Misery on the Camino Francés

Text in English and in Flemish.

This time I only made a short stop in Santiago de Compostela, just to have lunch at a nice terrace, buy a new can of gas and a tube.

From Santiago I follow the Camino Francés eastwards, so in the opposite direction.
The Camino Francés is by far the most popular route to Santiago. What I feared soon becomes true. An endless herd of so called pilgrims walks into the city.
My original plan was to ride the Cordillera Cantabrica. Riding this route, I would often be around 2,000 meters high. It’s still too early in the season for that. Too cold, with still snow that high up in the mountains.

In Palas de Rei I take a rest day. The weather is awfull that Sunday. After finishing Jill Homer’s ‘Into The North Wind’ I start a new book, ‘The Old Patagonian Express’ by Paul Theroux.

Between Palas de Rei and Portomarin I count the number of pilgrims I cross three times over a few kilometers.
The first time 124 people on one kilometer, the second time 127 people and the third time 105 people in a km. You can calculate how many meters on average between each pilgrim. It’s a traffic jam.
Who likes that ??
Does this herd spirit never stop?

Deze keer maakte ik slechts een korte pitstop in Santiago de Compostela, enkel om ergens op een terrasje te gaan eten, een nieuw blikje gas en een binnenband te kopen.

Vanuit Santiago volg ik de Camino Francés oostwaarts, in omgekeerde richting dus.
De Camino Francés is veruit de populairste route naar Santiago. Waarvoor ik vreesde wordt ook al snel bewaarheid. Een onophoudelijke meute trekt de stad in.
Het oorspronkelijke plan was om over de Cordillera Cantabrica te fietsen. Dan zou ik vaak rond de 2.000 meter hoog zitten en daar is het nu nog veel te koud voor, met nog geregeld sneeuwbuien.

In het plaatsje Palas de Rei neem ik een rustdag. Die zondag is het barslecht weer. Na Jill homer’s ‘Into The North Wind’ start ik een nieuw boek, ‘The Old Patagonian Express’ van Paul Theroux.

Tussen Palas de Rei en Portomarin tel ik drie maal gedurende een willekeurige kilometer het aantal ‘pelgrims’ dat ik kruis.
De eerste keer 124 personen op één kilometer, de tweede keer 127 personen en de derde keer 105 personen. Je kan zelf uitrekenen om de hoeveel meter er dus eentje loopt. Gewoon een file.
Wie heeft daar wat aan ??
Waar stopt die kuddegeest van de mens ?

DSCF0002
The never ending stream of Pilgrims.

Almost everyone I interact with during my travels has the same two questions. “From where to where are you riding ?”
And then …… “Alone?”
Mostly with a look of horror in their eyes.
“Alone” appears to be the peoples’ greatest fear.
No, walking in a herd from the French border to Santiago, staying in Albergues, not sleeping, because that’s impossible in there. You stay in big dorms, with 20, 30, sometimes 50 people. Bunk beds, rows of them, listening to the snoring and farting of others, alarms clocks which go off at half past six and wake up everyone, except the one who has set the alarm. He or she will pretend for fifteen minutes not to hear it.
Then before dawn, in the morning cold and moisture on the road, because you ‘ll better be at the next Albergue before noon, or you won’t have a place to sleep..

But “alone”… THAT’S strange.
Camping ??
That surely is strange, especially with all those albergues. How on earth would you get that in your mind?

I prefer traveling alone, get up when my body says it has rested enough, hear the birds sing both before going to sleep and when waking up instead of listening the next pilgrim with the same story, fresh air blowing through my tent Instead of the penetrating anal scents mixed with those of sweaty feet and dirty underpants.

One night I camp in an unused field next to the Rio Sarria.
In the morning, I wake up, feeling terribly sick. No power, nothing. I feel miserable, have diarrhea and feel like vomiting all the time . It takes me 4 hours to break down my tent and pack. That day, I’ll have my shorest day in the saddle ever.
5.6 km to the next village, Samos.
There’ a giant abbey but no hotel or hostel.
There is an albergue in the abbey so I think ‘ok, if I have to sleep in one more of these things, than an abbey will do just fine’.
The ‘albergue’, a big room, immediately exits on the main road.
Literally a few meters from the door is a gas station.
I’m entering the room.. Row upon row of bunk beds with just enough space to mount your little ladder to the upper bed.
The beds seem to date from the Second World War. The ‘mattresses’ from an earlier world war.
The beds are numbered, from one to somewhere in fifities.
No, I cannot stay here. I can’t deal with those noises of such a crowd I described earlier on, can’t stand their scents intensified by the stench of that gas station.

