Cambodia: March 2007

Sisophon – Battambang – Phnom Penh – Sihanoukville – Kampot – Vietnam

Dinsdag 20/02/2007: Aranyaprathet – Sisophon
Vandaag ga ik terug naar Cambodia.  Een beetje een gekkenhuis vond ik vorige keer.  Een land met een turbulente geschiedenis, en een nog steeds straatarme bevolking.  Een land dat ook nog steeds kampt met een enorm landmijnen probleem.
Voor ik richting grens rij ga ik eerst nog op zoek naar nieuwe sandalen.  Gisteravond struikelde ik over een drempeltje hier het terrein van het hotel en bleef de helft van men rechterzool er achter hangen.  Een mens wordt regelmatig met grote en kleinere problemen geconfronteerd als ie zo op de hort is.  Ik vind een paar leuke exemplaren, maar enkel in maat 42.  Veel te groot voor mij, maar goed, het zal wel lukken.
Ik heb ook terug men hoogtemeter vanaf nu en ik zal dus weer wat meer details kunnen geven van de gefietste route.

Rond negen uur sta ik aan de grens, en in een andere wereld.  Waar Thailand nog relatief rijk en welvarend is, vol rijdt met ferme auto’s, en jongeren op blitse brommertjes en met de nieuwste flashie gsm’s; aan de grens met Cambodia word je geconfronteerd met mensen die met stootkarren hun waren over de grens brengen.  Mannen, vrouwen en zelfs kinderen duwen zo een zwaar gedrocht voort.  Vaak met platte banden en / of wielen die paraplu staan.  Zij laveren tussen de peperdure terreinvoertuigen van de Thais die voor de immense casino’s geparkeerd staan, juist tussen de twee grensposten; een beetje onwerkelijk allemaal.

S6002264

Eens je de grens over bent, en nog steeds teveel smeergeld betaald hebt aan de Cambodiaanse douane om zo ver te geraken, beland je weer in het land van stof.  Ik eet een hapje alvorens men weg verder te zetten.
De weg tussen Poipet, het stadje aan de Cambodiaanse zijde van de grens en het vijftig kilometer verderop gelegen Sisophon is berucht bij fietsers in dit deel van de wereld.
Onder een kokend hete zon rij je over een verschrikkelijke, kaarsrechte stofweg vol diepe kuilen, opspringende stenen en het ergst van al, een grote verkeersdrukte.  Dit is de belangrijkste grensovergang tussen Thailand en Cambodia en voor al wie niet vliegt richting Siem Reap, de gateway naar de tempels van Angkor Wat.  Een continue stroom van minibusjes, grote bussen, vrachtwagens en de ergste van al, de Toyota Camry taxi’s scheuren je voorbij.  Ze maken er allen een sport van om zo dicht mogelijk langs jou heen te scheuren terwijl ze van links naar rechts over het pad vliegen om tevergeefs de grote kuilen te vermijden.  Het valt niet te geloven tegen wat voor een rotvaart ze over dit weggetje vliegen.  Iedereen moet ziek uit die wagens komen denk ik.

Ik hap ondertussen kilo’s stof, moet een keer serieus uitwijken om letterlijk men leven te redden, en probeer ondertussen toch ook een beetje te genieten van het landschap als het stof af en toe eens een beetje optrekt.  Onderweg neem ik nog twee cola-pauze’s om even te bekomen. Enkele kilometer voor Sisophon kan je een mooie temple bezoeken op een heuvel van waar je een schitterend uitzicht hebt op de omgeving.  Het is wel zweten om boven te geraken zo op het warmst van de dag (41 graden !)
In de vroege namiddag rij ik reeds het stoffige stadje Sisophon binnen.  Ik spuit het stof van de fiets en men tassen in het guesthouse en ga enkele uurtjes op bed liggen.  Ik heb satteliet tv en kan een oude wedstrijd tussen Liverpool en Bordeaux herbekijken en wat nieuws op Deutsche Welle.
Aan het marktje eet ik ‘s avonds een Tom Yam Fish soepje dat zelfs het duurste visrestaurant in Marseille niet kan verbeteren.

S6002266

S6002274

S6002276

S6002278

S6002283

S6002286

S6002290

S6002296

S6002297

Woensdag 21/02/2007: Sisophon – Battambang
De weg tussen Sisophon en Battambang is tegenwoordig volledig geasfalteerd. Dat zou dus goed nieuws moeten zijn, maar het is het verkeer dat hier nu als gek tekeer gaat. Als het op autorijden aankomt geldt er bij het overgrote deel van de Cambodianen maar een principe. Hoe agressiever hoe beter. Ze scheuren vlak naast je benen, schieten vlak voor je de weg op, het is de hele rit goed geconcentreerd blijven om heelhuids toe te komen. Gelukkig is er ook op tijd wat afleiding onderweg. Na een kleine twintig kilometer stop ik voor men eerste suikerrietsapje. Ik vind verderop ook een tof stalletje om iets te eten en ik passeer heel veel feestjes langs de baan Allemaal huwelijken zo blijkt. Waarschijnlijk is dit de ideale periode om te trouwen hier.
Battambang is de tweede grootste stad van Cambodia. Een stad zonder verkeerslichten en met enkel asfalt in de hoofdstraten.
Ik vind een mooie kamer in het Holiday Guesthouse, met kabel-tv om de Champions League matchen te kunnen kijken.

S6002298
Cambodia: Het land met de mooie ronde punten

S6002302

S6002304

S6002305

S6002309

S6002311

S6002312

S6002313

S6002314

S6002315

S6002319

Donderdag 22/02/200 – Vrijdag 23/02/2007: Battambang
Ik blijf twee dagen in de stad, natuurlijk niet enkel om voetbal te kijken, maar voornamelijk omdat er in de omgeving heel wat te zien valt Donderdag rij ik noordwaarts naar de Prasat Phnom Ek. De eerste zes kilometer zijn nog geasfalteerd, de laatste zes niet. Wat een mooi ritje is dit. Ik rij de hele tijd langs een riviertje, passeer regelmatig tempeltjes, schooltjes, meer huwelijken, stalletjes om wat te drinken, enz….
De tempel zelf is een heuse ruïne met een nieuwe tempel ervoor en een reusachtig Buddhabeeld ernaast.

Op de terugweg heb ik regelmatig gezelschap van kindertjes die een stukje met me meefietsen. Ik stop nog aan enkele kleinere tempels voor leuke fotootjes.

