Peru Part 2, from the mountains to the desert

Route: Chivay – Lari – Huambo – El Pedrigal – Camana

De ochtend dat ik Chivay verlaat kijk ik eerst nog efkes naar Sportweekend op ‘VRT.nu’ om nog een keer op de hoogte te zijn van de sportactualiteit.
Ik ben al twee dagen aan het twijfelen of ik langs de linkeroever van de Colca rivier door de canyon ga rijden, of de rechteroever.
De hoofdweg loopt over de linkeroever, maar er loopt ook een weggetje langs de andere kant, wel langer en meer klimwerk.
Ik besluit om toch over de hoofdweg te fietsen.
Het verkeer zal wel meevallen. Alle andere toeristen komen voor dag en dauw uit hun bed want ze moeten voor 8 uur op het 45 kilometer verderopgelegen viewpoint ‘Cruz del Condor’ zijn, om deze vogels te zien vliegen.
Tegen 10 uur komen de bussen dan terug.
Ik kom tegen 10 uur uit de douche.
Rond 12 uur fiets ik het dorp uit richting het ‘centro de interpretacion’, dat nog in aanbouw is. Hier duikt de weg de canyon in.
Dan zie ik dat als ik langs deze kant fiets ik de hele dag foto’s tegen de zon in moet trekken. Ik keer snel op men stappen weer, fiets terug naar en door het dorp en volg het weggetje langs de rechteroever.
Ook nog geasfalteerd. Het gaat wel gelijk flink op en neer.

Wanneer ik een achttal kilometer verder in het eerstvolgende dorpje Coporaque arriveer is het hele dorp uitgelopen en staat de fanfare me op te wachten.
Ze hebben zich ook allemaal netjes uitgedost. De vrouwen in hun kleurrijke kostuums en witte Eddy Wally hoedjes, de mannen met hun cowboy hoed op.
Er wordt ook veel bier gedronken en gedanst.
Wat fijn dat deze mensen er zo’n feest van maken dat ik door hun dorp fiets.
Er wordt me bier aangeboden, maar ik sla het af. Er moet nog gepresteerd worden vandaag.

DSCN5675

DSCN5680

Na een half uurtje fiets ik verder. Ook het asfalt laat ik in dit dorp achter me. Het weggetje wordt een slecht, bonkig pad.
Goed.
Ik daal steil af in de kloof richting de Colca, dwars door de in onbruik geraakte terrasbouw.
Dan weer omhoog naar het volgende dorp, Ichupampa.

In de verte hoor ik alweer de fanfare spelen en iedereen in het dorp heeft zich weer uitgedost op z’n paasbest. Deze keer hebben ze zelfs zes stieren helemaal versierd.
“Dit kan toch niet allemaal georganiseerd zijn voor een gringo fietser ?”, denk ik, dus vraag ik enkele gepensioneerden die voor de zwaar beschadigde kerk op een bankje zitten wat er aan de hand is.
Het feest van San Isidoro, zo blijkt.
De kerk is beschadigd door een aardbeving lang geleden.

De pastoor geeft een toespraak voor de kerk. Er is ook een beeld van San Isidoro wat rondgedragen wordt, opnieuw uitgebeeld met enkele stieren. Een man loopt rond met een lint rond z’n borst waarop San Isidoro gedrukt staat.
Hij zal de levende versie uitbeelden.
Hij heeft een soort van grote, platte pistolet op zen rug gebonden waar gaten inzitten en de bevolking bloemen insteekt.
Mannen en vrouwen drinken veel bier.
Ha, nogal wat anders dan die ramadan, die ook vandaag begint 🙂
Er wordt ook telkens een beetje bier over de stieren gegoten.
Ongetwijfeld hopen de boeren dat deze nu kalfjes gaan produceren die bier geven in plaats van melk.

Ik ben de enige toerist in het dorp, wat het hele gebeuren toch iets authentieks geeft. De dorpen zijn officieel trouwens onbereikbaar door wegenwerken, maar met de fiets of motor kan je erdoor.

DSCN5698

DSCN5701

DSCN5704
Iedereen op z’n Paasbest voor het feest van San Isidoro.  De vrouwen hebben hun typische Eddy Wallyhoedjes op en ook de stieren zijn uitgedost voor de festiviteiten.

DSCN5708

Na een stevig klimmetje kom ik in het dorp Lari. Geen feestelijkheden hier, maar wel drie dronken mannen die me tegenhouden en iets over de wereldbeker voetbal en Andres Mendoza brabbelen.
Lari heeft een heel mooie kerk, de derde die ik bezoek vandaag.
Buiten Lari daal ik af, diep de kloof in van de Colca en vind een schitterend plekje voor de tent.
Hier, op 3.300 meter blijft de temperatuur na zonsondergang nog een tijdje aangenaam (met fleece en donsjas aan) en geniet ik van de sterren en melkweg.
De voorbije week stond ik telkens duizend meter hoger en werd het om zes uur ’s avonds als de zon weg was op enkele minuten bitter koud.

