recht naar beneden en mikken op zen hoofd.  Op zijn beurt maakt hij een schitterende crash en beland met zijn gezicht tegen de gravel.  Ik zit op de eerste rij om dit spektakel te aanschouwen.
Markus krabbelt overeind, de volgels blijven duikvluchten uitvoeren boven onze hoofden.  Wat een freaks !  Ik had reeds over deze vogels gelezen maar dit is de eerste keer dat we kennis maken.  Ik probeer een fotootje van hen te maken maar ze duiken echt naar je kop, grellig.  We maken ons snel uit de voeten, they win.
Weg 82 loopt door een heel knap dal dat hier een poosje zuid- en dan weer noordwaarts gaat.
Uiteindelijk arriveren we op de 76, de andere kant van het schiereiland.  Deze rijden we verder noordwaarts, langs de Skagafjord nu.  Het is nog 25 kilometer tot het topje en tevens IJslands noordelijkste stad (niet noordelijkste punt) Siglufjördur (1.340 inwoners).
Vijfentwintig zware kilometers zijn het.  Constant op en neer.  Steil, tegen de wind.  Maar mooi.
Vlak voor de stad moeten we nog een tunnel door (800 meter) en dan is het bergaf naar de stad aan de gelijknamige fjord.  Het campingveldje is naast de vissershaven en heeft een goede warme douche.  Siglufjördur is vooral beroemd om zen haringmuseum maar dat is enkel open tussen 13 en 17 uur dus dat gaat aan ons voorbij.  Met zo een mooi weer zitten we dan op de fiets.

S6004471

S6004487

S6004497

Donderdag 21 juni 2007: Siglufjördur – Saudárkrókur
Wegens shoppingverplichtingen, laundry en voornamelijk wegens goede, lange douches vertrekken we pas tegen 13 uur uit Siglufjördur.  We zouden in principe naar het haringmuseum kunnen nu, maar dan wordt het wel heel laat.
De vijfentwintig kilometer terug naar de kruising gaan vandaag vlotter dan gisteren (rugwindje).
We blijven op weg 76 en rijden helemaal tot aan de tip van de Skagafjord.  Het terrein wordt vlakker en de wind blijft goed zitten waardoor we ’s avonds reeds in Saudárkrókur aankomen.  We kunnen gratis kamperen naast het zwembad.  Hier zullen mijn en Chris en Markus’ wegen scheiden.  Daar moeten we wel een pintje op drinken in de locale kroeg .  Zevenhonderd Kronen voor een pintje ; daar ben ik in Thailand twee keer zat voor.
Rond één uur ’s nachts rijden we naar het vissershaventje en kijken naar de zon die niet ondergaat.  Er komt zelfs even een zeehond voorbij gezwommen.  Rond drie uur gaan we naar de tent.  De zon komt op dit uur al hoger.
Net als we willen gaan slapen stopt er een auto.  Er stappen drie vrouwen uit die ook al in de kroeg waren.  Ze hadden ons zien terug rijden en wilden nog een babbeltje maken.  Mein Gott.  Het gaat hier om twee IJslandse en één Afrikaanse.  Een Tutsi uit Ruanda.  Zij werkt in de aluminiumfabriek in het oosten.  Daar moet ze veertien dagen lang elke dag handdoekjes vouwen en dan is ze veertien dagen vrij.  Zo 14 dagen op en 14 dagen af.  Daar krijgt ze per maand 180.000 Kronen netto voor.  Gedeeld door twee is Belgische Frank.
Ik overweg serieus om wat harder te trappen en daar twee weken vakantiewerk te gaan doen.  Het is bijna vijf uur eer we van hen af geraken.

