Peru Part 2, from the mountains to the desert

Route: Chivay – Lari – Huambo – El Pedrigal – Camana

De ochtend dat ik Chivay verlaat kijk ik eerst nog efkes naar Sportweekend op ‘VRT.nu’ om nog een keer op de hoogte te zijn van de sportactualiteit.
Ik ben al twee dagen aan het twijfelen of ik langs de linkeroever van de Colca rivier door de canyon ga rijden, of de rechteroever.
De hoofdweg loopt over de linkeroever, maar er loopt ook een weggetje langs de andere kant, wel langer en meer klimwerk.
Ik besluit om toch over de hoofdweg te fietsen.
Het verkeer zal wel meevallen. Alle andere toeristen komen voor dag en dauw uit hun bed want ze moeten voor 8 uur op het 45 kilometer verderopgelegen viewpoint ‘Cruz del Condor’ zijn, om deze vogels te zien vliegen.
Tegen 10 uur komen de bussen dan terug.
Ik kom tegen 10 uur uit de douche.
Rond 12 uur fiets ik het dorp uit richting het ‘centro de interpretacion’, dat nog in aanbouw is. Hier duikt de weg de canyon in.
Dan zie ik dat als ik langs deze kant fiets ik de hele dag foto’s tegen de zon in moet trekken. Ik keer snel op men stappen weer, fiets terug naar en door het dorp en volg het weggetje langs de rechteroever.
Ook nog geasfalteerd. Het gaat wel gelijk flink op en neer.

Wanneer ik een achttal kilometer verder in het eerstvolgende dorpje Coporaque arriveer is het hele dorp uitgelopen en staat de fanfare me op te wachten.
Ze hebben zich ook allemaal netjes uitgedost. De vrouwen in hun kleurrijke kostuums en witte Eddy Wally hoedjes, de mannen met hun cowboy hoed op.
Er wordt ook veel bier gedronken en gedanst.
Wat fijn dat deze mensen er zo’n feest van maken dat ik door hun dorp fiets.
Er wordt me bier aangeboden, maar ik sla het af. Er moet nog gepresteerd worden vandaag.

DSCN5675

DSCN5680

Na een half uurtje fiets ik verder. Ook het asfalt laat ik in dit dorp achter me. Het weggetje wordt een slecht, bonkig pad.
Goed.
Ik daal steil af in de kloof richting de Colca, dwars door de in onbruik geraakte terrasbouw.
Dan weer omhoog naar het volgende dorp, Ichupampa.

In de verte hoor ik alweer de fanfare spelen en iedereen in het dorp heeft zich weer uitgedost op z’n paasbest. Deze keer hebben ze zelfs zes stieren helemaal versierd.
“Dit kan toch niet allemaal georganiseerd zijn voor een gringo fietser ?”, denk ik, dus vraag ik enkele gepensioneerden die voor de zwaar beschadigde kerk op een bankje zitten wat er aan de hand is.
Het feest van San Isidoro, zo blijkt.
De kerk is beschadigd door een aardbeving lang geleden.

De pastoor geeft een toespraak voor de kerk. Er is ook een beeld van San Isidoro wat rondgedragen wordt, opnieuw uitgebeeld met enkele stieren. Een man loopt rond met een lint rond z’n borst waarop San Isidoro gedrukt staat.
Hij zal de levende versie uitbeelden.
Hij heeft een soort van grote, platte pistolet op zen rug gebonden waar gaten inzitten en de bevolking bloemen insteekt.
Mannen en vrouwen drinken veel bier.
Ha, nogal wat anders dan die ramadan, die ook vandaag begint 🙂
Er wordt ook telkens een beetje bier over de stieren gegoten.
Ongetwijfeld hopen de boeren dat deze nu kalfjes gaan produceren die bier geven in plaats van melk.

Ik ben de enige toerist in het dorp, wat het hele gebeuren toch iets authentieks geeft. De dorpen zijn officieel trouwens onbereikbaar door wegenwerken, maar met de fiets of motor kan je erdoor.

DSCN5698

DSCN5701

DSCN5704
Iedereen op z’n Paasbest voor het feest van San Isidoro.  De vrouwen hebben hun typische Eddy Wallyhoedjes op en ook de stieren zijn uitgedost voor de festiviteiten.

DSCN5708

Na een stevig klimmetje kom ik in het dorp Lari. Geen feestelijkheden hier, maar wel drie dronken mannen die me tegenhouden en iets over de wereldbeker voetbal en Andres Mendoza brabbelen.
Lari heeft een heel mooie kerk, de derde die ik bezoek vandaag.
Buiten Lari daal ik af, diep de kloof in van de Colca en vind een schitterend plekje voor de tent.
Hier, op 3.300 meter blijft de temperatuur na zonsondergang nog een tijdje aangenaam (met fleece en donsjas aan) en geniet ik van de sterren en melkweg.
De voorbije week stond ik telkens duizend meter hoger en werd het om zes uur ’s avonds als de zon weg was op enkele minuten bitter koud.

DSCN5746
Inside the church in Lari
DSCN5756
The church in Lari
DSCN5760
The Colca Canyon, second deepest in the world between my tent and the mountain.
DSCN5766
Morning view from my tent.

Wanneer ik de volgende ochtend het zandweggetje afdaal richting het bruggetje over de Colca zie ik een pijl naar rechts staan: “Laguna 3 colores: 2 km”.
Beslist niet ver voor zo’n veelbelovende attractie.
Ik sla het weggetje in, wat na 1,4 km abrupt ten einde loopt.
Ik laat de fiets achter en wandel ver door het zompige gras. Nergens een laguna te bekennen.
Ik klim nog een heuvel over, maar ook daar niets.
Onverrichterzake keer ik op men stappen terug en klim terug naar de splitsing, om dan weer verder af te dalen in de kloof.
Voor het eerst sinds 51 dagen daal ik onder de 3.600 meter.
Voor eventjes maar.

DSCN5773

DSCN5807
Lama doing what’s necessary 🙂

Het bruggetje over de Colca rivier bevindt zich op 3.150 meter, waarna ik via een steil zandpad de canyon weer uitklim tot aan de geasfalteerde hoofdweg.
Daar is een ‘mirador’ waar ik men middagmaal opeet.
Er staat ook een houten barak die gesloten is.
Die zal ’s ochtends vroeg open zijn voor de busladingen toeristen die hier dan iets te drinken kunnen kopen.
Al snel komt er uit de kloof vanachter de bosjes een incavrouw gekropen die vraagt of ik nog water heb.
“Ja, water heb ik genoeg, maar een colaatje zou’k wel willen”.
Ze had enkel de fluo gele Incacola, maar dat is ook ok.
Ik eet verder men pistoleetjes op met uitzicht op de hoge Andes toppen.
Ergens tussen deze berg en deNevado Mismi die ik gisteren voorbij reed ligt de bron van de Amazone.

DSCN5813
The bridge over the Colca river  I have to cross, deep in the canyon.
DSCN5838
Just to the right of that snowy peak is the source of the Amazon river.

DSC03571

DSCN5810

DSCN5857

 

Over de asfaltweg, bijna zonder verkeer in de namiddag, fiets ik verder richting ‘Cruz Del Condor’.
Daar staan nog drie andere mensen die met de auto tot hier gereden zijn.
De kloof is hier indrukwekkend diep. De zon staat echter totaal verkeerd om er een goede foto van te maken.
Ook de condors blijken er in de late middag geen zin in te hebben.
Morgenvroeg is het hier een gekkenhuis met alle toeristen, dus ik fiets nog een beetje verder tot aan de Mirador de Tapay.
Daar loopt een smal zandweggetje verder de berg op. Na een tijdje kom ik op een plateau ideaal voor de tent met een spectaculair uitzicht op de hoge toppen aan de andere kant van de canyon.

DSCN5867
Cruz del Condor
DSCN5864
Colca Canyon

DSC03577

DSC03578

’s Ochtends zie ik twee backpackers zitten aan de Mirador de Tapay. Een Fransman en een Duitse. Zij zijn de hele nacht met bussen onderweg geweest van Arequipa tot hier.
Ik blijf het onbegrijpelijk vinden waarom die backpackers altijd ’s nachts met bussen liggen rond te tsjokken. Weten ze wel wat voor spectaculaire landschappen ze missen ??

Met men verrekijker zie ik op de parking aan de Mirador Cruz Del Condor zeker veertig bussen staan, minstens 500 mensen !
Hier staan we met drie.
Er waren geen condors te zien, maar net als ik doorrij komen er twee over gevlogen.

Er volgt opnieuw een afdaling naar ongeveer 3.200 meter en, onvermijdelijk, een klim die me opnieuw boven de 4.000 meter brengt.
Boven vliegt opnieuw een condor over me.
Slechts eenmaal eerder zag ik er drie, op Tierra del Fuego en dan de hele lengte van de Andes door Argentinië, chili en Bolivië geen enkele meer.

DSCN5913
Cycling at the edge.

DSC03583

DSC03584

DSC03590

DSCN5923

Aan men rechterzijde zie ik de enorm diepe kloof, maar nooit meer de bodem ervan. Ik fiets hier langs de diepste punten van de canyon.

Opnieuw daal ik via een reeks haarspeldbochten de diepte in naar het dorp Huambo.
Dit is de laatste plaats waar ik inkopen kan doen voor het 125 kilometer verderop gelegen El Pedrigal.
Het is al bijna vier uur wanneer ik iets gegeten heb en men inkopen gedaan heb, maar ik besluit toch het dorp te verlaten. Kamperen brengt me rustigere nachten, en vooral gezelligere als de betonnen hokken die je in een eventueel kamertje hier vindt.

Men laatste dag klimmen door de Centrale Andes werd nog een stevig dagje met eerst een klim naar 4.165 meter, dan een klein beetje dalen om opnieuw naar 4.185 meter te klimmen.
Dan volgt er een afdaling naar een zeer winderig dal. Totale verlatenheid hier.
De laatste klim overbrugt slechts een hoogteverschil van 350 meter naar men laatste pas, 4250 meter hoog.

DSC03598

DSC03601

DSC03603

Was het iets psychologisch, dat ik wist dat hierna enkel nog de lange afdaling naar de kust volgde, of was ik fysiek op het einde, ik weet het niet, maar ik heb een uur en drie kwartier gezwoegd en afgezien om die 350 hoogtemeters te overwinnen.
Het pad was slecht met grote keien, er stond een stevige, koude wind en ik had ontzettend last van men onderrug.
Dat gebeurde de twee vorige keren ook toen ik een verschot had gehad en daarna veel moest klimmen, maar met die koude en het gebonk op het keienpad werd het extra zwaar.
Bijna elke tien hoogtemeters moest ik voet aan de grond zetten.

DSCN5970

DSCN5990

Maar uiteindelijk bereik ik de top.
Eén of andere freak heeft hier op alle rotsblokken met rode en blauwe verf ‘propriedad privada’ gespoten.
Als ze zo tekeer geen in dit niemandsland, zal dat ook wel een onvoorspelbare gek zijn als hij je toch betrapt met je tentje, dus ik besluit alvast wat af te dalen.
Het keienpad blijft archi-slecht en ik schiet maar langzaam op.
Vijfhonderd meter lager vind ik eindelijk een geschikte plaats voor, voorlopig, een laatste nacht in de hoge Andes.
Toen ik over de top kwam, voelde het plots al veel kouder aan dan op andere passen, en terwijl de temperatuur de voorbije nachten tot slechts één of twee graden onder nul daalde werd het hier om 18 uur als de zon juist weg was al bitter koud.
Tegen 5 uur ’s ochtends gaf men thermometer -12,5°C aan in de tent.
buiten dus nog enkele graden kouder.
Geen probleem in men lekker warme slaapzak, maar ik wacht wel tot 8 uur, twee uur na zonsopgang om uit men tent te komen.
Om negen uur is het t-shirt weer.

Ik heb reeds een tiental kilometer afdaling achter de rug, maar dalen van 4.250 meter naar zeeniveau duurt ongeveer 150 kilometer.
Terwijl er veel hogere passen zijn, zijn er maar weinig plaatsen in de wereld waar je in één keer zo diep kan afdalen denk ik.
Een afdaling waar ik al lang naar uitkeek, na al deze hoogtemeters eerst zelf bij mekaar gefietst te hebben.

DSCN5996

DSCN6000

DSCN6013

Uiteindelijk bleek die hele afdaling nog een zwaar karwei.
Het pad verbeterde niet, waardoor ik met de remmen dicht moest blijven afdalen.
De remblokjes die ik in Chivay kocht, waren ook al na 1,5 dag weg gesleten.
In één van de vele bochten van de afdaling, ik hobbel tegen 15 km/u uur of zo naar beneden, komt plots een vrachtwagen de bocht uit, met zijn linkervoorkant helemaal tot aan (mijn randje) van de weg. Ik rem, wijk uit naar de enkele decimeter die me nog resten tussen het voorwiel en de afgrond. Door alle losse keien slipt men voorwiel weg en val ik, goed gemikt in de ruimte die me behoed om ofwel appelmoes te worden onder het wiel, of dieper in het dal.
Ik zie de chauffeur uit zen opengedraaide raampje kijken, maar hij rijdt rustig verder.
Kl**tz%k !!

Late middag arriveer ik in El Pedregal, een véél grotere plaats als men kaart deed vermoeden.
Reeds 30 kilometer voor de stad begin de onafgebroken hoop sluikstorten op te duiken.

Ik bevind me nu in de Pampa de la Joya, een woestijngebied. Na El Pedregal fiets ik opnieuw op asfalt, de Panamericana Tussen Lima en Arequipa, de tweede stad van Peru.
Redelijk wat verkeer dus, maar er ligt een strookje naast waarop je relatief veilig kunt fietsen.

Vrij vroeg in de namiddag duw ik de fiets een hoge zandduin op. Ik wil nog een nachtje kamperen in deze woestijn alvorens ik de kust bereik.
De fiets zakt diep weg in het losse zand, maar ik wil een eind van de weg zijn om niet teveel last te hebben van het lawaai van bussen en camions ’s nachts. En verder weg en uit het zicht is ook veiliger.
Ik vind een prachtig plekje. Na zonsondergang gaat de wind ook liggen.
Wat fijn om terug warme avonden te hebben.

DSCN6030

DSCN6039

DSC03616
Camping in the driest desert on earth.  Better take some agua with you.

Eens aan de kust de volgende dag is er geen strook meer om op te fietsen. Rechts van de weg is er een bergwand en het is levensgevaarlijk smal met de bussen en vrachtwagens die voorbij denderen en nooit inhouden.
Gelukkig ligt er nog een klein weggetje juist naast het strand langs waar ik bijna tot in Camana kan fietsen.
Hier neem ik de bus naar Lima.
Ik heb geen interesse om de drukke Panamerica te fietsen en zo maak ik wat tijd goed die ik verloren heb door men ziekte in Puno.

DSC03617

DSCN6061
30 km outside El Pedrigal, the continuous dumping of garbage has started already.  Especially car tires here.
DSCN6074
Finally back at the pacific ocean.  First time since southern Chile.
DSCN6095
Lima
DSCN6099
Basilica de San Francisco, Lima
DSCN6109
Plaza de Armas, Lima
DSCN6116
Procession for Maria, Lima
DSCN6117
My hostal in Lima.
DSCN6129
Catedral de Lima
DSCN6130
Episcopal palace, Lima
DSCN6132
Inside the episcopal palace
DSCN6138
The bishop’s living room
DSCN6139
Inside the episcopal palace

DSCN6149

DSCN6169

DSCN6179

DSCN6183

DSCN6100

DSCN6200

DSCN6204
The South-American like their Jesus statues bloody
DSCN6205
The ‘vip’ bus to Lima.