DSCN5746
Inside the church in Lari
DSCN5756
The church in Lari
DSCN5760
The Colca Canyon, second deepest in the world between my tent and the mountain.
DSCN5766
Morning view from my tent.

Wanneer ik de volgende ochtend het zandweggetje afdaal richting het bruggetje over de Colca zie ik een pijl naar rechts staan: “Laguna 3 colores: 2 km”.
Beslist niet ver voor zo’n veelbelovende attractie.
Ik sla het weggetje in, wat na 1,4 km abrupt ten einde loopt.
Ik laat de fiets achter en wandel ver door het zompige gras. Nergens een laguna te bekennen.
Ik klim nog een heuvel over, maar ook daar niets.
Onverrichterzake keer ik op men stappen terug en klim terug naar de splitsing, om dan weer verder af te dalen in de kloof.
Voor het eerst sinds 51 dagen daal ik onder de 3.600 meter.
Voor eventjes maar.

DSCN5773

DSCN5807
Lama doing what’s necessary 🙂

Het bruggetje over de Colca rivier bevindt zich op 3.150 meter, waarna ik via een steil zandpad de canyon weer uitklim tot aan de geasfalteerde hoofdweg.
Daar is een ‘mirador’ waar ik men middagmaal opeet.
Er staat ook een houten barak die gesloten is.
Die zal ’s ochtends vroeg open zijn voor de busladingen toeristen die hier dan iets te drinken kunnen kopen.
Al snel komt er uit de kloof vanachter de bosjes een incavrouw gekropen die vraagt of ik nog water heb.
“Ja, water heb ik genoeg, maar een colaatje zou’k wel willen”.
Ze had enkel de fluo gele Incacola, maar dat is ook ok.
Ik eet verder men pistoleetjes op met uitzicht op de hoge Andes toppen.
Ergens tussen deze berg en deNevado Mismi die ik gisteren voorbij reed ligt de bron van de Amazone.

DSCN5813
The bridge over the Colca river  I have to cross, deep in the canyon.
DSCN5838
Just to the right of that snowy peak is the source of the Amazon river.

DSC03571

DSCN5810

DSCN5857

 

Over de asfaltweg, bijna zonder verkeer in de namiddag, fiets ik verder richting ‘Cruz Del Condor’.
Daar staan nog drie andere mensen die met de auto tot hier gereden zijn.
De kloof is hier indrukwekkend diep. De zon staat echter totaal verkeerd om er een goede foto van te maken.
Ook de condors blijken er in de late middag geen zin in te hebben.
Morgenvroeg is het hier een gekkenhuis met alle toeristen, dus ik fiets nog een beetje verder tot aan de Mirador de Tapay.
Daar loopt een smal zandweggetje verder de berg op. Na een tijdje kom ik op een plateau ideaal voor de tent met een spectaculair uitzicht op de hoge toppen aan de andere kant van de canyon.

DSCN5867
Cruz del Condor
DSCN5864
Colca Canyon

DSC03577

DSC03578

’s Ochtends zie ik twee backpackers zitten aan de Mirador de Tapay. Een Fransman en een Duitse. Zij zijn de hele nacht met bussen onderweg geweest van Arequipa tot hier.
Ik blijf het onbegrijpelijk vinden waarom die backpackers altijd ’s nachts met bussen liggen rond te tsjokken. Weten ze wel wat voor spectaculaire landschappen ze missen ??

Met men verrekijker zie ik op de parking aan de Mirador Cruz Del Condor zeker veertig bussen staan, minstens 500 mensen !
Hier staan we met drie.
Er waren geen condors te zien, maar net als ik doorrij komen er twee over gevlogen.

Er volgt opnieuw een afdaling naar ongeveer 3.200 meter en, onvermijdelijk, een klim die me opnieuw boven de 4.000 meter brengt.
Boven vliegt opnieuw een condor over me.
Slechts eenmaal eerder zag ik er drie, op Tierra del Fuego en dan de hele lengte van de Andes door Argentinië, chili en Bolivië geen enkele meer.

DSCN5913
Cycling at the edge.

DSC03583

DSC03584

DSC03590

DSCN5923

Aan men rechterzijde zie ik de enorm diepe kloof, maar nooit meer de bodem ervan. Ik fiets hier langs de diepste punten van de canyon.

Opnieuw daal ik via een reeks haarspeldbochten de diepte in naar het dorp Huambo.
Dit is de laatste plaats waar ik inkopen kan doen voor het 125 kilometer verderop gelegen El Pedrigal.
Het is al bijna vier uur wanneer ik iets gegeten heb en men inkopen gedaan heb, maar ik besluit toch het dorp te verlaten. Kamperen brengt me rustigere nachten, en vooral gezelligere als de betonnen hokken die je in een eventueel kamertje hier vindt.

