A New Year, A New Trip, A New Continent: Plans for 2019 – Australia

As I was wrapping up my South-America trip, new travel plans were in my head already and a ticket booked even before I left for my little loop around France last summer.

Destination: the sixth largest country in the world: Australia ! 

With its 7,69 million square kilometers, it is over twice the size of India, which is the seventh largest country in the world.

Apart from a stop-over in Brisbane, I’ve never visited the country before, but we all know it from so many things.

From famous sport events like the Australian Open tennis, the Australian Formula One Grand Prix or the Tour Down under cycling.  From famous television series like Neighbours, Home & Away and the Flying Doctors, from musicians like Kylie Minogue, AC/DC and Crowded House or from top cyclists like Robbie McEwen, Cadel Evans and Richie Porte. Or probably the most famous of them all, Crocodile Dundee.

We also know the country from its iconic animals, many of them not to be found anywhere else on the planet; Kangaroos, koalas, wombats, wallabies, dingoes and – maybe my favorite – the thorny dragon.

The country is also home of what might be the worlds most famous oceanic landmark (The Great Barrier Reef), one of the worlds most famous man made buildings (the Sydney Opera House) and probably the worlds most famous mountain (Ayers Rock / Uluru).              
(Put Uluru’s picture in a series of pictures with Mount Everest, K2, Mont Blanc, Aconcagua, Erebus, … People will start to get confused which mountain is which.  Everybody will still recognize the monolith Uluru).

Besides all that, Australia is the driest, inhabited continent and apparently it has the highest concentration of creatures that can kill you: Jellyfish, sharks, crocodiles, snakes, bees, spiders, …
20 of the world’s top 25 deadly snakes live in Australia and some of the most deadly spiders in the world, like the Red Back and Funnel Web call it home as well.

Enough raison to go and explore the place a bit myself 😀 

The size of Australia, projected on a European map.  To cross it west to east equals as going from Ireland to Kazachstan.  North to south would be going from the Lofoten Islands in Norway to the Black Sea Coast in Turkey.
… or on the Usa map.

With a European passport, one can visit Australia on an easily obtained tourist visa, but that allows stays up to three months maximum only.  Not sufficient for the trip I have in mind.
It would be possible to extend that visa once you are in the country, but I want to be sure in advance and don’t want to have headaches over an extension  once I’m there.

I applied for a visitor visa, subclass 600.  You could do this with the help of a visa bureau, but with a little bit of effort, it’s easily done yourself.

Apply online on the website of the ‘Australian Government, Department of Home Affairs’.  You’ve got quite some pages to read, fill out the necessary documents, send a copy of your passport, etc ….

After a couple of days I received a mail back that I had to go for a medical check-up at a medical facility approved by the Australian Government, a choice from three different places in Brussels.
Once the doctor has forwarded all the results back to Australia, you’ll receive your visa, if all is ok.

The application costs around 90 euro (no money back when your visa is denied, I think) and another 60 euro or so for the medical check-up.
They might request evidence that you are financially capable of supporting yourself for such a long trip.

As I said, it requires a little effort, but the whole procedure  seemed ok to me and I can perfectly understand the things they investigated or required to know.

A projection of my home country Belgium on the Australian land mass (that tiny, little pink area in the north-eastern corner).  Australia is 252 times bigger than Belgium, but it only has twice as much inhabitants.  Lucky folks !  🙂 

With a plane ticket and a visa in my pocket, the fun part of preparing the trip could start.  After a holiday (off the bike) in Thailand in January and early February, I will arrive in Melbourne on 8th February 2019.  Not being a big fan of major towns, I booked a ticket on the 9th of February on “The Spirit of Tasmania”, the ferry that will bring me from Melbourne, across the Bass Strait, to Devonport on Tasmania, formerly known as Van Diemen’s Land.

And a projection of Belgium on the map of Tasmania.  Tasmania is roughly twice the size of Belgium (68.400 km2 vs 30.500 km2).  But Belgium is 22 times more populated (11,35 milj. vs 0,51 milj. people)

Being such a huge country, it’s northern part in the tropics, Tasmania a lot closer to Antarctica, a decent planning is a good idea.  I’ll arrive in Tasmania in the second part of summer (southern hemisphere) and will probably stay for a month or so before returning to Melbourne and head slowly north during autumn, arriving in tropical Queensland during the dry and cooler winter months.

The excellent side of Australia’s Bureau of Meteorology is a good place to start planning.

Below is a map of my planned route in Tasmania (+/- 2.200 km).  Rather then ride along the coast on busy highways, I chose smaller backroads, probably often gravel, but still including some highlights like Cradle Mountain, Lake St.Clair, the National Parks of the southwest, Hobart, Bruny, Maria and Freycinet islands, Ben Lomond National Park, …

I’d love to go to Walls of Jerusalem National Park as well, but I can’t find a good way to include that in the trip (leaving the bike in a secure place).

A planned route of how I will ride north from Melbourne will follow later.


France: Normandie & Hauts-De-France

Ik laat de druk bezochte Mont Saint-Michel achter me. Gelukkig loopt er een mooie autovrije Voie Verte, de Véloscénie het binnenland van Normandië in. De beroemde stranden zijn ongetwijfeld een bezoekje waard, maar opnieuw verkies ik rustige en mooie routes, boven trekpleisters langs drukke kustwegen.

De Véloscénie loopt voorbij het plaatsje Domfront dwars door het regionale natuurpark ‘Normandie Maine’. Iets voorbij Carrouges verlaat ik de voie verte en sla linksaf het ‘Forêt Domaniale D’écouves in en volg wat later de vallei van de Charentonne en later deze van ‘La Risle’.



Typical church for the Normandie region.


Na een nachtje in het Forêt Domaniale de Brotonne fiets ik een plateautje af naar de Seine die ik met een bootje oversteek ter hoogte van Jumièges.

Na de Seine rij ik even langs het riviertje ‘La Saâne’. In het departement Seine-Maritime volg ik de ‘Chemin Vert du Petit Caux’. Opnieuw een oude spoorweg die omgetoverd is tot fiets- en wandelroute’. Of toch niet helemaal. Hoewel er bordjes staan dat de weg bedoelt is als fiets- en wandelroute, moet je ettelijke keren de fiets over een houten balk tillen die enkele tientallen centimeter boven de grond geplaatst is.
Dit kan beter.

‘Le Chemin Vert du Petit Caux’, you can see the wooden beams where you have to get of the bike each time to lift it over.

Het historische stadje Eu is het eindpunt van deze groene weg. Vandaag is het in Frankrijk Open Monumentendag en is de kathedraal gratis toegankelijk. Ik maak er gebruik van om binnen een kijkje te nemen.
Naast de vele voordelen die het alleen fietsen biedt, is er ook een klein nadeel. Bij bezoeken aan supermarkten of monumenten moet je altijd je hele inboedel ergens onbewaakt achterlaten. Tot nu toe heb ik daar nog geen negatieve ervaringen mee, maar de supermarkt- en monumentenbezoeken verlopen toch altijd iets gejaagder hierdoor.

Collégiale Notre-Dame-et-Saint-Laurent d’Eu


Tijdens m’n tocht noordwaarts door Normandië en Hauts-De-France fietste ik zo ’n beetje van het ene grote gemeentebos naar het andere. Zo zette ik de tent ook nog op in het Forêt Domaniale de Crécy en, na vele kilometers langs de rivieren La Canche en Sensée ook nog eens in het Forêt Domaniale de Marchiennes.





On the roads of Paris-Roubaix, near Hornaing / Wallers


Leaving the Forêt Domaniale de Marchiennes (the forest of Marchiennes), not too far from the French – Belgian border.

De Elnon is een klein stroompje dat de grens afbakent tussen Frankrijk en België. Voor de toeristen staat er nog oud grenswachtershuisje naast de brug.
Via Doornik fiets ik naar de Dender en passeer beroemde plaatsen als Overboelare & Geraardsbergen. Je kan de jaagpaden langs de Dender blijven volgen, langs Ninove tot juist voor Aalst. waar ik Leireken fietsroute neem richting Londerzeel.


The river ‘Dender’ near Geraardsbergen.

Eind september baadt Mechelen in het warme herfstzonnetje. Juist zoals ik drie maanden geleden op m’n laatste dag in België een fritje ging eten in Dinant, doe ik dat vandaag in de Maneblussersstad.
Opnieuw zoek ik het water op. Via de Nete gaat het richting Lier en door tot aan het Albertkanaal vanwaar het nog maar een paar trappen is om terug bij m’n beginpunt te komen.

Sint-Rombouts Tower, Mechelen-Belgium



Almost home 🙂

Ik heb er een lus van 5.606 kilometer opzitten waarbij ik veel op autovrije paden langs rivieren en kanalen kon fietsen of over gravelwegen door bossen. Vaak hoor ik mensen verklaren dat ze een kanaal, en ook een bos (met al die bomen), saai vinden, maar ik hou ervan en het is uiteindelijk zo’n beetje een hele Ronde van Frankrijk geworden.