 

Peru:
Distance: 890 km
Total distance South-America: 12.118 km
Average km per cycling day Peru: 49,44 km
Altimeter Bolivia: 9.658 m

Nights slept inside: 27
Nights slept outside: 13 (all wild camping)
Flat tires: 2

The GPS track can be downloaded from Wikiloc

 

 

 

 

 

 

Advertisements

Peru Part 1, Lago Titicaca to Chivay

Route: Tilala – Moho – Huatasane – Taraco – Pusi – Puno – Mañazo – Imata – Chalhuanca – Chivay

Fietsend omheen het noordelijk deel van het Titicacameer bereik ik het plaatsje Taraco. Hier sla ik linksaf in plaats van de hoofdweg te volgen naar Juliaca. Er ligt hier een soort van schiereiland waarlangs een weggetje loopt dat ik volg.
Aanvankelijk zit er nog iets teveel verkeer op om aangenaam te zijn maar na het dorp Pusi sterft dit wat uit en rijd ik langs de heuvels over een smal paadje met onder me het meer.

DSCN5018
First police station across the Bolivian / Peruvian border where I had to present myself.       “Presto a servir, listo a morir.”

DSCN5020

DSCN5034
Lago Titicaca, seen from my camping spot.
DSCN5039
The beautiful shores of the lake.
DSCN5040
But beautiful only if you look in the distance 😦
DSCN5058
As in the rest of South-America, the roads are lined with crossed for traffic victims.

DSCN5060

DSCN5074
I didn’t have a bathroom in my hotel room in Pusi, but I had a sink at the balcony outside my room.
DSCN5075
Plaza de Armas in Pusi.

DSC03481

DSCN5086
Dreadlock donkey.
DSCN5105
The road along the peninsula in the Tititcaca lake.

DSCN5113

In het dorpje Huatta is het juist marktdag. De campesino’s zijn uit de omliggende dorpen afgezakt om groenten, fruit en kaas te verkopen.
Na een maaltijd van rijst, puree en kip vervolg ik men weg richting Puno.
Juist voor het bereiken van de hoofdweg Juliaca – Puno kruis ik de spoorlijn. Hierlangs loopt een smal paadje dat ik nog een tiental kilometer kan volgens alvorens er geen andere mogelijkheid meer is en ik de razend drukke hoofdweg op moet. De chauffeurs genieten er van zo dicht mogelijk langs je heen te scheuren.
Er volgt een klein klimmetje naar 4.000 meter. Van op de top zie ik Puno, veel groter as verwacht, onder me liggen aan de oever van het Titicacameer.

DSCN5122
Market day in Huatta.
DSCN5128
Following the railway line with my bike, there’s also this bridge to cross.
DSCN5135
Puno

DSCN5147

DSCN5153

DSCN5159
A little child hand in my soup 😛
DSCN5163
Salmonella chicken.

Ik zoek een proper hotelletje en spoed me naar het hospitaal.
Ik sukkel al een tweetal maanden met diarree en ben zo’n zeven kilogram afgevallen. De laatste dagen verdween ook alle kracht uit men benen.
Na wat onderzoeken bleek ik een salmonella besmetting opgelopen te hebben en krijg antibiotica voorgeschreven.

DSCN5155De dag voor ik opnieuw wil vertrekken steekt de diarree opnieuw de kop op.
Deze keer bezoek ik het ‘tourist hospital’.
Volgens deze dokter is er geen sprake van salmonella. Waarvan dan wel sprake is, weet ze niet, maar neem gewoon een antibioticakuur, en alles komt in orde.
Zo doen dokters dat; neem wat antibiotica, en alles is opgelost.
Maar hop, ik luister en neem nog maar eens een kuur.

Na 18 dagen verlaat ik eindelijk Puno. Honderd procent ben ik zeker nog niet, maar hopelijk wel goed genoeg om de volgende etappe aan te kunnen. Eéntje die niet van de poes is met vier passen boven de vierduizend meter alvorens de lange afdaling naar de kust in te zetten.
Voor ik de stad verlaat ga ik nog een English breakfast eten in het ‘Colors’ restaurant. Het is reeds 12 uur tegen dat ik op de fiets spring en die verschrikkelijk drukke weg terug naar boven klauter. Een uurtje later sta ik op de splitsing, de hoofdweg naar Juliaca en het kleine weggetje richting Mañazo dat ik neem. Ik had eens op Google Streetview gekeken, en daar leek het een mooi, rustig asfaltbaantje. Rustig is het nog steeds, maar het asfalt is compleet aan gort gereden ondertussen.
De omgeving is al aangenaam deze eerste fietsdag, maar wel nog regelmatig dorpjes en ertussen overal hutjes van boeren en herders.
Tussen het dorpje Vilque en Mañazo ligt er een mooie asfaltstrook.
Halverwege tussen deze twee dorpen sla ik men tent op bovenop een heuvel. Niet ideaal moest het gaan stormen, maar het enige plaatsje wat weg van bebouwing. Het bleef de hele nacht windstil. Waren de honden maar even stil.
Uiteindelijk was het een goede keuze hier te overnachten. Zo kon ik ’s ochtends in Mañazo nog brood en water kopen voor het volgende stuk over de Cordillera.
Deze ochtend trouwens opnieuw verschot in men rug gehad.
Ongetwijfeld van die te zachte matras in Puno. ik voelde de pijn en de ‘stress’ in men rug de voorbije dagen al opkomen.
Ik kan dus opnieuw de oefeningen die ik van de kinesist geleerd heb een paar keer per dag gaan uitvoeren.

DSCN5212

DSCN5218

DSC03484
Stunning landscapes which make me think of the American prairies, only a few kilometer higher above sea level.
DSCN5221
But again, one has to look in the distance to enjoy these landscapes 😦

Na Mañazo stopt het asfalt. Ik fiets door een vallei, met opnieuw nog vele hutjes.
Dan een op instorten staand bruggetje de rivier over en de klim naar de Abra Mañazo.
Een aftands steenslag weggetje dat bijna steeds goed berijdbaar is, geen verkeer, prachtige uitzichten. Hiervoor doe ik het.
 Naarmate ik de top nader zijn er wel weer enkele verzamelingen van hutjes.
Plots ook weer een aanval van twee reuzengrote honden. Ik schreeuw naar hen en gooi wat keien, wat steeds werkt. Men enige angst is dat ik ze ooit eens te laat opmerk. Als er ooit zo’n beest slim genoeg is om aan te vallen zonder te grommen of blaffen, heb je prijs.
De eigenaars van de honden slaan het tafereel met de glimlach gade, komen niet tussen.
Om de bocht herhaalt dit zich, deze keer met drie van die monsters.
Ik kom over een pasje, van ongeveer 4.450 meter en daal wat af.
Meer hutjes, meer honden…

DSCN5251

DSCN5255

DSCN5260

Ik heb al een klein buitje over me gekregen tijdens de klim, de eerste regen sinds maanden, maar nu begint het te onweren en de lucht wordt donkergrijs.
Ik haast me over de Abra Mañazo pas (4.503 meter), hopende dat de bergen de onweerswolken zullen tegen houden.
Vlak na de pas ligt een mooie laguna, maar geen geschikt plaatsje voor de tent.
Ik haast me verder, want ondanks de 5.000 meter hoge toppen blijft het onweer me achtervolgen.
Als het begint te hagelen aarzel ik niet langer en zet de tent op een stukje gras naast een stroompje. Hopelijk regent of hagelt het niet teveel, zodat het water niet tot aan men tent stijgt.

DSC03500

DSC03502

DSCN5298

De volgende dag daal ik verder af naar de Laguna Maquera.
Wondermooi.
De steenslagweg is echter vaak heel slecht, maar ik zit er niet mee in om af en toe af te stappen en de fiets te duwen als dat de prijs is om in deze omgeving, zonder enig verkeer te kunnen fietsen.
De hele dag gaat het op en neer tot ik een hele cirkel maak langs een bergflank, een keer lek rijd en uiteindelijk over een pas waarvan ik de naam niet weet van 4.441 meter fiets.
Niet ver van me vandaan zie ik de lucht betrekken en een stevige regen- of hagelbui, maar zelf houd ik het droog.
In Tincopalca, een verrassend groot dorp in deze verlatenheid, koop ik wat brood, koekjes en water voor het vervolg van de reis.
Ik kampeer in de vallei van een klein stroompje waar de wind doorheen raast als door een windtunnel. Ik zet de tent mooi met zen kont in de wind, dus die staat stevig, maar de wind maakt een hels kabaal.
Er vallen enkele hagelbollen maar dan, na zonsondergang wordt het rustig.
Zonsondergang is iets na 17u00 hier. Tegen 17u45 is het pikdonker en koelt het razendsnel af.

DSCN5316

DSCN5321
The track gets rough at parts.
DSCN5323
Laguna Maquera

DSCN5331

DSCN5357

Onder een blauwe hemel en met het zonnetje op men tent word ik wakker. Fijn want vandaag vat ik de klim aan naar de Abra Toroya. Ik kijk al een tijdje uit naar deze bergpas want het is deze beklimming die centraal staat in het boek ‘Revange in de Andes’ van Frank van Rijn.
Het boek beschrijft een reis van hem uit 1985. Enkele jaren voordien was Frank ook in Zuid-Amerika en toen hij de pas wou beklimmen is hij moeten omkeren. Waarschijnlijk, zoals hij zelf zei, door een gebrek aan conditie en nog niet geacclimatiseerd aan de hoogte.
In 1985 fietste hij er flux overheen en had hij dus z’n revanche in de Andes te pakken.
Frank kwam wel vanuit Arequipa, de andere richting en had dus een langere klim voor de boeg.
Ik zit al een tijdje op grote hoogte, dus geacclimatiseerd zal ik wel zijn.
Of mijn conditie in orde is na achtien rustdagen (ziektedagen) in Puno, en geveld te zijn door salmonella is nog maar de vraag.
Ik weeg ondertussen al negen kg lichter, dus die moet ik alvast niet meer naar boven slepen.
Wat ik wel naar boven sleep, naast men gewone bagage en eten voor drie dagen is 6,5 liter water.
Het is dus met een zware fiets dat ik van start ga.
Aanvankelijk makkelijk door het dal van de Tinocalpa rivier. Een zeer groene omgeving met veel lama’s en alpaca’s.
Zoals zo vaak wordt de omgeving indrukwekkender naarmate ik stijg.
Op de top van de Abra Toroya spreek ik even met een herder, die zen honden stevig onder controle heeft. Hij woont het hele jaar een beetje lager, juist onder de pas.
Een pas waarmee ik trouwens men record verbreek. Vandaag fietste ik over 4.742 meter, toch een verbetering van 172 meter t.o.v. men vorige record in Chili.
Vanop de Abra Toroya heb ik ook voor het eerst zicht op de fameuze ‘Volcan Misti’.

DSCN5366

DSC03510

DSCN5380

DSC03513

DSC03514

DSCN5394
I heard this plants can get thousands of years old. Not sure whether it’s true.

DSCN5398

DSC03518

Eens over de pas wordt het pad hobbeliger en beland ik plots in een kurkdroge woestijnomgeving. Ik zak centimeters diep in het zand als ik van de weg af ga.
Een hele tijd fiets ik op een hoogvlakte van +/- 4.650 meter.
De wind komt, wie zal het verbazen, van recht voor me en ik kom maar langzaam vooruit.
Dan splitst de weg.
Links naar Arequipa, rechts naar Imata. De afdaling naar Arequipa lijkt me heel spectaculair, maar ik vervolg men weg naar Imata, verder door deze droge woestenij.
Ik heb de wind nu van links.
Een heel spectaculair landschap, met nog eens een diepe kloof links en wit zand dat eerder op een tropisch strand thuis hoort rechts.
Na een dertiental kilometer op de weg naar Imata vind ik een goed plaatsje voor de tent.
Nog een record dat ik breek vandaag, want 4.542 meter is de hoogste plaats dat ik ooit men tent weg zette, 184 meter hoger dan op de Argentijnse Puna .
Het duurt eventjes eer je pasta hier gaar gekookt is.
Met de open hemel koelt het razendsnel af.
Voor één keer doe ik, uit voorzorg, men lange Icebreaker thermo ‘long johns’ aan.

DSCN5400

DSCN5416
Even at 4.600 meter above sea level, in the middle of nowhere, at multiple places people find it necessary to dump garbage.

DSCN5437

DSCN5443

DSCN5447
My highest camping spot ever, at 4.542 meter.

Rond 4 uur legde ik efkes men fietscomputertje buiten.
-11°C.
Ik had het lekker warm in men slaapzak en in men merinowollen kledij.
Omdat ik elke ochtend men oefeningen voor men rug doe, die inmiddels alweer beter is, vertrek ik opnieuw redelijk laat.
Al snel fiets ik langs een heuvel vol grillige rotsformaties, ‘Bosque de Piedra Imata’. Iets gelijkaardigs als waar ik in Bolivië juist voor het dorp Alota doorfietste.
Fietsend door het land van de Sendero Luminoso, het Lichtend Pad, dat in deze omgeving lelijk huisgehouden heeft enkele decennia terug, bereik ik het dorp Imata, aan de hoofdweg van Arequipa naar Juliaca.
Razend drukke weg vol vrachtwagens.
In principe moet ik deze maar 400 mter volgen alvorens ik opnieuw afsla op een gravelweggetje, maar omdat je hier in Zuid-Amerika telkesn vijf winkels moet bezoeken als je vijf dingen nodig heb, fiets ik een aantal keer het dorp op en neer over de drukke weg.
Ik eet ook maar een warme maaltijd in een restaurantje (stuk kip, rijst, fritten en een minuscuul blaadje sla, zoals steeds).
Dan hop, weer de pampa in.

Ik fiets voorbij een stuwmeer met opnieuw enkele mooie rotsformaties.
De hele middag heb ik mooie uitzichten op Volcan Misti (5.822 m), Chachani(6.075 m) en in de verte nog een vulkaan waar een dikke vette rookpluim uitkomt.

DSC03522
Volcan Misti

DSC03523

DSC03539

DSC03543
Misti and Chachani

Vanaf ik buiten Puno die Abra Mañazo opgefietst ben, ben ik nog niet beneden de vierduizend meter gezakt.
Houden zo, want ik heb nog een stevige pas voor me liggen, en hoe minder ik daal, hoe minder klimwerk ik daar voor de boeg heb.
Wanneer ik het bruggetje over de Rio Chili overfiets zie ik iets verder langs de oever enkele mooie plekjes om te kamperen.
Het is nog iets te vroeg, maar dat deert niet.
Omdat het steeds donker wordt tegen 17u30 en tegen 20u00 al aan het vriezen is, heb ik nooit veel tijd om wat te relaxen aan de tent.
Daar neem ik vandaag wel de kans toe.
Aan de overkant van het smalle riviertje grazen de rest van de middag drie alpaca’s met een jong.

