Thailand: September 2007

Rondje Isaan regio

Dinsdag 28 augustus 2007:

Woensdag 29 augustus vlieg ik opnieuw naar Thailand.  Deze keer vertrek ik in Duesseldorf met LTU.  Eindelijk een maatschappij die enkeltjes verkoopt aan de helft van de prijs.  Koop je bovenop je ticket de LTU-card (30 Euro / jaar) mag je gratis één stuk sportequipment meenemen en daarbovenop nog eens 30 ipv 20 kg bagage.  Klinkt heel goed allemaal, hopelijk loopt het ook weer allemaal goed.
Ik ben maar even thuis geweest en heb dus niet de hele website kunnen updaten.
Ik ontvlucht nu het natte Europa en ga terug naar de tropen.

Woensdag 29 augustus – vrijdag 31augustus 2007:
Geen problemen gehad op de vlucht met Ltu. Als je tenminste die twee dikke Duitse mossels die naast me zaten in het vliegtuig niet meetelt. Links van me, eentje die juist in haar stoel paste en snurkte als haar mannelijke soortgenoten, de hele nacht verschrikkelijke scheten liet, rechts van me een opgedirkte trees met Lacoste t-shirtje, Lacoste zonnebril, etc die de hele tijd zichzelf, en mij, zat te bespuiten met Lacoste geurtjes. Je kan verstaan in wat voor omstandigheden ik daar weer elf uur heb doorgebracht. Kan ik nu nooit eens naast ne normale mens terecht komen ? Madame Lacoste legde dan ook nog twee maal haar hoofd te rusten op mijn schouder.
Zucht …. na al die ontberingen landde ik iets voor 10 uur in Bangkok. Zwaar bewolkt maar een temperatuurtje van ruim dertig graden, dus geen klagen.
Voor het overige verloopt alles een beetje Europeser tijdens de vlucht. Enkel cola en water zijn gratis (terwijl je met de Aziatische maatschappijen toch gratis bier, fruitsap, whiskey-colas, wodka, etc krijgt), het eten is wat minder en vriendelijk kon je de airhostesjes al helemaal niet noemen. Maar nogmaals, ze hebben mij heelhuids hierheen gebracht en niet gezeverd over de fiets, en dat is het belangrijkste.
De eerste dagen ga ik gebruiken om de fiets een opknapbeurt te geven, een nieuwe reispas te vragen bij de ambassade en vooral veel en lekker te eten.
Chokdee !

S6003506

S6003512

S6003516

S6003520

S6003523

Zaterdag 01 septemeber – Dinsdag 03 september 2007:
Waar staan de gazetten hier zoal vol van tegenwoordig ?
Natuurlijk de vijftigjarige onafhankelijkheid van Maleisië, het geweld in de zuidelijke provincies en de komende verkiezingen.
Deze zijn voorzien op 23 december.  De EU wilde waarnemers sturen maar dat is hier bij veel mensen in het verkeerde keelgat geschoten.
Enerzijds begrijpelijk natuurlijk. Waar halen de EU en Amerika toch altijd het recht vandaan in hun ogen om overal controleurs naartoe te sturen ?
Als verdedigers van de democratie ?  Daar moeten ze hier eens hard om lachen. Kijk maar gewoon naar buurland Myanmar, nounou, wat zijn we druk bezig met daar de democratie in te voeren. Zelfs als ze Aung San Suu Kyi Nobelprijzen geven is er nog geen hond die ernaar omkijkt.

Wat zouden wij ervan vinden indien de Thais zouden zeggen “verkiezingen in Belgie; laat ons maar eens wat officials naar daar sturen en kijken of dat daar wel allemaal kosher verloopt tussen die Vlamingen en die Walen. Worden die Duitstaligen daar niet teveel gediscrimineerd ?”. Maar neen, die vergelijking gaat niet op want “wij” staan “verder” natuurlijk. (Misschien moet de Flahaut met onze troepen maar eens ne stunt uithalen naar Thais voorbeeld, kunnen we nog eens lachen.)
De Portugese voorzitter heeft inmiddels “zijne kak” een beetje ingetroken en gezegd dat het hele voorstel onderhandelbaar is. (‘t Zou er nog aan mankeren medunkt dat je ze hier geen keuze zou geven). Nu wordt er druk gediscussieerd of de waarnemers hier zijn “to monitor” of enkel “to observe”. Misschien kunnen ze dan ook eens komen observeren hoe schandalig de Thais met de Birmaanse vluchtelingen omgaan in de grensgebieden, maar dit is slechts een persoonlijke noot.
Anderzijds kan het misschien ook geen kwaad dat alles een beetje in de gaten gehouden wordt, want met die militairen die hier nu nog steeds (al bijna een jaar) de plak zwaaien …
De krijgswet is trouwens nog steeds van kracht in 35 provincies hier, en zal niet afgeschaft worden voor de verkiezingen. Voor de rest gelukkig ook veel voetbal in de gazet en vannacht om half vier kon ik naar de Pappenheimers kijken op Bvn.

S6006380

S6006383

S6006389

S6006391

Dinsdag 18 september 2007:
Morgen, 19 september is het exact 1 jaar geleden dat de militaire staatsgreep plaatsvond. Om hun “goede wil” te noemen hebben de militairen daarom in vijftien provincies de martial law opgeheven, maar tegelijk in drie andere opnieuw ingevoerd.
Voor mij zit de tijd van vakantie nemen er weer op. Morgen neem ik de trein naar Chachoengsao, een stad op een kleine honderd kilometer ten oosten van Bangkok, aan de Bang Pakong rivier waar ik terug op de fiets zal springen.
Twee interessante websites die ik gebruik voor het plannen van men trips:
• Tourism Thailand:  Vnl. de ‘Destination guide’ is van onschatbare waarde. Hier kan geen enkele reisgids aan tippen.
• Nationale Parken van Thailand: Soms in gebrekkig Engels, maar een overvloed aan informatie over de Nationale Parken.

Woensdag: 19 september 2007: Chachoengsao
Iets na 16 uur rolde de trein het station van Chachoengsao binnen. Eigenlijk zag ik er niet echt naar uit om hierheen te komen. Met de trein was ik al een paar keer langs de stad gereden en met de bus ook, en nooit maakte ze echt indruk op mij. Je typische Thaise provinciestad met oude, lelijke en slecht onderhouden blokjes, meestal twee hoog. Chachoengsao staat ook in de meeste reisgidsen niet beschreven, dus het was ook nog maar afwachten of ik aanvaardbare en betaalbare accommodatie zou vinden.
Maar zoals altijd komt het wel goed in Thailand.

S6006447

S6006448

Op het perron kwam al gelijk een conducteur naar me toe die een beetje Engels sprak. “Of hij me met iets kon helpen ?” Zeker wel, “weet jij toevallig ergens een hotelletje of guesthouse in de buurt ?” vraag ik hem. “Momentje”, zegt ie en hij verdwijnt in zen kantoortje. Al gauw komt hij terug met een mooie tourist map en hij heeft ook al even gebeld met Yenjit Bungalow, waar ik voor 350 Baht kan overnachten. Wanneer je het station uitkomt ga je even naar links en aan de eerste U-turn, zo’n 200 meter verderop draai je rechtsaf het smalle straatje naast het marktje in. De kamer is ok, en gaat zelfs voor 320 Baht.

Ik zet men bagage binnen en spring gelijk op mijnen chakayan (Thais voor fiets) richting Wat Sothon Wararamworawiharn, een nieuwe en heel grote Boeddhistische tempel. Een hele belangrijke voor de Thais naar het schijnt, die hier en masse naartoe komen in het weekend. Hij breekt een beetje met de traditionele Thaise stijl van tempels. Het is een grote witte tempel uit marmer, best mooi, maar ik verkies toch hun traditionele stijl. In tegenstelling tot de meeste andere tempels is deze ook niet open en kan ik ‘m dus enkel langs buiten bekijken.
Zo fietsend door Chachoengsao blijkt de stad best mee te vallen. Langs de boulevard tussen men bungalow en de tempel stikt het van de eetstalletjes, restaurantjes, barretjes en er is zelfs een reuzegrote Carrefour.

Morgen ga ik naar Bangkok, naar de Belgische Ambassade waar men nieuwe reispas klaarligt. Overmorgen spring ik dan op de fiets, noordwaarts richting Prachin Buri. Of dit een goed idee is weet ik niet want de helft van het land staat hier momenteel onder water door de hevige regen, zowel in het noorden als het zuiden. Alles zal wel mooi groen zijn dan en de watervallen zullen wat indrukwekkender zijn dan anders.