S6002327

S6002332

S6002337

S6002343

S6002346

S6002353

S6002360

S6002378

S6002380

S6002385

S6002388

Hoe zit dat trouwens met die oelewapper van een Fabio Cappello ? Er zou een dispuut zijn over zijn ontslagvergoeding. Maar als ik het hier goed begrepen heb, hebben ze hem gevraagd om de wedstrijd tegen Bayern nog te coachen. Dus dan geeft ie zelf ontslag, en krijgt ie nog een ontslagvergoeding ook. Twaalf miljoen Euro wilt hij … Heeft er al iemand bij stilgestaan dat dat vijfhonderd miljoen Frank is ? Vijfhonderd miljoen Frank ! Om zelf op te stappen !? Dan wil ik dat jobke ook wel doen. Veel slechter als Cappello kan ik niet presteren.
Maar nu nog niet, ik heb voorlopig geen tijd. Twaalf miljoen Euro ….. twaalf miljoen stokslagen ja, dat moeten ze hem geven.
David Beckham, de enige serieuze Engelsman met tattookes, zo koeieneren……
Er is volgens mij maar één andere man die dat jobke daar goed kan doen.
Herman Helleputte, maar die is gelukkig verstandig genoeg om er niet aan te beginnen.

Vrijdag fiets ik naar de twintig kilometer verderop gelegen Prasat Banan. De route gaat bijna volledig over vrij slechte gravel, maar opnieuw met de schitterendste mensen onderweg. Ik stop tweemaal om een kokosnootje te drinken en babbeltje met gebarentaal te slaan. De tempel zelf ligt op een heuvel. Driehonderdnegenendertig trappen hoger sta je tussen de, overigens goed bewaard gebleven, ruïnes van een typische Khmer tempel uit de Angkor periode. Schitterend uitzicht op de omgeving heb je van hier. Die oude Khmers wisten wel waar ze hun tempeltjes moesten wegzetten.

S6002400

S6002402

S6002404

S6002408

S6002410

S6002420

S6002421

S6002422

S6002423
De altijd aanwezige icecrusher op de achtergrond.

Zaterdag 24/02/2007: Battambang – Pursat
Gisteravond was ik weer een beetje te ijverig.  Omdat ik met deze ketting en cassette toch weeral een drieduizend kilometer heb gereden ging ik de ketting nog maar eens verwisselen.  In andere reisverhaaltjes maken ze je altijd wijs dat je dat moet doen.  De oude ketting gaat eraf maar wanneer ik de nieuwe aan het sluiten ben breekt dat pinneke van men kettingpons waarmee je het pinneke in de ketting drukt af.  Verdekke toch, en het was nog maar de tweede keer dat ik dat ding gebruikte.  Sinds ik gezegd heb dat je maar beter met goed materiaal onderweg kan zijn gaat bij mij aanhoudend alles naar de knoppen.
Om de hoek van men guesthouse had ik een Cambodiaanse fietsenwinkel gezien.  Ik duw men ros die kant uit en gelukkig zijn ze nog open.  Het toeval wil dat ze net enkele nieuwe fietsen aan het uitpakken waren en er de ketting op aan het leggen waren.  In Cambodia komt daar geen kettingpons niet aan te pas, enkel een hamer.  Een van de jongens komt me helpen, pakt zen hamer en legt men ketting op de achtervork van de fiets en wil erop beginnen timmeren.
Ik kan hem op andere ideeën brengen.  Ze lachen me uit maar proberen het dan toch eerst met een dikke nagel, wat niet lukt.  Dan een dikker stuk metaal dat ze op het pinnetje zetten en erop kloppen, maar ook tevergeefs.  Oke, dan jullie methode maar.  Een houten blok op de grond (op de kader vond ik nog steeds geen goed idee) en maar kloppen met die hamer op de ketting totdat het pinnetje erin zat.  Ondertussen was die schakel ook half platgeklopt natuurlijk, maar die wrongen ze met een stuk metaal weer open zodat die kon bewegen.
Triomfantelijk kijken ze me aan.  Zie je wel, stomme Barang, jullie moeten het ook altijd beter weten he.  Oke, oke, we zien wel hoe lang het houdt.  Ik ga in elk geval niet meer preventief aan die ketting prutsen; de deze blijft erop liggen tot het einde van men trip als hij het uithoudt.

‘s Avonds is het nog miserie in het guesthouse.  In de kamer naast me zitten twee Cambodiaanse koppeltjes.  Alle vier zijn ze straalbezopen en maken een enorm lawaai, slaan met de deuren, sluiten zichzelf buiten en stampen de deur er bijna uit, kortom niet te doen.  Ik ga beneden even informeren of ze hier iets aan wensen te doen, maar ook hier weer lijk ik eerder de lastpost dan die vier Cambodianen die het halve hotel afbreken.  Ze willen mij van kamer verwisselen maar daar heb ik niet veel zin in; ik ben tenslotte niet degen die de boel hier op stelten zet. Na lang discussiëren gaan ze akkoord om hun landgenoten op een ander verdiep onder te brengen.  Ondertussen is de nacht wel half gepasseerd.

De rit naar Pursat belooft een vrij lange te worden, meer dan honderd kilometer onder een bakkende zon.  Highway 5 ten zuiden van het Tonle Sap meer is volledig geasfalteerd maar heeft weinig charme. Je bent vooral bezig met in leven te blijven uit te wijken voor Cambodianen in auto’s, vrachtwagens en op brommers.  Het is een hels lawaai op de baan.  Ze claxoneren niet even, maar houden het ding gewoon de hele tijd ingedrukt.
Cambodiaanse claxons zijn vele keren luider dan de Europese en zelfs de brommertjes hebben zo’n vrachtwagenclaxon.  Oorverdovend en zenuwslopend is het.  Op den duur begin je toch je plaats op te eisen, maar dit is levensgevaarlijk.   De Cambodianen doen niet liever als op enkele centimeter naast je scheuren.  Niet voor de lol of zo denk ik, want ze zitten met een uitgestreken gezicht achter het stuur.  Gewoon omdat ze niet beter weten.  Wanneer je erop gaat letten hoe ze in hun voertuig zitten wordt het helemaal bangelijk.  Dat ze met zen zevenen op de achterbank kruipen interesseert me niet, maar in minstens de helft van de gevallen zitten ze ook (minstens) met zen tweeën op de chauffeursstoel.  Wie er nu de pedalen bedient en wie er stuurt is me nooit duidelijk.   Ook niet of dit dezelfde persoon is of dat elk van hen een van de taken op zich neemt.   En maar scheuren dan.
Je probeert jezelf wat in te dekken en neemt een meter ruimte tussen jezelf en het kantje van de weg.  Wanneer je hoort dat het voertuig achter je dan net aan je achterwiel zit duik je op het laatste nippertje een beetje naar rechts zodat ze je knieën en/of tassen er niet afrijden.  Wanneer er drie wagens je achter mekaar passeren eindig je onvermijdelijk voor de zoveelste keer in de kant.
Ik heb reeds vele reisverhaaltjes gelezen over Cambodia en het verbaasd me dat deze vrijwel nooit melding maken over dit soort toestanden.  Ik weet ook wel dat de mensen hier verschrikkelijke dingen hebben meegemaakt, dat het land te lijden heeft onder enorme armoede, maar daarom moet niet nagelaten worden te melden met wat voor toestanden je hier te maken krijgt.