DSCN5489

DSC03553
Fantastic camping spot.
DSC03559
Beautiful sunsets….
DSCN5518
and chilly mornings

Na een nachtje waar de temperatuur opnieuw tot -10°C zakte in de tent, en er ’s morgens een dikke laag rijm op lag, vertrek ik vrij laat. Het zonnetje schijnt en het is fijn de boel te voelen opwarmen, een koffietje (of twee) te drinken, wat te lezen en de tent te laten drogen.

Al gauw arriveer ik in het dorp Chalhuanca waar ik wat water en chocolade koop.
Buiten het dorp is het wat twijfelachtig welk pad ik best neem.
Ik probeer eerst een locale fietser te laten stoppen, maar die rijdt door.
Al gauw komt er een motorrijder aan. Ook hij weigert te stoppen.
Dit heb ik nog nooit meegemaakt.
Nergens.
Weer een staaltje van de fijne Zuidamerikaanse mentaliteit.
Gelukkig blijft de omgeving me boeien en is het fietsen over deze paden een waar genoegen.

DSCN5525

DSCN5528
Diapers everywhere, also in Peru.

Rond 13u00 nader ik de hoofdweg Arequipa – Chivay.
Er ligt echter nog een serieuze pas tussen waar ik nu ben en het plaatsje Chivay. Normaal probeer ik tegen 16u00 (anderhalf uur voor zonsondergang) een plaatsje voor de tent te vinden. Dat doe ik liever niet naast de geasfalteerde hoofdweg, en dus besluit ik vroeg te stoppen vandaag. Daar waar men pad afbuigt naar de asfaltweg, fiets ik rechtdoor over een in onbruik geraakt pad. Eerst klim ik te voet naar wat een kraterwand lijkt te zijn, maar uiteindelijk gewoon de ingang naar een vallei blijkt te zijn.
Wel mooi.
Wat verderop staat een lange, artisanaal gebouwde muur waarachter een mooi vlak stukje gras ligt en waar ik goed beschut ben voor de wind die vandaag wel heel hard blaast. Schuin op kop, ook een reden waarom ik vroeger wilde stoppen.
Korte fietsdagen zijn eigenlijk de plezantste.
Ik blijf genieten van het kamperen op zich.

DSC03564

DSCN5549
The wall ginving excellent protection against the wind.

DSCN5555

Koud, koud, koud de nacht.
Je voelt dat de winter in aantocht is hier, ook al bevind ik me in de tropen.
En al dagen boven de 4.000 meter.
Op men gemakje klim ik naar een hoogte van 4.750 meter. Geen problemen met de ademhaling of hartslag.
Dan daalt de weg weer een heel stuk in een oude vulkaankrater.
Aan de overkant de klim uit de krater richting de Abra Patapampa, de hoogste geasfalteerde bergpas in ‘The Americas’.
De meeste van de hoogtemeters ben ik natuurlijk wel onverhard tot hier geklommen.
Officieel 4.910 meter, mijn gps geeft 4.888 meter aan.
Opnieuw een verbetering van men record, maar wat spijtig dat hij niet een tikkeltje hoger is en ik door de 5.000 meter grens ging.

DSCN5565

DSCN5580
This guy is sitting a bit bellow the Abra Patapampa.

DSCN5591

DSCN5603
You can see Chivas down in the valley

Maar toch, als je het punt waar ik nu naartoe gefietst ben naar Europa verplaatst ligt het hele continent onder me (Rusland & Georgië hebben wel enkele hogere punten).
Als je de Mont Blanc (4.808 m) hier naast me zet, moet ik naar beneden kijken om de bergbeklimmers op de top te zien staan.
De hele Verenigde Staten (m.u.v. meerdere toppen in de staat Alaska) liggen ook onder me.

Bovenop de pas is een ‘mirador’ met uitzicht op een hele rij vulkanen.
Alle bussen naar Chivay stoppen hier, zodat de toeristen een foto kunnen nemen. Er zitten dus ook de nodige Incavrouwtjes hun waren te verkopen.
Ik zie dat de meeste toeristen snel, snel een foto nemen en binnen de minuut terug in hun bus zitten. Het is natuurlijk wel frisjes hier boven, en ik vermoed dat alsje rechtstreeks van de kust komt de lucht ook wat aan de ijle kant zal zijn.

Een Zwitsers koppel komt een praatje met me maken. De vrouw staat erop me een centje aan te bieden. Ik weiger natuurlijk enkele keren, maar er is geen zeggen aan.
Ze stopt me 50 Soles in men handen (500 frank).
Dat ik dat nog mag meemaken 🙂
Het is trouwens al de tweede keer dat dit gebeurd.
In 2005 is het me ook eens overkomen in Spanje of Frankrijk.

Nu goed, ik vind het wel oké en denk bij mezelf ‘laat ik hier maar efkes een pistoleetje eten, wie weet hoeveel verdien ik nog’.
Er dagen echter geen wilde weldoeners meer op. Met twee giften in dertien jaar tijd ga je deze levensstijl dus niet financieren.

Grappig is dat de mirador weliswaar op het hoogste punt ligt, maar juist op deze plaats heb je zo ongeveer het slechtste uitzicht op de rij vulkanen van dit hele traject.
Er ligt een heuveltje vlak achter de mirador 🙂

Voor mij geen probleem, ik stop dertig keer tijdens de beklimming en minstens evenveel keer tijdens de afdaling naar Chivay.
Op een punt met spectaculair uitzicht op Chivau dat meer dan een kilometer diep onder me ligt, passeert een bus me. Aan elk raampje zit een blanke vrouw tussen de 20 en 30 jaar oud, zonder uitzondering met roodverbrande bovenarmen zo dik als mijn bovenbenen.
Een twaalftal rijtjes stoelen in de bus, die een half uurtje geleden vertrokken moet zijn in Chivay.
Op tien van de rijen ligt de vrouw in kwestie te slapen, de andere twee zijn op hun telefoon bezig.
Wat doen deze mensen hier ??
Als je helemaal hierheen reist en door zo’n spectaculair landschap in het hart van de Andes op weg bent naar het hoogste punt van hun reis…. lig je dan te slapen of op die telefoon te prutsen ??
Onbegrijpelijk !
Goed, ik wens ze allen een salmonella infectie of drie toe, dan is deze reis toch nog ergens goed voor geweest 😉

Wanneer ik Chivay nader ben ik gedaald tot op een hoogte van 3.650 meter. Nog steeds hoog, maar merkelijk warmer en voor het eerst in tijd ruik ik ook weer de planten.

Ik neem een extra rustdag in Chivay, zodat ik een eindje de Colca Canyon stroomopwaarts in kan fietsen. Ook heel psectaculair, maar spijtig genoeg loopt de weg meestal iets te ver van de canyon rand om echt goede uitzichten te hebben.

DSCN5640
Going to town with the lama’s.

DSCN5648

DSCN5657

DSC03567

Bolivië: Altiplano, fietsen op 4 km hoogte

Route: Ollagüe – Alota – Uyuni – Challapata – Oruro – Eucaliptus – Chilahuala – Cañaviri – Topohoco – Collana – Viacha – Pucarani – Huarina – Achacachi – Puerto Acosta – Tilali

Na een half jaar, een derde land op men Zuid-Amerikareis: Bolivië.
Aan de Boliviaanse immigratie stond natuurlijk juist een bus, voornamelijk bevolkt door backpackers, en ook enkele autochtonen. Zoals bij elke grensovergang stonden ze met zen vijftigen in de rij voor het enige loketje, met al hun bagage op hun rug, buik, onder hun armen en in hun handen. Deze moest door een scanner. Zelfs op ei-zo-na vierduizend meter in de Andes hebben ze deze tuigen weggezet voor ‘ieders veiligheid’.
Aangezien ik met de fiets was, mocht ik verder fietsen naar een volgend gebouwtje, waar twee loketten waren, maar geen andere reizigers en tevens ook geen scanner. In een oogwenk had ik men entrystempel, en niets van men bagage werd doorzocht, geen vragen werden gesteld.
De busreizigers stonden nog tot buiten in hun rijtje.
Ok, het is wat leedvermaak, maar dat is al eens aangenaam van tijd tot tijd.

DSCN4505

Reeds twintig meter voorbij de grens werd ik geconfronteerd met men eerste dilemma.
Rechtsaf over een niet zo goede weg richting Uyuni, of rechtdoor over een nog minder goede weg richting San Pedro, en tevens San Juan. Dit was de route die ik gepland had, maar een vent, ik vermoed een douane die z’n kostuum vergeten had, vertelde me dat rechts beter was.
“Die route gaat wel terug de bergen in, terwijl de route over San Juan naar Uyuni vlak is”, zeg ik hem.
“Dat is maar een héél klein stukje”, zei de beste man. “Na het eerste dorp is het enkel pampa en is alles vlak”.
“Hoe ver is het dan wel naar dat dorp ?”, vraag ik ‘m.
“Twintig minuutjes met de auto”.

Ik neem de man zen raad ter harte en sla rechtsaf.
Gestaag stijgt de weg. Al snel passeren de eerste vrachtwagens me, die ook deze route blijken te volgen. Ik stop en draai men fiets om.
“Beter die rustige weg over San Juan”, denk ik bij mezelf.
De wind blaast echter recht in men gezicht, en ik merk dat ik met die rugwind toch al een stukje gestegen ben. Het zou zonde zijn dit voor niets gedaan te hebben.
Ik draai de fiets terug om, en klim verder. Ginds in de verte meen ik trouwens de heuveltop te zien.
Meer vrachtwagens passeren me en hullen me in telkens in een dikke stofwolk.
Ik ben inmiddels reeds van 3.700 meter aan de grens tot 3.850 meter geklommen. Steeds opnieuw lijk ik boven te zijn, maar dan blijkt de top telkens een stukje verder te liggen.

Wanneer ik op 4.150 meter ben geeft men gps aan dat het nog maar 18u15 is, maar er klopt iets niet. De zon staat al heel laag aan de hemel en de temperatuur is gezakt naar zes graden. Men fietscomputertje geeft 19u15 aan.
Blijkbaar is het in Bolivië één uur vroeger als in Chili en Argentinië, en die gps past zich natuurlijk automatisch aan.
Een eindje van de weg zie ik een stuk rots uitsteken dat misschien wat beschutting voor de wind kan geven. Achter de rots blijkt enkele meter lager een mooi vlak stuk te liggen. Echter … het is een stort. Lege bierblikken, colaflessen, stukken kledij, een massa wc-papier en vermoedelijk wat daarbij hoort, verroeste conserven, …

Dit is ongetwijfeld een plaats die ook vermeld wordt op ‘I-Overlander’
‘I-Overlander’ is een ‘app’, die iedereen me aanraadt sinds ik hier in Zuid-Amerika ben. Wanneer ik in Patagonië kloeg tegen anderen hoe alle land afgezet was door hoge prikkeldraad was het steeds “But don’t you have I-Overlander ?”, alsof ze met het best bewaarde geheim aanraadden dat al men problemen in één klap zou oplossen.
“Ten eerste, mijn telefoon is al uitgeschakeld sinds ik in augustus vorig jaar geland ben in Buenos Aires en ten tweede … wat is dat toch met de mens ???”
Ik las maanden terug al hoe er een ‘appje’ was voor als je wilde scheiden, er zijn ‘appjes’ die je waarschuwen dat je van je bus of tram moet stappen, ‘appjes’ voor dit, ‘appjes’ voor dat …..
Nu dus zelfs om een wildkampeerplekje te vinden.
Kan een mens nu niks zelf ??
Ik kwam fietsers tegen op de Carreterra Austral ergens laat in de middag, die niet veel tijd hadden voor een babbeltje, want ze moesten gaan kamperen.
Ik vertelde hen dat ik enkele honderden meters verderop een mooi plaatsje gezien had.
“No, no, we have a place from ‘I-Overlander’, three kilometer further at the river, on the right side, there are some rocks behind which we can pitch the tent.”
Uhm….ok…..

Nu fiets ik wel eens met anderen samen, en in plaats van gewoon hun ogen open te houden voor een mooi plekje rekenen zij dus ook op hun ‘appje’.
Buigzaam als ik ben volg ik hen dan.
Zo heb ik reeds zes van die plaatsen geïnspecteerd op dit continent, en op vijf ervan geslapen (die andere was helemaal een ramp). De laatste nog met men Franse fietsmakker Frederic, de dag voor we in San Pedro de Atacama aankwamen.
Eén van die vijf plaatsen was min of meer oke.
De andere vier lagen vol rommel, stront, waren vaak te dicht bij de weg en twee keer kwam er uren na zonsondergang nog iemand anders toe om ook op die exacte plaats te kamperen. Zo ook die laatste keer met Frederic.
Een koppel met een kleuter.
Want natuurlijk kan je beter in het donker doorfietsen tot je ‘appje’ zegt waar je moet kamperen dan zelf je ogen open te trekken.

Soit, vergeet die hele ‘I-Overlander’ dus, grow up en zoek jezelf een mooi plekje.

Maar deze avond had ik geen tijd meer.
Nadat ik twee van de vier voorbije nachten bezoek had gekregen van muizen in men tent, vreesde ik hier opnieuw hetzelfde, gezien de rommel, maar op dat vlak had ik niet te klagen.
Wat werd het wel opeens koud !
Aan de Chileens zijde van de bergen, en op de Argentijnse Puna, waar ik toch ook boven de 4.000 meter sliep, zakte de temperatuur slechts enkele graden onder het vriespunt.
Tegen de vroege ochtend werd ik wakker en merkte dat het water in men bidon deels bevroren was.
-9.6 °C, vertelde men fietscomputertje.
Ik legde hem buiten, en enkele minuten later bleek het daar -14°C te zijn.
Dat is toch een verschil van 40 graden tussen dag en nacht.
Gelukkig heb ik een uitmuntende slaapzak, die ik zelfs bij deze temperaturen gewoon als dekentje gebruik, zonder kou te hebben. Dichtgeritste slaapzakken vind ik altijd wat krap.
En natuurlijk die Therm-A-Rest Z-Lite met daar bovenop de dikke Therm-A-Rest NeoAir XL zijn niet enkel een zegen voor de rug qua comfort, maar ook qua warmte isolatie.

DSCN4518
Fietsen op 4.000 m tussen vulkanen van + 5.000 meter, life could be worse 🙂

Het zonnetje warmt alles snel weer op in de ochtend.
En als het zonnetje dat niet doet, dan is het wel dat ‘korte klimmetje’ waar ik reeds sinds gisteren aan bezig ben.
Hoger en hoger gaat het.
Met af en toe naar beneden en dan weer naar boven tot ik, na wat wegenwerken, het hoogste punt van 4.350 meter bereik.
Die gek daar beneden aan de grens beseft niet goed wat een kort klimmetje is, denk ik.
En waar is trouwens dat dorp, dat op twintig minuten rijden met de auto ligt ?

Dat blijkt op 85 kilometer van de grens te liggen.
Als die vent die afstand in twintig minuten overbrugt, is dat dus aan een gemiddelde snelheid van 255 km/u, over een bergpas van 4.350 meter.
Ik denk dat Ayrton Senna dat gemiddelde nog niet haalde op de Nürburgring.

DSCN4536
Voor het dorp Alota fietste ik door een gebied met bizarre rotsformaties.