S6006455

Donderdag 20 september 2007: Chachoengsao
Vandaag even over en weer naar Bangkok. Heen nam ik de trein om zeven uur. 40 Baht armer en 2 uur later arriveer ik met de trein der traagheid in het Hua Lumpong station van Bangkok. Een gloednieuwe reispas ligt voor me klaar. Door de uitbreiding van de Eu staan de eerste pagina’s nog voller als voorheen in allerlei Oost-Europese talen. Maar ik heb nu wel lekker ne reispas uitgesteld in Bangkok .
Ik vermoedde dat de Thaise douane dan simpelweg hier een stempel in gingen kloppen wanneer ik het land zou verlaten, maar zo simpel blijkt het niet te zijn. Ik krijg een brief mee op de Belgische Ambassade waarmee ik naar het Thaise immigratie kantoor moet om mijn visum te laten overzetten van het ene paspoort in het andere. Gelukkig zitten die niet te ver van de Belgische ambassade. Wat een drukte daar. Gelukkig is er een apart loketje voor de mensen in mijn geval, en daar was maar één wachtende voor me. Ik moest even terug om wat copietjes te gaan pakken van het oude- en nieuwe paspoort en het visum en entrystamps, maar gelukkig zit er een copiecenter aan de andere kant van de straat.

Bij het verlaten van de Belgische Ambassade liep ik Thierry en Eliane tegen het lijf; het Belgisch-Zwitserse koppel dat ik eind verleden jaar ook al in Udom Xai tegen kwam . Thierry z’n reispas is ook bijna vol en aan vervanging toe. Ze hebben net een maandje Burma achter de rug zonder fiets maar gaan nu verder fietsen in Cambodia en Vietnam. Dat ze hun billekes maar inwrijven.
Omdat ik deze ochtend bijna uit de trein gevrozen was, de airco bleek het enige te zijn dat nog goed macheerde aan dat ding, nam ik maar de bus terug naar Chachoengsao.
Met de skytrain naar Ekamai en daar kon ik nog juist de bus van 14.00 uur op.
Ook die doet ongeveer twee uur over het traject. Deze heeft geen airco, en hier is het dus bakkensheet.
Ik zou toch de trein adviseren, maar dan wel een fleeceke meenemen (‘t is nog de helft goedkoper ook).

Ik las in de gazet dat er hier ne nieuwe generaal aangesteld is . Bizar is het feit dat het een vriendje van de verjaagde ex-premier Thaksin blijkt te zijn. Ze zaten samen in klas 10 in de kadettenschool. Maar hij zou ‘s lands belangen voor zen vriendschap met Thaksin plaatsen…
Verder ook nog een hoop gespeculeer over de vliegtuigcrash in Phuket natuurlijk. Er wordt een schuldige gezocht. Zij die het windsysteem beheren rond de luchthaven ?
De piloot ?
Of waarschijnlijk toch het weer ?
Maar dan kan je je afvragen … hoe kan “het weer” de schuldige zijn. Het weer “is” er toch gewoon. De schuldige is dan toch diegene die beslist om het toestel in die omstandigheden te laten landen, niet dan ?

Vrijdag 21 september 2007: Chachoengsao – Ban Kon Khluang
Heel optimistisch had ik men alarm gezet om 6u45 deze ochtend.  Ik had weer reisverhaaltjes van andere fietsers gelezen, en die lijken zonder uitzondering allemaal rond zes uur ‘s ochtends op de fiets te springen, dus ik voelde me weer een beetje schuldig.  Dat schuldgevoel verdween heel snel zo vroeg op de ochtend.  Ik drukte het alarm af en draaide me nog eens om.   Uiteindelijk deed ik toch nog een efforeke en stond twee uur later paraat.  Ik reed eerst naar het restaurantje “Diso”.  Dat was zo ongeveer het enige in de stad dat met zoveel woorden in Westers schrift aankondigde wat voor business ze deden.  Een menukaart in het Engels hadden ze niet (geef ze eens ongelijk, de hoeveelste farang zou ik ook geweest zijn die daar binnenkwam ?) maar toch slaagde ik erin een kopje koffie en een westers ontbijt te bestellen met toast, een eike, spek en wat groen.  Zo vroeg op de ochtend verkies ik dat toch nog steeds boven het Thaise eten.  Wanneer ik na elf uur aan de dag begin ben ik meestal wel klaar om meteen in de lokale keuken te vliegen.

Ik maak nog een praatje met nen Thai die aan zen Mini Coopertje stond te sleutelen en dan is het tijd to hit the road.
Ik rij Chachoengsao uit via weg 3200 richting Bang Nam Prieo.  Ik stop nog bij twee tempels, Wat U-Phaiphatikaram en de Chinese Wat Chinprachasamosorn.
De 3200 is een grotere weg als verwacht maar met een goede, brede fietsstrook.  Onderweg fiets ik voortdurend tussen rijstvelden vol water en Thaise reigers die er duchtig op los pikken.
Enkele tientallen kilometer buiten Chachoengsao zie ik plots een enorme gouden stupa uit de velden oprijzen.  Hij is nog volop in aanbouw en wordt gebouwd om een relikwie van de Buddha in onder te brengen.  Waarschijnlijk een haartje of een splinter van een bot of zo, maar dat heb ik niet begrepen.

S6006487

S6006489

In Bang Nam Prieo volg ik de pijlen richting Prachin Buri via weg 3481.  Dit blijkt een nieuwe weg te zijn die om het dorp heenloopt.  Later ontdek ik dat als je het dorp in zou rijden,  je een beetje verderop ook op deze 3481 uitkomt en een paar kilometer zou uitsparen.

Wat voelt het fantastisch om weer op de fiets te zitten.    De Thais die ik tegenkom in deze landelijke gebieden zijn zonder uitzondering weer superenthousiast wanneer ze je op je fietsje zien, roepen hello, steken hun duim omhoog, salueren en geven je hun breedste glimlach.  De echte Thaise lach, niet de geforceerde toeristenlach die je op zoveel andere plaatsen te verwerken krijgt.

Juist voor Ban Sang zie ik een vrouw volop tekeer gaan in haar wok.  Haar creatie is zo pikant dat het bij het voorbijrijden al op je adem pakt.
Ik parkeer men chakayan en eet een superheerlijke lunch voor 50 Baht bij haar.
Juist voor Prachin Buri draai ik even weg 319 op en dan gelijk weer rechtsaf naar het centrum.  Ik kom niets interessants tegen in het stadje.  Via weg 320 rij ik naar het grote ronde punt, 8 kilometer ten noorden van de stad aan highway 33.  Die volg ik nog eens zo’n 8 kilometer tot in het onbeduidene dorpje Ban Kon Khluang waar ik in de Palm garden Lodge verblijf (check hun mooie website !).

S6006493

S6006494

S6006499

S6006502

S6006509

Ik ben nu aan de zuidelijke grens van het Khao Yai National Park, met 2.168 km2 het grootste en oudste van Thailand.  Hier zal ik van zuid naar noord dwars doorheen rijden.  Ik weet niet of ik daar momenteel klaar voor ben want daar moet serieus wat voor geklommen worden en de zes weken af de fiets hebben hun tol geëist.  Vele extra kilo’s en de conditie lijkt ook verdwenen.  De honderd kilometer rit van vandaag heb ik toch afgewerkt tegen gemiddeld 21 km/u, zonder daar naartoe gewerkt te hebben, dus dat kan toch een hoopvol teken zijn.

Ik zie hier op de Thaise tv dat de Birmaanse monniken hun protest blijven volhouden.  Goed zo jongens.
Maar euh …. indien Birma niet Birma was, zou de Westerse wereld dit dan niet zien als een noodkreet van een bevolking die om “democratie” roept en waar “wij” dringend tussenbeide dienen te komen ?
Tsja … het land is al leeg geplunderd he….

En de Mourinho ?  Zou die niet stilletjes hopen dat de Portugese bond Scolari ontslaat en azen op de job van bondscoach ?
Verder is in Cambodia (eindelijk) ook Rode Khmer leider Nuon Chea alias Brother number 2 opgepakt, de grote vertrouweling van Pol Pot.  Zen zoon was verontwaardigd want zijne papa zou een engeltje geweest zijn dat niets te maken had met het uitroeien van een kwart van de Cambodianen en het is een schandaal dat zo nen brave, onschuldige mens moet boeten voor andermans fouten.  Dat ze dieë ook maar snel oppakken en in de vergeetput gooien; gevaarlijk typeke denk ik.
Mooi woord trouwens “vergeetput”.