Enkele cijfertjes:
Distance: 5.606 km
Average km per cycling day: 74,74 km
Altimeter: 40.510 m

The route can be downloaded from Wikiloc.

The canals, coasts and old railway lines of Brittany / Bretagne

Eens de 3.356 meter lange Pont de Saint-Nazaire over, die in de Tour de France als een beklimming van vierde categorie gecatalogeerd staat, vervolg ik mijn weg over een voie verte richting Saint-Malo-de-Guersac. Iets voorbij het dorp fiets ik door de wetlands van ‘La Grande Briere’.
Na de oversteek van de rivier La Vilaine kom ik op ‘La Littorale’, een route omheen het schiereiland van Bretagne. Deze is soms gemarkeerd, maar vaak ook niet, gaat soms over geasfalteerde wegen, soms over single tracks. Mits een beetje voorbereiding of de route gewoon in je gps te steken is ie goed te volgen.


Vannes is a bigger town in Brittany. Luckily they ‘ve built an extra pipe in the tunnel for pedestrians and cyclists.


Via de Littorale fiets ik richting Vannes en Carnac waar ik Sylvie en Arthur tref, waarmee ik in Spanje enkele aangename dagen samen fietste. Ze baten een mooie, vlak aan het
water gelegen b&b uit waar het één en al rust is en ik ook uitgenodigd word om enkele dagen pauze te nemen.  Meer info hier.

We maken een wandeling langs de baai, een fietstocht langs de drie stranden van Carnac en de menhirs een beetje verder inland, bezoeken het schiereiland met Quiberon aan de uiterste tip.
Sommige huizen in de Bretoense stadjes zijn roze geverfd. Van Sylvie verneem ik dat enkel de ‘Kaap Hoorners’, de zeemannen die Kaap Hoorn gerond hebben, het recht hadden hun huis roze te schilderen.
Het is dus een soort statussymbool.

In the south of Brittany, St. Cornely is the best known of the holy protectors of cattle.

Typical structure of the beams in the Carnac region.



The Carnac Stones, a dense collection of megalithic sites consisting of alignments, dolmens, tumuli and single menhirs. The more than 3,000 prehistoric standing stones form the largest such collection in the world.

We kayaken en zwemmen ook nog in de baai, maar vooral wordt er overheerlijk gegeten. Oesters, meerdere keren in overvloed, schelpen, krabben, … alles wat de zee te bieden heeft hier.
Na vier verkwikkende dagen rust in Carnac zet ik men tocht verder.




Sylvie taking a break under the still hot September sun.

Sylvie fietst nog een eindje mee tot aan het Mer de Gavre, waarna ik alleen verder rij.
De weg D158 die op de smalle strook land tussen de zee en meer loopt wordt eigenlijk te druk bereden en zeker met de straffe tegenwind die ik heb is het geen lolletje. In deze omstandigheden was ik beter iets eerder landinwaarts getrokken.


In het stadje Hennebont bereik ik de oevers en het jaagpad van de rivier Blavet. Een gekanaliseerde rivier met ettelijke sluizen om scheepvaart landinwaarts mogelijk te maken. Maar de rivier heeft wel zen bochtige karakter behouden. En er zijn wat bochten in deze rivier, dus het is zeker niet de kortste route. Misschien wel de aangenaamste, want ik rij opnieuw verkeersvrij over het jaagpad. Ooit gemaakt zodat paarden de binnenschepen over het kanaal konden voortrekken. In de goede oude tijd echter was het de vrouw van de schipper die deze taak op zich nam.
Zij stond dan om 5u30 op en maakte het ontbijt klaar. Om zes uur werd er samen ontbeten en om half zeven kon de vrouw dan het binnenschip in gang trekken. Dat was haar taak tot het middaguur.
De man had naast het navigeren nog vele andere taken, waardoor hij ’s ochtends soms pas zen laatste tas koffie kon leeg drinken terwijl hij al aan het werk was. Hij moest eerst en vooral zorgen dat het schip niet te vroeg aankwam, want misschien was er geen vrije ligplaats, maar ook niet te laat want dan was de ontvanger mal content en kreeg hij misschien geen nieuwe lading. Hij hield zich bezig met het betalen van tol, met de boekhouding het onderhoud van het schip, …
Rond de middag maakte de schippersvrouw dan de lunch klaar, die samen genuttigd werd.
Vaak spek, gebakken in overvloedig veel boter.
Het valt me op dat op foto’s uit deze tijd de schippersvrouw toch vaak aan de dikke kant is, ondanks haar fysieke arbeid.
Zij ging natuurlijk steeds met haar boterham door de pan om het laatste restje saus mee op te eten, en zo haar eigen speklaag te kweken.
Voor de klok één uur kon slaan, stond de man weeral in opperste concentratie zen schip te navigeren terwijl de vrouw het voortrok.
Zoals gezegd kwam dan later het paard om het schip te trekken, daarna de stoommachine en nu doen ze’t dus op mazout.
Op de Blavet is er echter weinig verkeer.
Verder stroomopwaarts, nabij Neuliac zie ik dat de sluisdeuren volledig in de modder zitten en uit hun hengsels hangen. Op een informatiebord lees ik dat het laatste schip er in 1951 gepasseerd is.

At Hennebont.







Nadat ik mijn lunch genuttigd had naast een sluis merk ik dat ik vol teken zit. Maar liefst eenentwintig van deze monsters moet ik verwijderen. Negentien met het tekentangetje. Twee ervan hebben echter de onderkant van m’n rechtervoet gekozen en door het lopen zijn deze precies tot onder de huid geraakt.
Nu heb ik al eerder teken met mijn Zwitsers zakmes verwijderd, maar toen was het nog scherp.
Dan is het al geen pretje. In je eigen vlees snijden met een bot mes is nog moeilijker.
Uiteindelijk krijg ik ze eruit gesneden.
Een beetje ontsmettingsmiddel op de open wonde, een duik in de rivier om eventuele andere onverlaten die nog op me zouden rondkruipen te verwijderen en ik kan weer verder.

Daniel Martin wins the 2018 stage at Mûr-De-Bretagne.  Although, if you look closely at the picture,  some seam to think is was Dean Martin 🙂


Mûr-De-Bretagne is de volgende bestemming. Iedereen kent het plaatsje natuurlijk dankzij de doortocht van de Tour De France begin juli.
Ik verlaat Mûr-De-Bretagne via een oude spoorlijn. Ter hoogte van de abdij van Bon Repos kom ik opnieuw terecht op de jaagpaden langs de Blavet.
Iets voor Gouarec is er een splitsing. Rechts is verder stroomopwaarts langs de rivier Blavet, links start het kanaal Nantes-Brest dat ik volg.



Pitching the tent half an hour before sunset at a hill top.

Je kan de omgeving niet super spectaculair noemen, daarvoor fiets je beter langs de kust, maar ik geniet van het autovrije jaagpad, de vele bochten in het kanaal, de bossen eromheen.

In Châteaulin stopt het jaagpad en zoek ik zelf m’n weg verder over zo rustig mogelijke wegen richting Brest.

De rivier Aulne steek ik over via een wel heel bijzondere brug. De Pont de Térénez is een gebogen tuigbrug, wat volgens het alwetende Wikipedia een ‘zeer zeldzaam brugtype’ is. Ze heeft ook de langste overspanning tussen twee brugpijlers ter wereld, nl 265 meter.

Pont de Térénez

Juist voor Brest steek ik opnieuw een brede rivier over, de Élorn. Fietsers mogen over de oude brug, het autoverkeer raast over de nieuwe Pont de L’Iroise. Deze brug is 800 meter lang en de langste overspanning is maar liefst 400 meter. Ze is echter niet gebogen, zoals de Pont de Térénez, en daarom is deze kortere brug toch de meer bijzondere.

Pont de L’Iroise

Brest is druk, druk, druk en veel groter als gedacht waardoor ik er snel, snel, snel weer uit wil. De wegen zijn onaangenaam druk tot in Poulizan. Hierna volgt een mooi stukje kust waarbij ik de vuurtoren van Saint Mathieu passeer alvorens ik het Pointe de Corsen aan de Iroise Zee bereik.  Dit is het meest westelijke punt van het Franse vasteland.


Saint Mathieu

Saint Mathieu lighthouse

15% gradients, both up and down.


At La Pointe De Corsen.

Het is genieten van de spectaculaire Bretoense kusten. Soms heel rotsachtig, dan weer fantastische witte stranden. Begin september zijn quasi alle toeristen ook weer vertrokken en zijn de stranden leeg.
Minder goed is de vaststelling dat de Bretoense chauffeurs agressiever zijn en sneller rijden dan deze in de rest van Frankrijk, waar de rijkwaliteiten niet slecht te noemen zijn, maar zeker ook niet goed.








