Vietnam: April 2007

Mekong Delta – Ho Chi Minh City – Gia Nghia

Maandag 02/04/07: Nui Sam – Chau Doc
Ik droomde vannacht dat ik met Gilles De Bilde in de Zillion zat. Hij vertelde me hoe hij daar steeds in de toiletten lijntjes ging snuiven en de man die daar toezicht hield voor 248 frank een oogje dichtkneep. Zeer vreemd om dit te dromen zo aan de Sam Mountain in Vietnam, temeer daar ik nooit eerder iets met Gilles De Bilde, de Zillion of lijntjes snuiven te maken had, en er ook niet op zit te wachten.
Ik onderneem eerst de steile tocht naar de top van de heuvel (te voet). Daar valt weinig te beleven. Wat wel mooi is zijn de tempels onderweg tussen Nui Sam en Chau Doc.
De Rough Guide raadt me het Thuan Loi hotel aan. Ze hebben daar weer een beetje krediet opgebouwd. Thuan Loi is een leuk hotelletje vlak aan het water, een zijarm van de Mekong. Ze hebben een drijvend restaurant waar ik uren doorbreng met kijken naar wat er zich op het water afspeelt. Vrouwen roeien passagiers over met kleine roeibootjes (ook hier zie ik weer vaak vrouwen het zware werk doen, maar toch ook vaker mannen dan in Cambodia). Merkwaardig toch dat ze overal een eigen techniek hebben als het op roeien aankomt. Hier in Vietnam roeien ze rechtopstaand vanachter op hun bootje met lange roeispanen, wij zitten in Europa gewoon neer; de mooiste stijl hebben ze waarschijnlijk wel in Burma waar ze ook rechtstaan maar roeien door hun been omheen een van de spanen te slaan.
Een probleem waar ik mee te kampen heb sinds Cambodia is zadelpijn. Tevoor had ik daar weinig of geen last van. Ik heb nog steeds hetzelfde zadel, spoel elke dag men koersbroekske uit, dus dacht ik, misschien is het wel versleten. Ik heb mezelf een chique nieuwe gekocht van Trek in de Probike in Bangklok, maar … opnieuw verschrikkelijke pijn.
Misschien ben IK wel versleten ?
We zien wel hoe het evolueert.
Ook van men lippen heb ik last. Peter bracht twee Labello’s Sun voor me mee die ik aanhoudend gebruik en toch heb ik na een paar dagen fietsen weer last van verbrande lippen met twee dikke blaren op. Vroeger nooit last van gehad, en toen smeerde ik er niets op.
Om bij men hotel te komen liep ik eerder op de dag al met men fiets de hele markt over (iets minder simpel dan op een Belgische markt, geloof me), en doe het later op de dag nog eens rustig over. Ik bezoek een paar tempels. Toch weer helemaal anders, die tempels in Vietnam. Taoisme ipv Theravade Buddhisme hier. Meer de “Chinese” stijl zou je kunnen zeggen.
Ook hier in Vietnam kan ik geld uit de muur halen met men kaartje, een paar miljoen Dong zelfs (1 Usd zou +\- 15.000 Dong zijn).
Met al die Dongen in men broekzak ben ik gelijk een ferme nieuwe broek gaan kopen. Van de vorige was de tirret gesneuveld. Dat zullen ze hier ongetwijfeld wel kunnen repareren maar goed, nu heeft de man van men kamermeisje in Sihanoukville (ongetwijfeld zo een mannetje op een brommer) er nog iets aan.
De Vietnamezen verschillen niet van hun Aziatische broeders als het over het aanknopen van een gesprek gaat. “What your name ?” en “Where you from ?” zijn de twee standaard vragen. Dan is het toch telkens leuk dat je kan zeggen dat je van België bent. Niet dat ze er ooit van gehoord hebben, maar ik vraag me toch af wat ik zou antwoorden moest ik Amerikaan, Brit of, in deze regio, Fransman geweest zijn. Nu zie ik hen (die Amerikanen, Britten en Fransen) daar doorgaans geen probleem van maken en trots verkondigen waar ze vandaan komen, maar dat zal ook wel iets met intelligentie te maken hebben.

S6002816

S6002817

S6002818

S6002819

S6002820

S6002822

S6002825

S6002827

S6002829

S6002834

S6002835

S6002837

S6002838

S6002839

S6002844

Dinsdag 03/04/2007: Chau Doc
Geen nachtmerries deze keer.
Ik loop deze voormiddag elk internetcafe in het stadje af om men foto’s op cd te branden, maar geen enkele kan dit. Gelukkig vind ik een fotowinkeltje waar ik gesteld geraak.
Zo’n vijfhonderd meter stroomopwaarts van men hotelletje zijn ze een grote nieuwe brug over deze arm van de rivier aan het maken. 30 april zou hij opengaan. Dit zal de activiteiten op de rivier in een klap drastisch beïnvloeden denk ik.

Waar het nu nog een drukte van jewelste is, overzetboten en kleine roeibootjes mekaar amper kunnen ontwijken om de immer in beweging zijnde mierenmassa van de ene kant naar de andere kant te brengen, zal de brug volgende maand een groot deel van die taak overnemen. Hopelijk heeft dit enkel gevolgen voor de grotere ferrieboten, en verliezen die honderden vrouwtjes met hun roeibootjes niet van de ene dag op de andere hun job. Waarschijnlijk niet want zij bedienen enkel voetgangers en onbeladen fietsers, en waarschijnlijk maken die niet allemaal de omweg naar de brug.
Terwijl ik zowat men kaarten zit te bekijken in het restaurantje aan het water komt een koppel binnengewandeld. Vlamingen uit Wetteren. Ze blijven zeldzaam, de landgenoten die ik tegenkom, zeker in vergelijking met de noorderburen.

S6002867

S6002870

S6002871

S6002876

S6002884

S6002887

S6002889

S6002893

S6002895

S6002896

S6002898

S6002904

Woensdag 04/04/2007: Chau Doc – Ha Tien
Een speciaal “efforeke” vandaag. Ik sta, met veel moeite, om zes uur op om zoveel mogelijk kilometers te fietsen voor de grote hitte. Ik fiets opnieuw voorbij Sam Mountain. Reeds een grote drukte daar. Ook het weggetje tot aan Tinh Bien is hetzelfde dat ik enkele dagen geleden fietste. Juist voor de brug over het Vinh Te kanaal draai ik linksaf een barslecht weggetje op, dat tot in het kusstsadje Ha Tien parallel met dit kanaaltje zal lopen. Aan de overkant ligt Cambodia. De weg ligt er verschrikkelijk slecht bij. Diepe putten, scherpe stenen, soms losse kiezel, dan weer een ondergrond van klei die je wielen vastzuigt, heel af en toe een stukje asfalt waar je even op kan recupereren.
Na het stadje Tinh bien (na 25 km) tot aan Ha Tien is er omzeggens geen echte mogelijkheid om iets te eten, waterbevoorrading is heel schaars. De omgeving, ik zit in de westelijke Mekongdelta, trekt een beetje op de polders, met dat verschil dat je aan de overzijde van het kanaal, in Cambodia, enkele heuvels ziet en dat de temperatuur weer oploopt tot 42 graden.

Na 88 km, vlak voor ik aan de kust ben, stop ik aan een stalletje en drink een cola. Welkome suikers. Ik krijg ook ijs om bij het kokend hete water in men drinkbussen te doen. Negen kilometer later arriveer ik in Ha Tien.
De laatste vijfentwintig kilometer heb ik serieus afgezien. Men ….. gat doet zeer, niet te doen !
Hoe komt dat toch zo ineens ? Het laatste stuk was een ware calvarietocht. Ook men kuiten zijn serieus verbrand, hoewel ik net als altijd zeer royal mijne factor 50 gebruikt heb, en al om 14 uur ter plaatse was.
Ha Tien zelf is een leuk, klein kuststadje met een sympathieke boulevardje langs de rivier. Het strand trok op niet veel; vrij vuil, en een soort van zwart zand.

S6002916

Donderdag 05/04/2007: Ha Tien – Rach Gia
Indien je de rit van Ha Tien omgekeerd over dat slechte weggetje naar Chau Doc wil rijden, moet je ongeveer vier kilometer na de brug in Ha Tien, aan het PLC naftstation naar links (dat rotweggetje op dus).  Ik rij rechtdoor.
Zo vroeg op de ochtend schrik ik me plots een hoedje.  Ineens springen er rechts van de baan een paar militairen op die enthousiast met hun mitraillet naar me beginnen te wuiven.  Ze lagen verscholen in de smalle strook groen tussen de baan en het strand. Tientallen volgen,  Honderden worden het, aan weerszijde van de weg nu.  Ze lagen goed gecamoufleerd opgesteld, ik had ze niet gezien, maar als klein mannen staan ze nu allemaal dolenthousiast op en neer te springen en naar me te roepen.  Tot ergernis van hun oversten denk ik.  Begrijpelijk, het heeft wel iets van een scene uit een goedkope komische film.
Ik laat het Vietnamese leger terug overgaan tot de orde van de dag en peddel verder langst de kust.  Gisteren had ik al de wind schuin van voor en wist ik dus wat er me vandaag te wachten stond, pal tegen de wind in fietsen.
In het plaatsje Ba Hon sta ik voor de keuze om ofwel ineens door te fietsen naar Rach Gia (spreek uit Rat-zia), of rechtsaf te draaien richting het nabijgelegen kustplaatsje Hon Chong.  Aangezien de kust er hier niet echt aantrekkelijk uitziet (zwart zand), besluit ik  een nieuwe pet te kopen en rechtdoor te fietsen naar Rach Gia.  Halverwege probeer ik een vegetarische maaltijd te bestellen maar dat is nooit een goed idee in dit deel van de wereld (buiten de toeristische centra).  Ik krijg zo een pakje van die Aiki-noodles of hoe-heet-dat voorgeschoteld.  Ik onderneem een tweede poging in het plaatsje Hon Dat, en verorber het rundsvlees in men vegetarisch noodle soepje met smaak.  Met een zere kont arriveer ik in Rach Gia.