In het dorp, Alota, probeer ik wat inkopen te doen.
Juist voor de grens in Ollaguë kocht ik met men laatste Chileense peso’s nog wat tomatensaus, een ajuin en een tomaat. Een paprika hadden ze er in geen van de twee winkels. En ook geen look of gemalen Parmezaanse kaas, beiden al een maand niet meer gevonden trouwens.
Ook dit dorp brengt geen soelaas. Geen kaas, geen look, geen paprika, ook geen andere groenten, tevens geen fruit en ook geen brood. Enkel koekjes, bollekes en frisdrank.
Ik schat dat hier nochtans enkele honderden mensen wonen.
Wat eten die ??

Er stopt een terreinwagen met een Duits koppel, Sebastian en Kia, wat een afkorting is van Saskia.
Samen met hen klop ik aan bij twee andere winkels waarvan de deur dicht was.
Eéntje blijkt een ajuin in voorraad te hebben en ook een rotte banaan.
De Duitsers kopen de ajuin, ik de rotte banaan.

Door al het gesjouwel is het al laat en rij ik een goeie kilometer het dorpje uit en zet men tent op, zoals zo vaak op deze grote hoogte, tussen enkele overblijvende muurtjes die wel uit het Inca tijdperk lijken te stammen, en me iets of wat beschutting tegen de wind geven.

De volgende ochtend ben ik nog maar een paar kilometer onderweg wanneer enkele honderden meter voor me een Jeep die me zoëven rakelings voorbijraasde plots links van de baan geraakt en een paar buitelingen overkop maakt.
De chauffeur staat al naast het wrak, zen vrouw en kind zitten er naast te huilen.
Tsja, opnieuw een geval van eigen schuld, dikken bult denk ik. Er zitten daar geen kuilen in de weg, dus die chauffeur zal, zoals praktisch al de rest, wel weer met zen telefoon bezig geweest zijn en per ongeluk naar links uitgeweken.
Voor hetzelfde geld week hij enkele seconden eerder naar rechts uit en lig je er als fietser gewoon onder natuurlijk.

DSCN4545

De hele dag vliegen stenen, opgeworpen door de voorbij racende Jeeps tegen men benen en ribben. Eéntje wordt echter recht tegen men adamsappel gekatapulteerd.

San Cristobal is het eerste grotere plaatsje dat ik tegenkom in Bolivië. Al de tourist Jeeps blijken hier ook te stoppen. Buiten de kerk is er weinig te zien. Brood vind ik pas bij de vierde winkel waar ik binnen ga.

Na een mooi wildkampeerplekje enkele kilometer voorbij het dorp Vila Vila ben ik op 70 kilometer van Uyuni, een eenvoudige dagetappe.
Althans, dat dacht ik.
De weg wordt archi-slecht. Diepe putten, stenen, dan weer heel diep los zand met diepe geulen waar je amper de fiets door geduwd krijgt.
Op amper vijftien kilometer tijd kruip ik drie keer door het oog van de naald.
Een voorbijvliegende Jeep rijdt over een ketting die op de weg ligt en weg geslingerd wordt en op minder dan een meter langs me heen vliegt.

DSCN4819Een eindje verder komt een truck me tegemoet gereden. Een achterop komende Jeep steekt hem voorbij, maar is totaal verblind door het stof dat de truck opwerpt. Door het lawaai van de truck hoor ik die Jeep ook niet komen en op het laatste moment zie ik ‘m uit de stofwolk opdagen als de truck al naast mij is. ik kan me nog net op tijd in de kant rijden, maar val +/- omver door het mulle zand.

Slechts een tiental minuten later steekt een truck die achterop komt me voorbij.
De Jeep erachter volgt niet het voorbeeld van de truck, en wijkt dus niet voor mij uit, en heeft mij nooit gezien in de stofwolk, denk ik. Ik zag hem nog juist op tijd in men spiegel toen ik opzij naar de truck keek naast me, en kon me fracties van een seconde voor de impact opzij smijten.

Daarop ging ik van de ‘hoofdweg’ af en nam een parallel zandpad; Dat was zo mul dat ik er amper de fiets doorheen geduwd kreeg. Maar plots gingen de trucks ook dat pad nemen, vermoedelijk omdat het minder ‘bumpy’ is dan hun hoofdroute.
Het hele landschap is één grote stofwolk.
Ik week terug uit naar de hoofdroute. Al gauw stopte er een Jeep naast me. Sebastian en Saskia, het Duitse koppel dat ik eergisteren ontmoette.
Zij boden me een lift aan tot Uyuni, nog 48 kilometer verderop, en redden me misschien wel van een gewisse dood. (Zij hebben hun eigen Jeep en rijden wel normaal, niet as die Zuid-Amerikaanse kamikaze piloten.)

Het zijn moeilijke keuzes voor de lange afstandsfietser in Zuid-Amerika.
Als ik een beetje rustig wil rijden moet ik men heil zoeken in zo’n slechte aftandse wegen, wat me vaak wel op spectaculaire plaatsen brengt, maar wat ook routes zijn die zo zwaar zijn qua klimmen en slechte stenige pistes of los zand, dat je af en toe ook wel op kleinere doorgaande wegen terecht moet komen. Deze blijken dan zo druk bereden te worden door leeghoofden, dat je leven aan een zijden draadje hangt.

Ik heb de voorbije maanden hierover veel nagedacht, en wil het reizen per fiets absoluut niet opgeven, er zijn nog vele plannen, maar er moet wel iets veranderen, voordat een ernstig ongeluk er anders over beslist.
Een continent afreizen, zelfs als je de kleinere wegen zoekt op de kaart, blijkt anno 2018 geen goede keuze meer te zijn.
Daarom zal ik in de toekomst enkel nog reizen met de fiets in landen met een fietsinfrastructuur en/of -cultuur, en voor het overige zal ik meer en meer overschakelen naar het ‘bikepacken’, met de mountainbike met minimale bagage op single tracks of gravel roads in ontwikkelde landen (waar deze dus niet als doorgaande routes gelden, zoals hier). Gelukkig krijgt dit bikepacken zo’n boost de laatste jaren dat er een massa routes voorhanden zijn, met name in de Usa, maar meer en meer ook in Europa.
Men oude mountainbike die niet voor dit soort taken gebouwd was zal dan wel vervangen moeten worden door een echte ‘bikepacking bike’, maar die investering moet dan maar gemaakt worden om met meer plezier en op een veiligere manier nieuwe plaatsen te ontdekken.

In Uyuni besluit ik om voor één keer zelf plaats te nemen in zo’n toeristenjeep waarvan er de voorbije dagen me honderden per dag voorbij vlogen. Ik wil namelijk de zoutvlakte van Uyuni, de grootste ter wereld bezoeken.
Eigenlijk wilde ik erover fietsen, wat de meeste jaren vanaf april mogelijk is. Dit jaar staat de zoutvlakte echter nog onder water begin april, of waar ze niet onder water staat is het op z’n minst nog zo vochtig en hobbelig, dat fietsen quasi onmogelijk is. Het opspattende zoute water (vele malen zouter dan zeewater) zou ook destructief voor de fiets zijn, en die ligt me te na aan het hart.

We vertrokken reeds om 10u30. Ik had een beetje rond gehoord bij verschillende bureautjes of er niet een korte namiddagtour was, maar neen, enkel een hele dag met een stel vreemden in een Jeep behoorde tot de mogelijkheden. Eerst reden we naar de ‘train cemetery’, juist buiten de stad, waar we een half uur dienden rond te lopen. Hier staan een aantal oude locomotieven, want ook hier heeft de Europese kolonisator namelijk ooit een prachtige infrastructuur aangelegd die na de onafhankelijkheid volledig teloorgegaan is en hier nu staat weg te kwijnen.
Al de toeristen, jong en oud, Zuid-Amerikaans, Europees of Aziatisch kruipen als kleine kinderen op die locomotieven en gaan er bovenop staan, met hun armen wijd, of hoog in de lucht, zoals men tegenwoordig blijkbaar steeds op de foto moet gaan staan, of het nu voor Mount Fitz Roy is, voor een gletsjer, op een oude trein of op een zoutvlakte: armen wijd. Wat het wil zeggen weet ik niet.
‘The wold is mine’ ?
Of ‘kijk eens wat een held ik ben dat ik hier sta’ ?
Of ‘kijk, wat een amazing persoon er staat in dit overweldigende decor’ ?
Zelf hield ik beide voeten stevig op de grond en ging na een kwartiertje al bij de Jeep staan, zodoende de andere inzittenden tot een beetje spoed aan te manen.
Dat hielp redelijk, want vijf minuten later waren we onderweg naar de zoutvlakte, de Salar de Uyuni.

DSCN4569

DSCN4570
Massa’s Jeeps voor massa’s toeristen.

Als nestor van de groep had de chauffeur mij uitgenodigd naast hem plaats te nemen. Men vijf kornuiten zaten achterin. Toen ik de trip gisteren boekte had ik die vent in het kantoortje op het hart gedrukt dat ik een beetje een normale chauffeur wilde, geen dronkelap (wat naar verluid regelmatig gebeurd) en ook geen zelfverklaarde rallypiloot. Sebastian en Saskia vertelden me gisteren nog hoe er jaarlijks meerdere toeristen omkomen op de zoutvlakte, iets wat ik zelf ook al eens ergens gelezen had. Je vraagt je af hoe het mogelijk is dat ze dodelijke ongelukken veroorzaken op zo’n immense vlakte, maar als je hier al enkele maanden rondfietst, heb je genoeg gezien om het te geloven.

De chauffeur was blijkbaar goed gebriefd, want vele Jeeps staken ons voorbij op de twintig kilometer lange weg naar de zoutvlakte. De onze bleef kalm.
Op zo’n tour stopt de Jeep dan bij een plas, een beetje verder op een droge plaats, daarna bij een ‘monument’ dat opgetrokken is omdat de Dakar Rally hier gepasseerd is (iets wat vele lokale chauffeurs de nodige inspiratie gegeven blijkt te hebben) en dan gaan we iets eten in een gebouw midden op de zoutvlakte.
Daarna tuffen we nog wat rond met de Jeep, rijden tot aan de rand waar er nog een massa water staat en waar het meer een spiegeleffect zou hebben. Daarvoor was er echter wat teveel wind.
DSCN4572

DSCN4573

DSCN4583

DSCN4591

DSCN4592
Het gebouw waar lunch geserveerd wordt voor alle toeristen
DSCN4597
Toerist Jeep naast toerist Jeep … het is gewoon mijn ding niet…

Op elke plek bleven we een half uur stilstaan.
Zo krijg je als toerist de kans om ‘crazy pictures’ te maken, werd me gisteren verteld. Zo eentje waar het lijkt of je die Jeep in de hand houdt, of je als kleine mensjes in een reuzenrugzak verdwijnt, sommige toeristen hebben een plastiek speelgoeddraak bij die dan op de voorgrond gezet wordt en hen lijkt op te vreten, ….
Als je ‘Salar de Uyuni’ googled krijg je duizenden voorbeelden. Zelf wilde ik helemaal geen crazy pictures. Eerlijk gezegd had ik het wel gezien nu en wilde ik zo snel mogelijk naar men hotel om naar de Ronde Van Vlaanderen te gaan kijken op men laptop.
Maar natuurlijk stond er ook een zonsondergang op de salar op het programma. Door al mijn afgejaag was onze Jeep de tweede die op het punt stond waar de hele meute naar de zonsondergang komt kijken. Die zou nog wel twee uur op zich laten wachten…
Grappig vond ik dat er een agency is dat zich ‘Creative Tours’ noemt, maar de hele dag ons pad, en dat van alle anderen, kruiste. Van het treinkerkhof, tot het Dakar monument, tot op de plaats waar je de zonsondergang moet bekijken.
Om de tijd wat te verdrijven, vroeg ik aan die chauffeur waarin zij zo creatief zijn, maar hij bleef het antwoord schuldig.

DSCN4609
De zoutlaag blijkt vrij dik te zijn.

DSCN4628

Twee lange uren later, en vele honderden toeristen extra, daalde de zon dan langzaam achter de horizon.
Juist als het wat mooi begon te worden, kwam één van de mede-inzittenden kijken waar ik bleef. En ja, ook vele andere Jeeps waren al vertrokken.
Mensen zijn dwazen.
Ze moeten altijd een zonsopgang of zonsondergang zien, maar dan zijn ze weg op het moment dat de zon nog achter de horizon aan het zakken is.
De hemel kleurt pas mooi een tijdje erna.
Ach ……. ik heb de salar gezien, maar één zo’n trip per jaar is toch wel ruim voldoende (tenzij ik toch naar Machu Pichu zou gaan ….).

DSCN4653

DSCN4655
In het rijtje staan voor je foto…

De weg van Uyuni naar het iets meer dan driehonderd kilometer verderop gelegen Oruro is volledig geasfalteerd. En het goede nieuws is dat er zelfs een zijstrookje van 50 centimeter is waarnaar je kan uitwijken als er verkeer van achterop komt. De eerste helft van de rit blijkt het zelfs heel goed mee te vallen wat dat verkeer betreft en is het zalig fietsen. De omgeving is niet echt spectaculair. Een hoogvlakte op 3.700 meter met wat bergen aan de horizon en de velden waarop de quinoa geoogst wordt. Ze blijken ook patatten te kweken op deze hoogte.
Wat ik niet zie, eigenlijk al bijna niet meer gezien heb sinds ik in Argentinië de Puna opreed, zijn roofvogels. Lama’s, vicuna’s, een enkel klein vogeltje en rupsen, massa’s rupsen is al wat je ziet aan fauna.
Wat ik vooral veel zie is afval.
Terwijl ik toch al door heel wat landen gefietst ben waar sluikstorten blijkbaar in de cultuur verweven zit, slaat Bolivië werkelijk alles. Dit is met voorsprong het smerigste land waar ik al geweest ben. De hele weg is er geen halve meter waar geen afval ligt. Plastiek en glazen flessen, blikjes en pampers. Massa’s en massa’s pampers. Zoveel dat ik begin te denken dat de volwassen deze ook dragen. Zoveel kinderen lopen hier nu ook weer niet rond. Er gaat geen minuut voorbij en er ligt zo een pakketje stront voor je wielen. Vaak hele verzamelingen pampers.
Wat is dat in Zuid-Amerika met pampers langs de weg storten ?
Geloven ze dat hen dat geluk brengt of zo ?
En voorts alle andere soorten afval.
Bolivië zit met een héél zwaar probleem hier.
En ik met een kleintje, want vrolijk word ik er niet van.

DSCN4674
Gevulde pampers, altijd, overal langs Boliviaanse wegen.

DSCN4677

DSCN4685

DSCN4688

DSCN4698

Voorbij Challapata, waar de weg uit Uyuni samenkomt met deze uit Potosi, wordt de weg onaangenaam druk. Ik zet door tot in Oruro, maar een pretje is dit traject niet.
Oruro is een veel grotere stad als verwacht. Een kwart miljoen mensen blijken hier te wonen.
Toch vind ik een redelijk hotel waar ik twee nachten blijf. Zo kan ik een rustdag nemen, eens naar de coiffeur gaan en vooral, zondagochtend Parijs-Roubaix kijken op de laptop.
Juist als De Ronde Van Vlaanderen was het geen slechte race, maar echt spectaculair vond ik het nu ook weer niet. Gelukkig hadden we vandaag wel een fatsoenlijke winnaar i.t.t. verleden week.