In Morlaix sta ik, zoals zo vaak tijdens mijn reizen, opnieuw voor een dilemma. Verder langs de kust wat ongetwijfeld een spectaculaire optie zou zijn, of inland gaan, waar een voie verte over een oude spoorlijn kan nemen, autovrij, in de bossen.
De eerste optie is gegarandeerd de mooiere, maar ik kies voor de tweede. Gewoon omdat ik wat wil genieten van het fietsen op zich.

Many cycling routes come together in Morlaix.




De Voie Verte Morlaix – Carhaix valt me reuze mee.
Ter hoogte van het dorpje Gouarec bereik ik opnieuw de Blavet en fiets ik een twintigtal kilometer de route die ik een weekje geleden fietste in tegengestelde richting tot ik opnieuw in Mûr-de-Bretagne ben.

Van daar gaat het opnieuw over voor mij onbekend terrein, nog steeds langs de voie verte verder oostwaarts.
Langs de rivier La Rance bereik ik eerst Léhon en een beetje verder het toeristische Dinan dat vol ‘plezierboten’ ligt. Ik weet niet of de toeristen helemaal ingeshutteld worden vanuit Saint-Malo, of ze gewoon hier een klein stukje langs de rivier heen en weer varen.



At Dinan



Still at Dinan

Van Dinan gaat het naar Dinard dat aan de westelijke over van de Rance rivier ligt. Mooi, zeker, maar oh-zo toeristisch. Ik neem de overzetboot naar het nog toeristische Saint-Malo.

Plenty of yaghts at the mouth of the Rance river. Saint Malo visible in the left corner.

Saint-Malo, seen from the opposite river bank in Dinard.

Op voorhand had ik in m’n tent wat tijd gestoken om een zo rustig mogelijke route te vinden naar de Mont Saint-Michel, wat uiteindelijk ook geslaagd bleek. De hele route zet ik binnenkort wel online. Gewoon de hoofdweg nemen is gekkenwerk.
De Mont Saint-Michel.
Wereldberoemd natuurlijk. De abdij en de omliggende baai staan op de Unesco werelderfgoedlijst. Het is tevens de derde meest bezochte toeristische trekpleister van Frankrijk, na de Eifeltoren en het Kasteel van Versailles, met jaarlijks meer dan 3.500.000 bezoekers.
Volgens wikipedia kent de baai het grootste getijdenverschil van Europa (tot 15 meter). Ik meende dat echter al een keer tegengekomen te zijn in Noorwegen.
Wat opzoekwerk leert me echter dat ze in Saltstraumen, in de provincie Nordland, de ‘sterkste getijdestroom’ ter wereld hebben. Tot 400 miljoen m³ (ton) zeewater passeert elke zes uur door een 3 km lange en 150 m brede zeestraat. Maar dat is dus iets anders als ‘het grootste getijdenverschil’.

Mont Saint-Michel

Mont Saint-Michel


Eens voorbij de Mont Saint-Michel verlaat ik Bretagne en licht Normandië op me te wachten.  Meer daarover gauw in een volgende post.

Pyrenees, Languedoc, Canal du Midi & Atlantic Coast.

DSCF0821Tesamen met men makker Charles die is overgekomen om een weekje mee te fietsen steek ik de Spaans-Franse grens over nabij het dorpje Coustouges.
Via een rustige weg dalen we af naar het dal van de rivier ‘Le Tech’, waar de vrij drukke D-115 doorheen loopt.
In Amélies-Les-Bains-Palalda klimmen we opnieuw de bergen in waar een rustige camping gevonden wordt.
Op de dag dat we het mooiste stukje gaan fietsen van onze gezamenlijke route slaat het weer juist om natuurlijk. Met bakken valt het uit de lucht. In het plaatsje La Bastide worden we een tweetal uurtjes opgehouden door deze wolkbreuk die gepaard gaat met zwaar gedonder en gebliksem.
Het fietsen door deze bergachtige omgeving met dit soort weer heeft ook wel iets magisch, maar we zijn toch content dat we na de afdaling, en bij droog weer de tent kunnen neerzetten in het plaatsje Vinça.

My friend Charles arriving at a misty pass.


Deze hick-up van het weer duurde gelukkig maar een dagje, en was toch weer goed voor de plantjes.
Door de heuveltjes van het voorgebergte van de Pyreneeën bereiken we het super-toeristische Carcassonne. Uitstekende plaats voor een lunch-stop en snel een kijkje te nemen in het historisch gedeelte, maar in de namiddag fietsen we de stad uit en vinden een rustig plekje voor de tenten iets buiten Caunes-Minervois.
Rond 22u30 begint er een fantastische licht- en geluidsshow. De ene bliksemschicht na de andere licht men tent op.
Fantastisch !

Charles, preparing his bike after a lunch break.  We cycled during the heat wave, so breaks were numerous, daily distances modest  🙂


Sometimes it’s hard to find a nice wild camping spot.  On this day we had some troubles finding something suitable, but karma gave us this spot, a few meters above the road with fantastic views into a valley that would eventually lead towards Perpignan.





Charles refreshing himself: If you can’t reach the river, you’ll always find other places for a good wash.

Carcassonne shopping street.



Bij de splitsing tussen heet Canal Du Midi en het Canal De Jonction, dat richting Narbonne loopt neem ik afscheid van Charles.
Hij neemt morgen de trein terug naar huis. Na een aangenaam weekje in gezelschap zet ik men weg alleen verder en fiets via het Canal Du Midi opnieuw richting Carcassonne.

We cycled on top of the Canyon de la Cesse.




Aanvankelijk vind ik het tof dat het jaagpad langs het kanaal onverhard is, en vaak zelfs single-track. Al gauw wordt het echter drukker op het pad. Dagtoeristen met de fiets met een trailer met kinderen, honden aan leibanden van vier meter, de bomma met haar roulator op de single-track,…. Allemaal heel goed dat de mensen buiten komen, maar het schiet niet op.
Ook krijg je weer de gebruikelijke opmerkingen constant naar je hoofd geslingerd. Bel je niet, roepen ze je na “Wat is ’t, heb je geen bel ?”.
Bel je wel, krijg je te horen “Wat is ’t, heb je geen plaats genoeg ?”.
Kortom: Teveel mensen.

To the right, the Canal du Midi running over an aquaduct to cross a little side stream.



Een vijftigtal kilometer voor Toulouse is het jaagpad verhard en gaat het allemaal wat beter.
Ik steven nu recht op de Landes af. Een gebied dat bij de autotoerist op weg naar het zuiden clichématig als “saai” wordt bestempeld (want bossen zijn ‘saai’ natuurlijk).
Ik vond het allemaal eigenlijk heel goed meevallen op de fiets.
De voie verte over de oude spoorlijn van Bazas naar Mios is aangenaam fietsen door de bossen, waar het vrij eenvoudig is goede wildkampeerplekjes te vinden.
Langs het meer van Arcachon neemt het toerisme weer waanzinnige proporties aan en luid het devies hoe sneller je het achter je kan laten, hoe beter.


Old bridge for agricultural traffic (and a cyclist now and then) over the Canal du Midi.

The ‘Landes’.

Although this is a national park, trees are still cut, the ground is plowed deeply and new trees are planted neatly in rows.  In between the trees, ferns and nothing else.  Useless ‘forests’ for wild life.  In many national parks, I saw whole forests being mowed down.  The authorities, probably sensible some people might react, have put up a sign mentioning “Renewal of the forest. We are working on the forest of the future.”         What kind of crap is that ???      Forests have been able to take care of themselves since millions of years.   We don’t have to “work on the forest”.  Leaving the forest alone will create the most valuable forest, not plowing it and cutting it down all the time.





Ik volg nu de EV1, ‘La Vélodyssée’. Het is allemaal niet slecht, zeker niet, maar toch een beetje teveel drukte voor mij. Ik passeer door grotere plaatsen als Royan, Rochefort en La Rochelle.

Brilliant empty beaches deep in the landes. The Atlantic to the left, then the dunes protecting the forest to the right.

Watch out where you put your hand when picking berries 🙂

Atlantic beach, closer to the parking lot.



La Rochelle

Myocastor coypus / Nutria / Beverrat








Een dikke tien kilometer voor Pornic verlaat ik de Vélodyssée en fiets landinwaarts richting Saint-Viaud waar ik afgesproken heb met men vrienden Inge, Choi en Leon. Saint-Viaud heeft een meertje waar een luchtkasteel op drijft waarop een mens allerlei kunstjes kan uithalen en zich jonger kan wanen dan ie is.
Van Saint-Viaud is het nog maar enkele kilometers naar Paimbœuf aan de Loire.
De Saint-louis kerk in het dorpje is in Byzantijnse architectuur en een soort mini Hagia Sophia.