S6002929

S6002931

S6002932

Vrijdag 06/04/2007: Rach Gia – Vi Thanh
Mijn oorspronkelijk idee was om vanuit Rach Gia zuidwaarts naar Ca Mau te fietsen, maar ik moet toegeven dat de Mekongdelta vanop de weg minder interessant is dan de smalle kanaaltjes waarop de toeristenbootjes je meenemen.  Daarom fiets ik min of meer in rechte lijn richting Saigon.  De bestemming voor vandaag, Vi Thanh is een beetje een vraagteken.  Niet vermeld in men reisgids, dus is het een vraag of er hotels zijn.
Ik ga eerst ontbijten in het Valentine restaurant, waar ik gisteravond ook al at.  Niets bijzonders, wel het beste in Rach Gia.  Via de stadjes Rach Soi en Minh Luong rij ik verder over weg 61.  Vandaag zie ik juist als gisteren weer een accidentje op de weg.  Weer stom, zoals altijd.  Ene komt met zen brommer de weg op zonder ook maar te kijken, diegene erachter probeert uit te wijken, en slaagt daar niet in, kwakt op diegene die de weg opkwam en wordt enkele tientallen centimeter de lucht in gecatapulteerd.  Het minibusje dat erachter kwam hield, natuurlijk, niet meer dan 15 cm afstand en rijdt over het brommerventje.  Ik zat weer op de eerste rij.

Fietsen is hier, juist als in Cambodia ongelooflijk stresserend. Je moet duizend ogen hebben want ze kijken echt naar niets, en stalen zenuwen voor al het getoeter.  De decibels dat ze uitbraken zijn niet meer menselijk.  Een mega-discotheek bij ons lijkt op een taverne voor oude van dagen als je de vergelijking zou doortrekken.  Louder, louder, louder.
Tot mijn verrassing wordt weg 61 na Minh Luong een vrij small weggetje dat door een mooi gebied loopt.  Heel tropisch, palmbomen, grote waterplanten, kanaaltjes, het mooiste wat de Delta tot nu toe te bieden had.  Een Delta die trouwens 100 meter per jaar groeit door de slibafzetting van de Mekong, waardoor Vietnam niet enkel economisch een van de snelst groeiende landen ter wereld is.
Wat me verwonderd is dat ik hier in Vietnam geen koude drankjes vind.  In alle buurlanden staan overal langs de weg koelboxen met blokken ijs en koude flessen en blikjes, maar hier … is de bevoorrading zowizo al een pak schaarser, en is het allemaal warm.  Vaak hebben ze niet eens cola, of water.  En als het er is staat het in de zon.
Ik stop dan een beetje verderop bij een restaurantje waar ik iets bestel om te drinken en vraag dan ijs voor in men drinkbussen.  Omslachtig (en kostelijk).
Het zal overal wel iets zijn.
Wat vooral iets is, is die vervelende, frustrerende, kl… tegenwind !!!!
Ik heb er nog niet teveel over geklaagd, maar vanaf de Thais-Cambodiaanse grens tot nu heb ik nog niet meer dan honderd kilometer zonder tegenwind gereden en dat begint serieus op mijn systeem te werken.  Het is geen stormwind, dat niet, maar vandaag was hij toch weer sterk genoeg om men blikje limonade en de terrasstoelen omver te blazen.  En dan bedoel ik niet die kabouterkrukken die hier overal staan maar serieuze stoelen met een metalen frame.
Alleszins geen zacht briesje dus.  Ik moet vaak de ziel uit men lijf trappen om 12 km/u te halen.  Binnenkort moet ik vele honderden kilometers naar het noorden fietsen.  Gaan we nu al wedden waar de wind vandaan zal komen ?
In Vi Than stikt het van de hotelletjes, dus dat is een goede tussenstop voor de Delta-fietser.  Morgen richting “hoofdstad van de Mekongdelta”, Can Tho, de vijfde stad van Vietnam.

S6002933

S6002934

Zaterdag 07/04/2007: Vi Thanh – Can Tho
Ik slaap lekker lang in men raamloos maar airconditioned kamer in het An Phuong hotel dat me voor 100.000 Dong een kamer aanbood in ruil voor een beetje reclame voor hun hotel.  Een aanrader dus voor als je in Vi Thanh bent.  En op het derde verdiep hebben ze massage en op het vierde een openlucht terras met hostessen (die al naar huis waren toen ik om negen uur een kijkje ging nemen).
Net buiten het stadje, op de weg naar Can Tho zijn ze een nieuwe tempel aan het bouwen die er heel mooi begint uit te zien.  Na een dikke zeven kilometer neem ik men eerste pauze in zo’n typisch Vietnamees “Ca Phe”.  De twee meisjes die het runnen rennen in allerijl naar achter wanneer ze me binnen zien komen.
Tsjonge jonge, is het zo erg met me gesteld ?
Al gauw komt een Vietnamese man tevoorschijn die me in het Duits aanspreekt.  Hij blijkt van 1980 tot 1989 in Berlijn gewoond te hebben.  Na de val van de muur is hij naar Vietnam terug gekeerd.  Zo ging dat waarschijnlijk met meerdere (communistische) Vietnamezen in die tijd.
Wat is het fijn om nogmaals in zo ein angenehme Sprache te converseren (Het Duits samen met Het Vlaams toch twee van de leukste wereldtalen) ipv dat vaak toch dwaze Engels.
Tegen elf uur ga ik toch maar weer op pad, want de thermometer houdt zich niet gedeisd terwijl ik zo lig te keuvelen met een Vietnamees met anderhalve arm.  De onderste helft van zen rechterarm is ie verloren bij een arbeidsongeval na zen terugkeer naar Vietnam.  Sindsdien kan hij niet meer werken, maar krijgt hij van de staat een compensatie van 80 Usd per maand.
Ik peddel aanvankelijk nog door een vrij rustig Vietnamees platteland, maar dertig kilometer buiten Can Tho begint het toch al serieus drukker te worden.  Een keer verlies ik men nochtans legendarische zelfbeheersing wanneer een bus me van de weg rijdt.  Ik zet de achtervolging in en heb hem een kilometertje verderop te pakken bij de volgende bushalte.  Volgens de chauffeur kwam er verkeer van de andere kant (en ligt het dan blijkbaar voor de hand om die “zwakke” weggebruiker maar van de baan te drukken, of plat te rijden, aan hem de keuze – vertragen is geen optie).  Nu is het in Vietnam inderdaad zo simpel, maar vandaag dus niet, en ik scheld hem eens goed de huid vol.  Een mens moet het kwijt af en toe.
Ik had in men Rough Guide met potlood een hoteltip uit de Reise-know-how overgenomen, het Xuan Mai Mini Hotel, en ik ga daar eerst een kijkje nemen.  Het is gelegen op 17 Dien Bien Phu.  Aanvankelijk vind ik het niet maar een meisje  op een scootertje rijdt voor en brengt me ter plaatse.  Vaak is het toch zo fijn in Vietnam.

Ook zo net nog.  Aan de rivier kon ik een heerlijk pizzaatje eten, overgoten met twee flesjes Saigon Bier, terwijl in de hotels aan de overkant van de straat de gasten toestroomden voor een plaatselijk huwelijk.  Er liggen zo drie hotels op een rijtje aan de rivier en in alle drie vindt vanavond een huwelijksfeest plaats.
De Vietnamezen gooien daar een serieuze smak geld tegenaan.  Het koppel wordt met een chique Mercedes aangevoerd.  De auto gaat uitgebreid mee op de foto.  In het restaurant vertellen ze me dat de bruidegom de komende tien jaar zal moeten werken om dit grapje te betalen.  Hopelijk is hij tegen die tijd nog steeds samen met dezelfde madam.  Als dat zo is hebben ze ongetwijfeld al enkele nakomelingen verwekt waarvoor geen geld voorhanden is om ze naar school te sturen.  Maar hun gezicht is gered met een chique trouwfeest natuurlijk.
Het is ook opvallend dat de bruidjes in deze landen, net als bij ons, zo een wit trouwkleed dragen waarvoor je waarschijnlijk ook een prachtige drieweekse vakantie kunt boeken met alles erop en eraan.
Wanneer ik terug in men hotelletje kom lopen er meer toeristen rond, maar die gedragen zich.  Misschien wordt het hotelletje enkel in de Reise-Know-How vermeld, en niet in de Lonely Janet.
Ik ga enkele dagen ter plaatse blijven.  Morgen is het Formule 1 in Maleisië@ @ en zit ik voor tv (op een normal uur hier ha !), en overmorgen maak ik waarschijnlijk een boottrip door de kanaaltjes van de Mekong Delta.