Zaterdag 22 september 2007: Ban Kon Khluang
Ik blijf een dagje in de Palm Garden Lodge, werk de website en beetje bij in het internetcafeetje om de hoek en maak ook en fietstochtje in de omgeving. Ik fiets een kilometertje of vijf terug richting het ronde punt en sla daar af naar het Chakraphong Reservoir. Een grote plas water met hier en daar wat bamboo stalletjes waar je kan eten. Ik volg ook even de pijlen naar de Khao Ito Bike Club. Daar zaten en paar Thais aan fietsen te sleutelen (allemaal Treks met Xt-uitrusting ! Hier kan je wellicht terecht voor een noodreparatie) maar geen van hen sprak een woord Engels.
Ik kreeg wel een glas water.
Dan maar een stukje terugfietsen en naar de Khao Ito waterval. Juist voor de weg stopt moet je even de afslag naar rechts nemen, dan kom je op de (grote) parking met veel eetkraampjes. En Thais die daar gretig gebruik van maken. Ze zijn allemaal weer super opgewonden natuurlijk omdat er een falang op en fiets aankomt gereden en iedereen nodigt me uit om mee te eten en te drinken (wat ik vriendelijk afsla). Ik neem wat foto’s van hen en de waterval, loop een stukje naar beneden en fiets terug naar men guesthouse.

S6006516

Zondag 23 september 2007: Ban Kon Khluang – Pak Chong
Ik hoef niet over de drukke baan terug naar het ronde punt om naar het Khao Yai Park te gaan. Via weggetje 2031 en 2020 kom ik ook uit op de weg 3077 die dwars door het park gaat. Vlak na de park entrance (400 Baht) begint ik geleidelijk te klimmen. Na een goeie tien kilometer maak ik een eerste stop aan de Than Rattana waterval, niet echt indrukwekkend, maar wel goed als je even in het lauwe, snelstromende water wil gaan liggen. Ik ben eigenlijk zo nerveus als wat wanneer ik naar de waterval wandel door de natte bladeren. In de Palm Garden Lodge hebben ze me tot vervelends toe gewaarschuwd voor de bloedzuigers in het park, en ook op vele websites las ik keer op keer dat bezoekers ermee geconfronteerd werden. In men fantasie zie ik ze nu al in grote getale rechtop zitten wachten op me, klaar om tegen men benen te springen. En dan begin je ook vanalles te voelen he !
Best zorgen voor gesloten schoenen dus als je hierheen komt, en voor lange kousen en lange broek als je echt van de weg afwilt.

Ik fiets maar snel verder. Omhoog en omhoog, maar het valt best mee. Meestal tegen een procentje of zeven / acht met uitschieters naar elf en een enkele keer nog meerdere procent, maar dat zijn korte stukjes.

S6006530

S6006531

Een beetje later stop ik bij de Heaw Nerok waterval. Die staat tegenwoordig in elke reisgids want beroemd wegens te zien in de film “The Beach”. Die heb ik zelf nooit gezien, wel het boek gelezen. Vanaf de parking is het een kilometertje wandelen naar de waterval. Heel veel trappen naar beneden. De waterval is oke, maar niet ‘onvergetelijk’. Wanneer ik al trapjes terug naar boven gelopen ben krijg ik even een heuse kramp. De benen voelen heel vreemd aan. Waarschijnlijk is het een hele andere beweging voor de spieren, zo vlak na dat bergop fietsen. ‘t Is al gauw weer voorbij.
Van al dat water heb ik wel een reuzenhonger gekregen. Gelukkig ben ik in een Nationaal Park Thaise stijl, wat wil zeggen dat er op de parking ook een simpel restaurantje is, waar je wel heerlijk kan eten, en de watervoorraad aanvullen.
Ik kom enkele keren dezelfde Thaise familie tegen voor en na de waterval. Ze zitten met een stuk of zes vooraan in de pick-up truck en de kinderen zitten achteraan in de laadbak. Ze zijn altijd heel enthousiast en zullen die farang op zen fietsje wel tingtong maakmaak vinden.
Ik blijf maar klimmen. Ondertussen is de temperatuur al gezakt van 32 graden deze ochtend naar 26 graden nu. Plots hoor ik gekraak in de dichte jungle rechts van de weg. Een olifant kijkt naar me en zet het met nog meer gekraak van brekende jonge boompjes op een lopen. Dat is toch weer het fantastische van op je fietsje door zo een park te rijden, je moet de beesten eerst horen, en dan zie je ze pas. De mensen die me in hun auto voorbijrijden missen dat allemaal. Gelukkig liep die olifant naar de andere kant en kwam hij niet achter mij aan, anders was het voor de andere toeristen weer wel een leuk spektakelstuk geweest natuurlijk.

Ik kom ook wat apen tegen op de weg, maar die zijn heel vriendelijk, verre van agressief.
Tientallen kilometers verderop zie ik plots een plakkaat staan voor mensen die uit de andere richting komen waarop gewaarschuwd wordt voor wilde olifanten.
Rond één uur arriveer ik aan het visitor centre. Voor ik daar een kijkje ga nemen ga ik voor de derde keer eten vandaag. Thaise noodles met garnalen, een plateauke groentjes en een Thaise ommelet. Het visitor centre zelf stelt weinig voor. Het fietsen door deze jungle is vele interessanter.
Indien je in het park wil logeren moet je dat hier regelen.
Ze hebben bungalows (vanaf 800 Baht), of je kan een tentje huren (150 Baht).

Aanvankelijk wilde ik dat doen. Zo een keertje kamperen tussen de Thais leek me wel wat, maar van al dat klimmen met de fiets moet ik altijd een kakske gaan doen, en ik heb geen goed oog in de hygiëne van zo’n Thaise camping-wc (later zal blijken dat dat allemaal dik in orde is).
Negen van de tien is dat dan ook nog zo een om op je hurken te gaan zitten en ik kan dat niet. Ik beslis om dan maar gelijk door te rijden naar de bestemming van morgen, het stadje Pak Chong. Daar hebben ze ongetwijfeld een normale wc.

Ik blijf nog even klimmen, krijg af en toe gezelschap van wat apen en passeer dan een bordje waarop staat dat ik de zone van de tijgers inrij. Nu zouden er nog maar drie exemplaren van rondlopen in het Khao Yai Park dus ik zou al heel veel geluk moeten hebben om er daar eentje van tegen te komen. Het hoogste punt bereik ik een tiental km voorbij het visitor centre, 800 m. Hier heeft op vele plaatsen de dichte jungle plaats gemaakt voor grasvlakte, blijkbaar het leefgebied van de tijger.

De afdaling richting Pakchong is veel steiler dan de klim vanuit Prachin Buri. Het is ook een lange afdaling, terwijl het aan de andere kant altijd klimmen was, een beetje dalen, weer wat meer klimmen, dalen, etc …
In die afdaling kom ik Tanate tegen, een Thai die parttime in het park werkt en elke dag op zen racefietsje deze beklimming doet. Toffe gast. Hij geeft zen telefoonnummer en laat me beloven dat ik hem zeker bel met eender welk probleem ik heb eender waar in Thailand.

S6006535
Olifantendrol

S6006536

S6006547

S6006559

Juist voor ik het park uitfiets bezoek ik nog even het kleine Chao Poh Khao Yai Spirit House.
Zoals bij vele tempels hebben ze hier afbeeldingen van Singha’s, tijgers, herten, schildpadden enz … maar hier staat het ook vol … zebra’s

Ik snap niet goed waarom want dat is volgens mij toch een dier dat enkel in Afrika voorkomt. Misschien ook niet natuurlijk.
Als je hier komt fietsen; hou je bevoorrading in het oog. Enkele kilometer voor de ingang van het park kan je water kopen, maar dan is het wachten tot je aan de Heaw Nerok waterval bent (waar je dus ook kan eten). De tweede bevoorradingsmogelijkheid is aan het visitorcentre (met uitstekende eetstalletjes) en daarna is het wachten tot na de uitgang van het park.
Juist voor ik Pak Chong binnenfiets begint het te stortregenen. No problem, ik vind een bankje onder een afdakje om de bui uit te zitten. Het Phubade hotel in de stad trekt op niets. Oud en geen westerse wc. Anderhalve kilometer terug had ik een pijl gezien naar Happiness Guesthouse. Airco en en westerse toilet, maar voor de rest niets bijzonders. Ik neem nog en kijkje bij de night market en ga en stukje eten in een openlucht restaurant waar ik live de wedstrijd Az-Ajax kan volgen.