S6004535

S6004539

S6004541

S6004562

S6004612

Vrijdag 22 juni 2007: Saudárkrókur
In de voormiddag ga ik met Markus en Chris nog een zwemmeke doen in het openluchtzwembad.  Het zonnetje schijnt en het is warm genoeg om je, uit de wind, op een ligstoel te laten drogen.  In de late middag vertrekken de twee Canadezen richting Reykjavik.  Ik blijf nog wat in het zonnetje liggen en lees verder in men boek, ‘The wind up bird chronicle’ van Haruki Murakami.
Het veld naast het zwembad waarop we kamperen is groter dan een voetbalveld, maar wanneer ik even in men tent lig parkeert er zich ene met een caravan letterlijk twee meter voor de ingang van men tentje.  Een koppel IJslanders met drie kinderen.  Wat dat betreft zijn de IJslanders de Marokkanen van Europa.  Ongelooflijk hoeveel jong die maken.  ’t Zal wel aan de lange winters liggen.
De vrouw die uitstapt ziet eruit alsof ze reeds dertien kinderen gebaard heeft.  Ze bekijkt mij eens.  Dezelfde blik wordt geretourneerd.  Haar echtgenoot komt ook uit de veel te grote terreinwagen gerold.
“Everything ok ?”, vraagt hij.
“Wel,” zeg ik, “ik weet niet hoe jij erover zou denken moest jij in mijn tentje liggen en er parkeert er zich ene met zijn caravan boven je tentje, maar voor de rest is met mij alles in orde ja, bedankt.”
Hij verwerkt deze stroom aan informatie gedurende enkele lange seconden en vraagt opnieuw “fine, but everything oke ?”.
“Sure, just admiring the back of your caravan.”
Z’n Kroon lijkt te vallen en, tegen de goesting van z’n wederhelft, verplaatst hij zijn weekendverblijf.
Sommige mensen zijn niet te schatten.  In eender welke hoek jij je tent zet, hoe groot het terrein ook is, ze moeten bovenop je kruipen.
De nacht valt.
Plots wordt er hard aan mijn tent geschud.
“What the f*/ck !”
Ik kijk op men horloge.
Shit, drie uur.
Ik open de tent en één van die IJslandse en die Tutsi van gisteravond staan voor de deur.
“Can we come in ?”.
Ja seg, zijn jullie helemaal gek ?
Ik zeg “Nee, ‘t is hier te klein en ik wil slapen.”
Ze blijven maar jammeren en zagen en willen niet weggaan.  Ik vertel hen naar de eetruimte te gaan, ik kom dan wel binnen een paar minuten.
Met tegenzin kleed ik me aan en kruip uit men tent.
“Yeah, we want to sleep with you”, zeggen ze.
Miljaar !
Ik vertel hen dat dat niet gaat gebeuren, dat ik wil slapen want dat ik binnen een paar uur moet fietsen.
“No no, we want to sleep with you.”
Godverdomme, mijn tent is veel te klein voor zo een IJslandse walvis en een Tutsi met een kont waar een klein sportvliegtuigje zonder problemen een noodlanding op zou kunnen maken.  En ik wil alleen in men tent liggen en met rust gelaten worden.
Er is geen zeggen aan.
Ze zijn bezopen zeggen ze en wil ik dan dat ze zo naar huis rijden ?
“Liever nu als straks wanneer ik op de baan ben”, denk ik bij mezelf.  Ik suggeer dat ze misschien kunnen liften maar ze zeggen dat IJslanders hen enkel meenemen in ruil voor sex.  “Tsja, daar zat je toch op te wachten”, meld ik hen.
De walvis vraagt “did a girl ever beg you like this ?”
Ik antwoord bevestigend maar dat lijkt niet in goede aarde te vallen.

Ondertussen lag die Tutsi al te snurken als een Huttu bovenop de tafel.
Ik denk “verrek, ik ga naar men tent en vertel ze dat ze hun plan trekken” maar zo simpel gaat dat blijkbaar niet in IJsland.  De blonde walvis, Rickey, bleek haar naam te zijn, stond al snel weer aan men tent een hoop kabaal te maken.
“Hou nu je kop toch eens”, zeg ik, “mensen proberen te slapen.”  Hierop begint ze luidkeels een IJslands lieke te zingen.
Ik geneer me dood.
Ik overweeg even om de Vlaamse klassieker “Is mijn gat niet te dik in deze rok” ten berde te brengen, maar een mens kan er donder op zeggen dat ze niet rijp is voor deze interculturele uitwisseling.
Ik realiseer me dat ze écht niet van plan is weg te gaan en begin schrik te krijgen dat ze misschien wel eens haar volle gewicht in de schaal of op men tent gaat werpen.  Er zit niets anders op dan men boeltje te pakken.  Half vijf ‘s ochtends.  On the run …
“Ja maar zo hebben we het niet bedoeld, ok, we gaan al, enz, enz …”.
Ik wil de andere kampeerders niet onder ogen komen, en kan toch niet meer slapen en neem dan maar het zekere voor het onzekere.  Om vijf uur zit ik reeds op de fiets.