S6002940

S6002942

Zondag 08/04/2007: Can Tho
In de voormiddag een beetje rondgeneusd in het centrum, langs de rivier, waar ik lekker kon ontbijten.  Ik bezoek ook een mooi tempeltje aan de rivier, vlakbij een verschrikkelijk lelijk zilveren standbeeld van Uncle Ho.
De namiddag heb ik gevuld met, wat dacht je, formule 1 in Maleisië.  Voor het eerst sinds vele jaren rijdt er bij McLaren geen pilot waarvoor ik wil supporteren dus volg ik Kimi Raikkonen naar Ferrari.  Spannende race, met een verdiende winnaar.
Vietnam …… vaak is het heel leuk, vaak zijn de mensen heel vriendelijk, en fotogeniek, vaak echter zijn ze ook …. heel irritant.  Ze maken lawaai, laten je niet met rust en …. ze zijn soms smerig.  Vandaag zat er buiten voor het restaurant een vent, ik denk een gek, met zen broek af, midden op straat met zen spel bloot gewoon te zitten (mag ik hopen).  Niemand die iets zei.  Ook rochelen ze serieus.  Nog niet zoals de Chinezen, maar het gaat ernaar toe.  Nu weer zit er hier in het internet café een Vietnamees achter me die op de luidst en vervelendst mogelijke manier zit te niezen, snot vliegt alle kanten uit, de overschot snuit hij in zen t-shirt.
Het “hoort” misschien wel bij de cultuur maar … ik verkies dan toch de Aziatische cultuur Thaise stijl, waar je dit soort toestanden niet meemaakt.
Ik probeer in de late namiddag een boottocht te boeken voor morgen maar zowel in het boekingskantoortje langs de rivier, als bij Can Tho Tourist, als bij de niet officiële schippers op straat slaag ik er niet in om een boot te boeken samen met andere toeristen.  You one person only, one boat.  Ja, beter voor hun pocket natuurlijk, ik ga heus geen hele boot en gids afhuren voor mezelf.
Ik onderneem wel een nieuwe poging elders, en anders doen we het maar niet.  Ik heb de boottrip al een keer gedaan in 2003.
Vanavond ben ik weer lekker gaan eten bij de Italiaan.  Bruchetta’s, pasta met tonijn, flan caramel en een grote pint voor 80.000 Dong (280 frank), incl. fooi.
Die vent die hier zat te niezen is nu over het terras gaan hangen (ik zit op het eerste verdiep) en katapulteert zen neus leeg op de argeloze voorbijgangers onder hem.
Ik ga maken dat ik in Saigon ben, en hopelijk valt het in dunner bevolkt gebied wat beter mee en kan ik positievere berichtjes schrijven over de medemens.

S6002957

S6002959

S6002962

Maandag 09/04/2007: Can Tho – Vinh Long
Ik ontbijt in het International Hotel (ontbijtbuffet voor 25.000 Dong). Eigenlijk is de boulevard in Can Tho best mooi, zo langs de rivier, en met mooi onderhouden parkjes.

Bij het uitrijden van de stad, ik zit nog geen vijf kilometer op de fiets zie ik weeral het volgende accidentje gebeuren een meter of tien voor me.  Een meisje staat te wachten met haar scootertje om de baan over te steken, en staat er waarschijnlijk al te lang naar haar goesting, en ze besluit plots de oversteek te wagen.  De brommer die mij voorbijscheurt reageert op zen Vietnamees, d.w.z. hij claxonneert luid, maar vertraagd op geen enkel moment.  Gevolg; hij knalt in het brommertje en het meisje.  De brommer net achter hem, juist hetzelfde scenario, veel lawaai maken, de remmen, die zijn enkel voor als je je bestemming bereikt.
Misschien moet ik maar een nieuw rubriekje invoeren; “de pattat van de dag”.
De Reise-Know-How kaart toont duidelijk een brug over deze arm van de Mekong, maar dat is nog toekomst muziek.  Men is juist met de bouw begonnen, en dus moet al het verkeer nog met de ferry over (1.000 Dong voor een fietser).
Eten blijft toch een soort van een probleem in Vietnam zoals ik al eerder meldde.  Cafe’s om de zoveel meter, maar waar je in Thailand nooit verder dan honderd meter moet lopen om (lekker) te eten, blijken de Vietnamezen het bij drinken te houden.  Denken ze nu echt dat ik na dertig kilometer fietsen op een kommeke koffie of thee zit te wachten ?
Rond 12 uur ben ik in het 35 km verderop gelegen Vinh Long, aan een andere arm van de Mekong. Ik had geen keuze dan over de highway 1 te fietsen, en die viel dan weer mee.
Dat heb je als je het ergste verwacht.
‘s Middags drink ik een paar colaatjes en cocosnoten langs het water en lees in men boekje.
Er wandelt een andere toerist voorbij.  Een Vietnamees die hem een boottrip probeert aan te smeren vraagt hem waar ie vandaan komt.  “I ‘m from America, but i live in Japan” antwoord hij.  Tsjonge jonge, dat illustreert wat ik enkele dagen terug al schreef.  “I live in Japan” is toch geen excuus om Amerikaan te zijn.  Dan leef je in een land waar het jouwe twee atoombommen op gedropt heeft en ga je op vakantie naar het land waar het jouwe eerst tien jaar militaire terreur (om hun woordjes te gebruiken) gezaaid heeft (en maar jammeren over hun 50.000 doden, en de 2.000.000 doden die zij op hun geweten hebben maar negeren – en NIEMAND heeft hen gevraagd hier te komen) uit pure paranoia, en daarna de dieperik in geholpen heeft door er nog 25 jaar economische terreur bovenop te gooien.  Nu kan hij er niets aan doen natuurlijk, en is hij er misschien net zo tegen als ik, maar .. zeg dan toch dat je van Ierland bent of zo.
Later op de dag bezoek ik een supermarkt. Zeer bijzonder. Hij is spiksplinternieuw, en ik denk dat vele Vietnamezen er ook voor de eerste keer kwamen. Oude vrouwtjes met dat typische hoedje op hun hoofd tussen de rayons wc-papier, wc-eenden, aftershave, diepvriesprodukten. Hoogst merkwaardige reacties. Maar ook ik was helemaal opgewonden. Het was toch alweer een half jaar geleden dat ik nog eens in een supermarkt was. In Thailand heb je wel van die grote Tesco-Lotus, maar daar stop ik nooit, ik vind alles wat ik nodig heb in de kleine 7/eleven.
Ik koop me hier gelijk een grote bus chocomelk, een stuk chocolade en een zak Vietnamese wijngums.
In een recordtempo verorber ik alles voor de deur en ik voel me eigenlijk heerlijk misselijk achteraf haha.
Gisteren heb ik op de markt in Can Tho een kleine tube zonnecrème gekocht van LG, inderdaad diezelfde van de electronica producten. Gewone Nivea of zo vind je hier niet. Ik dacht al, nu zal je ‘t krijgen, de dag erna een grote supermarkt, maar neen hoor, ook hier geen spoortje zonnecrème te bespeuren. Meebrengen dus als je deze kant uitkomt want zonnecrème van LG  …
Na men bezoekje aan de supermarkt struin ik verder door de straatjes van Vinh Long. De motobike gastjes zijn hier veel aangenamer dan verder naar het westen. Zij vragen een keer of ik …. ik zeg een keer neen, en daarmee is de kous af, geen oeverloos gezannik.
Na een beetje zoeken vind ik wat ik zocht. De twee Cao Dai tempeltjes die in men Rough Guide vermeld stonden. Het stratenplannetje uit de reisgids vertoont hier echter even geen overeenkomsten met de realiteit, tenzij ik natuurlijk de kaart niet goed gelezen zou hebben. Iets wat ernstig te betwijfelen valt aangezien ik in Brasschaat en wijde omgeving toch bekend sta als een uitstekend kaartlezer en navigator.
Nu ga ik even nadenken of ik morgen die boottrip doe, of met het fietsje An Binh eiland ga verkennen.

S6002965

S6002966

S6002969

S6002970

S6002973

Dinsdag 10/04/2007: Vinh Long – Tan Thach
In Vinh Long neem ik het overzetbootje naar An Binh eiland.  Daar ligt onmiddellijk bij aankomst de mooie Tien Chau Pagode op me te wachten.  Ik fiets een stukje om over de smalle betonpaadjes die kriskras over het eiland lopen alvorens men weg verder te zetten richting Cho Lach.  Ik had het juffrouwtje van men guesthouse in het Vietnamees op een papiertje laten schrijven dat ik die kant uitwilde.  Maar goed dat ik dat had, anders was ik nooit meer uit die wirwar van paadjes geraakt.
Fietsen op An Binh eiland is echt een must als je hier bent, heel mooi.   Wanneer ik in een piepklein dorpje het zoveelste bruggetje over een kanaaltje neem zie ik plots een grote kerk aan stuurboordzijde.   Ik rij terug het dorpje in en ga een kijkje nemen maar het hek, en de deuren zijn op slot.  Buddhistische temples zijn altijd open.  Dit blijkt trouwens een katholiek bastiljon te zijn, want ik zie meer kerkjes.