Inge, choi and Leon, welcoming me in their holiday home 🙂

Some barge burned down on the Loire the night before.

Saint-louis charge in Paimbœuf.

Ik fiets een klein stukje verder tot aan de monding van de Loire. Hier gaat een mega-brug over de rivier. Fietsen over de brug is niet verboden, maar er is geen centimeter rijstrook voorzien voor fietsers en het stijgt serieus, aangerzien er grote schepen onderdoor moeten kunnen.
Gelukkig is er een shuttle busje dat enkele keren per dag heen en weer rijdt. Het busje heeft een trailer waar zes fietsen op kunnen (info hier).

The bridge over the Loire River to Saint-Nazaire.



Hoewel de Loire niet de officiële grens met Bretagne is, voelt het instinctief wel zo aan, en lijkt het op de kaart ook de logische grens.
Meer over mijn tocht door Bretagne in een volgend bericht.

Southern France and a little taste of Catalonia

Ik verlaat de vallei van de Herault, klim over het heuvelruggetje en daal af naar het riviertje de Buèges. Ik fiets even door St-Jean-de-Buéges, een heel oud dorpje. Best mooi.
Via de smalle D122 fiets ik verder naar het zuiden. Geen verkeer, uitzicht op de Montagne de Séranne rechts van me, ideaal om te fietsen. Ware het niet dat het werkelijk bloedheet is en de weg steil omhoog loopt.
In een bocht leg ik me onder een boom in de schaduw.
Volledig op.





Look, ‘Tour de France’ Bananas 🙂


De goden zijn me echter wederom gunstig gezind.

Het wordt bewolkt. Eerst witte wolkjes, dan al wat grijzer, een donderslag, een bliksemschicht en in geen tijd ziet de hemel pikzwart. Nog even doorklimmen en dan dender ik naar beneden. enkele spatten regen, maar ik blijf het onweer net voor.



Entering St-Jean-de-Buéges






Voorbij het stadje Clermont-l’Herault fiets ik naar de Cirque de Mourèze over smalle, rustige weggetjes.
De auto’s staan echter al geparkeerd tot voor het dorp Mourèze. Ik wip snel de tourist info binnen om uit te zoeken hoe ik best de Cirque kan bekijken.
Alweer bleek ik op het juiste moment op de juiste plaats te zijn. Er was vandaag één of ander concert in het dorp, vandaar al dat volk. Wel jammer was dat een deel van de wandeling om en doorheen het gebied daardoor afgesloten was.
Er zijn gewoon teveel mensen die teveel onnozel entertainment nodig hebben medunkt.


Via een klein steegje doorheen het dorp langswaar er nog wel toegang is, vind ik men weg naar de Cirque de Mourèze en al zen grillige, puntige rotsen.
Verbazingwekkend dat ik hier als enige rondloop in dit mooie gebied. De enkele honderden meters die ervoor gewandeld dienen te worden blijkt alweer voor 99% van de mensen teveel te zijn.




Wanneer ik terug naar men fiets wandel, passeer ik landgenoten die ook een kijkje komen nemen.
De vrouw heeft een stel benen waarop je zonder probleem de kathedraal van Antwerpen op zou kunnen laten rusten. En het is geen spiermassa.
Het pad is super eenvoudig en kan probleemloos door een honderdjarige afgelegd worden.
De vrouw dient echter van een steen ongeveer 20 centimeter omlaag te stappen.

Ik wacht geduldig op haar afdaling…
Aarzelend gaapt ze naar de kloof ter grootte van een molshoop die voor haar ligt. Niet wetende dat ik haar taaltje versta loopt ze tegen haar man te klagen “dat is elk jaar hetzelfde dat gij mij zoiets “aandoet”. Al twintig jaar ga ik met jou op congé, en elk jaar is het hetzelfde en pakt gij mij mee naar zo’n dinges”.
De vleeshoop blijft maar klagen en van jetje geven. Plezant uitstapje voor die man en hun twee kinderen.
Ik overweeg nog om de man in te fluisteren “een beetje verder is er een afgrond; één klein duwtje en je bent voor altijd van dit soort gezever verlost”, maar ik laat het maar. Ik heb men goede daad deze maand al verricht.
En ach, het is ook een beetje ‘eigen schuld, dikken bult’ natuurlijk.


In Bédarieux neem ik de voie verte de Languedoc voor een kleine 20 kilometer. Een heel mooie voie verte die ik zeker nog eens helemaal wil volgen.
Deze keer daal ik echter af door de vallei van de Orb, zuidwaarts richting de wijngebeden van de Languedoc. Ik kruis het Canal du Midi en neem weer even de fietsroute naar Barcelona op. Deze gaat echter over iets te drukke wegen, vind ik en laat ook de mooiere gebieden links liggen. Daarom draai ik na het dorp Tuchan rechtsaf naar het westen richting Padern en Cucugnan. Iets zwaarder werk want ik moet opnieuw de heuvels in met de hittegolf die maar blijft aanhouden.
Zonder het me op dat moment zelf te realiseren rond ik op 25 juli 2018 ergens in de buurt van Tuchan de kaap van men honderdduizendste fietskilometer (enkel kilometers op reis, niet thuis).


Anchovies, bread, cucumber, a podcast, sunshine, peace & quiet. Life is good.

Voie verte de Languedoc.



First meters along the Canal du Midi


’s Avonds koel ik nog een uurtje af in het riviertje L’Agly en zet wat verder men tent op.
Iets voor zonsondergang begint een hond, niet heel in de verte te blaffen.
Aan het volume en de zwaarte van het geblaf kan je opmaken dat het zo’n hond is de grootte van een kalf.
Woef-woef-woef…. anderhalve seconde pauze woef-woef-woef, ….
Dit gaat zonder enige onderbreking door.
Ik blijf het onbegrijpelijk vinden dat mensen zo’n beest kunnen houden en ervan uitgaan dat de hele buurt dat moet accepteren. Ik blijf het onbegrijpelijk vinden dat je dat zelf kunt blijven verdragen, dag na dag na dag.
Als ik ooit naast zoiets woon vliegt er de eerste avond een rauwe biefstuk vol rattenvergif over den draad.
Om middernacht steek ik men oordopen in.
Dat is de eerste keer dat ik dat doe als ik wild kampeer, maar het was dat, of…
Als ik rond een uur of vier wakker word, doe ik efkes een oordop uit, en het beest is nog steeds aan de gang, kan je dat geloven ???






Terwijl de Tour de France volop bezig is, en niet eens zo ver van waar ik me nu bevind, fiets ik de volgende ochtend door het dorpje Latour-de-France, of ‘La Tor de França’, want ik bevind me al een tijdje in het Catalaans gedeelte van Frankrijk.


Er is geen strook meer vlak hier.
Na weer een colletje beklommen te hebben daal ik van Llauro af naar het dal van de Tech en het stadje Céret. Mooi plaatsje om een middag op een terrasje te zitten en alles wat gade te slaan.
Maar, geen tijd daarvoor.
Klimmen ga ik doen.

Het smalle weggetje D13-f loopt langs een diepe kloof recht omhoog de Pyreneeën in.
Liters zweet kost het me voor ik op de col de Fontfrède aankom.
Slechts 869 meter hoog, maar naar het einde toe was het steil.
De hitte weegt echter nog zwaarder dan de steiltegraad.
In de afdaling schrijf ik nog een ander colletje, de Col de la Brousse op men palmares.
Het dorpje Las Illas ligt juist voor de grens.
Via zigzag-weggetje met stijgingspercentages tot 13% bereik ik de Col de Manrella (715 meter).
Voor de zoveelste keer in men fietscarrière zet ik men tent op, pal op de grens tussen de twee landen.



Vanavond is het maansverduistering die ik van hierboven goed kan bekijken.
Kilometers hier vandaan, in de diepte ligt de autobaan naar Barcelona. Ik hoor het verkeer tot hier boven.
Dat blijft één van de grote minpunten van fietsen in west-Europa.
Praktisch nergens ontsnap je aan menselijk lawaai, hetzij verkeer, hetzij hun honden, hetzij het geboenk van bassen uit auto’s of God-weet-waar het steeds vandaan komt.
In Scandinavië wil het nog wel eens lukken om enkel natuurlijke geluiden te horen maar eens bezuiden het Kattegat is het hopeloos.

DSCF0611Beneden in het dal mag dan wel de autostrade lopen, ik lijk hier boven men tent weg gezet te hebben naast de everzwijnenstrade. Vanaf zonsondergang en de hele nacht door zitten ze rond men tent in de grond te wroeten. Vaak vlak ernaast en moet ik ze wegjagen.