Men laatste dag klimmen door de Centrale Andes werd nog een stevig dagje met eerst een klim naar 4.165 meter, dan een klein beetje dalen om opnieuw naar 4.185 meter te klimmen.
Dan volgt er een afdaling naar een zeer winderig dal. Totale verlatenheid hier.
De laatste klim overbrugt slechts een hoogteverschil van 350 meter naar men laatste pas, 4250 meter hoog.

DSC03598

DSC03601

DSC03603

Was het iets psychologisch, dat ik wist dat hierna enkel nog de lange afdaling naar de kust volgde, of was ik fysiek op het einde, ik weet het niet, maar ik heb een uur en drie kwartier gezwoegd en afgezien om die 350 hoogtemeters te overwinnen.
Het pad was slecht met grote keien, er stond een stevige, koude wind en ik had ontzettend last van men onderrug.
Dat gebeurde de twee vorige keren ook toen ik een verschot had gehad en daarna veel moest klimmen, maar met die koude en het gebonk op het keienpad werd het extra zwaar.
Bijna elke tien hoogtemeters moest ik voet aan de grond zetten.

DSCN5970

DSCN5990

Maar uiteindelijk bereik ik de top.
Eén of andere freak heeft hier op alle rotsblokken met rode en blauwe verf ‘propriedad privada’ gespoten.
Als ze zo tekeer geen in dit niemandsland, zal dat ook wel een onvoorspelbare gek zijn als hij je toch betrapt met je tentje, dus ik besluit alvast wat af te dalen.
Het keienpad blijft archi-slecht en ik schiet maar langzaam op.
Vijfhonderd meter lager vind ik eindelijk een geschikte plaats voor, voorlopig, een laatste nacht in de hoge Andes.
Toen ik over de top kwam, voelde het plots al veel kouder aan dan op andere passen, en terwijl de temperatuur de voorbije nachten tot slechts één of twee graden onder nul daalde werd het hier om 18 uur als de zon juist weg was al bitter koud.
Tegen 5 uur ’s ochtends gaf men thermometer -12,5°C aan in de tent.
buiten dus nog enkele graden kouder.
Geen probleem in men lekker warme slaapzak, maar ik wacht wel tot 8 uur, twee uur na zonsopgang om uit men tent te komen.
Om negen uur is het t-shirt weer.

Ik heb reeds een tiental kilometer afdaling achter de rug, maar dalen van 4.250 meter naar zeeniveau duurt ongeveer 150 kilometer.
Terwijl er veel hogere passen zijn, zijn er maar weinig plaatsen in de wereld waar je in één keer zo diep kan afdalen denk ik.
Een afdaling waar ik al lang naar uitkeek, na al deze hoogtemeters eerst zelf bij mekaar gefietst te hebben.

DSCN5996

DSCN6000

DSCN6013

Uiteindelijk bleek die hele afdaling nog een zwaar karwei.
Het pad verbeterde niet, waardoor ik met de remmen dicht moest blijven afdalen.
De remblokjes die ik in Chivay kocht, waren ook al na 1,5 dag weg gesleten.
In één van de vele bochten van de afdaling, ik hobbel tegen 15 km/u uur of zo naar beneden, komt plots een vrachtwagen de bocht uit, met zijn linkervoorkant helemaal tot aan (mijn randje) van de weg. Ik rem, wijk uit naar de enkele decimeter die me nog resten tussen het voorwiel en de afgrond. Door alle losse keien slipt men voorwiel weg en val ik, goed gemikt in de ruimte die me behoed om ofwel appelmoes te worden onder het wiel, of dieper in het dal.
Ik zie de chauffeur uit zen opengedraaide raampje kijken, maar hij rijdt rustig verder.
Kl**tz%k !!

Late middag arriveer ik in El Pedregal, een véél grotere plaats als men kaart deed vermoeden.
Reeds 30 kilometer voor de stad begin de onafgebroken hoop sluikstorten op te duiken.

Ik bevind me nu in de Pampa de la Joya, een woestijngebied. Na El Pedregal fiets ik opnieuw op asfalt, de Panamericana Tussen Lima en Arequipa, de tweede stad van Peru.
Redelijk wat verkeer dus, maar er ligt een strookje naast waarop je relatief veilig kunt fietsen.

Vrij vroeg in de namiddag duw ik de fiets een hoge zandduin op. Ik wil nog een nachtje kamperen in deze woestijn alvorens ik de kust bereik.
De fiets zakt diep weg in het losse zand, maar ik wil een eind van de weg zijn om niet teveel last te hebben van het lawaai van bussen en camions ’s nachts. En verder weg en uit het zicht is ook veiliger.
Ik vind een prachtig plekje. Na zonsondergang gaat de wind ook liggen.
Wat fijn om terug warme avonden te hebben.