S6004648

Zaterdag 23 juni 2007: Saudárkrókur – 13 km voor Skagaströnd
Op dit vroege uur krijg ik gelijk een steile klim voorgeschoteld.  Ook de wind zit in het nadeel.  Ik rij noordwaarts, omheen het schiereiland boven Saudárkrókur.  Ik rij een stukje het binnenland in, een klein pasje over en daal dan weer af naar de kust.  Alles gaat over onverharde wegen vandaag.  Op en neer, op en neer.  Woest en mooi, met uitzichten op de eilandjes in de Skagafjord.
Nabij Hraun, helemaal aan het tipje van het schiereiland word ik door wel vijftig van die gemene vogels aangevallen.
Kria’s zijn het.
Het is echt om schrik van te krijgen, zo gemeen zijn ze.  Ze vliegen hoog boven je en  laten zich dan in een razende duikvlucht op je vallen, steeds langs achter.  Tenzij je achterom kijkt.  Daarbij maken ze van die akelige, krijsende geluiden met hun bek wijd opengesperd.  Echt gemene smoeltjes.  Ik trap de ziel uit men lijf, ondertussen met één arm wild boven men hoofd zwaaiend om ze van me af te houden.
Eéntje deel ik een tik uit.

S6004654

Voorbij de vuurtoren van Framnes wordt het rustiger wat de vogels betreft.
Hier moet je regelmatig je fiets aan de kant zetten en de honderd of wat meter naar de rand van de kliffen lopen.  Telkens een ander uitzicht.
Soms hele ruwe wanden, dan weer helemaal gepolijst door de zee, dan weer stort er een waterval uit, recht in zee.  Veel verschillende kleuren groen en bruin.  Ik vind een machtig plaatsje op één van de kliffen om men tent op te zetten.

S6004658

S6004669

S6004716

Zondag 24 juni 2007: 13 km voor Skagaströnd – nabij Hóp-meer
Vanaf Skagaströnd is de weg opnieuw verhard.  Nog eens twintig kilometer verderop rij ik opnieuw de ringweg 1 op, westwaarts door het stadje Blönduos.  Hier kom ik een Kazakse fietser tegen die al enkele jaren in Duitsland woont.  Hij zag gisteren Dieter.  Dieter was weer (nog steeds ??) zen fiets aan het duwen.
Het is verschrikkelijk druk op de weg, dit heb ik nog niet eerder gezien in IJsland.  Het zijn allemaal mensen uit Reykjavik die op zondagnamiddag terug naar huis rijden.  Vrijdagavonden en zondagmiddagen/avonden moet je vermijden om op je fiets te zitten in de westelijke helft van IJsland, want dan vluchten die Reykjvavikkers dus massaal hun stad uit.

Maandag 25 juni 2007: nabij Hóp-meer – 2 km voorbij Brú
De ringweg één ligt er deze voormiddag weer bij zoals het hoort; verlaten.
Ter hoogte van de Miðfjord rij ik toch even een vijftal kilometer noordwaarts over weg 711 naar Hvammstangi om inkopen te doen.  In dit kleine stadje hebben ze een zeehondenmuseum.
De wind blaast als gek vandaag.  In de rug !
Wel, tis te zeggen, ik rij een hele tijd langs de Hrútafjord en in zuidelijke richting schiet dit serieus op.  Aan het einde van de fjord, in het plaatsje Brú,, moet ik om de kop, terug naar het noorden.  En dan sta ik plots bijna stil.  Ik fiets nog even door, tot ik het eerste het beste plaatsje tegen kom dat in aanmerking komt als wildkampeerplek.

S6004737

Dinsdag 26 juni 2007: 2 km voorbij Brú – Búðardalur
Je zou kunnen zeggen dat de omstandigheden deze ochtend iets gunstiger zijn dan gisteren.  Windkracht 8 ipv 10 of zo ….
Ik box verder noordwaarts langs de Hrútafjord over weg 61 tot aan de afslag met de onverharde weg 59.  Daar draai ik linksaf en klim over de Laxárdalsheiði.  Een heel makkelijk klimmetje.  Afdalen gaat dan richting de Hvammsfjord.
Na alle fjoirden in de Noordelijke IJszee is deze weer in de Atlantische oceaan. Ik Kampeer op een camping in Búðardalur.