Toen ik twee jaar geleden van de Laotiaanse grens richting Sihanoukville fietste had ik er een vijftig kilometer voor het bereiken van Sihanoukville de brui aan gegeven nadat ik gezien had hoe iemand die ze van een brommer hadden gereden onmiddellijk ter plaatse onder de grond gestopt werd, en nadat bussen en vrachtwagens je langs twee kanten tegelijk voorbijscheuren en de betonijzers naast je benen wegvliegen.  Nu weer kan ik niet anders dan concluderen dat de wegen hier een gekkenhuis zijn.  Misschien dat de rustigere weggetjes in het noorden van het land nog geschikt zijn voor de fietsreiziger maar de twee routes ten noorden en ten zuiden van de Tonle Sap, en de twee routes tussen Phnom Penh en Sihanoukville zijn dit absoluut niet.

S6002425

S6002426

S6002427

S6002428
Vers ijs voor m’n shakeje 🙂

S6002432

In Pursat zie ik ’s avonds aan de markt een werkplaatsje waar ze de brommertjes hun gewone claxon aan het vervangen zijn door de tien keer luidere, schellere van de vrachtwagens.
Gelukkig kan ik er ook een lekker fruitshakeje krijgen en een redelijk stukje eten.  Een varken komt naar me toe gewaggeld maar verliest al gauw de interesse en gaat verder met het verorberen van een stuk plastic.
In het restaurant hangt een poster waarop reclame gemaakt wordt voor een ”weight gain” poedertje … Je ziet een mager Cambodiaans mannetje afgebeeld in zen bloot bovenlijf.  Een tweede prentje toont hoe hij van het wondermiddeltje drinkt en op een derde prentje heeft hij dan plots een sweatertje aan maar zie je daaronder verscholen een welvaartsbuikje.  Daaraan zie je toch dat ze hier wat anders denken als bij ons.  Crème’s om witter te worden, poedertjes om vetter te worden, alles net omgekeerd.

S6002443

S6002434

S6002439

S6002441

Zondag 25/02/2007: Pursat – Kampong Chnnang
Ook vandaag weer een vrij lange rit door het platteland van Cambodia.  Geen hoogteverschillen te overwinnen hier.  In het dorpje Krakor sla ik linksaf weg nr 54 op.  Krakor ligt op slechts een vijftal kilometer van het grote Tonle Sap meer.  Na wat hotsen en botsen op een zandweg vol scherpe stenen arriveer ik in het dorp Kampong Luong aan het meer.  Onderweg passeer ik enkele jongens die een kar voorttrekken met daarop hun hut.  Zo verhuizen ze dus in Cambodia, in een keer met huis en al.

S6002449

S6002450

S6002452

S6002453

S6002454

S6002458

Schrijnende armoede hier aan het meer.  Kinderen lopen er meestal naakt, tussen de hutjes, deels uit golfplaten, deels uit stukken hout en bamboo is het een rommel van jewelste.
Een man gooit een steen naar me.  In het dorpje zelf kan je een boot nemen  om het meer te verkennen.  Twee blanke meisjes die net door een taxi gedropt zijn staan verdwaasd om zich heen te kijken en lijken niet goed te weten wat te doen.  Hun taxi is alweer vertrokken.  Een jongen van een jaar of twintig stapt op me af, maar zegt niets.  Hij trekt aan de reserve achterband die achterop ligt.  Ik laat hem even doen maar vraag hem dan toch hiermee te stoppen.  Daarop begint hij tegen men tassen te duwen; terug aan die band te trekken.  Ik vind de hele sfeer hier maar grimmig en besluit maar op te krassen.

Terug in Krakor stop ik om een stukje te eten en laad me op om verder te fietsen richting Kampong Chnnang.  Aangenaam is het niet, maar ik heb ook geen zin in de miserie om met de fiets op de bus te stappen. De temperatuur loopt op tot 42 graden vandaag. Ik deel gelukkig soms ook de weg met Cambodiaanse fietsers.  Ze vervoeren heelder trossen kokosnoten op de fiets, of tientallen en tientallen rieten manden, of brommertjes met de man aan het stuur, achter hem liggen op het zadel een boel spullen opgestapeld tot op schouderhoogte en daar weer bovenop zit zen madam.

S6002459

S6002468

Rond half vijf ben ik op bestemming, neem een douche en ik fiets nog even langs de markt  en ga een kijkje nemen aan de rivier vanwaar je eventueel een bootje kan nemen naar de overkant.  Ook hier weer heel veel armoede.  Het shakeje aan de markt is weer heerlijk, het eten in het restaurant heel wat minder.  Ik kruip vrij vroeg in bed vandaag.  Op de Cambodiaanse nationale televisie CTN is het hanenvechten.  Een ”sport” die in zowat alle andere landen al een hele tijd ten strengste verboden is, zenden ze hier als avondvullend entertainment uit.  Na het hanenvechten is er een soort humoristisch programma.  Beetje in de stijl zoals Piet Bambergen vroeger deed op de Nederlandse televisie; alleen hebben ze hier twee dwergen ingeschakeld die op een naar mijn mening vrij pijnlijke manier belachelijk gemaakt worden.
Nog een dag en ik ben in Phnom  Penh.

S6002469

Maandag 26/02/2007: Kampong Chnnang – Phnom Penh
De goesting om te fietsen is niet groot, maar het vooruitzicht om vanavond in Phnom Penh aan te komen is een hele troost.  Ook vandaag is het vooral bij de pinken blijven om alle verkeer dat te dicht bij je komt of vlak voor je afdraait of de weg op schiet te ontwijken.  Iets buiten de oude hoofdstad Udon, waar ik overigens voortreffelijk gegeten heb, knalt vlak voor men neus een minibusje achterop een pick-up truck.  Veel schade, geen gewonden.  Niet mooi van me, maar ik kan de gedachten ”eigen schuld, dikke bult” echt niet onderdrukken.
Ik ben opgelucht wanneer ik in Phnom Penh ben.  De stad kan in de verste verte niet tippen aan Bangkok maar heeft toch heel wat charme met zen terrasjes aan de rivier, het koninklijk paleis en de Wat Phnom.  En heel wat luggubere kantjes, maar die heb ik in een vorig verslagje al beschreven.