S6002974

Na een beetje zoeken draai ik weg 57 op richting Cho Lach.  Meer verkeer, maar nog steeds aangenaam om te fietsen.  Van Cho Lach gaat het verder over dezelfde weg richting Mo Cay.  De laatste drie kilometer voor het stadje liggen er plots heel slecht bij.
Iets buiten het stadje stop ik om te lunchen.   Er wordt opnieuw geen woord Engels gesproken, maar met behulp van men Point It boekje komen we eruit.  Ik duid een fotootje aan met een kommeke rijst, en een plateauke met garnalen, en duid enkele groenten aan, en na enkele minuten toveren ze daar men beste maaltijd tot nog toe in Vietnam voor men neus.
Al de collegaatjes komen erbij zitten en er wordt heel wat afgelachen met de fotootjes in het Point It boekje en met de zinnetjes uit men Phrase Book.
Na nog eens twaalf kilometer kom ik aan de overzetboot die me over opnieuw een brede arm van de Mekong brengt.  Je zou deze rit kunnen inkorten door tussen Cho Lach en Mo Cay de pijl richting Pha Ham Luong te volgen (en dus niet om te rijden via Mo Cay), want zo blijkt het dorpje hier te noemen waar je de boot neemt.
Eens aan de andere kant van de rivier ben ik ook in een andere provincie, Ben Tre.  Ik rij even door de provinciale hoofdplaats, een leuk stadje dat ooit door de Amerikanen volledig plat gegooid is.  Vreemd genoeg hebben ze hier een monument staan voor de U.S. Navy.
Ben Tre zou een goed stadje zijn om te overnachten, maar ik besluit nog een dikke tien kilometer verder te rijden naar het dorpje Tan Thach, juist voor weeral een volgende arm van de Mekong rivier. Daar zou volgens men reisgids een guesthouse moeten zijn. Op die manier wordt de rit van morgen richting Ho Chi Minh City wat ingekort.

S6002977

S6002979

S6002983

S6002991

S6002992

S6003005

Wanneer ik het erfje van het guesthouse oprij  blijkt er een boel Vietnamezen te zitten en is er een fanfare aan het spelen.  Verdekke, net een trouw denk ik, geen goed idee om hier te overnachten, want dat worden nachtelijke zuippartijen van die Vietnamezen met veel lawaai.  Juist wanneer ik rechtsomkeer wil maken spreekt de uitbater me aan.  “You look for room ?”, vraagt hij.   Ik zeg ja, maar heb je nog wel plaats ?  Dit blijkt geen probleem te zijn.  Hij zegt “you are lucky, if you stay here tonight, you can experience traditional Vietnamese funeral”.   Oeps, pardon ?
De man legt me uit dat vandaag zen schoonzuster begraven wordt.  “Only 23 years old” .  Ze blijkt van een brug gevallen/gesprongen/geduwd (??) te zijn in Saigon.  Ze was samen met haar man naar een trouwfeest en ze hadden ruzie gekregen. Zij was op de brug gaan staan en dreigde eraf te springen als ze niet terug gingen.
Ik vroeg de man wat er dan gebeurt was maar die zei “she go down, and bridge very, high.  Happen 3 days ago, but only find her this morning, and now bury already.”
Later spreek ik met de broer van het meisje, en volgens hem waren ze enkel verloofd en gingen ze pas volgend jaar trouwen.  Ook hij blijft een beetje vaag over de omstandigheden.
Nu goed, gesprongen of geduwd, ze hebben wel karakter die Vietnameeskes.
Ze nodigen me uit om mee te eten en te drinken. Dit blijkt voornamelijk op drinken neer te komen. Ik ga ook een keertje met de broer tot aan de kist (de Vietnamezen begraven, in tegenstelling tot hun Zuidoost-Aziatische buren die cremeren) waar enkel de moeder en de zusjes hun verdriet tonen.  Alles wordt de hele tijd gefilmd.  Er volgen nog enkele ceremonies waarbij het orkest weer tekeer gaat en er uitgebreid met wierookstokjes gezwaaid wordt.
Rond een uur of tien hou ik het voor bekeken. Ik heb al veel teveel 333-biertjes binnen, en moet morgen toch weer fietsen.  Blijkbaar gaan de andere genodigden nog deze nacht (stiepelzat) terug richting Saigon.

Woensdag 11/04/2007: Tan Thach – Ho Chi Minh City
Wanneer ik’s ochtends vertrek is er geen spoor meer van de ceremonie en braspartij van gisteravond.  Voor 1.500 Dong mag ik de ferry op die me over een indrukwekkend brede arm van de Mekong zet.  Naast me staan de Vietnamezen hun ochtendrochels naar boven te trekken, of op hun gemakje in het water te pissen.  Voor beide activiteiten is het voor de fietsende toerist belangrijk uit de wind te staan.

Mijn oorspronkelijke bedoeling was om door het stadje Mytho te fietsen en daar weg nr. 50 te nemen die eerst oostwaarts richting Go Cong loopt alvorens naar het noorden richting Ho Chi Minh City te draaien.  Dit zou 25 km langer zijn dan over Highway 1, maar leek me op de kaart een rustigere optie.
Met de nodige fietservaring in de Mekongdelta in de pocket verander ik echter van gedachte.  Ik neem toch de kortste optie over Highway 1, die weliswaar druk beloofd te worden, maar waar ik tenminste zeker ben van een brede strook om te fietsen.
De rit heeft verder niets boeiends te bieden.

S6003014

S6003017

Onder een oorverdovende kakafonie van toeterende brommers, auto’s, vrachtwagens en bussen fiets ik, gifdampen happened Ho Chi Minh City in.  De stad is in onze contreien nog beter bekend onder haar oude naam Saigon, maar die wordt hier enkele nog gebruikt om het echte centrum aan te duiden.  De rest is vanzelfsprekend een eerbetoon aan hun leider Ho Chi Minh.
Kletsnat van het zweet arriveer ik ‘downtown’.
Vorige week zag ik hoe het tijdens de Formule 1 in Maleisië daar 34 graden was, vergelijkbaar met hier dus, Maleisië ligt om de hoek.  De “track temperature” was nabij de 60 graden.  De asfaltwegen waar ik overrij zullen dus ook wel deze temperatuur bereiken.  Daarbovenop slenteren die vrachtwagens met hun bloedhete motoren je voorbij en blazen ze een lekker hete gifwalm over je heen.
In de toeristenbuurt van Saigon spreekt een Vietnamese vrouw me aan en zegt dat ze een beetje verderop een volledig nieuw guesthouse heeft met airconditioned kamers voor 10 Usd.  Ik volg haar en de kamer is inderdaad mooi en airconditioned. Ik moet lang zagen eer ik haar (en haar man) hun akkoord krijg om de fiets op de kamer te stallen.
Altijd krijg je dan hetzelfde liedje te horen dat het “perfectly safe” is beneden en dat zij de fiets in de gaten houden.  Ik ken dat.  Er veel aan prutsen en niet in de gaten houden ja.
Uiteindelijk mag hij dus mee als ik de wielen demonteer.  Fair deal.
Ik laad alle tassen af, haal de wielen eruit en breng deze samen met de fiets naar boven.  Wanneer ik naar beneden kom om de tweede lading tassen naar boven te sleuren, is de grote tas die achterop ligt, en waar al men kampeerspullen inzitten verdwenen.
De schrik slaat me om het hart.  “Where is my big bag ?” vraag ik. “No have” zegt de vrouw, “you only have this bag.”  Yeah, right, ik rij al een maand met een ingebeelde tas rond.  Ik loop toch even snel naar boven, maar daar is de tas niet.  Ik ren terug naar beneden (zweten !!) en zet het kot op stelten.  Zij blijven beweren dat ik geen andere tas had.  Ik word serieus kwaad nu en eis dat de politie erbij komt (alsof die hier ook maar iets zouden doen om je te helpen).  Ondertussen is de hele buurt op de commotie afgekomen.  De uitbaters willen me het telefoonnummer van de politie niet geven.  Ik zeg dat zij verantwoordelijk zijn voor mijn spullen wanneer deze bij hen aan de receptie staan.  Ik werk me een weg naar achter, hun woonruimte in op zoek naar men tassen.  Daarop loopt de man naar buiten, ik weet niet naar waar.
Ik vind niets, meer discussie, meer ruzie.  Plots is de man terug en hij zegt dat de tas boven in mijn kamer is.
Ik zeg hem dat ik niet gek ben, en al twee keer gaan kijken ben, en best wel weet of ik dat grote zware geval wel of niet naar boven heb gesleept.
Maar …oh wonder boven wonder, die tas staat plots op men kamer……
Een oudere vrouw die ik niet eerder gezien is er plots ook en bemoeit zich met de zaak.
Ik neem men hele boeltje en verlaat de zaak.
Nu liep het goed en enkel door zo heftig te reageren is die tas boven water gekomen;maar wat als ik die fiets in hun handen had gelaten ?
Wat als ik de hele dag weg ben ?
Ik had nog rap een businesskaartje van het hotel meegegritst maar vind het niet meer.  Misschien loop ik er nog wel even langs en vermeld de naam hier als “absoluut te mijden plaats”.
Ik rij een half uurtje rond door de buurt en bezoek enkele andere hotelletje alvorens in een heel leuk plaatsje in te checken, ook voor 10 Usd, ook airconditioned en met satelliet tv.