I turn around and go to another albergue I passed a few hundred meters back.
The one in the abbey was a so-called ‘donativo’.
There you pay what you can. 6 euros seems usual.
The private albergue is 10 euro + 1 euro for the bike.
That extra euro for the bike seems ridiculous to me, but ok..

The friendly girl shows me the dorm room at the first floor.
I think for eight people. The shared bathroom is perfectly clean and brand new.
The bicycle can be stored in the ground floor dorm (6 pers.).
“Aha,” I say, “can’t I sleep with my bike?”.
She thought that was a bit strange, and said that it would be “alone” (as if that were so bad).
No problem.  Here’s your extra euro for the bike, and give me that sleeping space please.
That way, I could sit out that sickness on my own (‘alone’).
On top of that, I also had the toilet and shower for the disabled al to myself (again ‘alone’ :-))

I could not remember the Spanish word for “sick” and tried to find out from the girl working in the albergue.
To ask for the translation for ‘sick, malade or krank’, didn’t ring a bell and just seemed to raise big question marks into her eyes. She already understood I didn’t feel well, so, pointing at my belly, I said: “Yo soy ‘sick’.”
Aah, “she says,” Yo Soy Jennifer “….

Zowat iedereen waarmee ik tijdens mijn reizen in gesprek raak heeft altijd de twee zelfde vragen klaar. “Van waar naar waar rij je ?”
En daarna…… “Alleen ?”
Meestal met een blik van afgrijzen in hun ogen.
“Alleen” blijkt ’s mens grootste angst te zijn.
Neen, in een kudde van de Franse grens naar Santiago wandelen, in Albergues overnachten, niet slapen, want dat kan je er niet. Overnachten dus in grote kamers, met 20, 30, soms wel 50 personen. Stapelbedjes, rij aan rij, luisteren naar het gesnurk en scheten laten van anderen, naar alarms van telefoons die om half zes afgaan en iedereen die toch sliep wakker maken, behalve diegene die het alarm zet. Die blijft eerst een kwartier koppig doen alsof juist hij het niet hoort.
Dan voor dag en dauw, in de kou en het vocht de baan op, want je kan maar best voor de middag aan de volgende Albergue zijn, of je hebt geen plaatsje.

Maar “alleen”, dus. DAT is vreemd.
Kamperen ??
DAT is helemaal vreemd, zeker met al die albergues. Wie haalt het in z’n hoofd ?

Laat mij maar op m’n gemakje alleen reizen, opstaan wanneer mijn lichaam zegt dat het uitgeslapen is en zowel ’s avonds als ’s ochtends fluitende vogeltjes horen in plaats van de zoveelste pelgrim met hetzelfde verhaal, de frisse lucht die door men tent blaast in plaats van de penetrante anale geuren gemixt met deze van zweetvoeten en vuile onderbroeken.

Zo kampeerde ik ook een nachtje in ongebruikt veldje naast de Rio Sarria.
’s Ochtends sta ik echter doodziek op. Geen krachten, niets. Ik voel me miserabel, diarree en braakneigingen. Ik doe er vier uren over om men hele boeltje af te breken en in te pakken. Daarna rijd ik m’n kortste ritje ooit.
5,6 km tot aan het eerst volgende dorp, Samos.
Een reusachtige abdij staat er. Maar geen hotel of hostel.
In de abdij is een albergue en ik denk ‘vooruit, als ik er dan toch nog eens in eentje moet slapen, dan maar mooi in een abdij’.
De ‘albergue’ een zaal, geeft onmiddellijk uit op de grote baan.
Op letterlijk enkele meters van de deur staat een benzinepomp.
Ik betreed de ruimte. Rijen stapelbedden met juist genoeg ruimte tussen om je laddertje op te kruipen.
De bedden lijken te dateren uit de tweede wereldoorlog. De ‘matrasjes’ die erop liggen uit een wereldoorlog eerder.
De bedden zijn genummerd, en lopen tot in de vijftig.
Neen, hier kan ik niet blijven. Eerder beschreven lawaai van zo’n massa, en de geuren nog extra opgefleurd met de stank ban de benzinepomp die tot binnen reikt.

Ik keer om en trek naar een andere albergue die ik eerder passeerde.
Die in de abdij was een zogenaamde ‘donativo’.
Daar betaal je wat je “kan”. 6 euro blijkt gebruikelijk.
De privé-albergue is 10 euro + 1 euro voor de fiets.
Dat laatste vind ik flauw, maar goed.