S6006564

S6006566

S6006567

S6006568

S6006573

S6006575

Maandag 24 september 2007: Pak Chong – 10 km ten zuiden van Tha Luang
Indien je ook Pak Chong wil verlaten via de rustige weg 2243 moet je aan de eerste stoplichten voorbij de pijl naar het Happiness Guesthouse linksaf. Je rijdt al snel de spoorweg over en je gaat onmiddellijk naar rechts, en dan kom je al snel op de 2243. Wat ik niet verwachtte was een wel heel steile klim. Ik zwoeg mezelf naar boven maar van dan af is het klimmen achter de rug voor vandaag en is het enkel de enorme hitte die parten speelt.
In deze regio wordt opvallend veel maïs gekweekt.
Ik wilde naar Tha Luang fietsen, langs het meer in de Mae Nam Pa Sak rivier. De afslag naar weg 2282 kwam ik echter nooit tegen. Waarschijnlijk heeft die hier nog een regionale nr vierduizend-en-nog-wat.  Het was weeral even geleden maar vandaag was het weer even verschieten van een dikke vette slang.  Een zwarte, de dikte van je pols en toch ongeveer 2,5 meter lang.  Razendsnel kronkelde ze vlak voor me de weg over.   Ook zag ik nog maar eens een accident.  Twee brommers die aangereden waren door een auto.  De ene Thaise man, een jaar of zestig, zen gezicht lag helemaal open.  Rood  vlees, maar hij stond alweer recht, hoewel hij niet goed besefte waar hij was denk ik.  De andere man van dezelfde leeftijd lag nog op de grond.  Bloedend uit zen hoofd en ledematen.  Het enige wat bij hem nog bewoog waren zen ogen en ik zag precies ook even wat vingers bewegen.  Voor de rest niets.  Al gauw stonden er heel wat toeschouwers het tafereel te bekijken.  En maar lachen dat ze deden.
Thais vinden alles grappig.  Ik betwijfel of die vent die daar op het asfalt lag het allemaal zo grappig vond.  Eigenlijk keek er niemand naar hem om.  Iedereen stond wat gezellig met mekaar te kletsen, af en toe wees er eens eentje naar die vent op de grond als hij bewoog, lachend natuurlijk, maar iets doen …. nope.  Ik ook niet trouwens.   Wie zou mij verstaan ?    Ik bleef verder fietsen op de 243 tot in Hua Lam waar ik weg 2256 opdraai naar het westen tot in Tha Luang. Hier blijken geen overnachtingsmogelijkheden te zijn maar met wat locale hulp kom ik terecht in een home stay, zo’n 10 kilometer naar het zuiden.

S6006577
Plantage met een soort cactussen waar het dragonfruit aan groeit

Dinsdag 25 september 2007: Tha Luang
Vandaag doe ik het rustig aan een bezoek enkel de Wang Kan Luang waterval en het meer. Geen toeristen hier, wel een boel Thai die hier verkoeling komen zoeken in het water en veel eten en (Thaise whisky) drinken.

S6006586
Wang Kan Luang waterval

S6006594
Het meer in de Mae Nam Pa Sak rivier

Woensdag 26 september 2007: Tha Luang – Lopburi (bus)
Ik ga met de bus naar Lopburi. Dit moet na Bangkok, Ayuthaya, Kamphaeng Phet, Sukhothai en Si Satchanalai de enige tempelstad zijn die ik nog niet bezocht heb. Ok, Lampang ook nog. Met een oud groen busje tuf ik in twee uurtjes naar Lopburi door een heel mooi landschap. Karstbergen en dat soort dingen. Het oude stadsdeel van Lopburi is overigens meer bekend vanwege zen massaal aanwezige apen dan om zen tempels. En ze zijn inderdaad overal. De apen zijn ook niet verlegen en je moet je tassen en spullen stevig vasthouden of ze zijn er me weg. Ik bezoek in de namiddag Phra Narai Ratchaniwet (het Paleis van koning Narai en het museum) en de Prang Sam Yod, een voormalige hindu tempel die later en Buddhistische tempel werd. Heel veel apen hier, en dit is zowat het symbool van Lopburi. Lopburi heeft ook een heel toffe avondmarkt vlakbij het Nett Hotel waar ik logeer.

S6006625

S6006632

S6006633

S6006645
Yooo, ik ben den baas vant spel hier !

S6006652

S6006657
Mama, mama, die falang komt hierheen…

S6006665
Hee Herman, die falang wil een foto van je maken…

S6006667
Haal dan toch die vinger uit je mond man !

S6006668
Kijk nou hoe je op die foto staat, dommerik …

S6006669
Prang Sam Yod tempel

Donderdag 27 september 2007: Lopburi – Tha Luang (bus)
Vandaag loop ik even langs Wat Phra Si Maha That, de oudste tempel van de stad. Daarna wandel ik naar de Wat Sao Thong Thong met zen enorme Buddha beeld, de City Pilar Shrine en San Phra Karn. Om 17u10 neem ik de (laatste) bus terug naar Tha Luang. Indien je moet kiezen om ofwel Lopburi ofwel Ayuthaya te bezoeken, dan is Ayuthaya met voorsprong veel interessanter.

S6006691

S6006692

S6006698

S6006709

S6006711

S6006719

Vrijdag 28 september 2007: 10 km ten zuiden van Tha Luang – Wichian Buri
Rond 3 uur vannacht is het beginnen stortregenen en het is niet meer gestopt tot 10 uur deze ochtend. Alles stond hier onder water en het is 11 uur voor ik door de plakkerige klei men fietsje van het erf kan duwen. Rijkelijk laat want ik heb een vrij lange rit voor de boeg vandaag. Ik volg weg 2089 die op men kaart langs het meer loopt, maar in de praktijk krijg je dat nooit te zien.
Juist voor Chai Badan komt de (Reise Know How) kaart weer even niet helemaal overeen met de werkelijkheid. Je moet even weg 2272 op en bij het volgende kruispunt linksaf weg 2243. Aan de kruising met de grote weg 21 kan je links naar Chai Badan (waar een hotel zou zijn – met zwembad). Ik ga even rechts en gelijk weer links weg 2275 op. In de streek rond Tha Luang en Chai Badan wordt heel veel suikerriet verbouwd, toch al iets exotischer dan de maïs verder naar het zuiden. Ik fiets in het dal van de Pa Sak rivier (die ik niet te zien krijg), met aan weerszijde een lage maar mooie bergketen. Onderweg moet ik een uurtje schuilen voor een hevige tropische bui. Ik ben inmiddels in Phetchabun provincie, een van de vele die momenteel getroffen wordt door zware overstromingen.
In Wichian Buri is een hotel met enkel Thais uithangbord (zijstraat van de hoofdstraat, 400 meter voorbij 7/1 naar links). De naam klinkt als “Misery” hotel. Zo erg is het nu ook weer niet. Ze vragen 300 Baht/nacht. Ik fiets echter het stadje uit naar het westen. Op de kaart een smal weggetje richting hoofdweg 21, in de praktijk een brede weg. Ik steek een paar keer rivier over met snelstromend bruin water die juist niet buiten haar oevers treed. Na vijf kilometer heb je aan de linkerkant van de weg het Pyiamid hotel. Betere kamers, ook voor 300 Baht. Eten doe je uitstekend in het restaurant ongeveer 1 kilometer voor het Pyiamid Hotel (“P.K.-restaurant” of zoiets).

S6006732

Zaterdag 29 september 2007: Wichian Buri – Ban Tham Nam Bang
Een uurtje vroeger dan gisteren zit ik op de fiets. Ontbijt haal ik vandaag uit de 7/eleven, men hoofd staat niet naar rijst zo vroeg op de dag. Een bus chocomelk en een zakje met drie croissants smaken echter ook heerlijk. Vanaf het ogenblik dat ik op de fiets sprong vandaag heb ik last van men lies. Nu doet het bij de fietser al wel eens vaker pijn aan de knie of aan de rug maar dan bijt je even op de tanden en zet je door. Anders had je voetballer moeten worden. Deze pijn voelt echter serieuzer. Ik moet met men hand men been optillen om men voet een beetje van positie te veranderen op men pedalen. Als dat maar goed komt.