Woensdag 27 juni 2007: Búðardalur – Grundarfjörður
Vandaag rij ik over de weg 54 aan de zuidkant van de Hvammsfjord het Snæfellsnes schiereiland op.  Het grootste stuk is onverhard.  De wind zit alweer in de rug.  Het zonnetje schijnt.  Dit is weer een heel mooie fietsdag.  Weinig verkeer en mooie uitzichten over de vele eilandjes in de fjord.  Top.
Het plan deze ochtend was om tot in Stykkishólmur te rijdenen daar te kamperen, maar het gaat zo vlot dat ik besluit door te fietsen tot Grundarfjörður.  Daar is een hele dure camping juist voor je het stadje binnenrijdt, maar je kan ook gratis kamperen op het perfecte grasveld naast het zwembad.
Dit doe ik, en ik ga gelijk naar dat zwembad voor een douche en een zwemmeke.

S6004788

S6004800

S6004815

Donderdag 28 juni 2007: Grundarfjörður – Arnarstapi
Het blijft maar waaien hier.  Maar aanvankelijk is dat geen probleem, het komt van achteren.  Ik rij door het mooie stadje Ólafsvik, dan naar Hellisandur en een beetje verderop arriveer ik aan het puntje van het schiereiland.  De wind doet wat je ervan kan verwachten, en vanaf nu kan ik er weer tegen gaan vechten.  Ik heb wel magnifieke uitzichten op de Snæfellsjökull, een 1.446 hoge gletsjer, bovenop een uitgedoofde vulkaan.  Het was deze omgeving die Jules Verne uitkoos als toegang tot de onderwereld in zen boek ‘A journey to the  centre of the earth’.
Hier wil ik wel even pauzeren. Ik besluit om naar de top van de Saxhóll te wandelen, een naburige uitgedoofde vulkaan.
In de late nammidag rij ik verder.  Ik ben nu opnieuw in een soort lavawoestijn, heel mooi.  Minder mooi is dat ze de weg grondig aan het opwaarderen zijn.  Daardoor ligt ie er nu barslecht en kapotgereden bij, en zullen na de werken de auto’s je drie maal zo snel voorbij kunnen flitsen.  Maar anno juni 2007 is het dus kilometers lang wasbord.
Ik stop ook nog even aan Lóndrangar en zodoende is het weeral heel laat voor ik in Arnarstapi op de camping arriveer.
Weer eentje zonder douche.

S6004828

S6004831

S6004835

S6004840

S6004846

S6004871

S6004877

S6004878

Vrijdag 29 juni 2007: Arnarstapi – Haffjardara River
In de voormiddag wandel ik tot aan het haventje van Arnarstapi.  Van hier vertrekt de wandeling naar het Snæfellsnes-visitorcenter.  Voor mij was dit zeker een top 3 attractie in IJsland.  Je wandelt langs kweet-ni-hoe knappe kliffen, vol met meeuwen en weet ik veel wat voor vogels, rotsen uitgesleten door het beukende zeewater tot heuse triomfbogen, volgels met jongen, de met ijs bedekte vulkaan aan de andere kant; echt super.
In de namiddag zet het lot van op een schiereiland fietsen zich door.  Tegen de wind.

S6004915

S6004922

S6004951

S6004966

S6004975

S6004991

De zuidkant van Snæfellsnes is minder spectaculair dan de noordkant.  De zee aan de rechterkant van de baan, en vele meertjes aan de linkerkant.  Mooi zou je zeggen, en dat is het ook wel, maar langs en op die meertjes zit het werkelijk vol met Kria’s; die agressieve vogels.  Ik heb ondertussen ontdekt dat je niet naar hen moet slaan of wilde bewegingen maken, daar worden ze nog gekker van.  Aanvallen blijven ze wel doen.  Indien je kan moet je boven de 30 km/u rijden, dan laten ze je met rust.  Indien dit niet lukt … ofwel met gebogen hoofd maar hopen dat het goed komt  ofwel …. een helm kopen.  Ik zou het nooit aanraden, maar hier …

‘s Avonds moet ik even zoeken, maar uiteindelijk vind ik een plekje om de tent op te zetten.  Juist voor de brug over de Haffjardara rivier kan je een zandweggetje naar rechts nemen, dat kan je voor een stukje volgen, tot aan een ander bruggetje dat zo vervallen is dat het blijkbaar nog wel de overstekende schapen, en blijkbaar ook een zwaar bepakte fietser kan houden.  Nog een beetje verderop zet ik naast de rivier men tent op.  Superlocatie en gegarandeerde geen last van snurkende medemensen.