Het vriendelijke meisje laat me de slaapruimte op de eerste verdieping zien.
Ik dacht voor acht personen. De gezamenlijke badkamer is piccobello en spiksplinternieuw.
Men fiets mag ik in een slaapruimte (6 pers.) beneden zetten.
‘Aha’, zeg ik, ‘kan ik niet bij men fiets slapen ?’.
Dat vond ze wat vreemd, en zei ook dat dat dan wel “alleen” zou zijn (alsof dat dus erg zou zijn).
Geen probleem. Hier is je extra euro voor de fiets, en geef mij die slaapruimte maar voor mij alleen.
Zo kon ik toch een beetje op men eentje uitzieken (‘alleen’).
Daarbovenop had ik ook de gehandicapten toilet en douche voor mij alleen (weer ‘alleen’ 🙂 )

Ik kon me het Spaanse woord voor ‘ziek’ niet meer herinneren en probeer het te weten te komen van het meisje dat in de albergue werkt.
Om de vertaling voor ‘sick, malade of krank’ vragen, brengt geen zoden aan de dijk en roept enkel een boel vraagtekens op in haar ogen. Ze had al wel begrepen dat ik me niet lekker voelde, dus zeg ik maar, wijzend op men buik: Yo soy ‘sick’.
“Aah,” zegt ze, “Yo soy Jennifer”….

DSCF0025

DSCF0026

DSCF0027

With a little effort, I got up at 9 o’clock already the next morning.
The pilgrims sleeping in the bunk on the first floor were all gone already.
I take it easy and take a shower and have breakfast outside at the bar, in the morning sun.

Still a bit shaky on my legs, I decide to continue cycling.
The next two stages promise to be the hardest on this part of the camino, and the weather forecasts doesn’t look very promising  within 3 days.
From Samos, at a height of 540 meters, I climb to the highest point of the day, 1,340 meters. Not all terrible, but with these legs …
Here I leave Galicia and enter again the Castilla y Leon region.

The next day is a real hard one for me, climb from 500 to 1,500 meters.
Like yesterday I choose many times to cycle the paved road, instead of the dirt variant. I even have to push long stretches. I have no power at all.
But, eventually, I reach the top, stop briefly at the ‘Cruz Del Ferro’, and start descending. I find a quiet place for the tent a few hundred meters lower in a forest.

Ik doe een efforeke en sta de volgende ochtend reeds op om 9 uur.
De pelgrims die boven sliepen zijn zonder uitzondering allen reeds onderweg.
Ik neem nog rustig een douche en ga op een terrasje ontbijten.

Nog wat wankel op de benen, besluit ik toch verder te fietsen.
De komende twee etappe’s beloven de zwaarste op dit traject te zijn, en de weersvoorspellingen beloven niet veel goeds binnen 3 dagen.
Vanuit Samos, op zo’n 540 meter hoogte klim ik naar het hoogste punt van de dag, 1.340 meter. Allemaal niet verschrikkelijk, maar met deze benen…
Hier verlaat ik Galicia en rij opnieuw de regio Castilla y Leon in.

De dag erna heb ik het echt zwaar. Een klim van 500 naar 1.500 meter.
Juist als gisteren kies ik er grote stukken voor om over de asfaltweg te fietsen, in plaats van de onverharde variant. Ik moet zelfs heelder stukken duwen. Ik heb helemaal geen kracht.
Maar ik geraak over de top, stop even aan het ‘Cruz Del Ferro’, en zet de afdaling in waar ik enkele honderden meters lager in een bos een rustig plaatsje voor de tent vind.

DSCF0067

DSCF0069

DSCF0084
The downhill towards Ponferrada.

DSCF0085

DSCF0097
‘Cruz del Ferro’
DSCF0110
The cathedral in Astorga
DSCF0114
Astorga Cathedral

A week after my sickness in Samos, I woke up at night with swollen glands, as big as ping pong balls and hard as a stone.
I find a doctor in a small village. She doesn’t speak French, English or German. I keep wondering what they do here at school with all those hours that we need to learn other languages. If even a doctor doesn’t speak a word of English…
I consider saying “Yo soy Jennifer”, but let it go.
Eventually, I can explain what’s wrong. The doctor advises me to go to the hospital in the next city for further research.
So that’s what I do after I checked in the hotel in Burgos. Doctor one (no English, French or German) is touching and pressing a bit on my belly, and decides to call another doctor (again no knowledge of ay foreign languages).
This doesn’t go anywhere.
I go to the pharmacy to buy the prescribed pills and stay for two nights in Burgos.