DSCN6030

DSCN6039

DSC03616
Camping in the driest desert on earth.  Better take some agua with you.

Eens aan de kust de volgende dag is er geen strook meer om op te fietsen. Rechts van de weg is er een bergwand en het is levensgevaarlijk smal met de bussen en vrachtwagens die voorbij denderen en nooit inhouden.
Gelukkig ligt er nog een klein weggetje juist naast het strand langs waar ik bijna tot in Camana kan fietsen.
Hier neem ik de bus naar Lima.
Ik heb geen interesse om de drukke Panamerica te fietsen en zo maak ik wat tijd goed die ik verloren heb door men ziekte in Puno.

DSC03617

DSCN6061
30 km outside El Pedrigal, the continuous dumping of garbage has started already.  Especially car tires here.
DSCN6074
Finally back at the pacific ocean.  First time since southern Chile.
DSCN6095
Lima
DSCN6099
Basilica de San Francisco, Lima
DSCN6109
Plaza de Armas, Lima
DSCN6116
Procession for Maria, Lima
DSCN6117
My hostal in Lima.
DSCN6129
Catedral de Lima
DSCN6130
Episcopal palace, Lima
DSCN6132
Inside the episcopal palace
DSCN6138
The bishop’s living room
DSCN6139
Inside the episcopal palace

DSCN6149

DSCN6169

DSCN6179

DSCN6183

DSCN6100

DSCN6200

DSCN6204
The South-American like their Jesus statues bloody
DSCN6205
The ‘vip’ bus to Lima.

 

Peru:
Distance: 890 km
Total distance South-America: 12.118 km
Average km per cycling day Peru: 49,44 km
Altimeter Bolivia: 9.658 m

Nights slept inside: 27
Nights slept outside: 13 (all wild camping)
Flat tires: 2

The GPS track can be downloaded from Wikiloc

 

 

 

 

 

 

Advertisements

Peru Part 1, Lago Titicaca to Chivay

Route: Tilala – Moho – Huatasane – Taraco – Pusi – Puno – Mañazo – Imata – Chalhuanca – Chivay

Fietsend omheen het noordelijk deel van het Titicacameer bereik ik het plaatsje Taraco. Hier sla ik linksaf in plaats van de hoofdweg te volgen naar Juliaca. Er ligt hier een soort van schiereiland waarlangs een weggetje loopt dat ik volg.
Aanvankelijk zit er nog iets teveel verkeer op om aangenaam te zijn maar na het dorp Pusi sterft dit wat uit en rijd ik langs de heuvels over een smal paadje met onder me het meer.

DSCN5018
First police station across the Bolivian / Peruvian border where I had to present myself.       “Presto a servir, listo a morir.”

DSCN5020

DSCN5034
Lago Titicaca, seen from my camping spot.
DSCN5039
The beautiful shores of the lake.
DSCN5040
But beautiful only if you look in the distance 😦
DSCN5058
As in the rest of South-America, the roads are lined with crossed for traffic victims.

DSCN5060

DSCN5074
I didn’t have a bathroom in my hotel room in Pusi, but I had a sink at the balcony outside my room.
DSCN5075
Plaza de Armas in Pusi.

DSC03481

DSCN5086
Dreadlock donkey.
DSCN5105
The road along the peninsula in the Tititcaca lake.

DSCN5113

In het dorpje Huatta is het juist marktdag. De campesino’s zijn uit de omliggende dorpen afgezakt om groenten, fruit en kaas te verkopen.
Na een maaltijd van rijst, puree en kip vervolg ik men weg richting Puno.
Juist voor het bereiken van de hoofdweg Juliaca – Puno kruis ik de spoorlijn. Hierlangs loopt een smal paadje dat ik nog een tiental kilometer kan volgens alvorens er geen andere mogelijkheid meer is en ik de razend drukke hoofdweg op moet. De chauffeurs genieten er van zo dicht mogelijk langs je heen te scheuren.
Er volgt een klein klimmetje naar 4.000 meter. Van op de top zie ik Puno, veel groter as verwacht, onder me liggen aan de oever van het Titicacameer.

DSCN5122
Market day in Huatta.
DSCN5128
Following the railway line with my bike, there’s also this bridge to cross.
DSCN5135
Puno

DSCN5147

DSCN5153

DSCN5159
A little child hand in my soup 😛
DSCN5163
Salmonella chicken.

Ik zoek een proper hotelletje en spoed me naar het hospitaal.
Ik sukkel al een tweetal maanden met diarree en ben zo’n zeven kilogram afgevallen. De laatste dagen verdween ook alle kracht uit men benen.
Na wat onderzoeken bleek ik een salmonella besmetting opgelopen te hebben en krijg antibiotica voorgeschreven.