Ik rij verder naar het noorden de stad uit. Suikerriet heeft plaats gemaakt voor uitgestrekte lichtgroene rijstvelden, vaak volledig onder water. Al gauw komt weg 2275 van rechts op mijn weg uit. Vreemd, op mijn kaart loopt die parallel met mijn witte weggetje. Op het kruispunt met de grote weg 225 ga ik rechtdoor, volgens mijn kaart zou dat het vervolg van weg 2275 moeten zijn. Er staan kilometerpalen, maar met een Thais symbool op, en geen leesbare wegnummer. Dit gebeurd vaker in Thailand op minder gebruikte wegen met oude paaltjes, dus hier maak ik me niet ongerust over.
Al gauw begin ik geleidelijk te klimmen en fiets ik tussen de heuvels. Wat is het weer warm. Ik schuil een half uurtje voor de hitte onder een afdakje en krijg gezelschap van een vriendelijke straathond. En dan maar verder klimmen. Een bult van 14%. Dan weer naar beneden. Verdekke, op mijn kaart blijf ik toch in “groen” (laag gelegen) gebied ! En dan …… een serieuze knoest voor me. Ik begin te klimmen, 7%, 9%, al gauw boven de 10% en heelder stukken tussen de 14 en 17 % !!!

Nu kan ik met bagage redelijk goed klimmen aan tot 12%, maar alles daarboven doet men hart in overdrive gaan, zeker bij tropische temperaturen van 36 graden. Tijdens zo een steile klim probeer ik ook steeds rustig door te fietsen, niet te stoppen, want dan verlies je alle moed. Maar ik moet nu wel even, men hart klopt uit men lijf. Even uitblazen onder die bakkende zon. Ik ga zitten op het asfalt, en dat is alsof je op een kookplaat gaat zitten. Maar weer fietsen dan. Van stilstand jezelf in gang krijgen bij een stijgingspercentage van 15%. Op de top kom ik weer even bij.

S6006740

Ten westen van me zou aan de andere kant van de rivier de hoofdweg 21 moeten lopen, maar ik zie helemaal geen rivier, en ook geen hoofdweg. Bergen, dat zie ik, links, rechts en voor me. Het is hier wel mooi, maar ik begin te vrezen dat er iets niet klopt. Er komt een Thai op een oud brommertje van de andere kant. Het oude Hondatje heeft de grootste moeite om boven te raken. Ik wijs naar wat voor me ligt en vraag “Phetchabun ?”.
“No” zegt de brave man, en zwaait eens met zen hand.
Met dit antwoord ben je in Thailand niet veel wijzer, want negen van de tien heeft ie dit antwoord de laatste halve minuut zitten voorbereiden toen hij me van in de verte al zag staan, en totaal gestresseerd boven kwam omdat die farang hem misschien wel een domme vraag zou gaan stellen waar hij niets van zou begrijpen (een slimme farang zou toch niet met een fiets bovenop deze berg staan; wel dan ?).
Ik begraaf men hoofd in men Reise-Know-How kaart en verras de bestuurder van een pick-up truck die enkele minuten later ten tonele verschijnt. Wegnummers, mijn uitspraak van de provinciehoofdplaats “Phetchabun”, of de in Westers schrift gedrukte naam van die plaats doen geen belletje rinkelen bij de brave man. Ik zwaai dan maar wat in de richting waar de weg heen loopt en ik meen uit zijn reactie “Chaiyaphun” te begrijpen.
Oh my Buddha, daar vreesde ik al voor, dat ik de onherbergzame leegte van die naburige provincie aan het inrijden was.
Verdekke, dan was ik toch op die weg 2275 die op mijn kaart stond terecht gekomen, en dan moet er als bij toeval daar ook een weggetje geweest zijn waar je rechtdoor kon dat niet op mijn kaart stond en dat me nu helemaal naar het noord-oosten geleid heeft. Het is de eerste keer dat ik zo serieus verkeerd ben gereden denk ik. De extreme klim lijkt wel deugd gedaan hebben aan de lies, die nog een beetje tegenwerkt, maar toch al veel minder.   Die lies kan maar beter niet teveel praatjes krijgen.

Ik moet terug naar het kruispunt met weg 225, er zit niets anders op. Men velgen staan roodgloeiend van de afdaling. Ik stop nog even om een fotootje te maken van de wegverzakking. Terug op het vlakke staat de man met zen pick-up truck op mij te wachten. Hij gebaart me voorbij te rijden en hij blijft mooi achter me rijden, helemaal tot aan het kruispunt. Hij doet me stoppen en overhandigt me een plannetje dat hij getekend heeft richting Phetchabun (wel over de grote weg 21 die ik vermijd). Hij heeft me dus toch begrepen. Inmiddels heb ik ook men fout door en wist ik wel hoe ik moest rijden natuurlijk, maar toch vriendelijk van die Thai. Ik rij naar het westen waar ik over enkele kilometer de splitsing met weg 2275 zal tegenkomen.
Wanneer ik daar na een kwartiertje aankom staat de brave man met zen pick-up truck me op te wachten en uitgebreid te zwaaien en gebaren dat ik ook hier al naar rechts kan (over de 2275 dus).
‘t Zijn toch vriendelijke mensen he 🙂

Ik geloof nooit dat ik nu nog de 70 km tot in Phetchabun kan volmaken voor het donker wordt, maar we zien wel. Onderweg eet ik een heel slecht noodle-soepje waar, denk ik, ook bloed in zit. Dat hele stuk tussen Pak Chong en Phetchabun is het trouwens armoe troef wat het eten betreft. Ik schuil ook nog even aan een benzinestationnetje voor de dagelijkse tropische bui. Ik ben echt wel moe tegen het einde van de dag. Nog 40 km te gaan en de weg begint de hele tijd op en neer te gaan. Honderd meter stijgen, honderd meter dalen (altijd tegen een procentje of 6). Op en neer, heel vermoeiend. Maar ik zal het net halen voor het donker wordt.

Tot ik 25 kilometer voor Phetchabun een mooie homestay zie aan de linkerkant van de weg. Een airconditioned kamertje voor 100 Baht en lekker eten van de gastvrouw kikkeren een mens weer helemaal op.

S6006741

Zondag 30 september: Ban Tham Nam Bang – Lom Sak (+ Khon Kaen met bus)
Weeral een uurtje vroeger, nu al om negen uur zit ik op de fiets. Ik kom al gauw voorbij de Nam Bang grot. Daar staan een paar beelden in maar mij zal de grot vooral bijblijven wegens de enorme stank van vleermuizenstront. Je moet je schoenen uitdoen om de grot in te gaan, en dus hangen ook men voeten vol. En daarmee dan weer in men sandaaltjes .. dat wordt weer een smakelijke rit.
Na een tijdje splitst weg 2275. Links gaat naat Phetchabun, rechts richting Lom Sak (wel, je komt eigenlijk 12 km ten oosten van het stadje uit). Ik fiets richting Phetchabun, dan ben ik daar ook eens geweest.

S6006748

Phetchabun is een propere stad. Ik eet een stukje, koop een bus chocomelk, bezoek Wat Mahathat en rij dan over weg 21 naar Lom Sak. Een brede, drukke weg die ze nog breder aan het maken zijn. Een vervelende 40 kilometer dus. Tijdens vervelende kilometers begint een mens altijd over vanalles na te denken. Ik had eigenlijk helemaal geen zin om over weg 12, waarvan ik vermoed dat ie ook druk is, naar Chum Phae en Khong Kaen te fietsen. En oké, ik zag ook op tegen de klim die me daar te wachten stond. Dus dacht ik “als ik nu morgen de bus eens neem naar Khong Kaen”. En toen dacht ik “als ik nu eens gelijk de bus neem naar Khong Kaen, dan moet ik nu geen hotel zoeken in Lom Sak.
Ik moest wel anderhalf uur wachten in het busstation, maar om 16u30 kon ik dan toch de bus op.
Van op de bus zie ik geen overnachtingsmogelijkheden daar waar weg 2275 op weg 12 uitkomt maar op internet vond ik het “Phet Guesthouse, km 12 on the Lom Sak – Chum Phae road, tel. 056.70.12.63)
Het is inderdaad een serieuze klim door het Nam Nao National Park. Wel mooi (hou je watervoorraad op pijl; bijna boven zijn er wel kraampjes !!!).

Vier uur later arriveer ik in een (donker) Khon Kaen en fiets wat rond op zoek naar een hotel.
‘s Avonds vind ik nog een tof cafeetje om een pintje te gaan drinken.
Khon Kaen is Thailands vierde stad, maar veel is hier niet te zien.
Het waren hier vandaag trouwens verkiezingen.  Op dat vlak is Thailand nog erger dan België.  Elke keer ik hier kom zijn het verkiezingen.  Nu was het voor de nieuwe village head.