Donderdag 12/04/2007 – Maandag 16/04/2007: Ho Chi Minh City
Enkele dagen in Vietnams grootste en modernste stad.  Het economisch hart van het land.  Ik breng een bezoekje aan enkele plaatsen waar ik in 2003 ook al eens was.  Het War Museum met zen gruwelijke foto’s over de American War.  Met opnieuw ondertitels als “The American imperialists killing our people”, etc … Ook hangen er een reeks foto’s van mensen die decennia later nog met de gruwelijkste afwijkingen geboren worden door de chemische oorlog die de Amerikanen ongestraft voerden.
Meest bekend is natuurlijk de agent orange.  Er staan misvormde foetussen op sterk water.  Op het binnenpleintje staat wat oorlogtuig dat de Vietnamezen buit gemaakt hebben.  Ik bezoek ook nogmaals het Reunification Palace en enkele tempels in de Chinese buurt van Ho Chi Minh City, Cho Lon.
Daar is de Thien au tempel toch de mooiste.  Ik loop ook nogmaals langs historische plaatsen als het Rex hotel, de Caravelle en het Continental.
Ik breng natuurlijk ook men tijd door met belangrijke zaken als lekker eten en drinken (shrimps Malayan style, konijn met rode wijn, pastatjes, enz…. ) overgoten met het locale Saigon Beer of de grotere BGI-pinten).  Met een andere Belg ga ik eten in het Continental Hotel, waar naast onze tafel een man piano speelt en een vrouw viool.
Ik kan ook veel sport kijken op men kamer.  Manchester die Roma belachelijk maakt.  Heb je gezien hoe Giggs van de eerste zes goals drie assists geeft, en hoe het tempo uit de wedstrijd zakte toen hij na zestig minute gewisseld werd, hoe Manchester met zijn acties om de tien minuten scoorde, en zonder hem een tegendoelpunt slikt en zelf maar een keer scoort in dertig minuten ?
Oke, normaal dat je het na 6-0 wat rustiger aan doet (daarmee mag Giggs gaan rusten), maar dit was toch echt een wereldprestatie van hem.  Spijtig dat Roy  Keane niet meer mee doet, anders had die Mexes van Roma nog voor de rust onder de grasmat gelegen, wat een rotkarakter.
In de bekerwedstrijd tegen Watford was het iets minder, maar nog steeds een indrukwekkend Manchester.  Blackburn-Chelsea was ook een leuke wedstrijd, en zo zag ik er nog enkele.  Op Zondag zag ik eerst een boeiende A1 grand prix, en daarna een nog boeiendere F1 grand prix.  Waar gaat dat heen ?

S6003025

S6003028

S6003031

S6003032

S6003035

S6003038

S6003041

S6003042

S6003043

S6003050

S6003051

S6003057

S6003062

S6003063

S6003074

Ik ben er nog niet uit welke route ik zal volgen na Saigon.
Er zijn drie mogelijkheden.
– Noordwaarts richting de Central Highlands over route 13 en 14,
– Oostwaarts over route 20 richting Dalat,
– Zuidoostwaarts richting Vung Tau en zo verder langs de kust.

De optie naar Vung Tau genoot lang men voorkeur.  Er gaat een boot vanuit het centrum van Ho Chi Minh City naar Vung Tau, maar ik ben daar eens gaan kijken en die nemen geen fietsen mee.  Ik heb het zonet nog eens proberen regelen via een reisburootje.  Die zeggen natuurlijk eerst “no problem” (ze willen vanzelfsprekend dat ticket verkopen) maar ik dring aan dit toch even telefonisch op te checken, waarna het wordt “Solly sir, no possible”.
De bus of de trein zijn ook opties om de stad te verlaten maar brengen ook steeds de nodige problemen en reële kansen op beschadigingen met zich mee.
Ik denk er nog even over na.
Ik hoop wel snel over iets minder druk bevolkte, en voornamelijk iets stillere wegen te fietsen, want de laatste weken waren wat dat betreft geen lolletje.

S6003075

S6003081

S6003084

S6003092

S6003096

S6003106

S6003108

S6003121

S6003128

S6003131

S6003135

S6003137

S6003141

S6003148

S6003150

S6003154

S6003161

S6003165

S6003167

S6003169

S6003173

S6003175

S6003180

S6003184

S6003185

S6003186

S6003188

S6003192

S6003193

S6003196

S6003197

S6003201

S6003210

S6003212

S6003220

S6003228

S6003229

S6003240

S6003242

S6003246

S6003253

S6003307

Dinsdag 17/04/2007: Ho Chi Minh City
Wel …. het was de bedoeling om vandaag de stad te verlaten, maar ik geraakte onmogelijk uit men bed.  Het is moeilijk om een goede matras en een airconditioned kamertje achter te laten.  Daarbovenop komt dat ik hier een muziekkanaal op tv heb waar ze ‘s ochtends de prachtigste videoclips uitzenden.  Ace of Base, Gina G, Frankie Goes To Hollywood, niet te versmaden.
Wat ik zeker wil hebben als ik terug in het land ben is zo een witte broek als die middelste van de Bee Gees in “Stayin’ alive”.  Man, man, man; ze zijn goed de Bee Gees, maar je mag ze niet zien.
Een extra dag in Ho Chi Minh City geeft me ook de kans om een extra dag te piekeren welke route ik nu ga nemen.  De Central Highlands blijven veel kans maken.  Probleem is dat ik zo goed als geen informatie vind wat overnachtingsmogelijkheden betreft.
In de stad Buon Ma Thuot is vanzelfsprekend keuze genoeg, en op internet vond ik ook twee hotelletjes in Dong Xoai, maar wat met die vele honderden andere kilometers ?
Ik heb natuurlijk altijd nog de tent in geval van nood (heeeeeeet).

Wat ik nog vergeten te melden was, is dat ik op vrijdag de dertiende een keertje de echte toerist heb uitgehangen.  Ik heb een georganiseerde trip geboekt naar de Cao Dai tempel (foto’s reeds hierboven).  Dat ging enkel in combinatie met een uittap naar de Cu Chi tunnels, maar het zij (zei ??) zo.
In het reisburootje vertelden ze me dat ik om 7u50 voor de deur moest staan, en dat de bus om 8 uur zou vertrekken.  “Mooi,” dacht ik bij mezelf, “Ze leren het nog, de mensen tot bij hen laten komen ipv een hele toer door de stad te doen en ze één voor één op te pikken”.
Om acht uur blijken ik en een ouder koppel die een trip naar de Mekong Delta geboekt hebben de enige wachtenden te zijn.  Ik word naar een busje geleid en … ja hoor, we gaan eerst de anderen oppikken.  De moed zakt me in de schoenen.  Ik weet hoe dit verlopen gaat; van guesthouse naar guesthouse rijden, wachten op sommigen die nog in hun nest liggen, zucht ….. Ik vraag me af hoe sommigen op deze manier een jaar aan een stuk kunnen reizen.  Na een dik uur door de omgeving tuffen, rijden we mijn hotel voorbij en een beetje later opnieuw het reisburo.  Nog eens een half uur later stoppen we juist om het hoekje aan het reisburo, en worden we overgeladen in een andere bus die …… zo goed als vol zit .
Nu zijn ze dus al dik anderhalf uur op trot met mij, en moet ik minder dan honderd meter van waar ik in het holst van de nacht in een bus stapte, overstappen in een andere waar geen plaats meer op is …. Konden ze me niet vertellen het hoekje om te wandelen zodat ik tenminste een goed plaasje had ????
Soit, ik had me hieraan verwacht.