Spanje !
Ik zeg niet dat ze in Frankrijk onvriendelijk zijn, maar in Spanje is het gelijk toch allemaal wat hartelijker en opnieuw is het opmerkelijk hoe goed de autobestuurders hier zijn, hoe ze geduldig achter je wachten, ook op bochtige bergweggetjes tot ze 100% zeker zijn dat ze je voorbij kunnen zonder je leven in gevaar te brengen. En dit is nog maar Catalonië. In de rest van Spanje is het nog beter.


Voorbij het dorpje Agullana kruis ik de snelweg in la Jonquera.
Een hell hole vol truck stops, supermarkten, outlet stores, een drukke N-weg en de autostrade.
Allemaal in het smalle dal gepropt.

Hier pik ik even de Eurovelo 8 route, oftewel de Pirinexus route op. Beide lopen hier samen over onverwacht mooie weggetjes. Perfect compacte gravel waar je zo op zou kunnen beginnen tennissen. Rijdt fantastisch.

Ik fietste een goed jaar geleden met de mountainbike al eens door het dorpje Peralada, maar neem nu uitgebreider de tijd om het plaatsje te bekijken.
Vreemd dat ik me er niets van herinnerde.

In het volgende dorp, Vilanova de la Muga (Muga is de rivier die hier loopt) merk ik plots dat ik al schrikbarend dicht bij de kust zit.
Absoluut geen mogelijkheid tot wild kamperen daar.
En als er één iets is waar ik als de dood voor ben, is het een kamping aan een Spaanse Costa eind juli.

Ik neem eerst nog even een kijkje in het fantastisch mooie kerkje van het dorp waar de pastoor op een zaterdag om 5 uur ’s middags persoonlijk de gelovigen verwelkomt aan de ingang, zich dan snel omkleed en al zingend naar zen altaar loopt, geflankeerd door een jonge misdienaar.
Ik verlaat snel het kerkje.
Buiten hoor ik hoe hij aan zen toespraak, of preek of wat dan ook begint, en dan beginnen ze samen te zingen, de pastoor en zen twaalftal gelovigen.
Gemiddelde leeftijd: minstens 80 jaar.
Wat spijtig is want het oprukkende…. ach laat maar.



Ik draai men stuur en fiets enkele kilometer terug naar een veldje dat er oké uitzag voor een nacht.
Op weg naar men plekje voor de nacht zie ik een otter in de Muga rivier zwemmen.
Rond de tijd van zonsondergang scheren de vleermuizen rakelings langs men tent.
Er wandelen ook drie everzwijnen voorbij.

Het lawaai van de drukke N-260,die in vogelvlucht op één kilometer lag, werkte al op men systeem, en nu blijkt er ook ergens een zware geluidsinstallatie open gedraaid te worden.
Vreemd, uit de richting waar ik vandaan kom en enkel oude boerderijen zag staan. Waarschijnlijk toch een soort discotheek langs die N-260.
Moest ik één van die oude boeren zijn en ze zouden plotseling zoiets openen waardoor men bed weet-ik-hoeveel nachten per week in de kamer staat te daveren…. je zou me al gauw met enkele jerrycans benzine en een aansteker rond die discotheek zien lopen.
Problemen zijn er immers om aangepakt te worden. 🙂

When I created my route, I decided to visit the Mediterranean coast as well. This is what I found. Horror, oh horror ! Of course, I knew to expect this, and therefore my route along the coast was 1,5 km long only hehe.

Soon I returned inland and only a few kilometer from the coast, I’m back in my own habitat.

Granted, the climb was a bit steep and rough. You can still see the Mediterranean in the background.




The tent finally collapsed the last night. No more ways to repair the broken poles.


My little windowless room in Girona. But the owner did everything to make it nice and comfortable.

Na een nachtje in het mooie stadje Girona neem ik de trein naar Barcelona waar men moeder een nieuwe tent mee naartoe zal brengen.
We hebben vijf dagen om de stad te verkennen. Juist tijdens die verschrikkelijke hittegolf natuurlijk, die maar blijft aanhouden.
Het is jammer dat de tickets voor de Sagrada Familia reeds weken op voorhand uitverkocht waren, maar de andere belangrijke attracties bezoeken we wel, Casa Mila, Casa Batllo, Park Guëll, Montjuic, de oude Gotische wijk ….. etc.
De gebouwen van Gaudi zijn natuurlijk prachtig, maar de manier waarop je gedwongen wordt in 2018 een stad te bezoeken is gewoon belachelijk en irritant.
Je moet weken op voorhand een ticket online kopen en dan een tijdslot uitkiezen waarop je je zal aanmelden aan de attractie.
Zo kan je dan bv om 13u30 naar Park Guëll gaan.
Je komt geen minuut vroeger binnen als je er al aankomt om bv 13u10.
Twintig minuten wachten in de blakende zon dus.
Je mag maximum 29 minuten te laat komen.
DSCF0718Arriveer je om 14u00 wordt de toegang onverbiddelijk geweigerd en ben je je centen kwijt.
Opnieuw betalen gaat zelfs niet, als je al zo gek zou zijn dat te doen, want het tijdslot is natuurlijk uitverkocht.

Je moet ook op voorhand perfect inschatten hoe lang je op elke plaats blijft, hoe lang je verplaatsing naar je volgende attractie duurt, etc…
Iemand die nooit eerder in Barcelona geweest is en Casa Mila bezoekt moet dat dus met de natte vinger allemaal doen.
Zeggen van “amai, ’t is warm, kom we gaan rap een terrasje doen” kan dus niet meer, want je hebt dan 28 euro per persoon betaalt om Casa batllo te bezoeken, en dan ben je die kwijt, en kom je er tijdens deze citytrip niet meer in.
Ergens voorbij wandelen en zeggen “amai, dat ziet er iets tof uit, kom we gaan eens binnen”.
Vergeet het.
Nog even, en je hebt in de Begijnenstraat meer vrijheid als toerist in een populaire grootstad.

The Sagrada Familia, still unfinished.

Casa Mila, Gaudi architecture


Casa Batllo


Het blijft natuurlijk een fantastische stad, maar de manier waarop je ze willens nillens moet bezoeken slaat dus nergens op.
En het is duuuuuur.
Niet enkel de hotels, maar vooral de toegangsprijzen zijn van de pot gerukt.
Gelukkig ben ik niet iemand die al die steden afloopt.
Dat zal de gemiddelde Catalaan natuurlijk worst wezen, want toeristen genoeg.
Neen, toeristen teveel, dus … misschien moet je er gewoon begrip voor hebben.

Placa Real, Barcelona.

The excellent writer George Orwell fought in the Spanish Civil War and is honoured with a square in Barcelona.

One of the very best books ever, 1984 by George Orwell, but I gues in Catalunia they like him especially for his book ‘Homage to Catalonia’.

Park Guëll




A welcome sign for the tourists 🙂

Men kameraad Charles is afgereisd naar Figueres om een weekje mee te fietsen. Het zwaarste stuk van zen tocht krijgt hij de eerste drie dagen voorgeschoteld wanneer we de Pyreneeën opnieuw moeten oversteken.
Het is bloedheet wanneer we aan de klim uit Figueres beginnen en wanneer we een eerste riviertje tegenkomen zetten we de fietsen alras aan de kant. Maar wow, dit heb ik de laatste weken nog niet meegemaakt. Het lijkt wel puur gletsjerwater. Ijs en ijskoud is het.

My new tent. The same Salewa Micra II as before. The new version deteriorated compared to the one I had. Why on earth these flashy green colour, screaming out loud ‘Here I am !’ ?? Also the sleeves at the top that replace the clips are a deterioration.



My friend Charles in front of the Dali house in Figueres. Eggs on the top, bread against the walls.

Dat de warmte ons naar het hoofd gestegen is blijkt duidelijk. Een normaal mens wordt er niet vrolijk van als er wolken opdagen, maar wij nu dus wel.
Iets voorbij het plaatsje Maçanet de Cabrenys zetten we onze tenten op in een bos in het gezelschap van opmerkelijk veel wespen en natuurlijk weer de nodige everzwijnen ’s nachts.
De onvermijdelijke gezel van de wildkampeerder in de Pyreneeën.


Update hoe het ons verder vergaat in Frankrijk volgt spoedig.

Belgium, France: A new European chapter

Na een kleine recuperatie van de Zuid-Amerika-reis en vliegensvlug weer kilo’s bijgekomen te zijn, vertrek ik vanuit België richting Spanje met de fiets.
Hiervoor heb ik wat bestaande fietsroutes gemixt en aan elkaar geknoopt en er regelmatig wat eigen creaties tussen gevoegd.
DSCF0001Via Schotenvaart en het Albertkanaal bevind ik me al gauw op de ‘Kempen-Hagelandroute’, een tot fietspad omgetoverde spoorlijn.