Ik heb ook een serieuze meevaller. De zondag van Parijs-Roubaix was het ‘Dia Pietonal’ in Oruro. Of het één met het ander te maken heeft waag ik te betwijfelen, de koers is nu niet iets wat populair is in Bolivia, maar het was wel super aangenaam om de stad uit te rijden zonder enige vorm van gemotoriseerd verkeer dat het op me gemunt heeft.
De hele stad was op de been, velen ook op de fiets, overal kraampjes en goed gemutste mensen.
Je vraagt je af waarom ze die auto geen 365 dagen per jaar bannen, als je ziet hoe de stad tot leven komt.
Nabij het centrale plein blijkt een kokschool te zijn, en die boden allerlei hapjes aan minimale prijzen aan. Onder de koksschool is een dansschool, en zij showden ook enkele van hun kunsten. Nu ben ik zelf geen Fred Astaire, maar toch meen ik op te merken dat het allemaal niet heel professioneel is. Ze hebben wel veel plezier.

DSCN4714
Coiffeur bezoekje in Oruro. Ik probeer in elk land dat ik bezoek naa rde coiffeur te gaan. Deze rakker was al 80 jaar.
DSCN4727
De weg om Oruro te verlaten. Deze strook afval loopt ongeveer 20 kilometer door, langs beide zijde van de weg. Als ze geen serieus ophaalsysteem hebben, vraag ik me af waarom ze het niet op één grote hoop gooien ipv het kilometerslang uit te spreiden. Ik wijs er wel eens naar en steek dan men duimen op naar de locals, waarna zij enthousiast knikken. Ik vermoed dat ze het echt beter vinden als er een hoop rommel ligt, die de vieze natuur een beetje verdoezelt.

Omdat de weg tussen Oruro en La Paz ongetwijfeld een horror zou zijn om te fietsen wegens de drukte en de rijkunsten van de locals, heb ik me een rustiger alternatief gezocht.
Via kleinere wegen plan ik nu via La Joya, Eucaliptus en Topohoco naar Viacha te fietsen. La Paz laat ik links liggen. Die grote stad zou me toch maar stresseren.

Door de koers en de evenementen in Oruro is het reeds 14u00 tegen dat ik het centum verlaat. Ik rij nog een veertigtal kilometer alvorens ik een topkampeerplekje vind langs de Rio Desaguadero.

Iets voor het dorp La Joya sla ik rechtsaf richting Eucaliptus en verlaat de verharde weg. De zandweg is goed te berijden en volgt min of meer de vallei van de Rio Desaguadero. Bolivië is een pak goedkoper als Chili en Argentinië, en daarom probeer ik ’s middags altijd ergens een warme maaltijd te vinden in een restaurantje. Zo ook in Eucaliptus. Je hebt meestal geen keuze. Je neemt gewoon wat er is. Het is vrijwel overal hetzelfde. Eerst soep, dan wat rijst, een paar blaadjes sla en een klein stukje kip erbovenop, of twee ribbetjes. Ruim onvoldoende voor een fietser, maar onderweg eet ik ook de hele tijd en ’s avonds maak ik m’n eigen berg warm eten klaar.

DSCN4741

DSCN4749
Eén van de mooiere kampeerplekjes in Bolivië.

DSCN4751

DSCN4774

DSCN4796

Na Eucaliptus wordt men uitgetekend pad al iets slechter en na het gehucht Villa Manquin nog wat slechter. Het begint hier ook wat meer te heuvelen. Telkens maar honderd hoogtemeters of zo, maar ik bevind me wel op 3.800 meter, en de klimmetjes zijn steil, tussen de 8 & 10%.

Cañaviri is opnieuw zo’n dorp waar ik op een middag stop voor een lunch. De soep is al op, dus het is enkel een bord rijst, blaadje sla, stukje kip.
Na men maaltijd plak ik men band. Die ben ik al sinds gisteren twee keer per dag aan het oppompen omdat ie langzaam leegloopt. Al gauw heb ik veel bekijks van de plaatselijke jeugd. Vriendelijke knullen. Ze staan versteld hoe flux & gezwind het hele zaakje opgelost is. Dan vraagt er eentje naar de prijs van men fiets. Nu heb ik lang geleerd daar in dit soort landen een beetje over te liegen, want van de echte bedragen zouden ze steil achterover vallen. Ik noem 25% van het reële bedrag. Al gauw hebben we dit samen omgerekend naar Boliviano’s en beginnen ze onderling te lachen. Voor dat geld koop je een heuse motorbike.
Dan is het tijd voor een foto. Ze vragen men Whatsapp zodat ze deze kunnen doorsturen.
Ik vertel hen dat ik geen telefoon heb. Hilariteit alom en alle respect is verdwenen nu.
Eerst betaalt die domme gringo zoveel centen voor een fiets dat je er beter een moto van kunt kopen, en nu heeft hij zelfs geen telefoon.

DSCN4800
Fietsen op 3.700 meter hoogte, de Altiplano.

DSCN4804

DSCN4805
Kerk in het verlaten dorp Rivera Alta.
DSCN4813
In Bolivië heb je geen verkeersborden nodigen die aankondigen dat je een dorp nadert. Je merkt het wel aan de hoop afval die zienderogen toeneemt.

DSCN4816

DSCN4818

DSCN4825

DSCN4831

DSCN4832

DSCN4833

DSCN4838
De knullen die me gezelschap hielden terwijl ik men band plakte.
DSCN4839
Kijk, je kan ook een Boliviaanse fiets kopen, en dan heb je nog centen over voor een moto én een telefoon.

Na Cañaviri rijd ik een kleine tien kilometer op de nationale weg nummer 4. Als ik deze iets langer zou volgen, kom ik op de nationale weg 1 naar La Paz. Dat gaat gegarandeerd snel, maar zal niet erg tof zijn.

Daarom draai ik voor de heuvels linksaf en slecht keienpad op. De campesinos, de lokale boeren, bewerken overal het veld met de hand. De quinoa is geoogst en waarschijnlijk maken ze hun veld klaar voor volgend jaar, of voor een volgende gewas, wie zal het zeggen. Regelmatig moet ik in gevecht gaan met meerdere herdershonden die me aanvallen. Ze lijken wel hondsdol. Telkens als je een troep schapen of lama’s nadart, weet je dat je prijs hebt. De herders, altijd een koppel man en vrouw, zitten dan gewoon te kijken. Je moet niet denken dat ze hun beesten terugroepen of zo. Neen, er komt iemand aangefietst, mijn honden vliegen erop af, en wij kijken het aan.
Opnieuw een staaltje van de Zuid-Amerikaanse mentaliteit.

DSCN4840

DSCN4842
In men zoektocht naar rustige paden en een wildkampeerplekje kom ik op deze overstroomde paden.
DSCN4844
Lijkt wel de bus van ‘Into The Wild’.
DSCN4848
Typisch marktpleintje op de Altiplano.

Voorbij Santiago de Quilloma rijd ik dieper en dieper de vallei van een riviertje waarvan ik de naam niet weet in. Telkens ik een heuveltje overrij heb ik mooie weidse uitzichten. Door de staat van het pad schiet ik echter traag op. Het eerste uur leg ik negen kilometer af, het tweede uur nog maar acht.
Ik heb men hoop gezet op het dorp Topohoco om te lunchen. Wanneer ik op slechts enkele kilometer van het dorp ben zie ik enkel een brug en geen huizen. Vervelend, want ik heb ook water nodig. Maar dan, opnieuw een klein heuveltje over ligt het dorpje voor me.
Zoals elk dorp hier op de altiplano is het een zielige bedoening, maar er is een winkeltje open, waar ik voor de derde dag op rij geen water vind. Cola en andere frisdranken genoeg, maar geen water. Er is ook een restaurantje waar ik zowaar een pasta maaltijd krijg.

DSCN4855

DSCN4857
Op de meest uitgestorven wegen kom je ze aanhoudend tegen. Ik heb er de voorbije dagen nog eens over nagedacht en het moet inderdaad zo zijn dat ze hier pampers dragen van de kribbe tot het graf.  Het zijn er gewoon teveel om enkel aan de babies toe te schrijven.  Vandaar dat al die vrouwen natuurlijk een hoepelrok dragen en alle mannen een trainingsbroek.  Als ze dan ‘s avonds van het veld komen smijten ze op weg naar huis hun volgescheten pamper weg.  Thuis aangekomen doen ze dan de pamper voor de nacht aan, die ze ‘s ochtends, op weg naar het veld, opnieuw weg smijten.  En die hele zakken vol pampers komen natuurlijk uit de busjes die de werkers naar het veld brengen.  Dan verzamelt iemand de pampers van de nacht in een zak en zwiert deze naar buiten.  Zo gaat dat in Bolivië.
DSCN4865
Restaurant in Topohoco

De locals raden me aan om via Corocora naar Viacha te fietsen. Dan kom ik binnen ongeveer 25 kilometer op het asfalt. Ik luister niet en neem het door mezelf uitgezette weggetje de andere kant op.
Er volgt een steile klim naar 4.223 meter met stijgingspercentages tot 12%.
Vanop de top heb ik een prachtig uitzicht op de 6.862 meter hoge Ilimani.
Ook hier, op deze verlaten paden, mag je van geluk spreken als je honderd meter kan fietsen zonder een ingepakt hoopje stront te vinden. Nooit meer dan tweehonderd meter.

De weg, wordt steeds ‘rustieker’ en gaat door een prachtig gebied. De dorpjes bestaande uit lemen hutjes rijgen aan elkaar. Hoe landelijk het hier ook is, overal staal wel een hutje, waar ’s avonds een herder zen intrek neemt met zen roedel honden. Hierdoor is kamperen in dit gebied iets minder eenvoudig dan de foto’s doen vermoeden.
Telkens denk je, voorbij die bocht, of over die heuvel ben ik uit het zicht van dit hutje en kan ik men tent opzetten, en dan verschijnt er telkens een nieuwe hut.
Op het einde van de dag heb ik slechts 49 kilometer op de teller, ondanks dat ik hard gewerkt heb. Als ik over de geasfalteerde route 1 zou fietsen, zou ik in dezelfde tijdspanne minstens dubbel zo ver fietsen, maar het zou nog niet half zo plezant en interessant zijn.

DSCN4867

DSCN4869
Nog een ‘Into the Wild’ bus. Deze staan allemaal langs de kant van de weg, in panne.  De berg Ilimani (6.862 meter) in de achtergrond.
DSCN4876
Pampers.   Je moet dan goed opletten als je een auto achterop hoort komen, want als deze je juist passeert ter hoogte van waar de pampers op de weg liggen… je kan je de gevolgen inbeelden.

DSCN4886

DSCN4887

DSCN4897

Wanneer ik ’s nacht even uit de tent moet voor een sanitaire pauze zie ik de enorme lichtvervuiling van La Paz in het noorden, toch nog 50 kilometer hiervandaan, zoals de kraai vliegt. De nachten zijn nog steeds fris, ongeveer -5°C. Ideaal om te slapen. Overdag stijgt de temperatuur naar begin 20°C hier op de Altiplano.

De volgende ochtend krijg ik na een kleine tien kilometer een eerste uitzicht op La Paz.
Van ver is het wel indrukwekkend, die grote stad in de vallei, met ten oosten de besneeuwde Illimani en ten noorden van de stad de witte piek van de Potosi, met 6.088 meter één van de laagste ‘zesduizenders’ en daarom populair bij klimmers om eens op die hoogte geweest te zijn.

Iets voor het dorp Collana is het voorbij met de pret. De rust die ik de voorbije dagen kende maakt bruusk plaats voor een niet aflatende stroom vrachtwagens die stenen afvoeren die hier uit een berg gehakt worden. Deze versleten monsters braken grote zwarte gifwolken uit. Ze rijden nauwelijks sneller als ik. Een tijdje houd ik telkens in voor zo’n vrachtwegen voor me, maar dan besluit ik hem en z’n twee collega’s voorbij te steken. Ik zie namelijk dat er daar een gat zit van enkele honderden meters met hun voorganger, en zo kan ik toch een beetje ademen.
Een tiental kilometer gaat het goed zo, maar dan beginnen zich auto’s en minibussen tussen het verkeer te mengen, en die vinden het weer nodig om met zo’n rotvaart door de stofwolken heen te vliegen, dat ik opnieuw meermaals voor men leven vrees.
Een auto steekt mij voorbij en gaat dan even links van de vrachtwagen kijken of hij er voorbij kan. Ik zie een andere vrachtwagen van de andere kant komen. Toch besluit de automobilist de vrachtauto voorbij te steken en met een hoop gebonk en piepende remmen staan de twee vrachtauto’s en de personenauto min of meer drie op een rij over de breedte van de weg stil. Wat die chauffeur bezielt weet ik niet, en hij ook niet. Ze doen hier maar wat.  En jij rijdt ertussen.  Tussen al dat stof, denderende vrachtwagens en laagvliegende auto’s door, moet je ook nog de aanvallen van de honden afslaan, vaak toch zo’n dertigtal per dag.

Stijf van de stress arriveer ik in Viachi, een voorstad van La Paz waar het nog geen sinecure blijkt een overnachtingsplaats te vinden.
Het ‘Plaza Hostal’, op de plaza, is zo vies en vuil en stinkt, en wil me zelfs geen kamer tonen alvorens te betalen, dat ik men zoektocht verder zet. Uiteindelijk kom ik in het Concordia Hostal terecht. Het is nog in aanbouw, maar de dekens waar ik onder moet liggen stinken reeds verschrikkelijk.

DSCN4905
Markt in Viacha.

DSCN4906

Van Viacha probeer ik opnieuw het verkeer te vermijden door het kleine weggetje naar Laja te nemen. Dit loopt echter via de grote cementfabriek, waar blijkbaar al die trucks van gisteren heen reden. Ook van de cementfabriek tot het +/- 10 km verderop gelegen Laja is het een drukte van jewelste met trucks. De onverharde weg is opnieuw superslecht. Diepe kuilen en uitstekende stenen als voetballen zo groot.
Na Laja blijf ik op kleine weggetjes, maar keert de rust weer. Op hondenaanvallen na.

DSCN4907

DSCN4908

DSCN4911

DSCN4912

De hele alternatieve route vanuit Oruro is de moeite, maar beter is het waarschijnlijk om in Collana af te buigen naar de hoofdroute 1 en La Paz in te fietsen. De stad kan dan verlaten worden met de teleferik naar El Alto, vanwaar je op de drukke weg richting Titicaca komt, maar wel een brede zijstrook hebt.
Ik kom uiteindelijk ook op die drukke weg terecht, maar ben toch blij weer even asfalt onder de wielen te hebben.
Nog maar een drietal kilometer fiets ik op deze weg en een terreinwagen met een fiets op het dak stopt en gebaart mij hetzelfde te doen. Het is Cristiano, de eigenaar van de Casa de Ciclistas in La Paz. Wat is de kans ? La Paz, een stad met ruim een miljoen inwoners en één Casa de Ciclistas. Die eigenaar rijdt mij dan voorbij luttele minuten nadat ik op de hoofdweg ben.
Hij vraagt waarom ik hem niet bezocht heb in La Paz, en ik leg hem uit dat ik niet zo dol ben op steden. Hij is op weg naar zijn huis een eind verderop en nodigt me uit morgen binnen te springen, en belooft me een plekje voor de tent onder de bomen.
Ik mis bomen al een aantel maanden, en ga graag op de uitnodiging in.