S6002470

S6002471

S6002472

Dinsdag 27/02/2007: Phnom Penh
Ik blijf een dagje in de hoofdstad.  Het voordeel om terug op plaatsen te komen waar je eerder geweest bent is dat je niet zonodig bepaalde dingen ”hoeft” te bezoeken, en je rustig kan relaxen op een terrasje en wat kan rondslenteren op marktjes.
De fiets blijft op stal vandaag.
Dit is de tweede keer dat ik in het land ben, en ik kan niet anders dan concluderen dat het verbazingwekkend is hoeveel Cambodianen nog met de glimlach door het leven gaan (en wie weet wat ze daarachter verschuilen) na al wat ze hier in het recente verleden hebben meegemaakt en de extreme armoede waarin ze hier dagelijks leven, maar ook zoals eerder gezegd dat dit m.i. geen land is om te fietsen.  Heel veel wegen zijn hier niet, dus deze die er zijn zijn druk.  Rijbewijzen, verzekeringen, dat zijn dingen die hier niet bestaan.  Een Cambodiaan aan het stuur gedraagt zich ….. als een ”waanzinnige idioot” (hier ga ik reactie op krijgen, maar het is de waarheid).  De overdaad aan lawaai erbovenop maakt fietsen hier tot een zenuwslopende bedoening.  Ik ga met de bus naar Sihanoukville, naar het strand.

Woensdag 28/02/2007:  Phnom Penh – Sihanoukville (bus)
Dat had ik tenminste gedacht, met de bus naar Sihanoukville.  De twee busmaataschappijen aan de markt weigeren eenvoudigweg om een fiets mee te nemen.  Geen plaats zeggen ze.  Hmmm …. toch fietsen dan ?
Ik blijf wat rondhangen en kijk eens of er geen mini-busjes gaan.  Die blijken te gaan maar zijn zo volgestouwd dat ook hier geen plaats is voor een fiets.  In een van de straten voorbij de markt zit nog een busmaatschappij, Rith Mony, en zij willen de fiets wel meenemen voor enkele dollar extra.
Na een rit van vier uur ben ik in Sihanoukville (ook Kampong Som genoemd).
Ik fiets van de busterminal richting Ocheutteal Beach en huur een mooi bungalowtje.

Donderdag 01/03/2007 – Woensdag 07/03/2007: Sihanoukville
Spijtig genoeg kan ik bij deze Bungalowtjes nergens de fiets achterlaten wanneer ik later deze maand naar Bangkok ga om men kampeerspullen op te pikken dus ben ik genoodzaakt elders te gaan logeren.
Ik ga terug naar hetzelfde guesthouse waar ik twee jaar terug al was en de fiets ook even achterliet.
Ook daar vertrek ik na twee dagen.  Aan de overkant van de straat is een nieuwe zaak geopend, Utopia.
Utopia, Utopia ….. een gettho voor backpackers die niets willen uitgeven en hier gratis in een dorm room kunnen samenhokken.  In ruil hoopt de uitbater dat ze er wat consumeren.  Om ze hiertoe aan te zetten spelen ze oorverdovende muziek tot half vier s’ochtends.  Heel leuk de avonden dat ik een pintje wil gaan pakken, maar niet als je avond na avond gedwongen wordt om ernaar te luisteren als je in je bed ligt.
Verhuizen dus.

S6002476

Ik zak de weg verder af richting strand en verhuis naar het Rega Guesthouse.  Ik was er al een keer gaan eten met twee Belgen die ik op het strand ontmoet had en die op de Belgische ambassade in Islamabad werken.  Aan het roer van het Rega Guesthouse staat een steng uitziende Franse dame.
Aan streng uitziende Franse dames wil ik men fiets wel toevertrouwen wanneer ik het land uit ben.  Ik check hier dus in.  Maar verdorie … geen tv hier …. Juist nu ik hoopte wat voetbal te kijken, Engels, Spaans, Champions League.  Oke, dan maar niet, ik heb nog wat boeken om te lezen.  Ik blijf dus hier.  Rega is rustig, heeft een mooie tuin en een redelijk restaurant.
De fiets kan niet in een kamer, maar alles wordt ’s nachts afgesloten met tralies en er is security.  Niet dat ik er honderd procent gerust in ben, maar het lijkt de beste optie.

Het strand ziet er vanop een afstandje mooi uit, maar eens je erop staat is het spijtig genoeg heel wat minder.  Zowel het water als het strand liggen vol afval.  Ze zeggen hier dat het van de eilanden voor de kust komt.  Die dumpen hun afval een beetje verderop in zee zodat het hier op de stranden zou aanspoelen om de toeristen te ”dwingen”  naar hun mooie, lees propere stranden te komen.  Het ziet er in elk geval niet uit.  Tweede minder aangename feit is dat je hier werkelijk geen twee zinnen achter mekaar kan lezen zonder aangesproken te worden om fruit, kreeften, bracelets of een massage of pedicure te kopen.  Allemaal heel aangename dingen om op het strand mee bezig te zijn, maar dus niet als je ze werkelijk van je af moet slaan.
Tussen al de verkopertjes door (vnl. kinderen, meisjes tussen 6 en 12, m.u.v. de massage/pedicuremeisjes, die zijn ouder – 18 tot 50)  wordt constant Cambodia’s pijnlijke verleden onder je neus geduwd.  De bedelaar zonder armen is nog niet gepasseerd of die met slechts een been ligt naast je in het zand, om afgelost te worden door een blinde aan een stok, geleidt door zen dochtertje van vier, en vervolgens een man zonder benen, en ……..
Verschrikkelijk voor die mensen natuurlijk maar moet je ze allemaal een dollar even ?  Moeilijk. Ik wou dat ik het kon maar wat dan ?  Dan staan er morgen twee keer zoveel op het strand als iedereen dat doet.  Juist zoals die meisjes die fruit verkopen.  Heel schattig natuurlijk maar is dit allemaal wel zoals het hoort ?
De oudere dames zie je nooit iets verkopen, iedereen koopt mango’s en ananassen van die kinderen.  Dan is het niet verwonderlijk dat ook die volwassen vrouwen hun kinderen niet naar school sturen en ze hier op het strand zetten.  Die kinderen verkopen met gemak voor 10 Usd per dag, hun ouders quasi niets.  Mij lijkt het beter van hen te kopen.  Als niemand nog van die kinderen koopt, maar van hun moeder, kunnen die kinderen misschien terug naar school.