De dag zelf bleek al bij al goed mee te vallen.  Ik wilde graag een keer de hoofdzetel van het Cao Dai geloof zien.  De Cao Dai beweren een uniek geloof aan te hangen.  Het is een soort samenraapsel van Katholicisme, Buddhisme en Confucianisme.  Zij hebben geen kruissymbool of Buddha, maar “het oog” (een linkeroog, zo blijkt).  Om en nabij de tien procent van de Vietnamezen zou dit geloof aanhangen, en blijkbaar zijn ze nu ook een tempel in California aan het bouwen.
Daar zullen ze zeker genoeg gekken vinden.
De tempel is een mooie, veelkleurige bedoening.  De gelovigen zijn in het wit gekleed, de iets hogeren in rang in het rood, blauw of geel, naargelang welke strekking ze vertegenwoordigen.
Op weg naar de Cu Chi tunnels raak ik in gesprek met een koppeltje uit Bilbao.  Hij verkoopt rekken voor in magazijnen en zij werkt voor een petrochemisch bedrijf.  Hun Engels is vrij basic, maar toch is het plezant.
De Cu Chi tunnels is een voor toeristen opengesteld stukje van de tunnels die de Viet Cong gebruikte om de Amerikaanse indringers te verschalken.  Het is heel toeristisch, en de tunnels zijn vele malen vergroot om onze en zelfs ook de Big Maccers een kijkje binnenin te gunnen.
De liefhebbers kunnen voor 100.000 Dong (5 Euro) wat kogels afvuren met een AK47 of met zo een mega-geweer dat Rambo ook had.
Ik pas voor deze flauwe kul en koop mezelf in de plaats een cornetto en een 7-up.
Uiteindelijk een leuke dag.

Woensdag 18/04/2007: Ho Chi Minh City – Thu Dau Mot
Terug op de fiets.  Over de brede Dien Bien Phu boulevard rij ik noordwaarts de stad uit.  Ik maak eerst een klein ommetje langst de Tran Hung Dao tempel, die niet echt de moeite waard is.
Enkele honderden meters verder ligt de Jade Emperor Pagoda, volgens de meeste reisgidsen de indrukwekkendste van de stad.  Niet mis, maar ook niet overweldigend.  Dien Bien Phu boulevard volgend neem ik de brug over de Saigon rivier.
Na vijftien kilometer en evenveel zenuwcrisissen rij ik onder Highway one, rechtdoor richting Thu Dau Mot.  Dat staat allemaal niet aangegeven met pijlen he, je moet dat in ’t Vietnamees op een stukje papier laten schrijven in je hotel, anders vind je dat nooit.

Ik stop voor een colatje en om even te bekomen van de ergste gekte.  Dit had ik voorzien natuurlijk, en daarom stop ik in de eerst volgende stad (het lijkt eerder dat ik Saigon nog niet uit ben maar goed).  Gelukkig krijg ik al snel hulp van twee meisjes op een scootertje die me voorrijden naar een hotel.  Ze tonen me ook de grootste bezienswaardigheid van de stad, een nieuwe, airconditionned supermarkt (waar ‘Dove’ aandelen moet hebben) met een roltrap naar het eerste verdiep.  De meisjes zijn dit stukje moderne technologie duidelijk nog niet gewoon en aarzelen even, mikken goed en stappen dan op de roltrap.
Ik ben Saigon uit met de fiets, en dat is voorlopig het belangrijkste.

S6003308

Donderdag 19/04/2007: Thu Dau Mot – Dong Xoai
Ik slaap weer veel te lang.  Juist zoals in Burma hebben ze in Vietnam de gewoonte de hotelkamers zonder ramen te bouwen, zelfs als je aan een buitenmuur zit.  Wel wat claustrofobisch maar het heeft ook zen voordelen.  Minder lawaai van buiten (belangrijker dan je kan vermoeden hier) en het blijft lekker donker ‘s ochtends.
In theorie zou ik Highway 13 kunnen volgen, maar op de kaart staat een ‘cut off’, weg 741 en ik vermoed (hoop) dat die rustiger is.
Het is even zoeken (staat niet aangegeven) maar ik kan melden dat het 9,5 km na Thu Dau Mot rechtsaf is aan de verkeerslichten (een klein stukje voorbij de ‘tol gate’).
Rustiger was een ijdele hoop, de weg is enkel smaller.  Hwy 13 had een brede strook aan de zijkant om te fietsen.  Nu is ook dat weer theorie.  In de praktijk wordt die strook voornamelijk gebruikt door tegemoetkomend verkeer.  In Vietnam rijdt het verkeer rechts.  Correctie, 50% van het verkeer rijdt rechts.
Indien je het stuk toch even voor jezelf hebt, ligt er wel rijst of peppertjes op te drogen, lopen er koeien, of staat het vol geparkeerde brommers, dus dat schiet ook niet op.
De omgeving wordt groener, maar voorlopig staan de huisjes nog zij-aan-zij gebouwd en zie ik er nog niet veel van.  Ik blijf hopen op beterschap de komende dagen.
In Dong Xoai heb ik een buiten verwachting mooi hotelletje gevonden (en internet).

S6003323

Vrijdag 20/04/2007: Dong Xoai – Gia Nghia
Ik vervolg men weg over highway 14 naar het noordoosten.  Het begint gelijk goed te heuvelen, vroeger dan de kaart aangeeft.  Het wordt ook allemaal wat mooier en groener.
Alleen ….. het verkeer.
Ik hoopte dat het mooier zou worden eens ik richting de central highlands trok, en dat wordt het dus, maar ik hoopte ook dat het rustiger zou worden, zeker na Dong Xoai, en dat doet het helemaal niet.  De camions, bussen en brommers blijven je voorbijrazen.  Ik word opnieuw enkele keren letterlijk van de weg gereden vandaag.  Vlak voor mij zie ik een bus stilstaan.  Van de andere kant komt een vrachtwagen.  De vrachtwagen die mij voorbijsteekt kan niet links passeren, vertikt het om af te remmen en kiest ervoor om de bus langs rechts door de verharde berm in te halen.  Een jongen kan letterlijk op het laatste nippertje zen vriend van voor de truck sleuren, anders had hij er gegarandeerd onder gelegen.

Een beetje later, weer vlak voor me steekt een truck met luid kabaal eerst mij en daarna een meisje op haar brommertje voorbij.  Het meisje ging niet genoeg naar de kant naar de zin van de truck (ze zitten er altijd met twee of drie in) en die vent die er langs rechts altijd uithangt te schreeuwen geeft het meisje een klap op haar achterhoofd terwijl ze haar voorbijscheuren.  Ze reden nog minstens 70 km/u en op acrobatische wijze weet het meisje zich recht te houden.
Ik zie serieus af en begin me elke kilometer hoe langer hoe meer af te vragen wat de zin van dit alles is.
Waarom hier blijven fietsen als je je geen seconde gerust voelt ?
Het continue, extreme luidde geclaxoneer, van kilometers ver. Is er eentje die je hoort afkomen zonder dat hij al op zen claxon aan het duwen is, dan kan je er donder op zeggen dat hij ermee begint eens ie vlak naast je is.  Je bent erop voorbereid, en toch … telkens krimpt elke pees, elke spier in je lijf samen, zo’n verschrikkelijk kabaal is het.
Ik had gisteren al uitgemaakt dat ik gewoon door de bergen tot Hue fiets en dan de trein neem richting Hanoi.  Highway 1 begin ik niet aan.
Maar nu …..
‘s Ochtends heb ik gewoon geen zin om eraan te beginnen.  Het is alsof je naar je werk moet, wetende dat het die dag een rotdag wordt.
Er is geen lol aan.  En als het hier nog steeds zo druk is, dan denderen die bussen en vrachtwagens waarschijnlijk de hele Highway af en wordt het ook niet beter.

S6003324

S6003325

Na een goeie 50 kilometer, de thermometer geeft intussen 45 graden aan, besluit ik een noodlesoepje te eten.  Geeft altijd weer wat verse moed.
Na 75 km krijg ik een onweer over me heen.
Dat heeft als voordeel dat temperatuur onmiddellijk met 10 graden daalt en het ergens aangenaam begin de dertig graden is.
Na honderd kilometer ben ik in Kien Duc.  Nog 23 km tot Gia Nghia, waar ik een hotel hoop te vinden.
Even, heel even rij ik tussen de heuvels, tussen de theeplantages en het valt me op dat ik niets hoor.  Toch doorzetten ??
Zeven seconden later wordt ik van de weg geblazen door een truck die plaats zat heeft om me zonder al dat kabaal me voorbij te rijden.
Centimeters achter hem, een tweede, met evenveel kabaal.  Hij probeert de eerste in te halen, die daar niet mee instemt.  Ook dat maakt het zo gevaarlijk hier; ze VLIEGEN werkelijk en zijn zo agressief in hun manoeuvres, de ene wil passeren, de andere wil niet afgeven, een tegenligger hebben ze niet in de gaten, maar geclaxoneer, een fietser op de baan, never mind.
Om de dag helemaal goed af te sluiten blijkt een aanvaardbare kamer ook een utopie in Gia Nghia.  Groezelige shorttimes hotelletjes.  Een smerige kamer waar ze 15 Usd voor willen.
Het is al donker wanneer ik na 125 km de stad inrij.  Deze ligt over verschillende heuvels verspreid, wat het zoekwerk er niet lichter op maakt.  Van heuvel naar heuvel fiets ik, maar ik vind niets.
Ik beland in een hotelletje waar ik voor 100.000 Dong een kamer heb waar ik reeds een tiental beesten vermoord heb, er al twee dood op men bed lagen, en er nog eens vijftien verschillende soorten rondcirkelen.
Vanavond moet ik beslissen wat ik ga doen.
Het is een zware teleurstelling, want ik keek zo uit naar Vietnam.
Het land waar ik voor het  eerst Azië te zien kreeg.  Nu wilde ik het eens vanop de fiets zien.
Ik was wel min of meer gewaarschuwd.  In al men opzoekingswerk op internet stootte ik op het ene verhaal na het andere waar fietsers er de brui aan gaven hier.  Zij de uit het noorden, uit China kwamen gaven er de brui aan in Hanoi.  Velen die uit Cambodia kwamen hielden het voor bekeken in Saigon.  Maar ik hield van Vietnam en wilde toch verder.  Ik had nog de ijdele hoop dat de weinig befietste weg 14 een optie zou zijn, maar dat is dus een desillusie.
En nu ?
Ik kan een bus van hier naar Nha Trang nemen, dan de trein naar Hanoi, een andere trein naar de Chinese grens, en dan een stuk de bus richting Dali, maar wat een Odyssee wordt dat ?
Of neem ik de bus terug naar Saigon en het vliegtuig naar Bangok ?
In Thailand ben ik altijd happy, goed om te fietsen, zalig eten, prachtige mensen.
En daar beslissen of ik gewoon blijf hangen, of een andere droom verwezenlijk en tegen begin juni naar Ijsland ga en daarachter Noorwegen / Zweden / Finland ??
Nog eens alle moed bij mekaar rapen en morgenvroeg verder fietsen lijkt op dit ogenblik geen optie.
Het is gewoon te gevaarlijk.
Ik wil men benen ook binnen een paar jaar nog gebruiken om rond te fietsen, en niet eindigen als een pannekoek op Vietnamese wegen.
Stof tot nadenken en een slapeloze nacht voor de boeg.