Men eerste overnachting op de bivakzone iets buiten Aarschot was een tegenvaller.
De plaatselijke jeugd had de zone ook ontdekt en kwam er ’s avonds jointen roken en bier zuipen.
Geen risico’s meer vanaf nu. Ik ga gewoon lekker illegaal wildkamperen, dan ben ik tenminste op men gemak.
Vanuit Aarschot, waar ik op de markt een grote zak kersen koop voor onderweg, fiets ik een stukje via de Demer richting Scherpenheuvel.
Gisteren was ik tot tweemaal toe gewaarschuwd dat het hier ‘serieus’ zou gaan heuvelen, maar dat viel goed mee. Hoogteverschillen van slechts enkele tientallen meters.
Aan de basiliek in Scherpenheuvel doe ik een kaarske branden.
Als je hier dan toch bent…
Je weet nooit waarvoor het goed is.

The basilica of Scherpenheuvel


The candle in the middle is mine. World peace 😉

Ik maak nog een praatje voor de basiliek met een tachtigjarige rakker op zen koersfiets. Hij kwam uit Peer gefietst, en als hij in ’t weekend met de club ging rijden, deed hij nog 160 kilometer op een dag !
Van Scherpenheuvel fiets ik terug richting de de Demer naar een volgend hoogtepunt, Zichem.
Voor de kerk staat een standbeeld van Ernest Claes met ‘De Witte’ in zen nek.DSCF0030

Juist buiten Zichem beklim ik de Maagdentoren en iets voorbij Diest neem ik voor een stukje de ‘Kempen-Haspengouwroute’ op. Ik fiets nu door de Getevallei.
Blijkbaar was de rivier de Gete de eerste hindernis die de Duitsers tijdelijk tegenhield nadat ze Luik veroverd hadden. Ik weet niet meer over welke van de twee wereldoorlogen we hier spreken.

The virgen tower near Zichem.

Men tweede nacht zet ik men tent op in een bosje langs het fietspad en luister op Radio 1 naar België – Engeland.

De Belgische hoogtepunten rijgen zich aan mekaar. Ook in Tienen arriveer ik op marktdag. Ik fiets een hele tour door de stad op zoek naar één van de iconen van de Vlaamse televisie maar Ben Crabbé laat zich niet zien.
Lichtelijk teleurgesteld (of zeg maar gerust ‘serieus ontgoocheld’, Ben !) fiets ik verder richting Jodoigne, Geldenaken op zen Vlaams. Ook Marc Wilmots heeft zich goed verstopt.

Football fever in Tienen.

Door Wallonië lopen enkele uitstekende fietspaden, de Ravels, die me tot in Namen brengen. Ik doorkruis de hele stad, maar vind geen enkele frituur die open is, en daar had ik juist zo’n zin in.
Genoeg kebab- en durumzaken die open zijn.
Zo ver is het gekomen. Een mens vindt geen fritten meer in een Belgische provinciehoofdstad.
Wel pitta’s.
Ik weiger daar echter binnen te gaan. Dan eet ik nog liever een banaan.

’s Namiddags neem ik een duik in de Maas. Iedereen doet dat hier.
Ietsje voorbij Dinant vind ik dan toch nog men laatste portie fritten voor ik de grens oversteek.

La Meuse


Bayard rock, Dinant

Onderaan de kaart van België heb je zo’n instulping waar Frankrijk een eind in België reikt. Daar fiets ik nu, de Maasvallei volgend. De rivier maakt hier de ene bocht na de andere en ik kan praktisch steeds op een autovrij fietspad rijden.
Temperatuur: 29°C in de schaduw, tien graden warmer in het zonnetje. Ideaal fietsweer.
Nu nog, want ondanks dat de heuvels aan beide zijden langs me oprijzen komt er zolang ik langs de Maas blijf fietsen weinig klimwerk aan te pas. Om te klimmen is dit weer iets te warm, maar ik zal het uiteindelijk niet kunnen vermijden.



In Sedan ga ik in een cafeetje aan het station een cola drinken. Het is zondag en alle winkels zijn dicht, en dan kan ik na het nuttigen van men drankje aan de bar vragen men bidons te vullen.
Het café zag er langs buiten een normale zaak uit, met een terras en parasols van Grimbergen bier.
Binnen stond echter een karaoke machine. Een soort Noord-Franse Eddy Wally, compleet in witte blinkende joggingbroek, witte flashy schoenen, wit hemd en exact dezelfde coiffuur als Eddy Wally stond één of andere Franse song over Tennessee ten berde te brengen.
Het was zo slecht dat het prachtig werd.
Na hem kwam een vrouw van een jaar of 55, tattoos in de nek, een piercing door haar onderlip en van die grote gaten in haar oren aan de beurt.
Kortom, marginaliteit troef en dus een zalig plekje om efkes tot rust te komen.
Er was ook een jurytafel met drie leden, die de helft van het café in beslag nam. Dat was geen enkel probleem, want er waren maar vier karaoke-zangers.
Toch is er dan eentje die uiteindelijk van het podium valt.

In my quest to avoid busy road, I do end up in curious places from time to time 🙂

Een tiental kilometer ten zuiden van Sedan is het gedaan met de pret.
Geen fietspad meer langs de rivier.
Via wat geklungel door velden omdat ik geen goesting heb de grote baan te nemen begin ik aan men eerste klimmetje van deze tocht. Niks noemenswaardig, we gaan maar naar 280 meter, naar het dorp Amblmont.
Een groot plakkaat naast de kerk meldt dat Louis XIV (de Zonnekoning ?) hier in 1680 op het uitkijkpunt gestaan heeft en gezegd moet hebben ”Il n’y a pas de plus bel endroît dans tout mon royaume !”.

Volgens mij moet Louis XIV die dag een goed stuk in zen kraag gehad hebben.
Het is hier weliswaar niet mis, maar nu gaan claimen dat dit het mooiste plekje van zen koninkrijk was …. nee, dan kan ik de Louis naar andere plekjes meenemen.

According to Louis XIV the most beautiful place of his kingdom.


Op en neer, op en neer gaat het maar. Ik zit nu in de vallei van ‘La Chiers’, een riviertje ten oosten van de Maas.
Er is in deze regio zwaar geknokt, zowel in de eerste als de tweede wereldoorlog. Ik fiets langs redelijk veel monumenten. Een groot bv in Villy-La-Ferté.
Ik steek ‘Les Hauts de Meuse’, een lange heuvelrug ten oosten van de Maas opnieuw over richting Verdun. Mooi stadje maar ik blijf er niet al te lang hangen.
Ten zuiden van Verdun volg ik de D34 die eigenlijk een beetje te druk naar men goesting is, tot aan St.-Mihiel. Opnieuw een plaatsje dat niet mis is, met een veel te grote kerk voor wat het is.





Camping behind a big field of sun flowers.



Voor een derde maal steek ik de ‘Hauts de Meuse’ over, van de Maasvallei naar de vallei van de moezel, richting Pont-à-Mousson.
De voorbije dagen steeg de temperatuur in het zonnetje voorbij de 40 graden. In de namiddag begint het zowel links als rechts van mij bewolkt te worden en hoor ik wat gerommel in de lucht. Tijd om dekking te zoeken en men tentje veilig en wel beschut op te stellen in het bos.

Van al die regen en onweer blijkt weinig in huis te komen ’s avonds en ’s nachts.
Maar juist als ik ’s ochtends men tent opgebroken heb en wil vertrekken begint het te regenen natuurlijk. Voor het eerst sinds maanden moet ik terug een regenjas aantrekken.
In Pagny-Sur-Moselle bereik ik de Moezel en via het jaagpad erlangs wat later ook Pont-à-Mousson.

Bij het binnen rijden van Nancy kom ik Paul en Bea tegen. Samen gaan we op een terrasje iets drinken, het weer is inmiddels opgeklaard. Zij hebben reeds een hotelletje gebooked. Aanvankelijk wilde ik de stad nog uitfietsen en een plekje voor de tent zoeken, maar dan zie ik hoe mooi Nancy is en besluit ook een hotelletje te nemen zodat ik op men gemakje kan rondkijken.
Er zijn enkele prachtige pleinen in Nancy die blijkbaar op de Unesco lijst staan. De Place Stanislaw is met voorsprong het knapst.
Ook veel Art-Nouveau gebouwen.

Paul & Bea, two Dutch cyclists I met just outside Nancy.

I was wondering why on earth one would paint a hotel room completely in pink ??

To match the toilet paper of course ! 😀

A bizarre labyrinth of pipes in my room.