Een weekje nadat ik dacht uitgeziekt te zijn in Samos word ik ’s nachts wakker met opgezwollen klieren, zo groot als pingpongballen en hard als steen.
Ik vind een dokter in een dorpje. Ze spreekt geen letter Frans, Engels of Duits. Ik blijf me afvragen wat ze hier op school met al die uren doen dat wij andere talen moeten leren. Als zelfs een dokter niet de minimaalste basis Engels beheerst…
Even overweeg ik om “Yo soy Jennifer” te zeggen, maar ‘k laat het maar zo.
Ik krijg het probleem uitgelegd, maar de dokteres raad me aan in de eerstvolgende stad naar het ziekenhuis te gaan voor verder onderzoek.
In Burgos doe ik dat. Dokteres één (geen letter Engels, Frans of Duits) haalt na wat drukken op men buik dokteres twee erbij (dito talenkennis).
We schieten niet veel op.
Ik haal de pillen die voorgeschreven worden, en blijf twee nachten in Burgos.

DSCF0122
The old bridge in Villars de Orbigo
DSCF0133
Cathedral in Leon
DSCF0147
I found an old variant on the camino which seemed out of use by the ‘regular’ pilgrims.  It made riding dirt very enjoyable again for a while.

DSCF0151

DSCF0152

DSCF0158

DSCF0161

DSCF0164
Quiet on the ground, but busy in the sky.

DSCF0169

DSCF0205
‘Real Monasterio Benedictino de San Zoilo’ in Carrion de Los Condes.
DSCF0192
Inside the monasterio.

DSCF0185

DSCF0219

DSCF0221
I camped under the second hill from the left.  Rather windy 🙂

DSCF0238

DSCF0239

DSCF0257
Cathedral in Burgos

DSCF0264

Near ‘Cerezo de Rio Tiron’ I find a fantastic campsite between the trees, right next to the narrow river Tiron. This is my last stop in this region. Tomorrow I’ll be in the Rioja region.

Via Santo Domingo de la Calzada (beautiful town) I continue to Logroño, the capital of Rioja. I looked forward to this town, because here I leave the ‘Camino Frances’. I was so tired of this busy road, that since a few days, I preferred the paved road over the dirt roads with all it’s pilgrims. This says a lot if you know my preference for the dirt roads.
From Logroño, I will continue my road to the east via the ‘Camino del Ebro’.
If you ever think of riding or hiking to Santiago, my advise is to think twice. Don’t go for the Camino Rrancés. there are many other options: the ‘Camino del Norte’, the ‘Camino Primitivo’, the ‘Via de la Plata’, the ‘Camino Portuges’, …

Ter hoogte van ‘Cerezo de Rio Tiron’ vind ik een fantastisch kampeerplaatsje tussen de bomen, vlak naast het smalle riviertje Tiron. Dit is m’n laatste stop in deze regio. Morgen fiets ik de Rioja regio in.

Via Santo Domingo de la Calzada (mooi plaatsje) pedel ik verder naar Logroño, de hoofdstad van de Rioja. Ik keek ontzettend uit naar dit stadje, want hier verlaat ik de ‘Camino Frances’. Ik was de drukte al een tijdje zo zat dat ik de laatste dagen de fietsvariant over verharde wegen volgde. Dit zegt veel, als je mijn voorkeur voor de onverharde paden kent.
Van Logroño zal ik mijn weg naar het oosten vervolgen via de ‘Camino del Ebro’.
als je er ooit aan denkt om naar Santiago te fietsen of wandelen, denk dan twee keer na. Laat de ‘Camini Francés’ voor wat ie is. Er zijn zo vele mooiere en rustigere opties: de ‘Camino del Norte’, de ‘Camino Primitivo’, de ‘Via de la Plata’, de ‘Camino Portuges’, …

DSCF0300

DSCF0319

DSCF0357

DSCF0362
Bad weather above the Sierra de la Demande.

DSCF0373

DSCF0381
Cathedral in Logroño

Misery on the Camino Frances
Distance: 724 km
Average km per cycling day: 60,33 km
Altimeter: 9.473 m

Nights slept inside: 5
Nights slept outside: 9 (all wild camping)
Flat tires: 2

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s