S6003327

S6003329

Zaterdag 21 april 2007: Gia Nghia
Ik wil geen overhaaste beslissingen nemen dus blijf nog een dagje ter plaatse.  Het hotel waar ik lig nodigt er niet toe uit, maar ik kon vandaag toch al rijst met kip eten, in plaats van met ingewanden zoals gisteren.  Ik had de madam van het restaurant nochtans duidelijk gemaakt (dacht ik) dat ze die niet op men rijst moest gooien.  Desalniettemin kreeg ik het toch voorgeschoteld.  Ze blijft naast me staan om te kijken wat ik ervan vind.  Ik schraapte alle moed bij elkaar en stak een stukje in men mond, probeerde te glimlachen en stak men duim omhoog.
Dit stelde haar gerust en ze ging terug naar haar andere klanten.
De kat over het muurtje at met plezier de rest van de ingewanden op.

Zondag 22 april 2007: Gia Nghia – Ho Chi Minh City
Vanochtend wist ik nog steeds niet wat ik moest doen.  Tijdens een tweede slapeloze nacht op rij dacht ik vaak om toch maar door te bijten en verder te fietsen.
Het eerste wat de fietsgoden ‘s ochtends deden toen ik men hotel verliet was de zoveelste camion voorbij sturen die de helling afdenderde met oorverdovend lawaai.
Ik hak de knoop door en zeg tegen mezelf dat het genoeg geweest is.  We gaan terug genieten van waar we mee bezig zijn, dat is toch nog steeds het belangrijkste.
Tijdens men speurtocht naar andere ervaringen van college fietsers stootte ik toch vaak op mensen met gelijkaardige ervaring als het op fietsen in Cambodia en Vietnam aankomt.
Een Engelse site zegt:
“While generally safe, particularly Cambodia can be an exhausting country to travel in. Because of the widespread and extreme poverty, foreigners may sometimes feel as if they were walking cash points. Simply leaving your hotel and walking down the street is likely to attract a mixed crowd of cyclo drivers, postcard sellers, water and ice-cream merchants and anyone else out to get their hands on a dollar. Learn to say “no” and remain polite, but determined.”

Of deze Nederlandse wereldfietsers:
“Ten opzichte van Cambodia was er veel meer verkeer.  De wegen zijn vele malen beter maar de scooters rijden sneller en zijn met velen.  Ook zijn er meer bussen en vrachtwagens.  En de toeter die hierop zit, leren we later nog erg goed kennen.  Een ongelooflijk kabaal komt er uit zo een vrachtwagen of bus.  Zo erg zelfs dat we besluiten met toiletpapier in onze oren te fietsen.  Het geluid is anders niet te harden.  En dat terwijl we in India, Bangladesh toch al wel wat gewend waren.  Maar deze toeters zijn echt erg.”

Ik stap op de bus, betaal dubbele of driedubbele prijs en keer op men stappen weer.
Wat fiets ik toch ver in een dag zeg.  Het heuvelt hier al serieus.  De laatste dag moest ik meer dan 1.500 hoogtemeters overwinnen.
Na een rit van zes uur ben ik terug in Saigon en verras de mensen in het hotelletje waar ik eerder deze week nog was.
Ik had al geschreven dat deze plaats een aanrader was.  Maar dit hele straatje is eigenlijk bij het beste wat ik in Saigon gezien heb.  Rustig en allemaal nieuwe hotelletjes.
Wanneer je op Pham Ngu Lao Street bent draai je de Do Quang Dau Street in en daar ga je na een meter of vijftig linksaf in een klein steegje waar geen autos door kunnen.  Daar ligt het hotelletje.

Maandag 23 april 2007: Ho Chi Minh City
Vannacht begin ik toch weer te twijfelen.  Doe ik er wel goed aan de plannen zo te wijzigen.  Wanneer ik buitenkom en de heksenketel zie en hoor staat men besluit meer dan ooit vast.
Ik bel even naar het Thaise consulaat om te kijken of ze open zijn.  Het dametje zegt dat ik wel een vervoerbewijs nodig heb alvorens ze me een visum kan geven.  Ja, maar als ik dan geen visum krijg, dan heb ik dat ticket voor niets gekocht.  Niets aan te doen zo blijkt.
Dat Thaise visum heb ik nodig omdat ik de voorbij 6 maanden al meer dan 90 dagen in het land verbleef en dat is het maximum.
Volgens de ene bron kan je dan nog wel met een visum het land in (i.t.t. de arrival stamps die ze aan de grens geven), volgens de andere bron blijft de 90-dagen regel gelden.
Ik betaal 30 Usd in het consulaat, en nu is het tot morgen een beetje bang afwachten of ik het visum al dan niet krijg.

Dinsdag 24 april 2007: Ho Chi Minh City
Goh, sinds gisteravond heb ik weer serieus last van de diarree.  De hele nacht door ben ik verschillende keer per uur naar het toilet moeten lopen.  Nu heb ik weer het geluk in een mooi hotelletje te zitten met een gezellig en mooi badkamertje, dus de pijn wordt wel wat verzacht.
Ja, de diarree in de tropen, het overvalt je voor je met je ogen kan knipperen.
Veel drinken is de boodschap, een mens verliest toch al gauw liters vocht op deze manier.  Vocht dat een beetje een intelligent lichaam gaat halen waar het het meest voorradig is; in de hersenen.  En die moeten nog even meegaan.
De koorts is ook van de partij voel ik, dus ik breng het gross van de dag door in men kamertje met wat tv kijken en af en toe een immodiumetje slikken.
Tegen drie uur ga ik terug naar de Thaise ambassade, in de hoop dat het visum in orde gekomen is.
En dat deed het, er prijkt een mooie blauwe sticker op een van de laatste pagina’s in men paspoort die me weer twee maanden toegang geeft tot het land van de glimlach.
Morgen neem ik de bus naar Phnom Penh (6 uur rijden) waar ik vermoedelijk twee nachten blijf, en vrijdagvoormiddag neem ik de bus van daar naar Bangkok (16 uur als het goed gaat).
Ik overwoog nog even om in Saigon te blijven tot na de dertigste april (bevrijdingsdag) maar laat het toch maar schieten.  Ik heb een paar Vietnamezen gevraagd wat er zoal te gebeuren staat die dag, maar ze blijven vaag.  Geen militaire parade of vuurwerk zeggen ze.
Hoewel het om de bevrijding van Saigon gaat, ligt het zwaartepunt van de festiviteiten waarschijnlijk toch in de hoofdstad Hanoi.
Tweeëndertig jaar is het nu geleden dat de laatste Amerikanen vluchtten, op 30 april 1975.
De oorlog woedde hevig toen ik geboren werd in 1972, ik herinner het me als was het de dag van gisteren.  Ik lag daar in men wiegje in de living en hoorde met de regelmaat van de klok de berichtgevingen uit Vietnam op televisie.  De zijkanten van men wiegje belemmerden me echter het zicht tot dit wonderbaarlijke stukje techniek, zodat ik het enkel met de vocale berichtgeving moest doen. Dit motiveerde me om letterlijk heel vroeg op eigen benen te staan. Ik kan me nog zo voor de geest halen hoe ik reeds na enkele weken rechtop stond in men wiegje, de tralietjes in men handen en ik die net over het randje kon kijken naar de beelden die bij deze oorlog hoorden.
Ik maakte mezelf toen reeds de belofte dat ik dit exotisch land op een dag zou bezoeken.
Vlak na de oorlog in 1975, ik mocht net naar de kleuterschool, vertelde ik men medestudenten reeds over deze voornemens.  De meesten keken me met grote, ongelovige ogen aan, anderen hadden een lachje om hun mond en lieten merken dat ze er geen sikkepit van geloofden.
In 2003 zette ik echter voor het eerst voet op Aziatische bodem in Hanoi.
Nu ben ik hier weer een maandje en het is genoeg geweest.  Het land is enorm geëvolueerd tegenover die eerste beelden die ik zag, nu 35 jaar terug.  Vaak ten goede van de bevolking.  Het is een mooi land, fotogeniek, om te bezoeken als toerist, maar het is lang niet zo relaxed als Thailand, waar ik nu terug heen ga.
Terwijl ik de hele nacht aan het afzien was kon ik met men eigen oren horen dat het regenseizoen nu toch werkelijk begonnen was, en ik besloot alras om de komende maanden op men buik te gaan slapen.  Ja, ik houd wel van een portie afwisseling.
Nu zijn de laatste uren in Vietnam geslagen, volgende bericht uit Phnom Penh of Bangkok.