DSCN4918
Huarina, uitzicht op het Titicaca meer vanuit m’n heel basic kamertje.

DSCN4919

DSCN4923

DSCN4926

DSCN4927

DSCN4930
Op de markt in Achacachi.

DSCN4931

DSCN4934
Afval, afval, afval…

Ik overnacht in een heel eenvoudig pensionnetje in het dorp Huarina. Hier is de afslag naar Copacabana en de hoofdweg naar Puno. Ik blijf echter de oostzijde van het Titicaca meer volgen, hopend op rustiger wegen. Dat zou echter nog een tijdje op zich laten wachten.

DSCN4935

DSCN4946
Lago Titicaca

DSCN4948

DSCN4952
Via dit pad dat afdaalde naar het Titicaca meer vond ik een mooi plekje voor de tent.

DSCN4955

DSCN4956
Wildkamperen tussen de eucalyptusbomen met zicht op het Titicacameer.

Ik kamp ondertussen al een maand met diarree, en deze begint ondertussen duidelijk men krachtenarsenaal uit te putten. De dagafstanden lopen terug naar iets tussen de 30 en 40 kilometer. Tot meer blijk ik niet meer in staat te zijn.  Gelukkig vind ik enkele keren nog wel een tof plaatsje om de tent weg te zetten. Het verkeer wordt pas draaglijk na het plaatsje Achacachi. Maar dan wordt het wel heel mooi, met uitzichten op het titicacameer in het westen en enkele heuvels in het oosten.
Titicaca is het grootste meer van Zuid-Amerika en het hoogste bevaarbare meer ter wereld (op 3.810 meter).
Dat adjectief ‘bevaarbaar’ wat er steeds bijgezet wordt lijkt me zeer belangrijk, want het is natuurlijke verre van het hoogste meer ter wereld.
En wanneer is een meer ‘bevaarbaar’ ?
Moet er een mammoettanker op kunnen varen (wat zeker zou kunnen hier), of een binnenschip, of een  kayak ?  Er zijn natuurlijk massa’s hogere meren waarop je met je kayak kan.
Men exit-stempel uit Bolivië krijg ik in het plaatsje Puerto Acosta, vanwaar een steil en aanvankelijk heel slecht pad richting de internationale grens en de Peruviaanse douane in Tilala voert.
Het laagste punt op de Boliviaanse Altiplano was 3.549 meter, het hoogste 4.345

DSCN4961

DSCN4972

DSCN4977

DSCN4978
Bij het buiten rijden van Conima. Rechterkant van de weg.
DSCN4979
Linkerkant.
DSCN4985
Kamperen op een duin, juist geen 4.000 meter boven de zeespiegel.
DSCN4989
Een kleine inspanning is vereist om mooie plekjes te vinden voor de nacht.
DSCN4990
Vanop de weg zag ik deze plas en ging even kijken. Hij was als zovele andere in Bolivië. Je kan de eenden met hun kuikens tussen het vuil zien zwemmen. Ze hebben geen andere opties.
DSCN4995
Internationale grensovergang ! De steile, maar vooral mooie weg naar Peru.

DSCN5006

Boliviaanse Altiplano:
Distance: 1.096 km
Total distance South-America: 11.228 km
Average km per cycling day Bolivia: 60,88 km
Altimeter Bolivia: 6.713 m

Nights slept inside: 6
Nights slept outside: 14 (all wild camping)
Flat tires: 1

The GPS track can be downloaded from Wikiloc

Northeastern Chile: Stunning beauty

Route: Paso Sico – San Pedro de Atacama – Ge!seres El Tatio – Inacaliri – San Pedro – Ollague

After our windy night a few kilometer passed the Argentinean border, the road kept going up and up. Paso Sico is not the highest point. We, Frederic and I, keep climbing to a first pas at 4.450 meter. The good news is that right at the Chilean side of the border, the gravel road turned into smooth asphalt. And no traffic. After a welcome descent, we climb to another pass at 4.570 meter, yet another record for me. In the distance we see several smaller salt lakes.

DSC03216

DSC03221

DSC03222

As the customs wanted give me only 1,5 liter of water, and nothing to Frederic, we were running low. Luckily, there’s a Chilean police post as well further down the road and they are more accommodating.

The scenery is definitely the most stunning I’v seen so far in South-America. Colorful mountains, electric blue sky, white salt flats and then … the first laguna appears. With that also the first tourist bus that seems to come up all the way from San Pedro de Atacama, still three days away for us on the bike. Luckily, they don’t stay too long. They have a busy schedule to follow, I reckon 🙂

DSC03226

DSC03242

DSCN4249

DSCN4252

DSCN4253

DSC03267

In an old mining post, still manned buy two friendly guys, we manage to get a warm meal and a shower for a very decent price. We could even stay for the night, but there are still a couple of hours daylight left, and we choose to carry on. We end up spending the night at an army camp. A team of about 30 guys, and a medic, goes out every day to clean up the anti personnel mines, which apparently still lay around in abundance along the Chilean / Argentinean border. And even more along the Chilean / Bolivian border, the soldiers tell me. I don’t know whether that’s a Pinochet thing ?
But I cycled along huge mine fields near the Strait of Magellan as well. All these countries here don’t have a very friendly past with one another.

DSC03269

DSCN4269
Passing the Tropic of Capricorn in the Atacama desert, a few kilometer before entering San Pedro de Atacama, I enter the tropics.

Next day, the wind blows like hell. We have to take turns riding in the front so the other can have a small break. The going is tough, but we are rewarded with more snowcapped volcanos and another laguna.

DSC03302

After the Toconao, the road gets bussier.
I stayed for six nights in San Pedro de Atacama in a nice room to get a good rest, do some bicycle maintenance, update the website and prepare my route into Bolivia.
Many cyclists take the so called ‘Laguna Route’ towards Uyuni in Bolivia, but I read, and heard horror stories about how sandy that stretch is, and the numerous tourist Jeeps that pass you all day long at high speed, covering you in dust.  I say goodbye to Frederic, who will ride this route.

One of my last days in San Pedro de Atacama, I cycled towards the Valle de Luna. I went around noon-time, which is ideal. You have the place almost to yourself. All toursits do the same thing, and one of these things is ‘sunset at Valle de Luna’.
If the scenery coming down from Paso Sico was so beautiful already, this Vale de Luna is even more spectacular. I can imagine astronauts would come here to practice. It really looks like the moon or Mars.
On my way back to the hotel, later that afternoon, I count 32 minibuses driving to the Val de Luna, plus Jeeps and cars.
They must be sitting on that hill with close to a thousand people, watching the sunset.
Charming.

DSC03317

DSC03318

DSC03320

DSC03327

DSC03328

DSCN4327

DSCN4332

DSCN4340

DSC03339

DSCN4343

From San Pedro de Atacama, I headed straight north towards the El Tatio Geysers. Back from 2.600 meter, up to the ‘Altiplano’ above 4.000 meter. The climb isn’t very steep, but the road is some sort of destroyed asphalt.

DSCN4345
The church in San Pedro de Atacama.

DSCN4349

DSC03342

DSC03352
Flamenco’s, from north to south in Chile & Argentina, at sea level and at + 4.000 meter, always with their head under water.
DSC03357
On my way up the altiplano, I passed a small hamlet where I could buy some empanadas with Lama meat. They were delicious, and I reckon that meat is pretty healthy.

DSCN4364

DSC03360
Behind those mountains is Bolivia.
DSC03361
The whole border is lined with volcanos, this one releasing some yellow smoke.

DSC03363

DSCN4374

Late in the afternoon on my second day out of San Pedro de Atacama I arrive at the El Tatio Geyser. The park rangers say it is closed for the day and I should camp at the parking lot.
I tell them I’m not here for the geyser, that I’m on my way to Ollague, at the Bolivian border. They look stunned at me.
“You have to go via Calama”, they say.
I’m not very pleased with that answer. I tell them it took me two days to cycle up here, and there is no way I will go back. “Look, here is my map, and there’s a little road going further north from here towards Inacaliri. I can even see the track going up over there, behind the geysers”.

They don’t really know what to do with this information.  One of the guys tells me that sometimes they have a cyclist coming up to the geyser, but never one that wanted to go beyond here.
They consult another guy who just arrived from San Pedro de Atacama in a Jeep with some supplies.
Luckily for me, he says that it might be possible with a bicycle.
There is a German couple with an off-road camper on the parking lot, and they are not allowed through. The track seems to be out of use.

After a while, and after filling up my water bootles, they let me go through.
I pitch my tent at the far end of they geyser field. It will be a bad night.
I’m camping at 4.30O meter, it is freezing at night and …. I have mice in my tent ! I take all my bags in the inner tent, because these little bastards are famous for biting holes in your panniers. But I’m also afraid they will damage my tent. Several times a minute I have to chase them away, but they keep coming back, all night long. Why aren’t they going down to San Pedro de Atacama, where it’s warm and where there’s a lot of food ?
Mice at 4.300 meter …. 😦

DSCN4381

DSCN4382
Camping just above the geyser field.
DSCN4385
The friendly German Couple gave me a beer for the night. For Belgians, Heineken is the worst beer in the world, but still it tasted wonderful and at 4.300 m, it was nicely chilled.

Next morning, I hear all the tourist buses, Jeeps, cars arriving before the sunrise.
As they all go to the sunset together, they come here for the sunrise.
The Jeeps and buses leave San Pedro de Atacama at 4:30 am.
And … I find it all a bit disappointing. No spectacular geysers like you see them in Iceland, Yellowstone or Rotorua, New-Zealand. Just a bit of smoking coming from the earth at several place and some water bubbling up.
If I had to get out of bed before 4 am to see that ….
The reason they come that early is that later in the day it warms up and you even don’t see the smoke anymore.
It’s a tourist trap, don’t do it when you’re here.

DSCN4387
This is just one of the parking lots. There are several, all packed. By 9:30 am, they’re all gone again and the place is deserted.

DSC03371

DSC03372

Yesterday, late evening two military vehicles passed my tent. Probably this ‘road’, skirting the border, is only used by them.
The Germans with the camper tried to sneak through this morning, but had to turn back as there were too many big rocks on the road.

On the bike, it’s a fine trail.
It’s hard. The road climbs again over 4.500 meter and has a section with deep sand where I have to push for a few hours. It gets cold here at night, there’s no water (hey, you’re in the Atacama, driest place on earth) and I haven’t seen a single soul in 48 hours. You’re on your own here.  Nobody will come to rescue you when things go wrong.
And that’s fine.

DSC03379

DSCN4412

DSC03383

DSCN4437

DSC03394

DSCN4445

DSC03398

I hit the pavement again at San Pedro, which is basically a train station with some slums around it. There’s a big white water tank at the other side of the railway line, which has potable water. I didn’t see any place to eat, or to buy food. Which is no problem, I still carry enough from San Pedro de Atacama.

From here, the road is paved all the way to the border.  I’m passing several other salt flats and have to be creative in finding places to pitch the tent. The wind blows here, and there’s not much shelter.

DSCN4463
Had to rebuilt the walls a bit here in order to fit the tent.

DSC03400

DSC03406

DSCN4472

DSCN4474

DSC03408

DSCN4476

DSCN4477
Camping near Cebollar, a train station and some sheds next to one of the salars. It looks like camping in Beirut, but at least it has good shelter from the wind. And for the second time in four nights… mice in the tent 😦

DSCN4480

At Ollague I finish wat you could call the first part of this trip. The last seven months I spend in Argentinië and Chile, where I cycled 10.132 kilometer.
Total since I’ve started this trip in April 2016: 30.843 km.

DSCN4487

DSCN4492

DSC03413

DSCN4501

The gps-track can be downloaded from Wikiloc

Argentina: The Amazing Puna de Atacama

Route: Belén – El Eje – Antofagasta de la Sierra – Salar de Pocitos – Paso de Sico

Since days I’m in doubt whether to continue my route north via ruta 40, which goes along some spectacular ravines and over the Abra del Acay, Argentina’s highest mountain pass (4.972 meter), or via Antofagasta de la Sierra through the ‘Puna de Atacama’, a very desolate high plateau.
The website from the ‘Vialidad’, that must be the Argentinian organization responsible for the roads, says since a while the road over Abra del Acay is closed due to flooding.
Not very promising.
On the other hand, two cyclist I met further south who came via Antofagasta de la Sierra said it would be horrible to cycle that road in a northerly direction.
Tough choices to make, as both options seem to throw their difficulties at me.
In Belén, I ride into Frederic again, a French cyclist I briefly met further south in Villa Union.

DSCN3794

Together with him I ride that same day towards EL Ejen and decide to ride the route via the Puna, towards Antofagsta de la Sierra.
Starting from Londres at 1.200 meter, El Eje at 1.775 meter, we cycle up towards a hight of 3.992 meter at Portezuelo de Pasto Ventura.

DSCN3808
Hamlet along the road to Antofagsta DLS.

DSCN3820

DSCN3828

DSCN3838
The first day of our climb onto the Puna (altiplano), the weather was still cloudy, until we climbed out of this valley.

DSC03016

DSCN3843

DSCN3847

The straight road of 20 kilometer into the hamlet ‘El Peno,’, at 3.350 meter seemed to take forever against the strong Puna winds.
It seems the elevation doesn’t affect me too much so far, but both Frederic and I have diarrhea, probably from water we took from a pipe at El Bolson. And diarrhea sucks a lot of energy out of your body.

DSC03024
Cerro Laguna Blanca, just above or just under 6.000 m, depending on which source you use.
DSC03031
Vicunas, not as rare anymore as a couple of years ago.

DSCN3865

DSC03037

DSC03038
Again, Cerro Laguna Blanca

DSC03039

DSC03045

DSC03047
Find the car to appreciate the grandeur of this landscape.

DSC03053

DSCN3889

DSCN3892

Sixty three kilometers separate El Penon from Antofagasta de la Sierra with only 400 climbing meters. Luckily the wind was quiet. If you have it in the face here, it’ll be a terrible day.
Frederic continues his route towards Antofalla and I stop and check in the hostel in Antofagasta de la Sierra to have a half day rest and a good meal tonight.

DSC03055

DSCN3906
You can see me cycling in the distance 🙂

DSCN3915

DSCN3928

DSCN3935
A new asphalt road is being built between El Penon and Antofagasta de la Sierra, but so far, traffic still has to take the sandy roads right & left of it. We cycled the asphalt.
DSC03059
Llamas at a lake just outside Antofagasta DLS.

DSCN3946

DSC03067
And flamingo’s, which I saw all the way from the cold lowlands of Tierra del Fuego, all the way through Patagonia and also here high up in the Puna.

The big test comes after Antofagasta DLS, the climb from 3.300 meter to the ‘Abra Falda Cienaga’, a pass at 4.442 meter.
Riding stretches like this, it is not only elevation what makes it difficult. The road promises to be a mess, there’s the wind at this altitudes, the total absence of water, no villages for provisions and the sun which is burning immensely now in summer. The days are hot, but after the sun sets, it cools down very rapidly.