S6002479

S6002491

S6002492

Ander probleem hier.  De economie (wat er hier van is alleszins) draait volledig op vrouwen.  Fruit en massages verkopen op het strand gebeurt door vrouwen.  Stalletjes langs de kant van de baan om suikerrietsapjes, broodjes, noodlesoepjes, etc .. te kopen; ze worden gerund door vrouwen. Restaurantjes, guesthouses, kledingwinkeltjes, stalletjes op de markt, verkoopstertjes met die stok over hun schouder en aan weerszijden een mand met spullen om te verkopen, of etenswaren of zelfs een hele bbq; het zijn vrouwen.  De wegen, die worden aangelegd en onderhouden door de vrouwen.  De mannen …. die hangen veelal overal over hun motobike en hopen liefst een tourist te rippen, of anders makkelijk geld te verdienen door een local ergens heen te brengen.  Indien hun vrouw nog geen brommer bij elkaar heeft gewerkt voor hen zitten ze te kaarten en/of te zuipen en als ze een beetje geld hebben verdiend met dat kaarten of hun motobike gaat een aanzienlijk percentage van hen in directe lijn richting Cambo Six.
De Cambo Six genereert volgens mij een grotere omzet dan eender welke ander bedrijf in Cambodia.  Je raadt het al waar het hier om gaat; gokken. Op de voetbal, zelfs de Belgische tweede klasse is mogelijk.
Ondertussen is het hier vrouwendag geweest, een officiële feestdag in Cambodia.  Niet voor de vrouwen medunkt, want ze waren even bedrijvig als anders vandaag.
(Op het platteland werken de mannen wel).

S6002505

Donderdag 08/03/2007: Sihanoukville
Vandaag ga ik nog maar een keer iets nuttig doen, en eens een kijkje nemen in het Vietnamees consulaat hier.  Ik zou graag een twee-maanden visum krijgen voor dat land, maar de regel is dat je er eentje voor een maand krijgt en dat verlengt.  Het consulaat ligt op de hoofdbaan tussen mijn strandje en het centrum van Sihanoukville.  Een ritje van misschien anderhalve kilometer.  Bij aankomst stap ik weeral overgestresseerd van de fiets.  Het is een ramp.  Nogmaals, eender welke Cambodiaan, of hij nu op een brommer, met een auto of vrachtwagen rijdt, is een bedreiging voor je leven.

Weinig volk in het consulaat.  De man achter het lokketje die de aanvraagformulieren in ontvangst neemt spreekt geen Engels.  Ook geen Frans, noch Duits, Vlaams of enige andere wereldtaal.  Dit bemoeilijkt enigszins het verkrijgen van inlichten.  Ik heb geduld en probeer het nog een keertje nadat het Deense meisje haar paspoort in ontvangst heeft genomen.  Het enige waarmee de man me kan helpen is de mededing op een papiertje dat een visum 35 Usd kost, en dat blijkt voor dertig dagen te zijn.  Ik lees echter in alle reisboeken dat je twee- en soms zelfs drie maanden visa kan krijgen dus ik hou voet bij stuk.
Nadat ik reeds een dik half uurtje voor zen balie sta en men punt probeer duidelijk te maken komt een andere man uit een nabijgelegen kamertje.  Ik informeer even bij hem of ie toevallig de Engelse taal niet machtig is, maar ook deze keer zonder succes.  Met Frans moet het wel lukken weet ie me trots te melden.  Ook goed.  Hij lijkt me in rang iets hoger dan de man achter de balie.  De man vraagt zich af waarom ik in hemelsnaam een visum van meer dan dertig dagen nodig heb.  Ik leg hem uit dat ik met de fiets van het zuiden van z’n land naar het noorden wil, en onderweg wel wat tijd wil uittrekken om een en ander te gaan bekijken.
Nee, dat kan niet zegt hij, met de fiets, dat is niet mogelijk.  Toch wel, ik leg hem uit dat het echt niet zo moeilijk is en probeer een beetje indruk op hem te maken door min of meer een route voor te stellen.
“Wel, als je zoiets wil doen dan moet je naar de ambassade in Phnom Penh”, zegt hij.  Ja maar ik kom al van Phnom Penh en ik zie niet in waarom hij niet de autoriteit zou hebben om me zo een visum te verlenen.  Dit lijkt z’n ego enigszins te strelen en hij denkt enkele ogenblikken diep na.  Voor 52 Usd wil hij me wel een twee maanden visum geven.
“Héél mooi”, zeg ik hem.

Aangezien je voor Vietnam blijkbaar nog steeds de dag moet opgeven waarop je het land wenst binnen te komen (en ik die dag nog niet exact weet) leg ik hem uit dat ik binnen een dikke twee weken terug kom en dit dan in orde wens te brengen.  Hij belooft me aanwezig te zijn ….
Op de terugweg naar men strandje bezoek ik drie winkels alvorens ik een potlood vind.
Zelf ga ik op weg met de Rough Guide van Vietnam, maar hier in het guesthouse ligt de Duitse Reise Knowhow, ook een uitstekend boekje, van waar ik wel enkele tips in mijn reisgids wil overnemen.

In de late namiddag besluit ik dat ik nog wel wat meer fysieke inspanning kan leveren en eens richting Otres Beach ga wandelen.  Van Peter heb ik vernomen dat Tjen, de eigenaar van de Good Friends 4 You bar waar we twee jaar geleden regelmatig zaten daar zen zaakje heropgebouwd heeft nadat het hier op Ocheutteal Beach door bulldozers van het Cambodiaanse leger was platgereden.
Een fikse wandeling wordt het.  Leuk zou je verwachten langs een mooi tropisch strand, maar heel veel charme heeft de tocht niet.  Het strandwater drijft hier vol met plastic zakjes, verloren flip flopjes, blikjes, verpakkingen allerlei, polypropyleenzakken en andere rommel.  Het strand ligt er ook vol mee.  Daarbovenop ligt tussen het strand en de weg een strook braakliggend land van ongeveer vijftig meter waar buiten dezelfde rommel die je op het strand vind ook nog een boel bouwafval is gekieperd.  Spijtig.  Eens over Queen’s Hill ben je dus op het Otres strand.  Zelfde vervuiling hier.
Bij Tjen eet ik een lekker currietje en blijf even in een stoeltje hangen om wat bij te klappen.
Rond half zes wandel ik rustig terug richting men bungalow.