Zaterdag 30 juni 2007: Haffjardara River – Saurbær
Juist voor Borgarnes stopt weg 54 en rij ik alweer de ringweg op.  Borgarnes is opnieuw een uitstekende plek om de voorraden aan te vullen.  Hierna rij ik verder over de drukke 1, en het begint te regenen ook.
De IJslanders hebben een tunnel geboord onder de Hvalfjord, maar die is verboden voor fietsers.  Dat is twee keer geluk hebben, want zo verplichten ze je omheen de fjord te rijden wat achteraf mooi blijkt te zijn, terwijl het gross van het gemotoriseerde verkeer wel die tunnel induikt.  Ik kampeer op een een grasveld nabij het kerkje van Saurbær.

S6005040

Zondag 1 juli 2007: Saurbær – Þingvellir
Ik ben tot 19 juli in IJsland gebleven.
Na Þingvellir reed ik naar de beroemde Geysir, de schitterrende Gullfoss waterval en van daar langs de zuidkust onder de grote Vatnajôkull Gletsjer en langs Jokulsarlon, het meer vol drijvende ijsbergen en misschienhet het spectaculairste plaatsje van deze trip.
De laatste weken werden vooral gekenmerkt door aanhoudende regen en wind, maar dus ook uitzonderlijke natuur.
Uiteindelijk heb ik 2.700 km gefiets op IJsland.

Foto’s van het resterende gedeelte hieronder:

S6005046

S6005052

S6005062

S6005078

S6005088

S6005089

S6005097

S6005111

S6005123

S6005132
Look at the people, for the scale of things.

S6005140
Geysir

S6005148

S6005177

S6005178

S6005181

S6005184

S6005191

S6005222

S6005225

S6005276

S6005293

S6005308

S6005316

S6005341

S6005348

S6005353

S6005370

S6005385

S6005389

S6005455
Jokulsarlon

S6005459

S6005461

S6005462

S6005465

S6005479

S6005499

S6005504

S6005549

S6005567

S6005582

S6005583

S6005629

S6005681

S6005685

S6005695

S6005725

S6005737

S6005745

S6005749

S6005750

S6005763

S6005770

S6005772

S6005771

S6005775

S6005798

Faroer Eilanden
Op 19 juli nam ik opnieuw de boot uit Seydisfjordur naar de Faröer eilanden. Ik verbleef drie nachten op de camping in de hoofdstad Thrshavn en maakte dagritjes van daar. Kale rotsen, perfect geasfalteerde wegen, veel schapen en paarden en … veel zon !

S6005830

S6005832

S6005834

S6005837

S6005844

S6005853

S6005857
Local people put this bizar, huge buoys around many of the sheeps’ neck 😦

S6005870

S6005881

S6005890

S6005896

S6005897

S6005901

S6005902

S6005906

S6005910

S6005930

S6005938

S6005939
The world is mine…

S6005941

S6005942

Noorwegen-Zuiden:
Op 23 juli arriveerde ik met de ferry opnieuw in Bergen, Noorwegen. Vandaar fietste ik zuidwaarts naar Hagesunf en dan oostwaarts richting Hardagervida.
Schitterende landschappen maar aanhoudende regen. Campings herschapen tot modderpoelen. Ze hebben wel wasmachines, maar geen droogkasten. Na dagen en dagen van aanhoudende regen, de was nat ophangen in de tent, schoenen die niet meer droog te krijgen zijn, en uiteindelijk veel kou, besloot ik de bus te nemen naar Sandefjord en van daar het vliegtuig naar Bremen op 1 augustus.
Vanuit Bremen reed ik de Hanzeroute door noord Duitsland, Friesland en de rest van Nederland naar België; een kleine 900 km.

S6005956

S6005960

S6005972

S6005979

S6005985

S6005990

S6005996

S6006001

S6006005

S6006018

S6006019

S6006034

S6006037

S6006041

S6006043

S6006050

S6006056

S6006062

S6006069

S6006073

Advertisements