I leave town with four days worth of food, i.e. 1,2 kg of bread, two large packages of chocolate, six tins of paté, a pot of ‘dulcé de leche’ (which I find awful, but is easy to carry), two cans of tuna, two tins sardines, 500 grams oats meal, 500 grams rice, 500 grams spaghetti, three tomato’s, two peppers, three onions, garlic, parmesan cheese, a lot of cookies, an apple, a banana, dried fruit, nuts, tomato sauce, curry powder, milk powder, chocolate milk powder, tea, instant coffee and …. sixteen liters of water.
I hope to ride to Salar de Pocito’s, the next hamlet 220 kilometer away in three days.
So I’ll have 5 liters of water a day to drink and for cooking, dishes and 0,33 liter/day to brush my teeth.
Three Imodium tablets should keep the intestines at bay.

DSCN3957
Antofagasta de la Sierra, the ‘loneliest’ town in Argentina.

The road starts to climb seriously at Paycuqui, a hamlet of three or four houses. I thought the Puna would be a colorless, desolate high plateau, but it is much, much more beautiful as expected. Mountains in grey, yellow, green and red, many Vicunas and …. a little tail wind to help me up !
I camp just under the pass at an elevation of 4.358 meter, my highest camping spot ever. Some large rocks protect me well from the wind.
Many cyclists I meet seem to get by on a diet of just pasta with tomato sauce or even only olive oil, but that doesn’t work for me.
So as the sun sets at 19:45, I’m cutting peppers, onions and garlic to make a nice rice & curry dish, with some tuna at this altitude
At 22:00, I shortly leave the tent again. The last brightness from the sun in the west is gone. The moon only rises only after midnight today. No light pollution for hundreds of kilometer, and at this elevation, the night sky is simply unreal. A shame I don’t have a camera anymore with which I could catch it, but I’ll always remember it.

DSC03074

DSCN3978

DSCN4011

DSC03087

DSC03088

DSCN4024
My highest camp so far at 4.358 meter, well protected from the winds.

From my camp spot the next day, the road undulates for a while and it seems to take forever to reach the pass. A while ago I downloaded a bunch of episodes from ‘The Date on Friday’ from 2016 and 2017 (De Afspraak op vrijdag), a program from Belgian television discussing the political events of the last week. So I’m getting a little bit up-to-date again.
After 20 kilometer or so, I’m finally at the top. 4.432 meter according to my gps readings. I also passed the 30.000 kilometer since I started this trip in April 2016.

DSCN4042

DSCN4045
Wobble, wobble, wobble…
DSC03092
Some vicuna’s, surviving one way or the other above 4.000 m.

DSCN4053

DSCN4058
It keeps going up and down for a while before I finally reach the highest point, but what a spectacular environment.
DSC03093
This guy lives at + 4.400 meter.
DSCN4061
‘Abra Falda Cienaga’, the highest point on this Argentinean Puna route at 4.432 meter.

After yesterdays short day of 47 kilometer, I was hoping to make some better progress today but the road keeps descending and climbing. I cycle slow but even then I still stop to just look around. It’s like I’m cycling on Mars.
The road is dramatically bad. It’s washboard all the time, with often deep sand thrown in to it. Many times I need to push the bike, which sinks into the sand with all that weight. I breath heavily at this altitude.
Good, rideable sections are short.
Especially the downhill towards the ‘Salar del Hombre Muerto’ (salt plain of the death man) is awful, as are some parts of the track around it.
After cycling all day above 4.000 meter, the salar is at an elevation of 3.980 meter.

After sixty kilometer I arrive at the unmanned police post north of the salar. It’s basically just two containers which are unfortunately locked. They have a water tank behind them, which I opened from the top. The water was lukewarm from the sun all day, so I had a nice shower in this dry high altitude desert.
I pitch the tent behind one of the containers. Less scenic then the day before, but again properly sheltered from the wind.
Now I’m already 32 kilometer ‘behind schedule’, so it’s good I took again too much food.
I filtered water from the tank, which I use for cooking, do the dishes and brushing teeth. Even with a day extra, I should be fine with the water to reach Salar de Pocitos.

DSC03096

DSC03098
The stretch between‘Abra Falda Cienaga’ and Salar del Hombre Muerto was definitely the most spectacular (and no traffic apart from three jeeps in the morning with ‘adventure tourists’ visiting the salar.

DSCN4087

DSCN4089
Another little, unnamed salt plain.
DSCN4090
Every 0,7 seconds your back, pulses, shoulders get smashed on these roads. It’ll make you stronger.

DSC03099

DSCN4095

DSC03101

DSC03105

DSC03110

DSC03108

DSC03109

DSC03107

DSC03112
A vicuna on his lonesome admiring the Salar del Hombre Muerto.

DSC03114

DSC03115
Salar del Hombre Muerto, 3.980 meter above sea level.
DSC03116
There are two roads to the other side. The straight one in the middle seemed too muddy so I took the long way around to the left, adding +/- 15 kilometer to the trip.

DSCN4128

DSC03117

DSC03118

North of the Salar del Hombre Muerto, I have to climb another unnamed pass of 4.195 meter. The road is better for a while but becomes again really sandy and bumpy as the day carries on. As I was virtually on my own between Antofagasta de la Sierra and the salar, now north of this salt plain there is again some traffic of pick-up trucks and big trucks.
None of them symphatic enough to slow down the slightest and leaving my in a cloud of dust every time.
The landscape offers an incredible variety of colors again, with even some sand dunes.

DSC03119

DSC03121
As if red, green, brown and yellow rocks and salt flats aren’t enough to keep you busy, nature throws in some sand dunes for you to admire as well.

DSC03124

DSC03136

DSC03127

DSC03140

DSC03142

DSCN4190

DSCN4196

DSC03146

DSC03149
You might think, “what is he always moaning about this traffic..”, well watch this truck coming …..
DSC03154
This is where he passes you, never slowing down the least bit. See how you’re in that dust cloud for minutes, all sticking to your body covered in sun cream.

Next day, riding along the salar in a combination of white and red colors, the Volcan Galantop (6.740 m) behind it, I stop for lunch in Salar de Pocitos. Still on ripio road, I climb again to a hill top over 4.000 meter and set up camp for the day looking at Volcan Queva (6.130 m) from the porch of my tent and Cerro del Rincon (5.606 m) on the other side of the tent.

DSCN4203
The red house on the left is the restaurant and the village shop. They can give you a place to sleep as well. Service was friendly and the food was simple but okay.

DSC03165

DSC03173

DSC03177

DSC03188
I took this short cut from the ruta 27, out of Solar de Pocito’s towards ruta 51.
DSC03191
Nice place to spend the night, again above 4.000 meter, admiring Volcano Queva (6.130 m)

My last kilometers in Argentina are, yet again, along a difficult to ride stretch of ripio and loose sand road along the Salar del Rincon. I met an Argentinean guy on my way up who was invited to stay the night at the immigration post. Also the Japanese cyclist I met in Londres could stay there.
As I had still a lot of vegetables which the Chilean customs would confiscate, I cooked a warm meal at the border post. No shops after the border to stock up on new vitamins.
To my surprise, Frederic arrives as well. I thought he would be a day ahead of me by now.
For whatever reason, we were not allowed to spend the night at the immigration. They send us out at 16:30 hrs, a few hrs before sunset, and with a big climb still ahead of us, the wind blowing like hell from the west. Three kilometer after the immigration, we found some rocky boulders which gave minimal shelter from the hard wind and called it a day.
Tomorrow up and over the Paso de Sico for a final, short stretch in Chile.

DSC03198
Salar del Rincon on the left.
DSC03199
Salar del Rincon

DSC03213

Passo Icalma – Paso Sico
Distance: 2.568 km (of which 238 km by bus)
Average km per cycling day: 58,25 km
Altimeter: 23.707 meter

Nights slept inside: 11 (8 in hostel, 2 in the refugio Volcan ‘El Tromen’ and 1 at Salar del diamante)
Nights slept outside: 35 (of which 34 wild camping and on in hell-Camping El Festival in Tunuyan)
Flat tires: 3

The GPS track can be downloaded from Wikiloc

Argentina: Uspallata to Belén

Route: Uspallata – Calingasta – Iglesia – Rodeo – San José de Jachal – Villa Union – Chilecito – Alpasinche – Belén

Route nbr 40 between the provincial capitals Mendoza and San Juan will probably not a big joy to ride, so I chose a smaller option closer to the Andes range, Ruta 149 from Uspallata towards Calingasta, Rodeo and San José de Jachal.
My map suggested the road from Uspallata to Calingasta would be paved all the way. A false claim.
Pretty soon I’m back on gravel.
The map also showed on various points ‘Qhapaq Nan’. I had no clue what it was. Along the road, I learned this means ‘Inca Road’, and I’m now on the southern most section of this historic trail (the Incas’ southern progress was stopped here by the Mapuches).

DSC02896

DSC02909

To my west, I have views of the Cordillera del Tigre with again a bunch of 5.000 + m high mountains.
Unfortunately, Parque Nacional El Leoncito was closed, due to serious damages in the park after the heavy rains.
Proceeding north, the Sierra del Tigre now the east of me, I visit the stunning Cerro El Alcazar.

DSCN3422
It being rainy season, I encountered regular rain showers and electrical storms.
DSCN3437
View from Cerro el Alcazar

DSCN3464

DSCN3492
You can see the  bike down in the valley.

DSCN3504

While having lunch at the ‘plaza’ in Calingasta, I learn from a teacher who’s waiting for the bus to Villa Nueva there wouldn’t be any possibilities to buy provisions there. But she promises to refill my water bottles in the school tomorrow.
On the way in the next day, I meet some German guys who drove a big chunk of the South-American continent with their Paris-Dakar style moto’s the last three months.
They warn me for the upcoming stretch of ripio, saying it was some of the hardest they encountered. They even had to dismount there motor bikes in the loose sand.

DSC02933

I don’t see the teacher back in Villa Nueva, but she told her colleagues I would show up.
Talking way too long with them, and the German guys, it’s already afternoon, and very hot, when I leave Villa Nueva.
I enquired with the teachers whether there wasn’t a small kiosko or anything to buy some bread, but they said there wasn’t. You could only buy alcohol here.
But, on my way out, of ‘town’, there was a small wooden sign outside a shed that claimed they sold food and beverages.
Entering the building, a fragile centenarian was just having his lunch.
He had some basic stuff, like cans of tuna, pasta, olives, …
No bread.
I bought some extra pasta, tuna, onions and dry, tasteless cookies. Then I saw his fridge.
Aaah, “a cold coke please”, I asked.
But indeed, he only had beer in that fridge.
What a shame. I told him he should put some coke in there for passing cyclist.
I would have bought one, and who knows another cyclist will show up on his doorstep later today ?
In the end, he gave me also what was left of his bread, so I was good to go.
Eighty kilometer of very bad road was coming up, he said.

It wasn’t all that bad at first. Lot’s of washboard. Up and down. Some sandy stretches.
But no traffic.
Nothing.
What a good road !
At the beginning of a particularly bad stretch, I was just trying to push my last meters before dismounting, I saw a cyclist coming from the other side.
On a Santos bike ! 🙂
It was John, a Dutchman cycling from Brazil to Santiago de Chile, then flying out to New-Zealand.
We chatted for quite some time. He warned me a stretch of 8 kilometer was coming up. Like a dried out river, full of loose sand and stones. Eight kilometer of pushing.
This was my fourth longer conversation in 24 hours.
Good, but that’s enough socializing for this month 😉
I pitched the tent a bit further on, leaving the hard part for tomorrow.

DSCN3536
John, the Dutch cyclist going the opposite way.

Having that part behind, I reached the pass (2.655 m) at a place cold Tocota.
Only thing here is a police check point. Reluctantly, they gave me some water. They claimed they didn’t have much themselves.

DSCN3548
The 8 km section of loose sand.

DSCN3554

DSC02935
This little chap was hiding low after he saw me. When walking, they have legs a few cm high.

DSCN3566

DSCN3572

DSCN3579

At the town of ‘Iglesia’, I’m back on asphalt, and there are some shops.
Both my guide book and map claimed I should visit ‘Capilla de Achango’, an old chapel, some three kilometer from the main road on along a bad gravel path.
I went down.
‘If the chapel is closed, you can get the key from the house next door’, the guidebook said.
Not when nobody’s home of course.

DSC02952

In Rodeo, I went to the park headquarters of the Parque Nacional San Guillermo.
It was closed.

Just after Rodeo, at the ‘Dique Cuesta del Viento’, they’ve built a dam in the Rio Jachal, thus creating one of the top windsurfing spots in the world, just at the foot of the Andes mountains. Apparently, in summer wind is blowing almost every day here at speeds upto 120 km/hr. It wasn’t blowing that hard the morning I passed, but the wind sure made me work hard until half way down the road to San José de Jachal. In this town, one should visit the ‘Iglesia Sande Jachal’ with it’s black Madonna.
It was closed.

DSCN3610
The lake at Cuesta del Viento
DSCN3627
Rio Jachal
DSCN3645
Another road victim.

DSCN3649

Since halfway between Rodeo and San José de Jachal, I felt these strange ‘wobble’ in my back wheel. I trust my rims, since they are Belgian made Rigida touring rims, so it had to be the tyre. And sure enough, it was torn for about 20 cm right where it fits in the rim (this is not the tyre I repaired back in Chile, that one is still holding out).
I limped into town. A Maxxis mountainbike tyre was the bast I could get

San José de Jachal is also the place where I have to decide whether I ‘ll make the detour via Parque Natural Provincial Ischigualasto, better known as ‘Valle de la Luna’ and Parque Nacional Talampaya. Both are renowned to be among the most beautiful in Argentina.
BUT, both can be visited under guidance of a ‘guardaparque’ only.
Now, it is claimed you can get a guardaparque on a bike in ‘Valle de la Luna’, but I can see from here they probably don’t have a bike, or it’s broken, or ….
Furthermore, I heard (part of ?) the park is flooded by the heavy rains and can’t be visited.
Nothing of all these question can be confirmed or denied in San José de Jachal, so I decide not to take my chances and ride directly north through the Cuesta de Huaco towards Guandacol and Villa Union, again on Ruta 40.

DSCN3669

DSCN3701

DSCN3708

DSCN3710

It’s still rainy season here (till end of March) and almost every evening and night there’s a thunderstorm with a spectacular light show. That’s nice enough as long as there’s not a real storm coming with it, or hail, which I don’t like on the tent.
Some nights, I’m out in the open pampa and my tent with it’s three aluminium poles the highest thing around for kilometers, which makes me worry not to get hit by the lightning.

After the horse flies further south, there are now smaller flies, only a few millimeter long which annoy me. They do bite as well.
And ants.
Zillions of ants. Everywhere. Just before Guandacol, every spot I inspected was even infested with red ants.

DSC02972

I’ve been cycling between beautiful red rocks for a couple of days now, but 40 kilometer after Villa Union, when one starts climbing towards the Cuesta de Miranda, suddenly I spot the first big cacti along the road. It’s like a wild west country here.

DSC02990

DSC03000

DSCN3743
Terrific wild camping spot just under the top of the Cuesta de Miranda
DSCN3749
Near the top of Cuesta del Miranda, red & green scenery here.

DSC03004

DSCN3764

DSCN3768

Continuing traveling along Ruta 40, I pass Chilecito, Pituil, and cycle into Londres, one of the oldest little towns of the province Catamarca. For the first time since quiet a while it’s raining heavily and when I see a loaded touring bike at the hostel in Londres, I call it a day as well. The bike was from a Japanese cyclist, heading south.
We go for diner together later that night. He’s a university student at the Kyoto university.