Eenzame vrouwen die willen dat je foto’s van ze maakt …… ze zijn een echte plaag.  Vandaag word ik drie keer aangeklampt om hen hiermee te helpen.  Je zou denken “how how, daar heeft ie weer geluk…”.  Daarin moet ik jullie teleurstellen.  Hun eenzaamheid heeft zo zen redenen.
De eerste keer had ik prijs op de heenweg, ter hoogte van een van de laatste barretjes springt een meisje recht uit haar strandstoel en komt met vastberaden tred op me afgemarcheerd.  Haar accent bevestigt men vermoeden dat ze uit een Duitstalige regio moet komen.  Ik neem snel een foto van haar tegen de zon in en besprenkel voor de veiligheid men Engels met men beste Tanzaniaans accent wanneer we afscheid nemen van elkaar.
Weinige minuten later, ik was me juist aan het afvragen hoe het in Gods naam toch met Mike Verstraeten zou zijn tegenwoordig,  word ik aangesproken door twee te goed in het vlees zittende meisjes die uit de tegenovergestelde richting komen.  Met een zwaar Italiaans accent vragen ook zij me een foto van hen te nemen.  Een van hen is te arm om een bikini te kopen en loopt zodoende over dit Cambodiaanse strand in een bruine bh en een grote roodwit gestreepte onderbroek.  Na het bekijken van de eerste foto op het schermpje vragen ze om een tweede, ditmaal ingezoomd op hun gezicht.  Mein Gott, wie gaat daar op het thuisfront allemaal mee geconfronteerd worden ?
De derde spreekt me aan op men terugweg, ter hoogte van het bruggetje aan Queen’s Hill.  Opnieuw een Duits accent.  Ik vind haar er een beetje onverzorgd uitzien.  Misschien slaapt ze in een van die hokken op het strand die ”free accommodation” aanbieden.
Ze is warempel nog in het bezit van een ouderwetse camera met een filmpje.  Zij poseert beneden naast een bootje.  Ik neem voor de grap een foto waarop enkel een stukje van haar neus, haar linkeroog en een stukje voorhoofd staat  en voor de rest niets dan het Cambodiaanse firmament.  Dit lijkt me onder de gegeven omstandigheden het best mogelijke resultaat te geven en ze ziet het toch pas thuis.
Ik vertel haar dat ik van Israel ben.

Onverdroten zet ik men tocht huiswaarts verder.  Enkele honderden meters na de laatste vrouw word ik opnieuw aangesproken.  Deze keer door een Jon Bon Jovi-achtig figuur met iets te lang haar en een gebarsten zonnebril. “ I am from New York” weet ie me al gauw mee te delen.  Ongelooflijk, ik was net aan het denken “ik lijk wel een Amerikaan door steeds te zeggen waar ik vandaan kom”, en nu word ik er door eentje aangesproken.
Hij komt morgen terug naar het hutje waar hij nu voor stond want de familie die er een soort van strandbarretje uitbaat vindt ie werkelijk “amazing”.  Drie zinnen later deelt hij me mee dat sommige mensen de goedheid van sommige dingen, zoals Christianity, getoond moet worden.  Ik sta even perplex en weet zo gauw niet wat ik hier nu mee moet.
Hij gaat verder: “En is het niet ongelooflijk dat zelfs mijn eigen zuster me niet vertrouwd met al is het maar 500 Usd waarmee ik hier iets goeds kan doen ?  Neen, ze geeft het liever aan het Rode Kruis.  Maar ik heb het niet nodig, ik heb een project.  Ik maak de ideale draak.  Dit kan misschien wel twintig jaar duren, but I will make a million dollar out of it.  Ik zal tegen dan niet meer leven, maar dan kan het gebruikt worden voor projecten zoals hier in Cambodia.”
“Hemeltjelief !” denk ik bij mezelf.
Hij haalt een dagboek tevoorschijn en toont me de schetsen van zen draken.  Drie heeft hij er.  ‘Een Oma-dragon, een girl-dragon’ en …. je moet me geloven in deze ….. een ‘dreadlock-dragon’ !
Hij heeft ook een drakenpoot getekend en naar dat model kan hij drakenhandschoenen laten maken die hij dan ook weer kan verkopen.
Die zen zuster lijkt me nog de slimste van de familie.

Ik hou een Cambodiaan tegen die op zen brommer voorbij komt, bied hem een dollar aan, spring achterop en vlucht weg.

Vrijdag 09/03/2007 – Dinsdag 13/03/2007: Sihanoukville
Toen ik gisteren het internetcafeetje verliet stapte er net en meisje met tranen in haar ogen binnen.  Haar tas was net afgerukt door twee Cambodianen op een brommer.  Weg geld, weg reispas.
Verder ben ik de voorbije dagen (serieus) met de dood bedreigd.  Hier in Sihanoukville word je om de zoveel meter gevraagd of je geen lift met een ”motobike” wilt.  Je zegt dan ”neen”, of soms ook niets.  Niet ver van het guesthouse trekt er zo eentje aan men arm nadat ik z’n aanbod afgeslagen heb, en ik zeg hem dat ik toch echt niet van zen diensten gebruik wens te maken.  ”I’m gonna kill you” zegt hij, en om zen woorden wat kracht bij te zetten gooit hij een grote steen vlak voor men voeten aan gruzzelementen en haalt een pistool uit zen zak.  Ik grinnik eens en wandel verder aangezien de drie andere Cambodianen naast hem waarschijnlijk eerder zijn dan mijn vrienden waren.
In de komende dagen hoor ik van 2 meisjes en een jongen die samenreizen en ook in Rega guesthouse logeren hoe al hun spullen gestolen zijn door een tuktuk rijder (ze hebben samen 235 Usd om hier hun rekening te betalen en terug in Bangkok te geraken), word ik nog een keer net niet van de fiets gereden, pakken opnieuw twee brommertaxi’s gewoon men fietsenrek achteraan vast om me tot stilstand te dwingen bovenop  Victory Hill, kan het meisje van men strandbarretje net verhinderen dat twee van haar biljartkeu’s gestolen worden, enz, enz …
En ondanks dat alles… blijft het hier toch een paradijsje 🙂

De laatste dagen vliegt er hier een helicopter continue af en aan.
Er blijkt een nieuw massagraf ontdekt te zijn ergens in de buurt van Koh Kong en nu vliegen ze die beenderen over naar Sihanoukville om onderzocht te worden en eventueel te identificeren.
Morgenvroeg om zeven uur neem ik een minibusje richting Bangkok.  Een rit van twaalf uur (als ze zonder problemen verloopt).  Peter landt binnen enkele dagen en heeft men kampeergerief bij dat ik binnen enkele maanden nodig zal hebben.
Ik kom dan terug deze kant uit en dan is het nog drie dagen fietsen alvorens ik in Vietnam ben.

S6002512

S6002514

S6002518

S6002519

S6002547

S6002551

S6002553

S6002554

Woensdag 14/03/2007 – Maandag 26/03/2007 – Bangkok
Opnieuw een tijdje in de City of Lights.