DSCN5155De dag voor ik opnieuw wil vertrekken steekt de diarree opnieuw de kop op.
Deze keer bezoek ik het ‘tourist hospital’.
Volgens deze dokter is er geen sprake van salmonella. Waarvan dan wel sprake is, weet ze niet, maar neem gewoon een antibioticakuur, en alles komt in orde.
Zo doen dokters dat; neem wat antibiotica, en alles is opgelost.
Maar hop, ik luister en neem nog maar eens een kuur.

Na 18 dagen verlaat ik eindelijk Puno. Honderd procent ben ik zeker nog niet, maar hopelijk wel goed genoeg om de volgende etappe aan te kunnen. Eéntje die niet van de poes is met vier passen boven de vierduizend meter alvorens de lange afdaling naar de kust in te zetten.
Voor ik de stad verlaat ga ik nog een English breakfast eten in het ‘Colors’ restaurant. Het is reeds 12 uur tegen dat ik op de fiets spring en die verschrikkelijk drukke weg terug naar boven klauter. Een uurtje later sta ik op de splitsing, de hoofdweg naar Juliaca en het kleine weggetje richting Mañazo dat ik neem. Ik had eens op Google Streetview gekeken, en daar leek het een mooi, rustig asfaltbaantje. Rustig is het nog steeds, maar het asfalt is compleet aan gort gereden ondertussen.
De omgeving is al aangenaam deze eerste fietsdag, maar wel nog regelmatig dorpjes en ertussen overal hutjes van boeren en herders.
Tussen het dorpje Vilque en Mañazo ligt er een mooie asfaltstrook.
Halverwege tussen deze twee dorpen sla ik men tent op bovenop een heuvel. Niet ideaal moest het gaan stormen, maar het enige plaatsje wat weg van bebouwing. Het bleef de hele nacht windstil. Waren de honden maar even stil.
Uiteindelijk was het een goede keuze hier te overnachten. Zo kon ik ’s ochtends in Mañazo nog brood en water kopen voor het volgende stuk over de Cordillera.
Deze ochtend trouwens opnieuw verschot in men rug gehad.
Ongetwijfeld van die te zachte matras in Puno. ik voelde de pijn en de ‘stress’ in men rug de voorbije dagen al opkomen.
Ik kan dus opnieuw de oefeningen die ik van de kinesist geleerd heb een paar keer per dag gaan uitvoeren.

DSCN5212

DSCN5218

DSC03484
Stunning landscapes which make me think of the American prairies, only a few kilometer higher above sea level.
DSCN5221
But again, one has to look in the distance to enjoy these landscapes 😦

Na Mañazo stopt het asfalt. Ik fiets door een vallei, met opnieuw nog vele hutjes.
Dan een op instorten staand bruggetje de rivier over en de klim naar de Abra Mañazo.
Een aftands steenslag weggetje dat bijna steeds goed berijdbaar is, geen verkeer, prachtige uitzichten. Hiervoor doe ik het.
 Naarmate ik de top nader zijn er wel weer enkele verzamelingen van hutjes.
Plots ook weer een aanval van twee reuzengrote honden. Ik schreeuw naar hen en gooi wat keien, wat steeds werkt. Men enige angst is dat ik ze ooit eens te laat opmerk. Als er ooit zo’n beest slim genoeg is om aan te vallen zonder te grommen of blaffen, heb je prijs.
De eigenaars van de honden slaan het tafereel met de glimlach gade, komen niet tussen.
Om de bocht herhaalt dit zich, deze keer met drie van die monsters.
Ik kom over een pasje, van ongeveer 4.450 meter en daal wat af.
Meer hutjes, meer honden…

DSCN5251

DSCN5255

DSCN5260

Ik heb al een klein buitje over me gekregen tijdens de klim, de eerste regen sinds maanden, maar nu begint het te onweren en de lucht wordt donkergrijs.
Ik haast me over de Abra Mañazo pas (4.503 meter), hopende dat de bergen de onweerswolken zullen tegen houden.
Vlak na de pas ligt een mooie laguna, maar geen geschikt plaatsje voor de tent.
Ik haast me verder, want ondanks de 5.000 meter hoge toppen blijft het onweer me achtervolgen.
Als het begint te hagelen aarzel ik niet langer en zet de tent op een stukje gras naast een stroompje. Hopelijk regent of hagelt het niet teveel, zodat het water niet tot aan men tent stijgt.