Woensdag 25 april 2007: Ho Chi Minh City – Phnom Penh (bus)
Gisteren kocht ik bij An Phu Travel een busticket van Ho Chi Minh City naar Bangkok.  Dag 1 rijden we naar Phnom Penh in Cambodia, waar overnacht wordt, en dag 2 rijdt een andere bus naar Thailand.   Kosten: 35 Usd voor mezelf en 35 Usd voor de fiets.  De backpacker moet niet bijbetalen voor al de rommel die hij meesleept, maar goed, we klagen niet.
Ik mag zonder problemen de fiets in de bagageruimte van de bus steken.  Ik verwacht hier ook geen problemen, aangezien ik me laat oppikken voor het kantoortje waar ik het (dubbel betaalde) ticket kocht.  Het spannende moment zal in Phnom Penh liggen, of ze me ook die tweede bus oplaten.  De grensformaliteiten verlopen snel en rond 18 uur arriveren we in Phnom Penh.  We worden afgezet voor het kantoortje van An Phu Travel en zij hebben een partnership met een of ander guesthouse aan de overkant van de straat.  De vent die ons daar opwacht is verschrikkelijk arrogant en zegt “impossible to put bike on bus tomorrow”.  Ik vraag me af wat hij daarmee te maken heeft en steek de straat over naar het reisburootje.  Ook daar wordt moeilijk gedaan.  Gelukkig had ik twee tickets laten uitschrijven in Saigon, eentje voor mij en eentje voor de fiets, en het er zo op laten vermelden, anders sta je helemaal machteloos.  Na veel gezeur en een hoop shit zijn ze dan toch bereid om naar hun hoofdkantoor in Vietnam te bellen.  Die stellen voor om me 20 Usd terug te betalen.
Jamaar, zo zijn we niet getrouwd he !
Ik heb 70 Usd betaald om, met garantie, mij EN mijn fiets naar Bangkok te brengen, niet om hunne kak in te trekken en mij 20 Usd terug te geven in Phnom Penh.  We zoeken samen een andere oplossing, gaan naar het busstation, maar geen enkele maatschappij wil een fiets meenemen.
Wat is dat toch met die Cambodianen ? Toen ik naar Sihanoukville wilde kampte ik al met hetzelfde probleem, ze weigeren gewoon.
Onverrichterzake keren we terug naar het reisburo.  Ik zoek een kamer, en zie wel wat de dag morgen brengt.

Donderdag 26 april 2007: Phnom Penh – Aranyaprathet (bus)
Wel, wel …. Een ellendige of een avontuurlijke dag, ik weet niet hoe ik het moet noemen.  ‘s Ochtends trek ik samen met een vent van het reisburo (heb hem uit zijn bed gezet) naar de markt vanwaar de “local busses” vertrekken.  Dit is een eufemisme voor de verrotte pick up trucks die je op Cambodia’s wegen voorbij scheuren.  Na nog meer gezeur en moeilijkdoenerij, gezwaai met dollars wordt er iemand gevonden die me mee wil nemen.
Ik zat gisteren uiteindelijk 9,5 uur in een pick up truck, twee zitplaatsen voorin, en achter die twee stoelen zo een super klein bankje voor de boodschappen, zoals in een Porsche.
Wel, voorin zaten op de chaufferurstoel twee cambodianen, op de stoel ernaast ook twee en op de handrem eentje.
Er bungelde ook nog ergens een peuter van een jaar of vier tussen.
Op de achterbank (sic) zaten vier (volwassen) Cambodianen en een Belg.
Op het dak zaten minsten vier mensen (aan de benen te tellen die ik zag vliegen, in Cambodia weet je nooit hoeveel mensen daarbij horen).
De laadbak lag vol rommel, bagage, vracht, met daarbovenop minstens …. dertig Cambodianen.
Achter de laadbak waren planken bevestigd met zware 50 kilo zakken lading bovenop, een mand vol kiekens waar de poten afgekapt waren zodat ze wel vers bleven (ze leefden dus nog), maar niet konden gaan lopen erbovenop nog een Cambodiaan of twee en daarachter een fiets gesjort met een paar touwtjes .
Dan zit je in die pick up truck, met elf in een ruimte voor twee (!), geen airco, tegen de 40 graden buiten in de schaduw, jij rijdt in de zon.
Herinner je je die fotos van die wegen, ze zien eruit zoals die stadioncrossen die ze vroeger organsieerden voor crossmotors.  Daar vlieg je dan met die pick up truck over.
Putten, bulten, wasbord, de weg is weg.
Alles doet pijn je kan je niet bewegen, helemaal niet bewegen dus.
Binnen is het schat ik 65 graden of zo.
Klappen, elke seconde opnieuw.
Je rug, je gat, je nek, je benen, alles doet pijn, krampen, dorst.
De chauffeur heeft van de 9,5 uur, zonder overdrijven 7,5 uur geclaxoneerd.
Niet efkes ‘toet toet’ he, aanhoudend.

S6003337

S6003339

Halverwege de rit begon hij een uitleg tegen zichzelf die bijna 2 uur duurde.
Hij maakte zich verschrikkelijk kwaad, riep, kalmeerde weer, begon te lachen als een waanzinnige, stak zen vijfenveertigste sigaret op (steeds leuk in de kleine ruimte waar ik in zat), kortom een gek aan het stuur.
Minstens tien “close calls” gehad, een keer letterlijk een koppeltje van een brommer gereden.  Onze chauffeur is dan nog gestopt om hen de huid vol te schelden alvorens verder te vliegen.  De vrachtwagens en bussen uit de tegenovergestelde richting die we op een haartje misten, luid claxonerend, waren nog bangelijker.
Af en toe stopt hij om water over de remmen te gieten.
Wanneer we aan het miserabelste stukje komen op het einde, tussen Sissophon en Poipet begint het te regenen.
De weg wordt omgetoverd in van dat tropische rode slijk.  Spiegelglad.  Hoe we daar door zijn gekomen ….. thanks to Buddha denk ik.
Je stresseert je al niet meer op dat moment, je geeft je eraan over.
Drie kilometer voor de grens worden we gedropt.  Het stortregent, het water staat 30 a 40 cm hoog in de straat.  30 a 40 cm bruine modder.
Daar kan jij je fietsje terug opladen en, terwijl de vrachtwagens langs je rijden en je volledig onderspatten, douche na bruine modderdouche krijg je.
De voortassen hangen met de onderste 10 cm in het water, en zo dus ik men fiets tot aan de grens.  Elke pedaalslag met men voet door de bruine brij.
Daar moet je gaan aanschuiven om Cambodia te verlaten tussen de andere toeristen die uit hun airconditionned bus komen …. zij properkes, ik druipend van de modder.
De Cambodianen, die er net zo bijlopen als ik hebben hun eigen loket, maar daar kan ik dus niet passeren.
Zelfde scenario om Thailand binnen te geraken.
Daar werd overigens streng gecontroleerd.  Tot voor kort kreeg iedereen gewoon zen entry stamp en kon dertig dagen in het land blijven.  Nu werd iedereen gevraagd een bewijs voor te leggen, een betaald ticket, waarmee hij/zij het land zou verlaten.  Velen hadden dat niet en zaten vast in de neutrale zone tussen Thailand en Cambodia.  Ik had een visum gevraagd in Saigon en kon zonder problemen passeren.  De regel ivm het voorleggen van vervoersbewijzen geldt enkel voor zij die het land binnen komen zonder visum.

Van de grens is het dan ongeveer 5 km naar Aranyaprathet en dat hotelletje met zwembad.  Niemand claxoneerde, niemand die je aanklampt en wat van je wil.
De modder afspoelen, andere kleren aan en een zwemmeke doen.
goede beslissing.
Ik trek morgen verder naar het zeetje en ga genieten van het strand, een boekje, de beste keuken van de wereld, en nadenken waar ik verder ga fietsen.
Japan ?
Scandinavië ?
Toch China en de Himalaya ?
Time will tell.
Werk nooit met An Phu Travel in Vietnam of Cambodia.  Veel betalen, veel garanties, veel arrogantie, weinig beloftes inlossen.

Advertisements