Place Stanislaw, Nancy

Place Stanislaw, Nancy




Bikeshop in Nancy






Ten zuiden van Nancy blijf ik de Moezel volgen over uitstekend geasfalteerde jaagpaden. Ik verlaat ook de Lorraine regio en fiets de Vogezen binnen.
In het plaatsje Charmes word ik overladen met twijfels en keuzes.
Er is een camping.
Blijf ik daar zodat ik naar Brazilië – België kan kijken, of fiets ik nog wat verder ?
Verlaat ik de fietspaden langs de rivier en trek ik een beetje de heuvels in, of blijf ik verder rijden langs de jaagpaden richting Epinal ?
Kiezen is verliezen !
Na een kwartiertje twijfelen in de schaduw onder de brug heb ik beide knopen door gehakt. Geen voetbal, ik fiets verder, en wel recht de heuvels in richting het plaatsje Dompaire.




Ten zuiden van Dompaire tref ik een nieuwe waterweg, het ‘Canal Des Vosges’. Ideaal om dagen met klimmetjes af te wisselen met vlakkere dagen langs het water. Ik doe ook in elk van deze waterlopen, natuurlijk of uitgegraven, dagelijks een zwemmeke. De temperaturen lopen ’s middags op tot boven de veertig graden in de zon.

In Fontenoy-le-Château verlaat ik het Vogezenkanaal en trek weer de heuvels in om af te dalen naar het riviertje ‘La Superbe’.




In Port-Sur-Sâone bereik ik weer een andere rivier, de Sâone waarlangs ik een tijdje zal fietsen.
De Sâone is de enige serieuze rivier in noordoost Frankrijk die richting het zuiden vloeit. Op de 480 kilometer van de bron in de Vogezen tot aan de samenvloeiing met de Rhône in Lyon heeft de rivier een verval van amper 232 meter. Een rustig watertje dus.
Ideaal om te zwemmen.
Ik fiets ook nog efkes langs het Rijn-Rhône kanaal alvorens opnieuw naar de Sâone te fietsen.
Dit Rijn-Rhône kanaal verdient verder onderzoek, of er befietsbare paden langslopen om in de toekomst eens langs te rijden.


Eindelijk gevonden ! Ne nagel om aan ….


Iets voorbij Saint-Jean-de-Losne, trouwens allemaal plaatsjes met mooie kerken met kleurrijke daken hier, fiets ik Fanny, een Belgische fietster tegen het lijf die richting Montélimar rijdt.
Samen rijden we tot in Chalon-Sur-Sâone. Zo zijn we alvast zeker om op de camping niet de enige België supporter te zijn voor de halve finale tegen Frankrijk vanavond.
Zoals steeds wanneer ik naar een match van de duiveltjes kijk loopt het faliekant af.
Wanneer ik voorspel dat ze verliezen en niet kijk, winnen ze, en scoren veel goals.
Dan kijk ik eens en scoren ze niks en verliezen ze.
Bende sjakossendragers.

When the hills are too abrupt to build locks, they simply built a tunnel for the canal.

The weather is so hot, even the cows take a bath to cool down a bit.

A region with beautiful roofs on old public buildings and churches.

Gelukkig is de tour de France inmiddels ook gestart.
Eigenlijk ben ik nog steeds kwaad op dat evenement en zou ik het nog enkele jaren moeten boycotten wegens die debiele beslissing die de Belgische juryvoorzitter verleden jaar nam om Sagan te schorsen in de sprint tegen Cavendish. Ik zou beter naar de Giro Rosa kijken die ook bezig is en waar Jolien d’Hoore toch maar mooi weer een ritoverwinning op haar naam geschreven heeft. Curieus of de mannen dat ook gaan kunnen. Met 19 Belgische deelnemers maken we toch meer dan 10% van het peloton uit.
Jolien d’Hoore wint zelfs twee ritten achter elkaar, een spurt met lengtes voorsprong 🙂

Jolien d'Hoore
Jolien d’Hoore

Na Chalon-Sur-Sâone verlaat ik de rivier en fiets naar het westen richting Givry. Ten zuiden van Givry zou, volgens het boekje ‘Fietsen naar Barcelona’, ‘de mooiste voie verte van Frankrijk’ lopen. De voie verte is inderdaad vrij mooi, het is aangenaam fietsen zo autovrij, maar écht spectaculair vind ik het nu ook weer niet.
Ik hoop dat er mooiere voie vertes in Frankrijk zijn.




0,5 kg cherries fit perfectly in an Ortlieb handle bar bag.


At first I thought these 2 snails were dying but I think they were eating something.

Cluny is een klein stadje met een grote abdij die ik best wel een bezoekje wilde brengen. En ik wil ook gerust betalen om een kijkje te nemen, maar 9,50 euro vind ik echter aan de hoge kant. Ik kom door vele stadjes, met vele oude gebouwen. Als ik dat telkens moet neertellen worden dat duizenden euro’s per jaar, dus pas ik.
Cluny is ook het stadje waar de fietsroute naar Barcelona zich splitst in een deel dat door het Centraal Massief loopt en een ander deel dat terug afdaalt naar de Sâone en uiteindelijk de Rhône.
Ik kies voor de laatste optie omdat ik twee jaar geleden al door het Centraal Massief fietste.
Voor ik de stad Macon nader wijk ik van de route af om kleinere weggetjes te nemen.

The abbey in Cluny




In het plaatsje Belleville bereik ik terug de Sâone. Ik moet twee bruggen over, de eerste over de ‘Autoroute du Soleil’, de tweede over de rivier.
Er staat een bord dat fietsers er niet overheen mogen. De weg is smal en druk.
Wat de autoriteiten vergeten, als ze een verbodsbord gezet hebben, is een alternatief suggereren. Dat alternatief vind ik zelf ook niet zo meteen, en dus veeg ik men laars aan het verbod en steek met gevaar voor men leven beide bruggen over.



Op enkele kortste stukjes na, kan ik nu de hele tijd naast de rivier tot in Lyon fietsen.
Door een twee kilometer lange tunnel, met speciale koker voor fietsers, fiets ik van de Sâone naar de Rhône, juist voor ze samenvloeien.
Lyon zou een mooie stad zijn. De kathedraal in de verte op een heuvel ziet er heel knap uit, de bruggen waar ik onderdoor fiets zijn ook heel mooi, maar ik besluit toch gewoon de stad te verlaten.
Het is 13 juli. Vanavond vuurwerk, morgen de nationale feestdag. Dan ben ik liever niet in een stad.

Lyon cathedral

One of the many beautiful bridges over the Rhône in Lyon.

Het fietspad langs de Rhône houdt nog op te bestaan alvorens je de stad uit bent.
Ik kom Reinhard tegen, een tweeënvijftig jarige Duitser die op de fiets op weg is naar Marseille en ook nog twee Polen op de fiets.
Iedereen is wat de draad kwijt door het abrupte einde van het fietspad, maar dankzij men Garmin en de track van ‘Fietsen naar Barcelona’ loods ik hen de stad uit. Reinhard fietst als laatste.
Hij roept plots dat het rood is voor hem en blijft netjes wachten voor het licht, ook al komt er geen verkeer van de andere kant.
Ook bij een tweede stoplicht waar wij nog snel doorheen fietsen gaat hij in de remmen.
De twee Polen ‘verliezen’ we aan de supermarkt en samen fietsen we verder de drukke stad uit, over wegen die eigenlijk niet geschikt zijn om te fietsen.
Meermaals rijd ik daarom via het voetpad, waar dat mogelijk en veiliger is en flitst zelfs nog een keer mee door het oranje
Reinhard volgt uiteindelijk men voorbeeld.
52 jaar Duitse opvoeding en discipline in anderhalf uur naar de vuilbak verwezen.
Goed gewerkt Koen ! 😉

De grote Stan Ockers, tot op de dag van vandaag geëerd in Lyon.

A French frog 🙂


We fietsen tot in het plaatsje Condrieu waar we de tenten wegzetten op de camping L’Ile-Des-Pêcheurs. Eén van de gasten verjaart vandaag en daarom is er een petanque tornooi georganiseerd, wat vermoedelijk de lievelingssport van het feestvarken is.
Rond half elf zou het afgelopen zijn. Half elf wordt half twaalf, waarna het nog een driekwartier duurt voor de gasten, die allen dezelfde camping delen en elkaar binnen enkele uren terugzien, om afscheid te nemen van elkaar.

De volgende dag fiets ik nog een eindje verder met Reinhard. Hij blijkt een ingenieur te zijn die werkt voor een firma die onderdelen maakt voor de auto-industrie.

Bij de samenvloeiing van het riviertje ‘Le Doux’ en de Rhône nemen we afscheid van elkaar. Reinhard vervolgt zen weg langs de Rhône, ik ga stroomopwaarts de vallei van de Doux.
Er volgt gelijk wat klimwerk. Ik zou kunnen stoppen aan de camping hier om de wedstrijd voor de derde plaats tussen België en Engeland te bekijken, maar men nachtrust is me meer waard, dus ik fiets verder en zoek later wel een plekje in de vrije natuur.

Catching the last rays of sun at a wild camping spot in the forest.