DSC03500

DSC03502

DSCN5298

De volgende dag daal ik verder af naar de Laguna Maquera.
Wondermooi.
De steenslagweg is echter vaak heel slecht, maar ik zit er niet mee in om af en toe af te stappen en de fiets te duwen als dat de prijs is om in deze omgeving, zonder enig verkeer te kunnen fietsen.
De hele dag gaat het op en neer tot ik een hele cirkel maak langs een bergflank, een keer lek rijd en uiteindelijk over een pas waarvan ik de naam niet weet van 4.441 meter fiets.
Niet ver van me vandaan zie ik de lucht betrekken en een stevige regen- of hagelbui, maar zelf houd ik het droog.
In Tincopalca, een verrassend groot dorp in deze verlatenheid, koop ik wat brood, koekjes en water voor het vervolg van de reis.
Ik kampeer in de vallei van een klein stroompje waar de wind doorheen raast als door een windtunnel. Ik zet de tent mooi met zen kont in de wind, dus die staat stevig, maar de wind maakt een hels kabaal.
Er vallen enkele hagelbollen maar dan, na zonsondergang wordt het rustig.
Zonsondergang is iets na 17u00 hier. Tegen 17u45 is het pikdonker en koelt het razendsnel af.

DSCN5316

DSCN5321
The track gets rough at parts.
DSCN5323
Laguna Maquera

DSCN5331

DSCN5357

Onder een blauwe hemel en met het zonnetje op men tent word ik wakker. Fijn want vandaag vat ik de klim aan naar de Abra Toroya. Ik kijk al een tijdje uit naar deze bergpas want het is deze beklimming die centraal staat in het boek ‘Revange in de Andes’ van Frank van Rijn.
Het boek beschrijft een reis van hem uit 1985. Enkele jaren voordien was Frank ook in Zuid-Amerika en toen hij de pas wou beklimmen is hij moeten omkeren. Waarschijnlijk, zoals hij zelf zei, door een gebrek aan conditie en nog niet geacclimatiseerd aan de hoogte.
In 1985 fietste hij er flux overheen en had hij dus z’n revanche in de Andes te pakken.
Frank kwam wel vanuit Arequipa, de andere richting en had dus een langere klim voor de boeg.
Ik zit al een tijdje op grote hoogte, dus geacclimatiseerd zal ik wel zijn.
Of mijn conditie in orde is na achtien rustdagen (ziektedagen) in Puno, en geveld te zijn door salmonella is nog maar de vraag.
Ik weeg ondertussen al negen kg lichter, dus die moet ik alvast niet meer naar boven slepen.
Wat ik wel naar boven sleep, naast men gewone bagage en eten voor drie dagen is 6,5 liter water.
Het is dus met een zware fiets dat ik van start ga.
Aanvankelijk makkelijk door het dal van de Tinocalpa rivier. Een zeer groene omgeving met veel lama’s en alpaca’s.
Zoals zo vaak wordt de omgeving indrukwekkender naarmate ik stijg.
Op de top van de Abra Toroya spreek ik even met een herder, die zen honden stevig onder controle heeft. Hij woont het hele jaar een beetje lager, juist onder de pas.
Een pas waarmee ik trouwens men record verbreek. Vandaag fietste ik over 4.742 meter, toch een verbetering van 172 meter t.o.v. men vorige record in Chili.
Vanop de Abra Toroya heb ik ook voor het eerst zicht op de fameuze ‘Volcan Misti’.

DSCN5366

DSC03510

DSCN5380

DSC03513

DSC03514

DSCN5394
I heard this plants can get thousands of years old. Not sure whether it’s true.

DSCN5398

DSC03518

Eens over de pas wordt het pad hobbeliger en beland ik plots in een kurkdroge woestijnomgeving. Ik zak centimeters diep in het zand als ik van de weg af ga.
Een hele tijd fiets ik op een hoogvlakte van +/- 4.650 meter.
De wind komt, wie zal het verbazen, van recht voor me en ik kom maar langzaam vooruit.
Dan splitst de weg.
Links naar Arequipa, rechts naar Imata. De afdaling naar Arequipa lijkt me heel spectaculair, maar ik vervolg men weg naar Imata, verder door deze droge woestenij.
Ik heb de wind nu van links.
Een heel spectaculair landschap, met nog eens een diepe kloof links en wit zand dat eerder op een tropisch strand thuis hoort rechts.
Na een dertiental kilometer op de weg naar Imata vind ik een goed plaatsje voor de tent.
Nog een record dat ik breek vandaag, want 4.542 meter is de hoogste plaats dat ik ooit men tent weg zette, 184 meter hoger dan op de Argentijnse Puna .
Het duurt eventjes eer je pasta hier gaar gekookt is.
Met de open hemel koelt het razendsnel af.
Voor één keer doe ik, uit voorzorg, men lange Icebreaker thermo ‘long johns’ aan.

DSCN5400

DSCN5416
Even at 4.600 meter above sea level, in the middle of nowhere, at multiple places people find it necessary to dump garbage.