Maandag 1 oktober 2007: Khon Kaen
Ik doe eigenlijk niks vandaag.
De was laat ik doen. 73 Baht voor 4 t-shirts, 1 lange broek, 1 zwemshort, 1 koersbroek, 2 boxershorts, 1 paar kousen en een klakse. Daar kunde zelf gene hele midag voor in de poembak staan wrijven he. Ik heb een leuk restaurantje gevonden waar ik een lekker vegetarisch currietje eet. Dat deed deugd na 3 keer per dag kip de laatste week.
Geel is de kleur van het koningshuis hier in Thailand en normaal loopt de helft van de Thais in een geel t-shirtje rond, maar elke maandag loopt dat weer op tot 90% van de bevolking. “Because King he have happy birthday on Monday”, zeggen ze dan. Of ze dan elk jaar van dag veranderen om massaal die gele t-shirts aan te trekken, of dat ze nu willen zeggen dat hij op een maandag geboren is, dat moet nog onderzocht worden. Ik vermoed het laatste, dat is nogal belangrijk in het Buddhisme.

Dinsdag 2 oktober 2007: Khon Kaen
Ik ga ontbijten in hetzelfde restaurantje. Een vegetarische omelet Thai style met rijst en een spuitwaterke (Spa-rood voor de Noorderburen). Daarna wandel ik maar eens naar het TAT-kantoor (toeristische dienst). Ik krijg weer heel wat info van een vriendelijke madam en plots lijkt Khon Kaen vol attracties te staan. Ik bedank voor het National Museum en het Khon Kaen City Museum. Ik heb even geen zin om naar oude wapens en scherven te kijken. Eerst maar eens gaan lunchen in het Vietnamese restaurantje aan de Klang Muang Road. Hier kan ik de spicy garnalensoep van harte aanbevelen. Daarna neem ik de fiets naar het Bueng Kaen Nakhon, een meer in het zuiden van de stad.
Mijn folderke zegt het volgende hierover: “The shady park around the lake decorated with sculptures always helps people to relax and enjoy recreational activities”. Dat moet dus wel de moeite zijn.
Ik rij eerst langs een paar tempels, de Wat Phra Tat, gebouwd door de eerste gouverneur van Khon Kaen in 1789. daarna Wat Klang Muang Kao en als laatste de heel indrukwekkende Wat Nong Wang. De negen verdiepingen tellende Phra Mahathat Kaen Nakhon stupa is de belangrijkste bezienswaardigheid in deze tempel. Deze is gebouwd naar aanleiding van de vijftigste verjaardag dat Koning Bhumibol op de troon zat en de tweehonderdste verjaardag van de stad Khon Kaen. Nu wil Buddha dat juist de pillen in mijn kodakse op zijn wanneer ik aan deze tempel ben. Nu heb ik geen andere keuze dan morgen nog een dagje ‘Khon Kaenen’ en terug te komen.

S6006753

S6006763

S6006765

S6006772

S6006777

S6006785

Aan de rechterbovenkant van het meer staat een klein stadionnetje waar het vanaf zes uur weer volop aerobic is voor de locals. Men batterijen persen er nog een laatste fotootje uit.
Rond het meer en aan het einde van de Lang Muang Road zijn een heleboel cafeetjes en restaurantjes waar het nu heel gezellig is en ik snel heen ga.

S6006790

Woensdag 3 oktober 2007: Khon Kaen
Rond half elf wandel ik met men fietsje de trap van het hotel af, langs de receptie naar buiten. Die Thais weer lachen natuurlijk. Die falang met zen fiets op zijn kamer.
Het begint gelijk te regenen. Ik fiets snel naar men restaurantje. Al gauw valt het met bakken uit de hemel. Rond 14 uur mindert het een beetje en wandel ik met de fiets terug naar men hotel. Ik rijd maar niet anders heb ik weer een t-shirt vol vuile modderspatten op men rug. De fiets gaat terug op de kamer, en ik wandel dan maar naar het internetcafetje op het hoekje.

Aangezien het maar niet stopt met regenen breng ik de dag hier door. Oude videoclipjes bekijken op YouTube. Ook speurtochten naar Van Rossem of Chris & Co leveren grappig beeldmateriaal op. Zo geraak ik natuurlijk niet opnieuw bij die tempel.

Donderdag 4 oktober 2007: Khon Kaen
Het heeft de hele nacht geregend, de hele voormiddag, en nu … nu regent het harder. Man, man, dat zal weer en boel overstromingen geven hier in de regio.
Nu, voor mezelf geen problem, ik kom de dag wel door. Ik heb restaurantjes in de omgeveing, elke dag de Bangkok Post en genoeg boekjes om te lezen. En dwaze dingen om te bekijken op YouTube. Die tempel zal er vandaag opnieuw bij inschieten. Maybe tomorrow.

Na zo dagen achtereen de Bangkok Post te lezen besef je weer wat voor een puinhoop het hier eigenlijk toch wel is. Tien bommen ontploft de voorbije dagen in Zuid-Thailand, het ene hoofd van de politie dat het andere vervangt, de generaal die de militaire coup op poten zette moest op pensioen (61 jaar) en wordt dan maar Depute Prime Minister (niet om zich vast te klampen aan de macht, maar in het belang van het land).
Zowat alle andere ministers zijn moeten aftreden omdat een of andere instantie die instaat voor fraude onderzoek e.d. ontdekte dat ze allemaal teveel aandelen hadden in prive-firma’s (meer dan 5%). Dan krijgt die instantie op zen donder dat er zo niet geregeerd kan worden en ze zo de goede werking van het land in het gedrang brengen.
Er is ook weer en bom ontploft in Bangkok ergens aan een of ander militair hoofdkwartier. Iemand had een verdacht pakket gezien en terwijl twee mannen dat probeerden onschadelijk te maken ontplofte het. Een is er zo goed als doof, de andere is een hand kwijt. Ze hebben wel een ruiker bloemen van de koning gekregen.

Verder staat ook de “bio clinic case” al dagen op de voorpagina. Hier deden enkele beenhouwers aan plastische chirurgie zonder de nodige diploma’s en gebruikten ze verboden Chinese middelen. Meerdere keren liep het mis en een vrouw die hen dagvaardde is nu in opdracht van de hoofddokter voor haar huis doodgeschoten. Haar zoon zet nu het proces verder. Ze blijken al meerdere ex-klanten met klachten vermoord te hebben.
En dan de Burma-case natuurlijk. De huidige Thaise regering zegt er niet veel over. Hoe kunnen ze ook. De ene militaire junta kan moeilijk de andere veroordelen he. De kranten beginnen wel kritiek te spuien op het uitblijven van een krachtdadige houding van de regering. Die regering legt enkel verklaringen af dat ze hopen dat de huidige onlusten de grenshandel niet in gevaar zullen brengen en ze hopen dat er niet teveel Birmaanse vluchtelingen naar Thailand zullen komen (die desnoods met geweld terug de grens over gezet zullen worden).
Maar goed, wat doet het Westen ?
Niet veel meer zeker ?

De Amerikanen blijken plots verontwaardigt door wat het Birmaanse volk wordt aangedaan. Waarom zijn ze pas verontwaardigd na 45 jaar ?
Dat die Amerikanen zich maar niet moeien of ‘t is weer om zeep .
De UN ?
Tsssss, die zenden nen afgevaardigde met een Samsonite-kofferke naar hier, die dagen moet wachten eer hij met het leger kan praten. Den Ahmadinedjad zou die van de UN eens moeten laten wachten. Dan gooiden ze al lang bommen op zen hoofd.
En de Eu …. die gaan economische sancties afkondigen. Burma heeft al een economie die zo sterk is als die van Nieuwmoer-Kalmthout, wat ga je daar nog aan prutsen ? Dat zal indruk maken op die militairen.
De Asean waar Burma toe behoort wil ze uit hun organisatie zetten. Nounou, wat een staaltje van lef. Dat is ne stylo en een lat pakken en en streepje door hun naam zetten; ook daar zullen ze van wakker liggen (weeral minder verantwoording dat ze moeten afleggen).