S6002585
Wat Arun

S6002592

S6002595

S6002596

S6002597

S6002600

S6002618

S6002629

S6002639

Dinsdag 27/03/2007 – Donderdag 29/03/2007: Sihanoukville
Terug in Cambodia, met een boel extra baggage.  Peter heeft al men kampeergerief uit België meegebracht en gelukkig geen problemen ondervonden met het meenemen van het kookvuur en de brandstoffles.  Tubus heeft me onder garantie een nieuwe bagagedrager gestuurd, maar die liet iets langer op zich wachten dan verwacht.  Eerst zou die bij de invoerder in Bangkok klaar liggen, dan weer niet, dan werd hij opgestuurd met Fedex en zou men hotel gesloten zijn volgens de koerier, …. Toen ik Fedex belde om hen te vertellen dat het hotel echt wel 24 uur per dag open was antwoordden ze “probably driver him go home” …..
Verleden zaterdag had ik hem dan toch te pakken.
De minibusjes van Thailand naar Cambodia kosten dubbel zo duur dan wanneer je de reis andersom maakt.  Voor een visum van 20 Usd vraagt de douane 1.200  Baht aan de grens (500 Baht teveel).
Maar goed, we zijn hier, ik heb een twee maanden visum voor voor Vietnam (52 Usd) op zak en de fiets stond nog op me te wachten in het guesthouse, dus ik heb geen reden tot klagen.
De voorbije dagen heb ik eerst nog een dik boek uitgelezen (scheelt weer qua volume en gewicht), wat op het strand gelegen maar morgen zit ik dus weer op de fiets.  Het beloofd gelijk een vrij intense rit te worden van meer dan 100 kilometer richting Kampot, waarvan de eerste vijftien redelijk heuvelachtig.

Vrijdag 30/03/2007: Sihanoukville – Kampot
Voor de zoveelste keer op een korte tijd kom ik vroeg uit bed.  Om zes uur begint men Bangkokse two dollar watch te piepen en klop ik bij Viske, die de kamer naast mij ligt, op de deur.  Peter is al wakker.  Na een uitstekend Fisherman’s breakfast (gebakken patatjes, ajuin, garnalen, wat peper en twee spiegeleieren erover) neem ik afscheid van hen.  Peter en Viske gaan met de bus naar Phnom Penh terug, ik spring op de fiets richting Kampot.

S6002709

S6002710

Op een detailkaartje van Sihanoukville zag ik een klein weggetje dat van de markt naar de weg nummer 4 loopt, en me de omweg via de haven zou besparen.  Korter dus, maar ik moest over dezelfde heuvel, dus ook, veel, steiler.
Ik denk dat er een of andere politieke bijeenkomst moet plaatsvinden vandaag in Sihanoukville.  Dat zou goed kunnen want binnenkort zijn er verkiezingen hier.  Volgens de ene bron op 1 april, volgens de andere op 11 april.  Rellen worden niet uitgesloten volgens een eigenaar van een van de strandbarretjes.
Wanneer ik weg 4 opdraai rijdt er een hele colonne van brommertjes, minibusjes, trucks, brommers met karren en daarop mensen, etc .. voorbij.  Duizenden zijn het er.  Ze hebben hetzelfde gele polootje aan als de Thais voor de koning, en ze hebben ook dezelfde blauwe vlag gestolen.  Beetje flauw.
Een dik uur later een tweede, nog grotere karavaan, allemaal in het wit, inclusief witte pet.  Dat gaat me daar een overrompeling zijn in Sihanoukville vandaag.  Ze zijn opnieuw met duizenden, ze blijven komen en nemen de twee rijstroken in beslag.  Weinig plaats dus voor een gek op een fiets, daar het achteropkomende verkeer zich ook nog tussen mij en die carnavalstoet wil werken.  Levensgevaarlijk en wat nog erger is, een aanhoudende verstikkende zwarte roetwolk die al die versleten camions uitbraken.

S6002716

S6002720

Gelukkig krijg ik in het dorpje Veal Renh een heerlijke lunch voorgeschoteld.  Zo lekker dat ik nog een tweede hoofdschotel bij bestel.
Aan het einde van het dorp splitst de weg.  Rechtdoor ga je naar Koh Kong of Phnom Penh, rechts naar Kampot of via een omweg naar Phnom Penh.  In tegenstelling tot twee jaar terug is de weg nu mooi geasfalteerd, en wat nog beter is, er is bijna geen verkeer (dat zit misschien allemaal in Sihanoukville nu ??).

S6002723

Op het middaguur, met de zon recht op men kop geeft men fietscomputer het aangename temperatuurtje van 46 graden aan.  Fietsen is goed te doen, stilstaan veel minder.  Toch maak ik om de tien kilometer een stop om een kokosnoot of suikerrietsapje te drinken, en tussenin gaat de ene bus water na de andere eraan.  Reinigen dat lijf na weken op het strand geluierd te hebben, en niets dan eten en drinken.
Een tiental kilometer voor Kampot komt er een dametje op een brommertje naast me rijden.  Eerst wil ze haar Engels wat oefenen.  Wanneer we langs haar huisje rijden nodigt ze me uit om even te stoppen en een kokosnoot te drinken.
Waarom niet, even uit het zonnetje kan natuurlijk geen kwaad.  Ze vertelt dat ze een sister heeft die in Paris woont en een andere sister in Amerika.  Ik voel nattigheid.  Ze heeft ook een cousin met een guesthouse in Kampot, misschien moet ik daar maar gaan slapen.  Ja hoor, geef me de naam maar even en dan ga ik wel een kijkje nemen.
Of ik een girlfriend heb ?
Nee sorry, geen tijd.
Of ik getrouwd ben ? (daar komt de nattigheid).
Nee sorry, ik ben te jong.
Ze vraagt me of zij men girlfriend mag zijn.
Nee, dat gaat niet, ik ben morgen weeral onderweg naar een andere plaats.  Of ik niet met haar wil trouwen.
Ze is 36, iets te goed in het vlees en heeft twee kids; de verkeerde troeven om mij aan het wankelen te brengen.
Toch geeft ze nog haar telefoonnummer zodat ik haar kan bellen vanavond en we samen kunnen gaan eten.
Ik vermijd het guesthouse dat ze aanraadde en trek men hoedje goed over men kop wanneer ik naar het internetcafé wandel.  Gelukkig is het hier kort na zes uur donker.

S6002726

S6002729

S6002731

S6002733

S6002738

S6002739

S6002740

S6002742

Zaterdag 31/03/2007: Kampot – Kep
Een kort ritje naar het kuststadje Kep. Wanneer ik doorrij is het al een aangename 34 graden.
Dit is opnieuw een mooi ritje door het Cambodiaanse platteland over een rustig weggetje. Wel veel Cambo-moslims en hier en daar zelfs een moskeetje … het blijft vreemd hier zo in Zuid-oost Azië.
Na een 25-tal kilometer ben ik ter plaatse en neem gelijk een duik in de Golf van Thailand – het zou de laatste kunnen zijn voor enige tijd.
Omheen het schiereiland loopt een weggetje die een tijdje vlak naast de zee loopt, heel mooi allemaal.