DSCN5437

DSCN5443

DSCN5447
My highest camping spot ever, at 4.542 meter.

Rond 4 uur legde ik efkes men fietscomputertje buiten.
-11°C.
Ik had het lekker warm in men slaapzak en in men merinowollen kledij.
Omdat ik elke ochtend men oefeningen voor men rug doe, die inmiddels alweer beter is, vertrek ik opnieuw redelijk laat.
Al snel fiets ik langs een heuvel vol grillige rotsformaties, ‘Bosque de Piedra Imata’. Iets gelijkaardigs als waar ik in Bolivië juist voor het dorp Alota doorfietste.
Fietsend door het land van de Sendero Luminoso, het Lichtend Pad, dat in deze omgeving lelijk huisgehouden heeft enkele decennia terug, bereik ik het dorp Imata, aan de hoofdweg van Arequipa naar Juliaca.
Razend drukke weg vol vrachtwagens.
In principe moet ik deze maar 400 mter volgen alvorens ik opnieuw afsla op een gravelweggetje, maar omdat je hier in Zuid-Amerika telkesn vijf winkels moet bezoeken als je vijf dingen nodig heb, fiets ik een aantal keer het dorp op en neer over de drukke weg.
Ik eet ook maar een warme maaltijd in een restaurantje (stuk kip, rijst, fritten en een minuscuul blaadje sla, zoals steeds).
Dan hop, weer de pampa in.

Ik fiets voorbij een stuwmeer met opnieuw enkele mooie rotsformaties.
De hele middag heb ik mooie uitzichten op Volcan Misti (5.822 m), Chachani(6.075 m) en in de verte nog een vulkaan waar een dikke vette rookpluim uitkomt.

DSC03522
Volcan Misti

DSC03523

DSC03539

DSC03543
Misti and Chachani

Vanaf ik buiten Puno die Abra Mañazo opgefietst ben, ben ik nog niet beneden de vierduizend meter gezakt.
Houden zo, want ik heb nog een stevige pas voor me liggen, en hoe minder ik daal, hoe minder klimwerk ik daar voor de boeg heb.
Wanneer ik het bruggetje over de Rio Chili overfiets zie ik iets verder langs de oever enkele mooie plekjes om te kamperen.
Het is nog iets te vroeg, maar dat deert niet.
Omdat het steeds donker wordt tegen 17u30 en tegen 20u00 al aan het vriezen is, heb ik nooit veel tijd om wat te relaxen aan de tent.
Daar neem ik vandaag wel de kans toe.
Aan de overkant van het smalle riviertje grazen de rest van de middag drie alpaca’s met een jong.

DSCN5489

DSC03553
Fantastic camping spot.
DSC03559
Beautiful sunsets….
DSCN5518
and chilly mornings

Na een nachtje waar de temperatuur opnieuw tot -10°C zakte in de tent, en er ’s morgens een dikke laag rijm op lag, vertrek ik vrij laat. Het zonnetje schijnt en het is fijn de boel te voelen opwarmen, een koffietje (of twee) te drinken, wat te lezen en de tent te laten drogen.

Al gauw arriveer ik in het dorp Chalhuanca waar ik wat water en chocolade koop.
Buiten het dorp is het wat twijfelachtig welk pad ik best neem.
Ik probeer eerst een locale fietser te laten stoppen, maar die rijdt door.
Al gauw komt er een motorrijder aan. Ook hij weigert te stoppen.
Dit heb ik nog nooit meegemaakt.
Nergens.
Weer een staaltje van de fijne Zuidamerikaanse mentaliteit.
Gelukkig blijft de omgeving me boeien en is het fietsen over deze paden een waar genoegen.

DSCN5525

DSCN5528
Diapers everywhere, also in Peru.

Rond 13u00 nader ik de hoofdweg Arequipa – Chivay.
Er ligt echter nog een serieuze pas tussen waar ik nu ben en het plaatsje Chivay. Normaal probeer ik tegen 16u00 (anderhalf uur voor zonsondergang) een plaatsje voor de tent te vinden. Dat doe ik liever niet naast de geasfalteerde hoofdweg, en dus besluit ik vroeg te stoppen vandaag. Daar waar men pad afbuigt naar de asfaltweg, fiets ik rechtdoor over een in onbruik geraakt pad. Eerst klim ik te voet naar wat een kraterwand lijkt te zijn, maar uiteindelijk gewoon de ingang naar een vallei blijkt te zijn.
Wel mooi.
Wat verderop staat een lange, artisanaal gebouwde muur waarachter een mooi vlak stukje gras ligt en waar ik goed beschut ben voor de wind die vandaag wel heel hard blaast. Schuin op kop, ook een reden waarom ik vroeger wilde stoppen.
Korte fietsdagen zijn eigenlijk de plezantste.
Ik blijf genieten van het kamperen op zich.