DSCF0346Ik ben trouwens het natuurpark ‘Monts d’Ardeche’ ingefietst.

Na het plaatsje Lamastra kan ik voor een kleine twintig kilometer de voie verte naar Le Cheylard volgen. Dit wil zeggen dat de steiltegraad nauwelijks merkbaar is en ik weer even heerlijk autovrij fiets. Door een oude treintunnel fiets ik onder het plaatsje Nonières.


In Ucel, een klein dorpje juist ten noorden van Aubenas ga ik nog eens naar een camping. De camping vlak naast de Ardèche kost 41.00 euro. Forfaitprijs voor twee personen, een auto en een caravan. Het feit dat ik alleen ben, met een fiets en klein tentje, verandert daar niks aan voor hen.
Indien je ook nog enkele druppeltjes elektriciteit wilt, kost dat extra.
Allemaal wat teveel van het goede dit.
Ik fiets een honderdtal meter de heuvel op naar een andere camping, waar ze ook met forfaitprijzen en al die zever werken maar ze me na wat gepingel voor 15 euro te slapen willen leggen.
Wat voor een flauwe kul is dat nu, die forfaitprijzen ??
Als je straks benzine gaat tanken met een kleine Daewoo Matiz, gaan ze dan zeggen, “we rekenen forfait 80 liter aan, tank je minder heb je pech “?

Men vierde camping op deze tocht.
Na een kinderdisco die uren doorging, zat gelal en gezangen de hele nacht na een voetbalwedstrijd, een verjaardagsfeestje met petanque toernooi hadden ze ook hier weer een verrassing in petto.
Ik bofte toch maar mooi vandaag aan te komen. Vanavond was het namelijk paella-avond als het droog bleef, en er kwam ook nog een magiër.
Tot 16u00 kon ik me ‘inschrijven’.
Ik spurtte snel naar de mij toegewezen plaats en maakte men regendans, hopende zo de hulp der goden te krijgen voor een hevig onweer de hele avond lang.
Het bracht geen soelaas.

Een licht- en geluidsinstallatie werd opgebouwd op een twintigtal meter van men tent.
Zo kon ik, zonder me ‘in te schrijven’ toch van de feestelijkheden mee genieten. De magiër stelde zich voor als zijnde iemand van de regio, maar zoals zovele ‘artiesten’ woonde hij in Parijs.
Straf dat iemand die als magiër op campings moet optreden voor een tiental bejaarden en kleuters zichzelf als artiest blijft zien, en wie weet in welk rijtje andere illustere kunstenaars plaatst hij zichzelf.

De show evenaarde het gehalte van wat een klein kind in de jaren tachtig, die juist een toverdoos voor zen achtste verjaardag had gekregen, ten berde kon brengen. Hij hield iets in zen handen, en … simsalabim… plots toverde hij het uit zen zakken. Ook moest er iemand een kaart uit een boek kaarten trekken en, ongelooflijk maar waar, ongezien zelfs en totaal onverwacht kon de magiër zeggen welke kaart dat was.
Maak dat mee !
Ja, ik was een echte bofkont op deze camping verzeild te zijn geraakt.
Het gesjouwel op luttele meters van je tent, telefoongesprekken die op luidspreker gezet dienden te worden tot ver na middernacht… alles maakt deel uit van de “charme” van een campingverblijf.
Ik blijf het onbegrijpelijk vinden dat op een plaats waar mensen centen betalen om te overnachten, c.q. slapen, er nul komma nul respect opgebracht kan worden voor zij die wensen te slapen.

Not that I need it, but I found it 😉

Wanneer ik ’s ochtends voor men tentje zit te ontbijten komt men dikke buurvrouw voorbij gewandeld met haar roze pispot waarin ik de inhoud vrolijk heen en weer zie kletsen….
Ze heeft opnieuw een soort wielrennersbroek aan en spannend t-shirt.
Elk t-shirt zou spannen bij haar.

Geen rustdag dus, maar hupsakee weer de fiets op de volgende ochtend.
Ik wilde nog enkele podcasts downloaden op de camping, maar de wifi ging trager dan in 1984.

Voorbij Aubenas volg ik een Voie Verte verder naar het zuiden, maar deze is af te raden.
Hele kleine stukjes zijn geasfalteerd, maar vaak zijn het gewoon nog de losse stenen waar ooit de rails op lagen.
Ondertussen fiets ik het nationaal park van de Cevennen in.

Ardeche river

Voie vertes, old railways turned into hiking and/or biking trails do not always mean smoothly paved surfaces.

And you better not try to ride them at night.



The Tour de France will cross my toute in a couple of days.

Last year, I had lunch at this very same picnic table outside Bessège, known from the bike race ‘Étoile de Bessèges’ (De Ster van Bessège)


Visitor whilst wild camping

To be continued soon…

Ecuador: A tropical goodbye to South-America

Ik verblijf vijf dagen in de Peruviaanse hoofdstad Lima, die mooier en properder is als verwacht.
Vijf dagen zodat ik rustig de tijd heb om alle bezienswaardigheden op men gemakje te bezoeken.

DSCN6207 (1)
My little room in Guayaquil

DSCN6245 (1)

DSCN6220 (1)

DSCN6242 (1)
Many buildings with beautiful facades in Ecuador’s biggest town.

DSCN6256 (1)

DSCN6262 (1)

De laatste dag van men verblijf in de stad stak de diarree weer de kop.
Aangezien de Panamerica langs de kust weinig interessant is om te fietsen en te gevaarlijk verder noordelijk door regelmatig banditisme waar men niet steeds netjes vraagt om je bezittingen af te geven, en meer nog omdat het plaatselijke rijgedrag van de automobilisten op dit soort wegen niet echt uitnodigt tot aangenaam fietsen, besluit ik om alweer een bus te nemen, richting Guayquil, juist over de Ecuadoriaanse grens.
Nu vele weken diarree ben ik heel wat afgevallen en is het krachtenarsenaal niet op peil om gelijk opnieuw de Andes in te fietsen naar hoogtes tussen de vier- en vijfduizend meter, wat het enige alternatief is voor de Panamericana.

Na wat verdere recuperatie in Guayaquil kan ik dan een stukje landinwaarts fietsen en de ‘Trans-Ecuador’ rijden ( http://www.bikepacking.com/routes/trans-ecuador-dirt-road/ ) fietsen. Deze zal zwaar zijn, met opnieuw enorme bergpassen, maar wel over onverharde wegen, wat toch altijd interessanter is, mooier ook en je hebt er toch minder last van het verkeer.
Door de bus tot in Guayaquil te nemen heb ik nu ook de tijd om deze route rustig te fietsen.
Momenteel wordt wel aangeraden om in het noorden van Ecuador van de route af te wijken omdat het daar… “onrustig” is. Iets met protesten tegen uitbaters van een goudmijn.
Langs de kust is net noorden van Ecuador wordt zéér sterk afgeraden wegens banditisme, maar er is een andere weg door de bergen die wel oké zou zijn.

Binnen twee maanden heb ik dan een vlucht van Bogota naar Barcelona.
Nog een maandje Ecuador en een maandje Colombia dus.

DSCN6243 (1)

DSCN6268 (1)
In Latin-America, the churches are still full 🙂

DSCN6258 (1)

DSCN6253 (1)

DSCN6267 (1)

DSCN6269 (1)
I found myself a Thai restaurant in Guayaquil.

Dit uitstekende plan hield echter geen rekening met één iets wat roet in het eten blijft strooien.
Diarree waarvan de oorzaak niet gevonden wordt, of waar blijkbaar geen uitsluitsel over gegeven kan worden in Zuid-Amerika.
Is het nu wel of niet salmonella ?
En welke bacterie of virus is het dan ?
Of is het een parasiet ?
In de ziekenhuizen vond men telkens niets en de antibioticakuren werkten niet, of slechts heel tijdelijk.
Maanden antibiotica blijven innemen en zo verzwakt de Andes terug infietsen op stenen paden, ver van verdere medische zorgen is eigenlijk gewoon een dom idee, hoewel het me moeite gekost heeft het te laten vallen.

In Guayaquil besluit ik men vlucht te wijzigen en van daar naar huis te vliegen om even aan te sterken en de nodige onderzoeken te laten uitvoeren.
Ik verhuis naar een hotelletje in het stadscentrum want zal in totaal elf dagen in de stad verblijven.
heel veel heeft de havenstad niet te bieden, maar ik geniet ervan terug even in de tropen te zijn, een mooie en vrij rustige kamer te hebben en te kunnen kiezen uit een iets uitgebreider culinair aanbod

Enkele cijfertjes:
Total distance South-America: 12.298 km
Total altimeter South-America: 148.562 m

De volledige route in Zuid-Amerika (incl de busritten Camana – Lima & Lima – Guayaquil)