DSCN3769
Between Nonogasta and Chilecito is one of the very few cycling lanes in Argentina. Lot’s of wild camping options next to it.
DSC03011
Ah, choices, choices…
DSCN3784
Not one of the most beautiful spots, but it gave me perfect shelter from the winds.
DSCN3787
The Japanese cyclist I met in Londres, one of the oldest towns in Argentina.

Argentina: Lago Aluminé to Uspallata

Route: Lago Aluminé – Las Lajas – Chos Malal – Bardas Blancas – Malargüe – San Rafaël – Tunuyan – Tupungato – Potrerillos – Uspallata

27/01/2018
After having spend the night in the no men’s land between the Chilean and Argentinean immigration posts, I descend towards Lago Alumine. Coming from the Icalma Pass (1.335 m), I get a beautiful birds eye view of the lakes. Being back in Argentina, I can enjoy their bakery culture again, with a bigger variety as their Chilean neighbors.

I slowly ride along the northern shores of the big Aluminé lake, stopping sometimes to check out the beach and the water.

DSC02771

Route 23, again a gravel route of the worst kind, with rough wasboard, loose sand (yes, that combination is possible) or just a bunch of stones slows me down on the flat parts to 6 or 7 km/hr.
Luckily, the gradient is much, much gentler as what I had in Chili. Slowly my road climbs up the valley of the Rio Litran. I spot a few possible camping spots along the river, but the fire pits, broken bottles, rubbish and car tracks suggest I might get company in the evening, so I press on, finding a nice spot under an araucania tree in the bed of a dried up stream, a few hundred meters from the road.

DSC02780

Next day there are only a few, bumpy kilometer left to the highest point of the road at 1.621 meter. The ‘road’ stays high up for a while before descending towards the paved road 242 on which I have an easy way down towards the town of Las Lajas.
To ensure a quiet night, I chose to wild camp next to the Las Lajitas River, a few km before town.

DSCN2847

DSC02783 2

DSCN2904

After Las lajas, I suddenly seem to enter another world again. After having spend the last months in a wet and green environment, I’m suddenly back in the dry and hot desert. I was a bit careless about that upon leaving Las Lajas, and should have taken more water.
Luckily, there’s some sort community building for Mapuche’s at Coihueco where I can refill my bottles.

DSC02788

DSCN2921
Due to the strong winds, I need to put my helmet on top of my sombrero to keep it on.

DSC02796

DSCN2930

After a rest day in Chos Malal, I had to choose between the paved Ruta 40, or a small white road on the map, going through the ‘Reserva Nacional Tromen’, via the ‘El Tromen’ Volcano.
The latter, off-road route is way more interesting of course.
I fill up all the water bottles and the water bladder before taking off. As soon as I leave the Ruta 40, I’m on ripio again. Still some traffic. Nineteen cars until the junction to Tricao Malal.
After that, I would encounter one more car until the end of the day at Laguna Tromen.
As there aren’t any sheltered places to pitch the tent, I opt to sleep in the refugio near the Guardaparques. The climb isn’t too steep, but the temperatures went up to 47,5 degrees in the sun. As there’s no shade here, that’s the only temperature that counts.
To the west of me is the ‘Cordillera del Viento’, which luckily doesn’t create to much of a wind this time around. But from what I’ve heard, it can get pretty bad here.
After an extra rest day in the refugio, it’s only a short climb to the top off the pass at 2.277 meter.

DSC02804

DSCN2962

DSC02805

DSCN3002
Volcan ‘El Tromen’

DSCN3008

DSCN3009

DSCN3014

DSCN3046

DSCN3049
The huge lava field below El Tromen.

DSCN3052

DSCN3066

DSCN3069

DSCN3074
Highway 37

DSCN3084

DSCN3094

DSC02818

DSCN3109

Between the little town of Barrancas and Bardas Blancas, I encounter a much longer, and also much worse ripio stretch as I expected. I camp somewhere in the middle along the Rio Grande (one of so many Rio Grande’s). It’s a brownish fast flowing river, suitable to get a quick wash of the body, but useless to drink.

DSCN3115
A Canadian family + 1 friend, cycling from Ecuador to the Southern tip of South-America.

DSCN3123

DSC02823

DSC02825

DSCN3135

DSCN3143

DSCN3144

The area to my east is the Reserva Provincial El Payén, a huge area with more or less the highest volcano density in the world. To the west of me, there’s the Sierra de Cochico, and the the Andes of course.

DSC02828

DSCN3158

DSCN3160

DSCN3162

DSCN3164

DSC02829

DSC02834

DSC02837

DSCN3170

DSCN3179

DSCN3182

Thirty kilometer south of Malarguë, the misery starts again: brain death drivers speeding at centimeters passed your legs. I thoroughly enjoyed the ride all the way from where I entered Argentina again near the Lago Aluminé, but it couldn’t last.
I really wonder how this works. Do these people have a perimeter of about 30 kilometer from their town which they never leave, or do they change their attitude if they do so ?

DSCN3185

DSC02842

The only thing I do in Malarguë, besides buying provisions, is having lunch in the YPF gas station and use their pretty good wifi connection.
A Swiss guy comes ver for a chat. He came down to South-America a couple of months ago for a big cycling trip but has given up since. Reason: The way people behave on the road. He bought a car in Chile and is now traveling in that.

I’m facing a little problem. Ruta 40 has an unpaved section a bit further north of here. It’s 163 kilometer long, and apparently in a very bad state, pushing required in some sections.
Not a problem normally.
On the contrary, I would look forward to it, but I’ve had so much ripio lately in Chile, then had the hard ripio climb via El Tromen, after that the bad ripio sections between Barrancas and Bardas Blancas.
It has come to a point where my hands, pulses and especially my shoulders really hurt. So now I plan to follow the paved (longer) route via San Rafael, which most cyclists seem to take.
I worry a bit I will end up in San Rafael in the weekend of 11 & 12 February. The internet tells me that’s when carnaval is celebrated.
I am not looking forward to share my time with drunk, excited, loud carnaval party goers.
When I enquire with the lady at the gas station if she knows if they have carnaval celebrations in San Rafael, she doesn’t know. But tonight there s some kind of “fiesta” here in Malarguë, she says cheerfully, as if i’m the luckiest guy in the world to arrive just at this day.
I pretend to be excited by this news, but can’t hurry enough to leave town. At the far end of town is a tourist information, where I again try to find out about possible carnaval celebrations in San Rafael. Both guys working there don’t have a clue, but, we have a fiesta tonight in Malarguë.
Thanks guys…

I cycled of into the wind and found an excellent place to pitch the tent. There was an open gate, leading to a row of trees. Behind the trees some of these big rolls off grass behind with I pitched the tent. Perfect shelter. The wind blew super strong from the mountains, making lot’s of noise in the trees, but the tent hardly moved.

DSCN3193
Nice, wind sheltered place.

In the morning, the gate was closed, of course.
Back on the road, I had to cover another 40 kilometer towards El Sosneado.
Strong side wind blowing from the Andes, but I didn’t worry. In El Sosneado, I would turn east and have this wind in my back. It would blow my fast and easy towards San Rafael (in two days).
And yes, after refilling my water bottles at the police station, I left switched ruta 40 for ruta 144.
I hardly had to peddle to get the speed above 30 km/hr.
Wow, this is insane, I have to be careful, or I will arrive in San Rafael tonight already.

Five kilometer it lasted.
Five kilometer, then one big wind gust in my face.
My speed went down to 20 km/hr.
The wind turned immediately.
It never blows from the north east.

Excepted when karma has it’s roll to play.
Now I moved like a turtle at 8 km/hr. Even that I ‘ve learned to accept by now. But not on roads like this, with that much traffic. Eyes locked on the rear view mirror.
Losing your concentration for four or five seconds is immediately rewarded with a near death experience from the next passing cars.
I hate them.
I truly hate these Argentinean and Chilean drivers.
They won’t slow down, ever.
I tried everything, claiming 1/3 of the lane, so here’s no actual space to pass me when another car or truck is coming from the other side.
They don’t care.
They go a little, little bit closer to the centre of the road, hoping the car from the other side goes a bit to the side, but if he doesn’t, your done.
I tried claiming half of my lane.
Sure no place now for them to come in between me and the car from the other side.
They are not impressed.
None of them.
They keep coming at full speed.
As a cyclist you have two options. Dive in the ditch, or end up in a wheel chair (if you’re lucky).
I can’t count the times I feared for my life today.
I cycled 115 kilometer and ended up sleeping at the ‘Salar del Diamante’. Not one suitable place to pitch your tent on this windy pampa.
The commercial operations on the Salar seem to be something of the beginning of the previous century, with very, very old trucks, machinery still showing names of English manufacturers. It must have been a state of the art, modern thing back then, but it seems not much has been invested or maintained since those days.
From San Rafael I will take the bus. The road going north connects with Mendoza. this are the two biggest cities of the province, so I know already what that will be like.
I’ve completely had it with the sick attitude of these drivers. And that’s 99% of what’s out on the road here.

DSCN3202

DSCN3203
Salar del Diamante

DSCN3216

DSCN3223

DSCN3224

DSC02853

DSCN3233
My home for the night at the Salar del Diamante

I gave up on cycling the potential death road between Malarguë and San Rafael. An employee of the salar gave me a lift into town. There I went straight to the bus station and bought a ticket out of town, to Tunuyan, a place south of Mendoza. It appeared a small place on the map, but is much bigger as expected.
The campground, ‘El Festival’, where I write this at 1 am in the morning.
It hasn’t stolen it’s name. It seems like a festival here. Tents are pitched at 50 centimeters interval. I placed mine in the only corner with still a bit place left, but at 23:00 hrs, four guys arrived in an old Ford Sierra. Before they pitched their tent, they built their ‘sound system’, with huge loud speakers.
Now, at 1 am, people are still arriving and building their tent at less then 50 centimeter of mine.
Three couples with small kids and toddlers.
At 1 am !
Am I strange if I find all this abnormal ?
Either way, I’m getting sick of the fact it is never quiet in South-America.
Argentina and Chile not very populated ?
Don’t make me laugh.
They are everywhere, they are loud and if there’s one thing nobody seems to do here, it’s thinking about other people.
Why on earth are peoples with kids & toddlers still building tents at 1:30 am (they have troubles erecting it).
There’s a buggy almost standing inside my tent.
I truly wonder how much I can have before I….
The tent next door, kids start to cry.
I’m pretty close to crying myself as well.

At 2:45, they finally had their tents up. They struggled a bit with the last one.
Well, they struggled with that one over an hour. No wonder when you’re trying to pitch it inside out !
“Now it’s time to start the bbq”, I wanted to joke, but no need for that, because that’s exactly what they did.
Kids, all under five years old, still running around.
At 3:45, a couple of the babies are brought inside the tent, not all of them.
The other kids have to go in the tent at 4:15.
Babies start to cry.
Now the parents start the car stereo.
Some of the adults go to sleep.
Drunk snoring mixes with the ‘music’.

DSCN3246
Camping ‘El Festival’ at Tunuyan, the worst campground ever.

So it went on and on all till morning.
I went inside my tent, exhausted at 4:45 am.
Woke up two hours later. Two of the guys were still siting outside, obviously drunk and under influence of other drugs. Only way to manage the sleep deprivation, I guess. They’ll probably hit the road later on in their cars.
I start to make some noice with pots and pans to have my little revenge on those sleeping.
By 9 am, freshly showered but overly tired, I leave the campground.
The Carrefour in town is the first ever around the world not selling any fruits, vegetables and bread.
The yellow roads on the map, indicating minor paved roads west of Tunuyan are still traffic infested.
Probably more then a few of them on drugs and alcohol. I anticipated that and made a route on gravel roads towards Tupungato with the help of the great online routeplanner ‘BRouter’.
This routeplanner seems to be able to come up with great options the world all over.
I got it thanks to a tip of one of my idols, Frank Deboosere. He’s got a great webpage, including a blog section about his cycling trips.
Apart from Ben Crabbé, Frank Deboosere and his colleague Sabine Hagedooren are the only decent people left on the BRT.
Anyways, that BRouter is a great tool.

DSCN3250
An old Vailant car 🙂 

I pitch my tent a bit off the road a few kilometer past the village San José, at the start of the climb towards Uspallata.
It isn’t the very best of places, but I’ve got a tiny irrigation channel passing by, which means I don’t have to use any of my drinking water to do the dishes (and it makes a calming sound like a little pont with a bubbling stone), andI’ve got a line of trees protecting me from the wind if needed.
The only nuisance a fair amount of traffic passing by till after sunset.
The tent is pitched by 6 pm. I start reading a bit inside the tent but fall asleep within minutes.
One way or the other, I find energy to make diner around sunset.
Apart from the occasional barking dog, the night was quiet and I decide to take a rest day here. I badly need that after the horrible day in traffic on route 144 to San Rafael, the bus ride to Tupuyan and the worst night of my life on the worst camp ground I ever encountered in that same place.
All is good again.

Well the ground under my tent is a bit bumpy. No problem at night as the excellent Therm-A-Rest NeoAir filters all that out, but it’s not very comfortable during the day.

The road soon turned to ripio again after my wild camping spot. I’m entering a part of the Andes with some of it’s highest mountains. The very highest, Aconcagua (6.960 m) is not visible from here, but I have terrific views of it’s smaller brothers, Volcan San Jose (5.856 m), Cerro Tupungato (6.570 m) and Cerro Juncal (6.072 m). The views from the unnamed pass I’m taking today, 2.292 meter high, are splendid.

DSC02867

DSC02882

DSCN3311
The traffic on Route 7, the main highway between Buenos Aires, Mendoza and Santiago de Chile is of course busy, but somehow not as bad as expected. The scenery again is amazing.
I leave the bike in a hostel in Uspallata and take the bus up and down to Santiago de Chile for a day.

DSCN3313

DSCN3316

DSC02884
Old railway infrastructure built by the English.
DSCN3317
Typical roadside garbage. For one reason or another, diapers are everywhere, often bags full. Why can’t they throw that away at home instead of throwing full bags of that along the road ? Another favorite is bottles with yellos liquid. and it ain’t Fanta.
DSC02887
The old railway tunnels which could be easily converted into the most spectacular cycling track.

DSCN3326

DSCN3329

DSCN3330

There is a huge, huge, huge potential here in creating the worlds most spectacular bike path.
An old railway line, build by the English, is climbing from Mendoza, via Uspallata towards the Cristo Redentor (= Paso Los Libertadores) Pass (3,200 m). The line runs at the other side of the Mendoza River for most of the way and most of the tunnels and bridges are still intact.
On the Chilean side, another railway line, completely out of use is going down.
If both governments would invest in a bit of asphalt, or even just take the railway away and level the ground, not any other bike path in the wold could match this.
Thousands of cyclist would come to ride this, hostels and restaurants on the way up would get good business, it would be one of these ‘little adventures’ one must do.
But they prefer to just let it crumble to pieces, just like the rest of the lines in the southern half of South-America.
What a pity.

DSCN3355

DSCN3368
Passo Cristo Redentor on the Chilean side. Spectacular downhill (I did this by bus, going up & down into Santiago de Chili from Argentina for a day).
DSCN3362
Taken from the back window of the bus. Spectacular road, but I don’t want to be here on my bike with that traffic.