Zou dit niet HET moment zijn voor de EU om en keertje aan de wereld te tonen dat ze ook wat betekenen en en crisis kunnen (helpen) oplossen ?
Laat Angela Merkel daar maar eens over nadenken die zal dat wel goed doen, en hou die Amerikanenpoeper van een Sarkozy even buitenspel.
Als ze in Burma investeren wat er in een week in Irak doorgedraaid wordt is dat hier opgelost. Stuur vijfhonderd zwaar bewapende militairen (wat serieuze gasten, Duitsers en Scandinaven bijvoorbeeld) en laat hen recht naar hun junglehoofdstad Naypyidaw rijden en die militaire oppakken, neem ze mee het land uit en steek ze ergens in Noord-Noorwegen in een onverwarmde gevangenis met enkel en pleiteke in afwachting van hun proces. Als er al een Birmaanse militair durft reageren bij het zien van zwaar bewapende Westerse troepen maak je meteen duidelijk dat dat niet het kleverste is wat ze kunnen doen en er zal niet veel weerstand zijn denk ik.
Maar ja, en beetje daadkracht .. Europa …. hallo ?
In Burma schreeuwt een bevolking letterlijk en vreedzaam om democratie en verdwijnt het na en week in de rest van de wereld van de voorpagina’s en doen we niets.
In andere landen waar ik nooit zo een duidelijke kreet hoorde wordt er onder het mom van een hoop leugens heel wat daadkrachtiger (krachtdadiger ? – mijn Vlaams is om zeep) opgetreden. Zou Guyke Verhofstadt eens niet kunnen tonen dat em ne vent is zolang hij nog Premier is bij ons en dat boeltje in gang zetten. Angela springt wel op de kar hoor.

Vrijdag 5 oktober 25007: Khon Kaen – Maha Sarakham
Eindelijk …… het is gestopt met regenen. Ik fiets eerst even langs de bakker. Het klinkt allemaal zo eenvoudig he, maar echt, er was er eentje hier in Khon Kaen waar ik koffiekoeken, worstebroodjes en cakejes kon kopen.
Dan gaat het eerst terug naar de Phra Mahathat Kaen Nakhon Stupa. Hier blijf ik uiteindelijk toch twee uurtjes rondhangen. Een magnifiek ding is het, en je kan hem helemaal beklimmen tot op het negende verdiep. Op het gelijkvloers en het eerste verdiep heb je mooi muurschilderingen. Ik denk dat ze gaan over het ontstaan van de stad. Er zijn er enkele grappige bij.
Ik ben geen grote liefhebber van houtsnijwerk en al dat gedoe, maar wat ze hier gepresteerd hebben is toch echt wel de moeite. Als je hier bent moet je echt goed naar de luiken voor de ramen en naar de deuren kijken. Op sommige verdiepingen zijn ze beschilderd, op andere dus houtsnijwerk, maar heel knap. Vanop de top heb je een mooi uitzicht op de wijde omgeving.

S6006801

S6006802

S6006808

S6006815

S6006820

S6006823

S6006824

https://www.flickr.com/photos/149995316@N07/31818880412/in/album-72157676845033081/

Rond de middag verlaat ik Khon Kaen over Highway 2 die ik volg tot enkele kilometers buiten de stad. In het dorpje Tha Phra sla ik links af weg 208 op. Ter hoogte van de Khon Kaen Brewery waar ze blijkbaar Singha bier maken staat de weg volledig onder water. Een Thai is er volop in de weer met zen visnet. Zouden de vissen hier samen met de regen uit de hemel vallen ?
Ik kom nog meer overstroomde gebieden tegen, het is echt erg. Op sommige plaatsen is door de stroming heelder stukken weg weggeslagen.
Ik heb weer een gelukje met de regen. De tropische bui barst los juist als ik Kosum Phisai binnenfiets. Hier vind ik gemakkelijk een goede schuilplaats om de bui uit te zitten en iets te drinken. Het zou me niets verbazen als je hier zelfs slaapgelegenheid zou kunnen vinden.
Gelukkig duurt de bui slechts anderhalf uur en geen twee dagen zoals de vorige. In Maha Sarakham is het even moeilijk om een hotel te vinden maar uiteindelijk vind ik iets. Er zijn trouwens ook enkele resorts voor je de stad in komt. Een eerst 16,5 km voor de stad, dat leek het nieuwste. Ik heb er de volgende vijf kilometer nog minstens drie andere gezien.  De rit van vandaag had eigenlijk niets speciaals te bieden.  Weg 208 was veel drukker als verwacht.
Maha Sarakham wordt in de foldertjes het intellectuele centrum van de Isaan genoemd. Het staat hier ook vol universiteitsgebouwen. Toeristen zien ze hier bijna nooit denk ik.

Zaterdag 6 oktober 2007: Maha Sarakham
Ik blijf een dagje in de provinciehoofdstad om …. ja om wat eigenlijk ?
De hele stad heb ik twee maal doorgefietst maar er is dus niets te zien hier. Voor andere fietsers die hier terechtkomen heb ik wel veel betere accommodatie gevonden dan het Soontorn Hotel waar ik slaap.
Wanneer je de stad infietst komende vanuit Khon Kaen fiets je door tot aan het ronde punt met de klokkentoren. Daar sla je links af en neem je de derde (denk ik toch, tis de straat voorbij de 7/eleven) straat opnieuw links. Deze maakt even een paar rare bochten en dan heb je na grofweg 500 meter aan je rechterkant een zijstraatje, en een bord waar je tussen het Thaise schrift de letters ‘O.K.’ en ‘tv 20” ‘ op kunt lezen. Draai hier in en al gauw kom je bij enkele mooie bungalowtjes terecht.
Dank u, Koen.

Ik ga maar eens naar de car wash. Drie Thaise jongens houden zich bezig met men fiets. Al het vuil van de voorbije week eraf. Ook weer een boel verf eraf want ze zetten die fiets dan tegen een blok beton, dan maar wrijven en spuiten met die hogedrukspuit, die fiets schuift weg, en maar lachen ….. tsja.
Een keertje naar de coiffeur dan maar, dat was ook weeral een tijdje geleden, en wees nu eerlijk, wanneer krijgt een mens nog eens de kans om zen haar te laten knippen in Maha Sarakhan ? Er wordt veel gepraat over globalisering tegenwoordig, maar iets wat al decennia lang geglobaliseerd is zijn mannelijke coiffeurs. Ik kwam er ook bij eentje terecht. Die jongen die mijn haar zou gaan knippen was nog ok, maar dieen uitbater …… een vrouwenkapsel, een koljeeke, en dan vooral die manierkes en die manier van praten he. Handje in de zij natuurlijk, en met dat andere losse polleke maar zwaaien terwijl ie zen uitleg deed. Hij was wel de enige in de zaak die wat Engels sprak. Natuurlijk ontbrak de bruine poedel met krullekes ook niet.

Zondag 7 oktober 2007: Maha Sarakham – Roi Et
Op het ogenblik dat ik men kop buitensteek begint het te regenen. Ik duik snel een 7/eleven binnen en koop een chocomelk en een stuk chocolade maar eens dat weggewerkt is regent het nog steeds. Ik besluit maar om gewoon door te fietsen. Over weg 23, het verlengde van de weg 208 waar ik eergisteren op reed is het een dikke 40 kilometer naar Roi Et. Het is even druk als het vorige stuk, het blijft regenen en onderweg is er niets te zien. Rond de middag arriveer ik echter wel in Roi Et, en daar droomde ik nu al men hele leven van.
De stad is gebouwd rond een kunstmatig meer met een eiland in. Hierin ligt een eiland met de city shrine, verschillende sportvelden, een ‘mini-zoo’ met stenen dieren en een grote gouden staande Buddha. De echt grote staande Buddha waarvoor je naar Roi Et komt, die vind je echter een beetje verderop in de Wat Buraphaphiram. Hier bevindt zich de grootste staande Buddha van Thailand, 67,85 meter hoog. Indien je het platform waar hij opstaat niet meetelt zou hij nog altijd 59,20 meter hoog zijn. Vroeger kon je via trappen aan de achterzijde van de Buddha tot net onder zen kont klimmen en had je een mooi uitzicht op de omgeving maar wegens restauratiewerken is dit momenteel niet mogelijk.

De hotelletjes in de stad, in de omgeving van het meer zijn stuk voor stuk niet aan te bevelen.
Fiets je echter een klein kilometertje de stad uit richting Yasothon kom je juist over de rivier aan je rechterkant het Saketnakorn Hotel tegen (het vroegere Petcharat), waar je voor 400 Baht een uitstekende kamer krijgt en nog steeds op wandelafstand van het centrum zit.