DSC03564

DSCN5549
The wall ginving excellent protection against the wind.

DSCN5555

Koud, koud, koud de nacht.
Je voelt dat de winter in aantocht is hier, ook al bevind ik me in de tropen.
En al dagen boven de 4.000 meter.
Op men gemakje klim ik naar een hoogte van 4.750 meter. Geen problemen met de ademhaling of hartslag.
Dan daalt de weg weer een heel stuk in een oude vulkaankrater.
Aan de overkant de klim uit de krater richting de Abra Patapampa, de hoogste geasfalteerde bergpas in ‘The Americas’.
De meeste van de hoogtemeters ben ik natuurlijk wel onverhard tot hier geklommen.
Officieel 4.910 meter, mijn gps geeft 4.888 meter aan.
Opnieuw een verbetering van men record, maar wat spijtig dat hij niet een tikkeltje hoger is en ik door de 5.000 meter grens ging.

DSCN5565

DSCN5580
This guy is sitting a bit bellow the Abra Patapampa.

DSCN5591

DSCN5603
You can see Chivas down in the valley

Maar toch, als je het punt waar ik nu naartoe gefietst ben naar Europa verplaatst ligt het hele continent onder me (Rusland & Georgië hebben wel enkele hogere punten).
Als je de Mont Blanc (4.808 m) hier naast me zet, moet ik naar beneden kijken om de bergbeklimmers op de top te zien staan.
De hele Verenigde Staten (m.u.v. meerdere toppen in de staat Alaska) liggen ook onder me.

Bovenop de pas is een ‘mirador’ met uitzicht op een hele rij vulkanen.
Alle bussen naar Chivay stoppen hier, zodat de toeristen een foto kunnen nemen. Er zitten dus ook de nodige Incavrouwtjes hun waren te verkopen.
Ik zie dat de meeste toeristen snel, snel een foto nemen en binnen de minuut terug in hun bus zitten. Het is natuurlijk wel frisjes hier boven, en ik vermoed dat alsje rechtstreeks van de kust komt de lucht ook wat aan de ijle kant zal zijn.

Een Zwitsers koppel komt een praatje met me maken. De vrouw staat erop me een centje aan te bieden. Ik weiger natuurlijk enkele keren, maar er is geen zeggen aan.
Ze stopt me 50 Soles in men handen (500 frank).
Dat ik dat nog mag meemaken 🙂
Het is trouwens al de tweede keer dat dit gebeurd.
In 2005 is het me ook eens overkomen in Spanje of Frankrijk.

Nu goed, ik vind het wel oké en denk bij mezelf ‘laat ik hier maar efkes een pistoleetje eten, wie weet hoeveel verdien ik nog’.
Er dagen echter geen wilde weldoeners meer op. Met twee giften in dertien jaar tijd ga je deze levensstijl dus niet financieren.

Grappig is dat de mirador weliswaar op het hoogste punt ligt, maar juist op deze plaats heb je zo ongeveer het slechtste uitzicht op de rij vulkanen van dit hele traject.
Er ligt een heuveltje vlak achter de mirador 🙂

Voor mij geen probleem, ik stop dertig keer tijdens de beklimming en minstens evenveel keer tijdens de afdaling naar Chivay.
Op een punt met spectaculair uitzicht op Chivau dat meer dan een kilometer diep onder me ligt, passeert een bus me. Aan elk raampje zit een blanke vrouw tussen de 20 en 30 jaar oud, zonder uitzondering met roodverbrande bovenarmen zo dik als mijn bovenbenen.
Een twaalftal rijtjes stoelen in de bus, die een half uurtje geleden vertrokken moet zijn in Chivay.
Op tien van de rijen ligt de vrouw in kwestie te slapen, de andere twee zijn op hun telefoon bezig.
Wat doen deze mensen hier ??
Als je helemaal hierheen reist en door zo’n spectaculair landschap in het hart van de Andes op weg bent naar het hoogste punt van hun reis…. lig je dan te slapen of op die telefoon te prutsen ??
Onbegrijpelijk !
Goed, ik wens ze allen een salmonella infectie of drie toe, dan is deze reis toch nog ergens goed voor geweest 😉

Wanneer ik Chivay nader ben ik gedaald tot op een hoogte van 3.650 meter. Nog steeds hoog, maar merkelijk warmer en voor het eerst in tijd ruik ik ook weer de planten.

Ik neem een extra rustdag in Chivay, zodat ik een eindje de Colca Canyon stroomopwaarts in kan fietsen. Ook heel psectaculair, maar spijtig genoeg loopt de weg meestal iets te ver van de canyon rand om echt goede uitzichten te hebben.

DSCN5640
Going to town with the lama’s.

DSCN5648

DSCN5657

DSC03567