S6002743

S6002744

S6002745

S6002748

S6002750

S6002751

S6002753

S6002758

S6002771

Zondag 01/04/2007: Kep – Nui Sam
Vietnam heeft een net iets andere visumreglementering dan andere landen. Waar je normaal je visum gaat halen op de ambassade of consulaat en dat dan een maand of drie geldig blijft om het land binnen te gaan (en je dan een maandje of zo ter plaatse mag blijven), moet je in het geval van een Vietnamees visum de exacte datum vertellen waarop je het land in zal gaan. 1 april is wel leuk dacht ik toen ik in het consulaat in Sihanoukville was, dus vandaag stond ik voor een zware rit dwars door het Zuidoosten van Cambodia richting Vietnam. De grensovergang bij Ha Tien, vlakbij Kep is nog steeds niet open voor buitenlanders (enkel Cambodianen en Vietnamezen).
Ik sta reeds om zeven uur op en kan hier in het hotel zowaar muesli met melk en fruit voor ontbijt krijgen.
Wanneer ik een half uurtje later op de fiets spring is het slechts 27 graden, wat een aangenaam fietstemperatuurtje. Lang zou het zo niet blijven. Na een dertigtal kilometer rij ik via weg nr 33 het stadje Kampong Trach binnen.
Hier is eventueel een guesthouse, juist voorbij de tempel rechtsaf. Heel appetijtelijk ziet het er niet uit. Ik eet iets in het restaurant / karaoke er vlak voor en vervolg men weg over route 31 noordwaarts richting Vietnam. Op men kaart staat een short cut via een geel weggetje, nr 113 vanuit het plaatsje Banteay Meas. Nu moet je in Cambodia geen bordjes met plaatsnamen verwachten (zeker niet in leesbaar schrift), en ook al geen bordjes met nummering van de wegen (m.u.v. de hoofdwegen 1 – 6). Ik doe regelmatig navraag bij de locale bevolking maar die horen het in Bangkok donderen, of sturen me terug in de richting waar ik vandaan kom. Ik vraag hoe ver het nog is naar Banteay Meas, maar daar hebben ze nog nooit van gehoord, ook de grootste tempel uit deze regio, de Phnum Bayang doet geen belletje rinkelen.
Maar ik heb vertrouwen in de Duitse Reise Know-how kaart, en terecht zoals later zal blijken en zet dus koppig men weg voort. Na een achtenveertigtal kilometer ben ik uiteindelijk in Banteay Meas. Juist over de brug draait weg 31 in een negentig graden bocht richting Phnom Penh en gaat er een zandweg rechtdoor.
Een man die een kar voortduwt bevestigt dat dit de weg naar Vietnam is, nog 45 km zegt ie (alee, schrijft hij op een papiertje). De anderen die ik het vraag weten het allemaal niet zo goed. Ik blijk op goede weg te zitten, hoewel het even duurt alvorens dit bevestigd wordt.

S6002777

S6002778

S6002782

S6002786

Indien je gevoelig bent voor dierenrechten kan je maar beter uit Azië weg blijven. Ondertussen heb ik al wel het een en ander gezien wat dat betreft. Vandaag zag ik echter een “chique” Cambodiaan die zich een Toyota Rav4 kon permitteren en die net langs de baan twee prachtige uilen gekocht had die hij in een hand samengeperst hield. Wat hij met die twee schitterende beesten zou gaan doen wil ik niet weten. Soit … je kan het je beter niet aantrekken, het gebeurd hier aanhoudend met de mooiste beesten. En hoe kan je het in een land zonder mensenrechten over dierenrechten hebben ?
Ik vraag regelmatig of dit de weg richting Kampeang is, het volgende grotere dorp op mijn kaart maar tot vlak voor het dorp heeft niemand er ooit van gehoord. Ter info, het is 18 km van de afslag tot in dit dorp. Hier blijf ik het pad volgen. Er zijn enkele splitsingen maar als je het breedste weggetje aanhoudt kom je er wel.

S6002789

S6002791

S6002795

S6002797

S6002802

Na 92 km, waarvan 44 km over deze zand/gravelweg kom ik terug op supersmooth asfalt, hoofdroute 2 van Phnom Penh naar Vietnam. Enkele honderden meters nadat je rechtsop gedraait bent is er aan de rechterkant een guesthouse dat er langs buiten best goed uitziet. Vanaf hier is het nog 8 km naar de grens (exact 100 km dus van Kep).
Indien je in Cambodia wil fietsen is de route Koh Kong – Sihanoukville – Kampot – Kep – Phnum Den (grens) wat mij betreft een aanrader en vast en zeker te verkiezen boven de twee centrale routes ten noorden en ten zuiden van de Tonle Sap.

S6002803

Na ervaringen van andere fietsers gelezen te hebben die hier de grens overstaken verwachtte ik een grondige check van al men bagage maar alles verliep rimpelloos aan de grens.
Uitchecken bij de Cambodianen, die in kokendhete hokjes, volledig opgetrokken uit golfplaten zitten, duurde twee minuten.
De Vietnamese douane honderd meter verderop vroeg me vriendelijk even te gaan zitten en een formuliertje in te vullen. De man zette zen stempel waar ik het graag had (paspoort begint schrikbarend vol te geraken, misschien moet ik maar een nieuw vragen op de Belgische ambassade in Hanoi), bevestigde dat ik twee maanden kon blijven (valt ook altijd weer af te wachten) en liet me doorrijden zonder nog maar naar men fiets te kijken.
Het stadje Tinh Bien is drukker als verwacht. Nu zal Vietnam met zen tachtig miljoen inwoners zowizo drukker zijn als Cambodia met …. wat zal het zijn, een stuk of zes miljoen ? Veel gezellige koffieshopjes met degelijke stoelen en Vietnamese vrouwtjes op straat met hun typische hoedjes.
Eigenlijk ben ik bekaf. Het is weer meer dan 40 graden ondertussen en ik besluit om het voor bekeken te houden in Nui Sam, beter bekend als Sam Mountain. Dit is een 230 meter hoge bult, dik vijf kilometer voor Chau Doc. Ik slaap in het niet echt voortreffelijke Mekong guesthouse. Dit werd me aangeraden door de Rough Guide, die ik nu even de kans geef ipv die onnozele Lonely Planet. Maar dat dit boekje maar uitkijkt want als ze doorgaan met me dit soort luizige tips te geven zal ie gauw in de Mekong liggen bij die andere boekjes. Nu ben ik normaal gezien een fervent voorstander van een schoner milieu, maar symbolisch zo een boekje droppen in een machtige rivier heeft wel iets.

S6002806