S6006868

S6006883

S6006886

S6006890

Maandag 8 oktober 2007: Roi Et – Phayakkhaphum Phisai
Vandaag neem ik weer kleinere wegen (op de kaart althans); de 2045 die zuidwestelijk naar Phayakkhaphum Phisai loopt. Langs deze weg vind je op twee en op twaalf kilometer buiten Roi Et nog een mooi resort. Er valt niet veel speciaals te zien onderweg. De omgeving is plat, de velden staan vol rijst. De enige opwinding onderweg zijn twee olifanten met mahout en af en toe wat waterbuffels. Ik fiets door het grotere plaatsje Wapi Pathum dat enkel vermeldenswaardig is omwille van zen leuke naam.

Het was vandaag een beetje op goed geluk fietsen. Ik heb ondanks wat zoekwerk nergens informatie kunnen vinden over overnachtingsmogelijkheden tussen Roi Et en Phimai. Daardoor sla ik een bezoekje aan de naar verluid mooie pagoda van Na Dun over. Deze ligt zes kilometer af de route, dus twaalf heen en weer .. dan zou het riskant kunnen worden om nog voor het donker een kamer te vinden.

Twee kilometertjes voor Phayakkhaphum Phisai kom ik aan de rechterkant enkele mooie bungalowtjes tegen. Ondanks dat het nog maar drie uur is, en ik eigenlijk tot in Phutthaisong wilde rijden, besluit ik toch maar te stoppen, je weet nooit dat er niets meer komt. Dit is dus een goede optie indien je naar Na Dun wilt.

S6006916

S6006918

S6006922

S6006929

Dinsdag 9 Oktober 2007: Phayakkhaphum Phisai – Phimai
Een kilometertje verderop kon je opnieuw bungalowtjes huren, groter dan de mijne, en ook nieuw.
En ja .. uiteindelijk zag ik er ook in Phutthaisong. Net voor je het stadje infietst splitst weg 202. Linksaf ga je omheen het stadje, rechtdoor fiets je erin. Enkele honderden meter na deze splitsing heb je aan de rechterkant mooie bungalows, wellicht een betere optie om te overnachten indien je niet de pagoda van Na Dun bezoekt, want boenk in het midden tussen Roi Et en Phimai.
Juist voorbij de bungalowtjes moet je linksaf een klein baantje op naar het centrum. Daar rij je aan het kruispunt rechtdoor en ben je gelijk op weg 2074 die na enkele kilometer de 202 kruist.
Ik lunch aan het kruispunt van de 2074 met weg 2226, die ik neem richting Chum Phuang.
Enkele kilometer voorbij Chum Puang kan je ook een kamertje huren, maar die hadden als doelgroep Thaise karaoke-zingers, en het zag er langs buiten al smerig uit.
Na een lange fietsdag arriveer ik in Phimai, waar ik in de Phimai Inn slaap, een dikke kilometer buiten het centrum. Gelauwerd vanwege zen zwembad, maar het hotel zelf is serieus verouderd. Je kan er wel lekker eten.

S6006934

S6006935

S6006937

S6006938

S6006943

S6006945

Woensdag 10 oktober 2007: Phimai – Nakhon Ratchasima (Khorat)
In Phimai ligt de grootste Khmer temple van Thailand.   Daar fiets ik eerst even langs.  Een mooi ding in betrekkelijk goede staat en zeker een omweggetje waard als je in de buurt bent.

S6006957

S6006966

S6006975

S6006980

S6006983

S6006986

S6006996

S6007005

S6007007

Na een dik uur de tempel en omgeving verkend te hebben fiets ik een stukje verder naar een parkje met markt waar de grootste banyan boom van Thailand staat.  Dat is een boom met een hoop vertakkingen die op zich weer tot in de grond (of water) reiken en wortel schieten.  Ze hebben hem wel overal serieus moeten ondersteunen, anders was ie nooit zo groot kunnen worden.  De Thais hebben ook betonnen paadjes onder de boom gemaakt en een kleine Buddhistische shrine.

Late voormiddag rij ik Phimai uit, noordwaarts over weg 206 tot aan de T-kruising met de brede. Drukke weg 2 die noordwaarts helemaal tot Nong Khai loopt en zuidwaarts naar Nakohon Ratchasime, de tweede grootste stad van Thailand.  In de volksmond wordt de naam vaak afgekort tot Khorat (laatste stukje eerste woord en eerste stukje tweede woord).

Onderweg staat er al regelmatig een groot plakkaat dat de vierentwintigste Southeast Asian games aankondigt.  Deze beginnen op 6 december 2007, een dag na de tachtigste verjaardag van de koning.  Ze hebben er zelfs een heel nieuw stadion voor gebouwd buiten de stad.  Meer info hier en hier.
Spijtig dat de Birmaanse vlag nog vrolijk staat te wapperen tussen deze van de andere deelnemers.  Dit was misschien een mooie gelegenheid om een signaal te geven moesten de Thais daar het nodige lef voor hebben.

Weg twee is druk maar er is een brede pechstrook waarover je kan fietsen.
Na een paar kilometer op deze weg passeer ik een resort.  Er zijn ook geregeld benzinestations met restaurants en 7/elevens om de innerlijke mens te sterken of om wat te gaan afkoelen, de thermometer blijft de laatste dagen namelijk vlotjes naar de 38 graden klimmen.

S6007017

S6007022

S6007027

In Khorat moet ik een hele tijd zoeken naar een deftig hotelletje.  Natuurlijk onder het genot van een tropische bui.  Maar de aanhouder wint.  Het Siri hotel blijkt helemaal verbouwd te zijn en ik heb een hele mooie kamer voor 390 Bahtjes.

De fiets mag in het voorraadkot en ik ga al wandelend de stad verkennen.  Ik bezoek een tempel en het beeld van de heilige Jamoo op het plein in het centrum van de stad.  Ik vraag wat uitleg aan de locale Thais wie dit dan wel mag zijn maar de uitleg was wat vaag.  Het is een vrouw die belangrijk was voor de geschiedenis van Thailand.
Misschien een soort Jean d’Arc of zo ?
Ze wordt in ieder geval serieus aanbeden.

In Khorat zijn natuurlijk weer voldoende goede restaurantjes en je kan er een gazet kopen.
Waaruit je dan weer een boel wijsheid kan vergaren.  Zo blijken ze nu in Cambodia op zoek naar de eigenaar van de koe die al vijf mensenlevens op zen geweten heeft.  De koe blijkt graag op de weg te gaan staan.  Zo ook weer een tijdje terug.  Het was donker en de Cambodiaanse wegen staan nu niet bepaald bekend als de best verlichte ter wereld.  Een auto had de koe niet op tijd gezien en week op het laatste nippertje uit.
Vier doden.
Een paar dagen geleden was het opnieuw zover.  De koe stond weer op de weg.  Wederom was het pikdonker.  Een Cambodiaan knalt er tegenaan met zen brommertje.
Morsdood.
De Cambodian, niet de koe.
De koe is in beslag genomen en verblijft momenteel op het politiekantoor.  Men is nu op zoek naar de eigenaar en naar gepaste maatregelen.

‘s Nachts zou blijken dat  er op het binnenpleintje van het hotel heel wat af- en aangerij is van brommertjes, en een hoop rumoer.  In acht van de tien hotels of guesthouses word ik de laatste tijd wakker gehouden door mensen die in het holst van de nacht tien keer in en uit hun kamer moeten met het nodige slaan van de deuren of luid gebabbel.  Het begint een beetje op mijn systeem te werken.
De volgende dag eet ik wat hier en daar en kijk wat films; The Brave one, The Kingdom, Rise (Lucy Liu)  en Resident Evil: Extinction (al snel in slaap gevallen).

Vrijdag 12 oktober 2007: Khorat – Bangkok (trein)
Dus met de trein naar Bangkok.
Ik probeer eens een ander hotelletje; Charlie House nabij de night market.  Op hun website ziet het er allemaal veelbelevond en mooi uit.  In werkelijkheid zijn het oude, muffe kamers.  Ik denk dat de foto’s op hun website uit de Thaise Ikea catalogus of zo komen.  Ze zijn in elk geval niet op mijn kamer gemaakt.
Toch blijf ik enkele dagen in Bangkok waar ik een boekje ga lezen in Lumphini Park, naar de night market ga, naar MBK en gewoon men dagen wat vul met Bangkok, altijd leuk.  Ik ben ook naar de cinema geweest en breek nu al een uur men kop wat ik gezien heb maar het komt niet ….
Ik verleng ook men visum bij de Thaise immigratie met 1 maand.
Kostprijs: 1.900 Baht + fotocopies en foto’s.

Zaterdag 13 oktober 2007 – Dinsdag 16 oktober 2007: Bangkok

S6007061

S6007063

S6007140

S6007141

S6007142

S6007179

%d bloggers like this: